Archives for juni 2013

Levensgevaarlijk

antw

“Hier volgt een bericht voor de reizigers. Het Centraal Station wordt momenteel ontruimd wegens een bommelding. Deze trein stopt in Antwerpen Berchem. Er rijden geen treinen naar Nederland. Momenteel zijn er ook geen bussen beschikbaar.”

Even was het stil in de overvolle trein maar toen sloeg de paniek toe. Mensen gingen bellen, spraken door elkaar en klampten zich vast aan de conducteur.

Ik zag de angst in de ogen van het meisje tegenover mij. Ik had haar al de hele reis stiekem gadegeslagen. Gekeken hoe zij totaal van de wereld was, diep meegevoerd door het boek in haar slanke vingers. Hoe zij haar benen wisselend kruiste na een pagina of tien.

Ik pakte in een opwelling haar hand en zei: “Centraal is zeker vijf kilometer van Berchem verwijderd. We zijn hier veilig”.
Ze keek me aan en vroeg: “Kom jij ook uit Nederland?
“Ja, maar ik woon in België. Ik studeer in Gent en woon op kamers in Antwerpen. En jij?”|
“Ik woon in Den Bosch en loop stage in het ziekenhuis van Brugge. Hoe moet ik nu naar huis?”
De trein stopte en we stonden op.
“We vinden er wel wat op, blijf maar dicht bij mij” zei ik beschermend.
Ik pakte mijn weekendtas uit het bagagerek en het meisje trok haar tas schuin over haar schouder.

De mensen stonden al in het gangpad, iedereen wilde zo snel mogelijk de coupé verlaten. Mensen hadden geen geduld en duwden elkaar in de verdrukking. Wij gingen even terug zitten, lieten iedereen eerst maar uitstappen. De trein zou toch niet verder rijden dus waarom dat gestress.

Terwijl we het station binnenliepen klonken er opeens een paar harde knallen. Paniek brak uit. Ik gooide me over het meisje op de grond, beschermend met mijn tas boven ons hoofd. Gegil en gekrijs galmde door de hal. Een dingdong weerklonk door de luidsprekers. “Geen paniek, er zijn enkel wat ballonnen geklapt. Niets aan de hand. Wij verzoeken u het station rustig te verlaten”.

Ik stond op en hielp het meisje omhoog. Ze beefde over haar hele lichaam. Haar ogen waren zwart van de uitgelopen mascara. De reizigers om ons heen renden alle kanten op. Buiten klonken sirenes van politieauto’s. Mijn hart klopte in mijn keel en mijn ademhaling ging gejaagd. Rustig blijven, maande ik mezelf.
“Kom, we moeten hier weg. Ik woon hier vlak bij.”
Ik pakte haar hand en trok haar mee het station uit. We staken de straat over, om ons heen renden mensen de weg op. Ze keken niet eens naar het verkeer.
Buiten was het chaos. Taxi’s stonden in een rij en daarnaast schoven auto’s aan om gestrande familieleden of vrienden op te halen. De taxi’s konden niet eens meer van hun plaats af komen en claxonneerden onafgebroken.

We renden het tunneltje in, onder het spoor door en tien minuten later opende ik de voordeur. De houten trap kraakte toen ik haar voor ging naar mijn appartement op de eerste verdieping. Toen ik de deur openmaakte naar mijn tweekamer appartementje voelde ik de verantwoordelijkheid die mij gesterkt had van me afglijden en voltrok zich heel even een doemscenario in mijn op hol geslagen gedachten. Ik leunde met mijn ogen dicht tegen de muur en haalde diep adem. Toen voelde ik haar zachte lippen, zout van de tranen. Ze kuste me eerst zacht maar al snel werd de kus ruw, wild en ongeremd. Ik beantwoordde de kus alsof mijn leven ervan afhing. Ze rukte aan mijn leren jack. “Uit” lispelde ze tussen het kussen door. Koortsachtig vlogen haar handen over mijn lichaam. Mijn kleding moest uit, dat was duidelijk. In een mum van tijd waren we naakt en nam ik haar ruw tegen de muur van de hal van het appartement. We gedroegen ons al halve wilden. Ik proefde nog steeds zout. Ik opende mijn ogen en zag de tranen over haar wangen bungelen.
Ik hield meteen in. “Doe ik je zeer, moet ik stoppen?”
“Nee ga door” hijgde ze, “laat me voelen dat ik leef.” Meer aansporing had ik niet nodig.
Even later lagen we in bed. Ik weet niet meer hoe we er beland waren.
“Ik denk dat je vannacht beter hier blijft slapen” zei ik met mijn lippen in haar bruine lange lokken.

