Archives for november 2013

Onderaards – deel 10

grot

wat vooraf ging:

Dag 2, de groep is afgedaald in de grotten en opgesplitst in drie groepen. De groep van Saskia wordt afgesneden van de rest doordat Thom vast komt te zitten.

 

 

 

‘Heb je last van claustrofobie?’ vraagt Moniek.
‘Ja zeg ik’.
‘Waarom heb je dat niet van te voren aangegeven?’
‘Ik wilde geen spelbreker zijn en schaamde me ook’, antwoord ik bibberend.
Nu we stil zitten, dringt de vochtige kilte door tot op het bot.

Moniek zet de lamp op haar hoofd uit.
‘Even batterijen sparen’, zegt ze en ik volg haar voorbeeld.
Thom laat zijn lamp aan staan.
Waar blijft die gids nou, vraag ik me ongeduldig af.
‘Ik moet pissen’ zegt Moniek.
‘Nou, ik heb geen bordje WC gezien’ zegt Thom in een poging grappig te zijn.
Opgelucht zie ik een lichtbundeltje naderen.
‘Zo, ik ben er eindelijk’, zegt Guido. ‘Het duurde even voor ik groep 2 ingehaald had, die gingen blijkbaar voorspoediger dan wij.’
‘Wat nu?’ vraagt Moniek.
‘Stukje terug en dan via een andere gang’, antwoordt Guido.
‘Hoezo, gaan we niet terug naar de uitgang?’ vraag ik met een benauwd stemmetje.
‘We gaan wel naar de uitgang schat, maar niet terug naar de ingang,’ merkt Guido gevat op.
Hij koppelt het oude touw los en maakt ons vast aan een nieuw.
Ditmaal pakt hij mij als eerste, Moniek als tweede en Thom als laatste. Dat vind ik wel een beetje raar want wat als Thom opnieuw vast komt te zitten. Dan kan Guido hem toch niet helpen? Thom is wel de grootste en stevigste van ons clubje.

We gaan een stukje terug en pakken een andere gang. Hier kunnen we redelijk lopen. Een beetje gebogen, dat wel maar we hoeven niet te kruipen. Ik voel me weer wat beter en kan goed volgen.
Na een tijdje gaan we een andere gang in, hier wordt het al weer wat smaller en het plafond is ook lager.
In elkaar gedoken ploeteren we voort.
‘Kunnen we even stoppen?’ roept Moniek achter me.
‘Ik moet werkelijk nodig plassen.’
Guido roept dat ze nog even vol moet houden, we zijn zo in de volgende ruimte.
Even later kunnen we inderdaad even rechtop staan. Guido maakt de zekeringen los en loopt een eindje met Moniek een gang in om daarna terug te komen.
‘Moet jij ook nog?’ vraagt hij mij.
Eigenlijk niet maar wie weet hoe lang het duurt voordat zich opnieuw een gelegenheid voordoet.

Moniek komt terug, duidelijk opgelucht en ik loop dezelfde gang een stukje in. Opnieuw flikkert de lamp op mijn helm en als ik omhoog kom om mijn broek op te trekken valt het licht voorgoed uit. Het is pikkedonker. De paniek slaat direct toe. Moet ik nu naar links of naar rechts. Ik begin te gillen en ben blij als er een lichtbundel op me afkomt.
‘Wat is er? Ratten gezien?’ vraagt Guido lichtelijk spottend.
‘Nee mijn lamp is uitgevallen.’
‘Ach, de dame is bang in het donker,’ zegt hij smalend.
Wat een lul zeg. Zo hoort een gids zich toch niet te gedragen, denk ik verontwaardigd. Mijn angst is direct verdwenen en maakt plaats voor een ongekende woede.
‘Verwacht maar geen fooi op het einde,’ kaats ik terug.
We voegen ons weer bij Thom en Moniek.
Guido maakt opnieuw het touw vast en we vervolgen onze weg.
Het wordt opnieuw nauwer maar we hoeven gelukkig nog steeds niet op onze buik te crawlen.
Ik kijk op mijn horloge en zie dat het al bijna half één is. We moeten nu toch onderhand wel bij de uitgang zijn want het middagprogramma begint straks.
‘Zeg, is het nog ver?’ roept Moniek alsof ze over telepathische gaven beschikt.
‘Hoezo, moet je weer al pipi doen?’ vraagt Guido licht sarcastisch. Wat is dat toch met die gast?
‘Nee maar we zouden er toch ongeveer al moeten zijn hé. Anders zijn we te laat voor de lunch’.