Nog nooit had ik zo intens de liefde bedreven. En dat met iemand die ik niet kende, waarvan ik de naam niet eens wist. Zouden we elkaar na deze nacht ooit terugzien of zou het hierbij blijven.
Was het slechts een daad van twee mensen in levensgevaar? Ik viel in slaap, gerustgesteld door het warme zachte vrouwenlichaam dat tegen me aan lag en haar zachte ademhaling.

 

 

 

Mentos, the real refreshment

mentos

mentos

Vandaag is de warmste dag van het jaar.

En laten wij nu net een zwembad in de tuin hebben. Nog van voor de crisis.
Niets is lekkerder dan vlak voor het slapen gaan een verfrissende duik te nemen. 
Niemand die ons ziet, gewoon in je onderbroek het water in duiken.

Heerlijk afgekoeld klim ik het bad uit en besef opeens dat mijn auto zo fout geparkeerd staat, dat mijn man straks zijn wagen niet kwijt kan. 

 

Te lui om mijn kleren terug aan te trekken, wikkel ik me in een groot Mentos strandlaken en steek mijn hoofd om de voordeur. De kust lijkt veilig. Op blote voeten sprint ik snel naar mijn autootje en glip achter het stuur, rijd een stukje naar achteren en dan schuin opzij naar voren.

Als ik uit wil stappen kijk ik voor de zekerheid even in mijn achteruitkijkspiegeltje en zie tot mijn grote schrik de zoon van mijn vriendin aan komen lopen. Hij is net een dag terug van een jaar Boston University en komt enthousiast de oprit opgelopen. Blonde haren, brede lach op zijn gezicht. “A very good looking boy” dus.

O MY GOD.

Ik voel mijn natte haren druppen van het chloorwater en overzie mijn hachelijke situatie.

Met het strandlaken strak rond mijn lijf gewikkeld, lijk ik in die zwarte badhanddoek  met groot Mentos-opschrift, op een grote rol dropmint. De verkoeling heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een onbehaaglijke hittegolf.

Er zit niks anders op dan uitstappen…

“Hoi Anthonie, niet schrikken, ik heb net gezwommen en moest de auto nog even goed zetten” zeg ik terwijl ik zo elegant mogelijk probeer uit te stappen.

“Hey Ellis, alles goed?

Deze stoere gast die ik al ken van zijn elfde en die nu ruim een kop groter is dan ik, komt lachend op me af en geeft een zoen, hij schaamt zich nog erger dan ik vrees ik, maar laat niks merken.
Ik verontschuldig me nog een keertje en we spreken af snel bij te praten als ik fatsoenlijk gekleed ben.

“Je hebt me niet gezien hè?” vraag ik op samenzweerderige toon” Hij lacht en draait om. Altijd al een lief jong geweest, en zo beleefd!

Heb ik toch maar mooi even mazzel dat ze in Amerika nergens meer van opkijken en dat hij zich dus deze eigenschap kennelijk al eigen heeft gemaakt.

Voortaan badjas klaarleggen als ik nog eens ga skinny dippen. Of gewoon altijd netjes de auto op zijn plekje zetten… Of de komende week niet meer buiten komen, of nu maar snel gaan slapen en morgen hopen dat dit slechts een droom was.  

Nee, de slogan “Mentos, the real refreshment” heeft voor mij nu toch wel een andere betekenis gekregen.

 

Mr. Tomat

tomaat-2

“Is een tomaat  mannelijk of vrouwelijk? vroeg onze jongste zoon. 

“Ik zou het niet weten”antwoordde ik. “Waarom?”
“Ik denk mannelijk” antwoordde hij en met een triomfantelijk gebaar
haalde hij dit exemplaar achter zijn rug tevoorschijn.

We lagen dubbel van het lachen. In allerlei standjes werd Mr. Tomat gefotografeerd.

 

Eigenlijk willen we hem aan Miss Tomat schenken, dat is de eigenaresse van onze plaatselijke supermarkt in de wijk. Haar bijnaam is Miss Tomat maar waarom, is mij een raadsel.

Toch was mijn nieuwsgierigheid gewekt en ging ik op Wikepedia kijken. En wat lees ik daar:

Tomaten worden ook als afrodisiacum aangeprezen, vandaar de bijnaam “pommes d’amour” in het Frans. De Italianen vinden het een gouden vrucht en noemen ze “pomodoro”. In de zuidelijke Duitstalige gebieden heet de tomaat “Paradeis” en in Hongarije “paradiscom”. Overduidelijk mannelijk dus.

Wat denk je? Zal ik onze foto naar Wikepedia sturen om hun wetenschappelijk onderzoek te voorzien van bewijs?

Onze stoere tomaat lag nog enkele dagen op de vensterbank. Ik kon er eigenlijk geen afstand van doen nu ik wist dat hij de liefde vertegenwoordigde. En opeten vond ik niet gepast waar de kinderen bij waren.

Helaas raakte de viagra uitgewerkt, toen ik thuiskwam was hij helemaal verschrompeld…..

We zullen zijn foto inlijsten en naast opa op het dressoir zetten. Tenslotte was hij uniek nietwaar?

 

©Elles Jansen, 17 juni 2013

 

Afspraakje

date

 

 

 

 

 

 

Felrood bloesje
strak spannend
rond haar volle
vormen
poetst ze haar
mooie witte tanden
Fris water
streelt haar tong
terwijl ze haar
mond spoelt

Zenuwen gieren door
haar lichaam
als ze een vleugje
verleidelijk parfum
achter de oren spuit

Nerveus pakt ze

handtas en sleutels
start de auto
op weg naar
haar afspraakje

Is het echt alweer
een halfjaar geleden
dat ze hem zag
haar tandarts

©Elles Jansen

Het beschreven blad

herfstblad

 

onverwacht
overvalt me
jouw geur
herinneringen
van een kind
dwarrelend
als herfstbladeren
in de wind
zo fier en sterk
wachters van
mijn jeugd
wuivende armen
wiegen me in slaap
brengen vreugd

 

fietsend draai
ik de oprit op
zie jullie daar staan
keurig in een rijtje
gehuld in groen
v
eegt hij jouw
bij elkaar
nerven met een
kartelrand
glippend door
zijn hand

 

tekenend voor
ons leven
ach waren jullie
nog maar hier
mijn lieve vader
en het blad
van de populier

 

©Elles Jansen

herfst 2012

 

Het regent harder dan ik hebben kan

regen

 

 

 

 

Voor mijn vader

Soms schijnt de zon
onverwacht
breken de stralen
door het wolkendek
huppel je opeens
door de straten
en kan je alles aan

Maar vandaag
drukt
een zware wolk

op mijn gemoed
donkere luchten
verduisteren
mijn 
zon
stilte voor de storm
onheilspellend
om wat er komen gaat

De telefoon rinkelt
opeens staat de wereld stil
Je bent niet meer
totale zonsverduistering


En het regent
harder
dan ik hebben kan

Een bonbon of twee

bonbons

 

 

 

 

 

Koud
knapperig aan de buitenkant
jouw dikke laag breekt

wanneer ik zacht
mijn tanden in je zet
Ik geniet
van dit ultieme gevoel
opwinding prikkelt
smaakpapillen op mijn tong
niet wetend of een
mierzoete vulling zal volgen
of juist zachte room
mijn gehemelte streelt

warmer
en toegankelijk zacht
blijven onweerstaanbare geuren
ontsnappen uit het doosje
lokkend voor nog
een verleidelijke beet
mijn hand sterker
dan de stem in mijn hoofd
cacao bitter en zwoel lokt

heet
als de buitenkant 

sneller knapt dan verwacht
de drank mijn keel in vloeit 
en onverwachts zalig
langs mijn kin druipt

als de buitenkant
sneller knapt dan verwacht

en de drank mijn keel invloeit
maar nu wel aan mijn kin

 

 ©Elles Jansen, juli 2012 

Een Meester in mijn keuken

kokWat schotel je een chef kok voor als hij komt eten?

 

Mijn zwager is chef kok en heeft een eigen restaurant, samen met mijn zus. Zij is gastvrouw en regisseur van hun toffe huiskamerrestaurant in ’t Ginneken in Breda. Deze rol is haar op het lijf geschreven. Op maandag zijn ze gesloten en komen ze soms bij ons thuis eten.