‘Nog eventjes dames’.
We gaan weer een andere gang in. Wat een wirwar van gangen, als je hier zou verdwalen geraak je er nooit niet meer uit. Een nieuwe angstaanval domineert mijn handelen. Een brandend gevoel kruipt van mijn buik naar mijn slokdarm. Mijn oren beginnen opnieuw te suizen en ik word draaierig.
‘Saskia, hallo. Zeg eens iets. Hallo.’
Een hand slaat tegen mijn wang. Even weet ik totaal niet waar ik ben. Dan slaat de paniek weer toe. Ik voel een plens water in mijn gezicht en er wordt een plastic zakje tegen mijn mond geduwd.
Bezorgd kijkt Moniek me aan.
‘We moeten echt zo snel mogelijk naar buiten’ gebiedt ze de gids.
Dan zakt ze over me heen in elkaar. Mijn kreet wordt gesmoord in de mouw van haar vest.
Thom ligt ook al op de grond.

Vol afschuw kijk ik naar Guido die met de steel van een pikhouweel een klap op het achterhoofd van Moniek heeft gegeven. Bij Thom heeft hij waarschijnlijk de andere kant gebruikt want ik zie een donker stroompje naast zijn hoofd op de grond groter worden.
Dan wordt het zwart voor mijn ogen.

Als ik bijkom lig ik op mijn zij met mijn hoofd op een rugzak. Mijn handen zijn achter mijn rug vastgebonden en ook mijn voeten zitten aan elkaar. Naast me ligt Moniek. Haar ogen zijn nog gesloten. Ze ligt ook vastgebonden met een stuk touw. Thom is nergens te bekennen.
Er staat een olielamp op een richel. Zacht gesis van de vlam is hoorbaar. Verder is het ijzingwekkend stil.
Een deel van de muur gaat schuil achter een houten schot. De vloer waar we op liggen is ook van hout. Mijn tong voelt dik en ik kan amper slikken. Waar zijn we in godsnaam? Nog in de grot of ergens anders? Waar is Guido?
‘Moniek. Moniek’.
Geen reactie. Ik worstel me dichterbij en trap met beide voeten tegen haar benen.
‘Moniek’
Ze kreunt en opent haar ogen.

Onderaards – deel 9

grot
Dag 2
Op het programma van dag 2 staat een afdaling in de grotten …..

 

 

 

Na het ontbijt ga ik naar boven om mijn tanden te poetsen en nog een keertje naar het toilet te gaan.
Ik probeer mezelf rustig te krijgen met enkele ademhalingsoefeningen. En spreek mezelf toe dat wanneer het me echt te eng wordt, ik altijd op kan geven.
We stappen de bus in en na een klein kwartiertje zijn we al op de site.
Iedereen verzamelt zich rond de gids en luistert naar de aanwijzingen.
We starten met een tocht door de grotten en een stukje spelonkologie. Na de lunch gaan we abseilen.
De mannen reageren enthousiast. Mijn maag draait om.
We krijgen allemaal een helm met een lamp op. Mijnwerkers zijn er niks bij grap ik bij mezelf.
Verder moet iedereen een riem omdoen met diverse kliksystemen. ‘Dat is voor het deel waar wel slechts op handen en voeten doorheen kunnen kruipen’, legt de gids uit. ‘Dan worden we met een touw aan elkaar verbonden zodat niemand kwijt kan raken’.
Dat stelt me gerust, maar niet heus.

We begeven ons naar de ingang van de lift. We kunnen allemaal tegelijk in de ijzeren kooi. Ik voel me gevangen. Een claustrofobisch gevoel maakt zich van me meester.
De paniek neemt toe tot Kees mijn hand vastpakt.
‘Rustig ademhalen, adem in, adem uit’, bast zijn diepe stem.
Wij staan achterin de lift. ‘Kijk me eens aan?’
Ik kijk in zijn bruine geruststellende ogen.
‘Niet bang zijn, het komt goed. Blijf maar bij mij vandaag.’