 

Ik vergeet nooit meer de eerste keer dat ze bij ons kwamen eten.

Nachtenlang lag ik wakker, schapen op me netvlies, niet om te tellen maar ze passeerden het menu. Samen met kalkoenen, kippen, kikkerbillen en nog veel meer. Wat moest ik in hemelsnaam koken voor een chef kok, leerling van Cas Spijkers?
Onze Jan kookt de sterren van de hemel. Schotelt mij de meest verrukkelijke toetjes voor van chocolade verleidingen. En dat niet alleen, als Jan staat te koken, is zijn keuken keurig opgeruimd. Bij mij is het altijd chaos in de keuken.

De  eerste keer dat ze kwamen eten,  ik spreek over 17 jaar geleden, had je nog geen kookprogramma’s op televisie waarin uitgebreid door Jamie, Nigella, Herman, Sergio en gooi er nog maar wat in de pan, voorgedaan wordt hoe je ogenschijnlijk gemakkelijk allerlei gerechten op tafel kunt toveren. Wat ook bemoedigend is -of is het jou nog niet opgevallen-  is dat in het hele rijtje, bijna geen beroemde vrouwelijke koks voorkomen?! Of zijn vrouwen gewoon te bescheiden en hoeven ze niet zo nodig hun kookkunsten op televisie te tonen?

Maar dat even terzijde. Zie het als een spoon, of bijgerechtje.

Nee, 17 jaar geleden, moest je het hebben van kookboeken. Ooit had ik van mijn baas een dik kookboek van de Franse topkok Paul Bocuse gekregen. “De nieuwe Franse Keuken.” Ik dook in de boekenkast. Gelukkig was het boek niet in een doos naar zolder verhuisd. Pff. Wanhopig bladerend ging ik op zoek naar een passend gerecht. “Truffelsoep, Coq au Vin gevolgd door Tarte Tartin?” mompel ik hardop aan de eetkamertafel.

Mijn man zag het allemaal eens aan en zei tegen me:  “Wat ben je aan het bekokstoven schat? Je kan nooit iets maken wat Jan zijn kookkunst zal overtreffen”. Zo, die kwam aan. Had ik een (rotte) tomaat in de buurt? Ik zou hem zonder aarzelen gegooid hebben.  Zijn opmerking gaf pas moed om verder te bladeren. Nou echt niet.

En waarom luisterde ik eigenlijk naar hem, hij die nog geen ei kan bakken? Hij die appelmoes over al zijn eten kiepert en Heinz Tomatenketchup in de koffer stopt als we op vakantie gaan.

HELP.

Maar hij had een punt. Zoals altijd. Zijn nuchtere woorden ontnuchterden mij meer dan eens en ik zette mijn gekwetste ego opzij. Ik ging bij mezelf te rade, ontleedde mijn probleem zoals de veren van een kip worden geplukt. Gedachten dwarrelden donzig in het rond.

Mijn lieve zwager heeft al op zoveel plekken gekookt, heeft al in zoveel restaurants gegeten. In sterrenrestaurants in Nederland maar ook daarbuiten. Hij reist op zondagochtend naar de markt in Parijs om inkopen te doen van allerlei speciale ingrediënten die hier in Nederland niet verkrijgbaar zijn.

Het kookwekkertje liep af in mijn hoofd en ik wist wat me te doen stond. Ik zou gewoon Hollandse pot te maken. Mijn eigen befaamde Preischotel, waar mijn man en ik met onze messen duelleren om de korst. En waarbij de ovenschaal in de loop der jaren steeds platter is geworden en groter in omtrek om maar zoveel mogelijk van deze overheerlijke krokante zoutige korst te creëren.

Ik ging naar de groenteboer en kocht anderhalve kilo prei en een zak bloemige aardappelen. Vervolgens haalde ik bij de slager 1 pond gekruid gehakt en een pakje gerookte spekreepjes en vers geraspte kaas. Alles van goede kwaliteit, niks van de supermarkt want er komt tenslotte niet iedere dag een chef kok eten, nietwaar?

Thuisgekomen aan de slag met het schillen van de aardappelen. Mijn vader zou zich omdraaien in zijn graf als hij zag hoe dik ik de aardappels van hun jas ontdeed. Ik sneed de Hollandse jongens n in kleine stukken en deed ze in een grote met water en zout gevulde pan. Op hoog vuur aan de kook.

Vervolgens liet in de gootsteen vol lopen met water en sneed ik de prei in ringen. Goed wassen want krakend zand tussen je tanden is voor niemand lekker.

Na twee wasbeurten ging de prei in een groenten stoompan op het vuur naast de patatten.

In een koekenpan bakte ik het gehakt rul, en in en andere pan de spekjes lekker krokant. Intussen was de oven aan het voorverwarmen op 180 graden.

Toen de aardappelen gaar waren maakte ik er puree van, niet te smeuïg want de prei moest er nog bij. Deze was gegaard in de stoompan wat er voor zorgde dat het water niet uit de prei liep (maar wel al in mijn mond). De prei werd door de puree geroerd en het geheel werd in de ovenschaal overgeheveld.
Daarna gehakt en spekjes toevoegen en door elkaar husselen. Het geheel bestrooien met de geraspte kaas en kruidenpaneermeel als toppertje erover. En hup de oven in voor ongeveer dertig minuutjes.

Ondertussen was de chaos groot in mijn keukentje. Opgestapelde pannen, vuile snijplank, aardappelschillen, boter, mixer teveel om op te noemen.

Snel alle pannen afwassen en als de sodemieter de tafel mooi dekken. Want het oog wil ook wat. Als voorgerechtje had ik meloen in bolletjes op een bedje van Ardennerham. Niks spectaculairs maar zo’n ovenschotel vult best wel en dit voorgerechtje had ik al in de koeling klaar staan sinds de ochtend. Ja, voorbereiding is zeer belangrijk. Mijn zwager noemt zoiets Mise en Place.

Vandaag de dag vraagt mijn zwager nog steeds om preischotel als ze komen eten. Ze komen niet vaak eten, maar dat ligt niet aan mijn kookkunst. Deze is inmiddels flink verbeterd dankzij vele tips van mijn lieve zwager voor het bakken van de perfecte biefstuk, scampi’s en nog veel meer.

Hierdoor heb ik plezier in koken gekregen en nodig regelmatig vrienden uit om te komen eten. Vrienden die eerst alleen lasagne en ovenschotels te eten kregen en die zich nu vol bewondering mijn drie-gangen menu’s laten smaken. Complimenten krijgen is voor iedere kok leuk, van Chef-kok tot hobbykok tot huisvrouwkok.
Het zijn de beste ingrediënten voor een super menu waarbij de innerlijke mens het hoofdgerecht vormt.

Bon appetit

©Elles Jansen

 

eTunes

eTunes

Slaapproblemen? eTunes!

 

“Voldoende slaap is belangrijk. De uren voor middernacht tellen dubbel”

Deze woorden werden er met de klok der regelmaat bij mij ingewreven door mijn moeder.
Zelf ging ze dan demonstratief ’s middags een dutje doen en moesten wij op onze tenen rondsluipen om haar niet wakker te maken.
Wat doe je dan als je zelf volwassen bent, moeder van twee kinderen en niet kan slapen? Eerst slaap je niet omdat de kinderen nog baby’s zijn en iedere vier uur om eten krijsen. Kapot kruip je terug in bed, geheel ontregeld zoals iemand die nachtdiensten draait.

Daarna worden ze groter en worden je nachten weer een beetje normaal. Tot die schatjes de leeftijd bereiken dat ze uit gaan.  En je naar bed gaat maar niet kunt slapen omdat de vogels gevlogen zijn en nog niet op het nest zijn teruggekeerd.
Soms val ik wel in slaap maar schrik dan ongerust wakker, mezelf dwingend om in bed te blijven liggen en niets steeds even te gaan checken. Want eenmaal uit bed, dan is het bekeken. Dan slaap ik de eerste uren echt niet meer.

En dan?  Dan komt het plasprobleem. Als je iets ouder wordt, zo eind veertig, moet je ’s nachts plassen.Opnieuw een reden om wakker te liggen. Zucht.  Eerst draai je snel om, gewoon proberen verder te slapen… maar een tiental minuten later geef je toch toe aan de druk en sukkel je uit bed. Met als gevolg daarna klaarwakker te zijn (ook al laat je het licht in de badkamer uit).

Of, (zeer herkenbaar?) wakker liggen van het piekeren. Wakker liggen en de uren voorbij zien gaan en dan de stem van je moeder horen: voldoende slaap is belangrijk! O God, ik MOET slapen. Dat werkt dus niet hé.

Wat doe ik dan? ik ga lezen. Help, het boek is echter zo spannend dat ik het niet weg kan leggen. Weer een halve nacht voorbij pff.

Maar ik heb De oplossing: mijn Ipod. Met drie afspeellijsten. Eentje voor overdag gevuld met heerlijke hippe muziek waar je stevig op kunt wandelen, dansend de strijk kunt doen en nog veel meer. Disco voor in de auto. En waar ik ’s nachts mijn afspeellijst “Easy Ellis” aanklik en dan na enkele nummers heerlijk weg droom en ’s ochtend wakker word met de oortjes op het kussen en een lege Ipod.

Geen slaappillen, geen yoga, gewoon eTunes van Easy Listening Elles. Slaap lekker!

© Elles Jansen

Om je te bescheuren

rokje (2)

Gedurende twintig jaar was ik directiesecretaresse in een algemeen ziekenhuis. Ik was nog jong en onervaren. Mijn baas was als een soort vader voor me. Hij rookte dikke sigaren achter zijn bureau. Dat kon toen nog. Ons kantoor lag aan de gouden gang. De helft van het ziekenhuispersoneel passeerde onze gang op weg naar het personeelsrestaurant.

Op een dag had ik een wit bloesje aan met een zwart-wit geruit rokje, compleet met zwarte stewardessenpumps. Dat was in de tijd van maatje 40 (lang geleden dus…) en ik had mijn pen op de grond laten vallen. Ik bukte om de balpen op te rapen en ‘krak’ zei mijn rokje. Het scheurde helemaal open, van de split tot en met de rits. En je raadt het zeker al, de rits zat niet aan de zijkant.

En ik stond, jawel, met mijn achterste richting de deur van ons kantoor. Die openstond. Onder lunchtijd. Precies op dat moment stapte de grootste charmeur onder de artsen ons kantoor binnen.

“Hulp nodig Moneypenny?” zei hij met diepe stem. Mijn wangen kleurden roder dan mijn lippenstift.

Hij had een afspraak bij mijn baas, dus er moest voor koffie gezorgd worden. Help!

De garderobekast bevond zich in het kantoor van mijn baas. Ik heb de deur opengedaan, dokter Charming voor me uit naar binnen laten lopen. Vervolgens ben ik met mijn rug tegen de kastenwand ook naar binnen geschoven tot ik met één hand de kast kon openen en vliegensvlug mijn regenjas eruit kon pakken. Ik schoot mijn jas en zei: “ik moet dringend weg maar zal eerst nog even koffie halen.”

Met een vette knipoog van dr. Charming die ons geheim goed bewaarde, ben ik over de gang gerend om koffie te halen. “We schenken zelf wel in, ga maar gauw,” redde dr. Charming mijn eer.

Nu moest ik ook daadwerkelijk weg. Ik had een afspraak met de kapper want ’s middags moest ik naar een receptie van mijn vorige werkgever in Delft. Volgens perfect timemanagement had ik mijn agenda zorgvuldig gepland. Iets te zorgvuldig. Er was geen tijd om eerst naar huis te gaan en mij kapotte rokje te verwisselen voor iets anders want dan kwam ik in tijdnood.

Dus, in de regenjas naar de kapper. Aangehouden bij de wastafel. Hillarisch natuurlijk. De kapper wilde wel zien wat ik onder mijn jas had. Angstvallig hield ik de panden van mijn jas bij elkaar, ik was toch geen potloodventer!

Het is me later duur komen te staan die reddingsactie van dokter Charming. Het was hem wel bevallen wat er onder het rokje zat. Hij heeft me wekenlang gestalkt op maandagavond na de vergaderingen van de medische staf die door mij werden genotuleerd. Hij parkeerde zijn vette auto gewoon voor de deur van mijn flatje. Raampje open en allerlei erotische toespelingen, in de hoop dat ik zou bezwijken voor zijn charmes en hem mee naar boven zou vragen…

Ten einde raad heb ik mijn baas in vertrouwen genomen en met een dikke sigaar in zijn mond liet hij dokter Charming bij zich komen. Als een echte Don Corleone redde hij de eer van zijn Familia.

 

©Elles Jansen / 30 november 2012 (uit Pareltjes)