Met een ruk komt de lift in beweging. We suizen omlaag, veel sneller dan ik had gedacht.
De gids vertelt dat de lift jarenlang mijnwerkers naar beneden heeft vervoert en dat deze oude grotten vroeger dienst deden als ertsmijn.
Met een ruk en veel gepiep komt de lift tot stilstand.
Een gelige gloed verlicht het gangenstelsel.
Hier is nog elektriciteit en die gedachte stelt met gerust.
We volgen de gids over de smalle paadjes en komen in de eerste zaal.
Hier volgt een uitleg over de verschillende lagen en het proces van uitholling door een waterstroompje.
We vervolgen onze weg en de gangen worden smaller. Steeds vaker moeten we bukken om ergens onderdoor te kunnen. We komen opnieuw in een open ruimte waar iedereen weer rechtop kan staan.
‘Dit is de laatste zaal waar nog elektriciteit aanwezig is’ zegt de gids.
‘We gaan nu verder naar het smalle deel. Nu komt het aan op teambuilding omdat sommige openingen zo smal zijn dat jullie elkaar moeten helpen met aanwijzingen en het aanpakken van elkaars spullen’.
Hij haalt een aantal touwen van zijn veiligheidsriem en maakt de eerste vier collega’s aan elkaar.
‘We maken drie groepen van vijf,’ zegt hij.
Tot mijn grote schrik zit ik niet bij Kees.
‘Ik wil bij Kees’ hoor ik mezelf zeggen.
‘Dat zal niet gaan mevrouw, ik heb een indeling gemaakt naar gewicht en ervaring.’
Mijn collega voegt zich zo bij ons voor groep 3, ikzelf neem groep 1 en Kees zal groep 2 begeleiden aangezien hij als scoutingleider ervaring heeft in spelonkologie.

Mijn groepje is dus groep 3 en bestaat uit Thom, Wouter, Evelien, Moniek en ikzelf.
‘Daar zal je Guido hebben’ zegt de gids en ik zie een snel naderend lampje bewegen.
Als een berggeit komt er een jongen aan. Hij heeft een donkere huid en nog donkerdere ogen. Een onaangename rilling kruipt over mijn rug en laten mijn nekharen overeind gaan staan.
Guido pakt ook een opgerold touw van zijn riem af en maakt de zekeringen vast aan die van ons.
Onze groep vertrekt als laatste. Ik sta gelukkig niet als achterste in het rijtje. Guido voorop, dan volgt Wouter, Evelien, Thom, ikzelf en tot slot Moniek.
We zetten de lampen aan op onze helm en verdwijnen de duisternis in. De schaduwen bewegen langs de muren en geven een spookachtig beeld.
Mijn hart bonkt zo luid dat ik denk dat de hele groep het wel kan horen.
De doorgang wordt steeds nauwer en gehurkt kruipen we achter elkaar aan.
Totdat kruipen niet meer gaat en we op onze buik moeten gaan liggen. Als een slang kronkelen we centimeter voor centimeter vooruit. Zweet druppelt langs mijn slapen. Hoewel de temperatuur koud is, heb ik het warm van de inspanning die geleverd moet worden om vooruit te komen.
Wat ben ik blij met mijn spijkerbroek. Ik moet er niet aan denken dat ik een katoenen broek aan zou hebben, die zou al lang opengescheurd zijn.
Plotseling zitten we vast. Thom kan niet verder. Hij zit klem. Ik krijg het Spaans benauwd en krijg bijna geen lucht.
Ik raak volledig in paniek.
‘Sas, hoor je me? Rustig ademhalen’. Ik voel Moniek aan mijn voeten trekken.
‘Kom schat, rustig ademhalen. We gaan terug naar achteren.’
Ik probeer me een beetje op te richten zodat ik mijn onderarmen kan gebruiken om af te zetten. Stukje voor stukje ga ik achteruit. Moniek spreekt bemoedigende woorden.
Thom komt ook achteruit. Hij is gelukkig losgeraakt.
We komen op een stuk waar we iets meer ruimte hebben. Mijn lamp flikkert en angstig vraag ik me af of de batterij nu al leeg kan zijn.
Thom kijkt ons aan en zegt dan we hier moeten wachten op Guido. Opeens besef ik dat wij maar met zijn drieën zijn. Hoe kan dat nu? We zaten toch allemaal aan elkaar vast?
Thom ziet me kijken naar het afgesneden stuk touw.
‘Ik heb me losgesneden van de rest’ legt hij uit. ‘Moest van Guido omdat ik vast zat. Guido brengt Wouter en Evelien naar de groep van Kees en komt dan terug.’
Ik begin te hyperventileren en Moniek geeft me razendsnel een plastic zakje.
‘Hier Sas, rustig ademhalen. Ja goed zo. Adem in, adem uit. Doe maar met mij mee.’
Haar rustige stem neemt me mee en na enige tijd verdwijnt het suizen uit mijn oren.
Thom biedt me een flesje water aan. Ik mijd zijn blik want voel me nog ongemakkelijk na gisteravond. Ook al was zijn stommiteit toe te schrijven aan zijn beschonken toestand, toch zit het me niet lekker dat hij me gevolgd was en me zo nodig moest betasten.

Daar zitten we dan.

Onderaards – deel 8

grotWat vooraf ging:

Thom heeft zich weer bij de groep gevoegd en gelukkig komt de ontspannen sfeer van het begin van de dag weer terug tijdens het overheerlijke diner. Het is tegen elf uur, tijd om naar bed te gaan

‘Verkeerde kamer Thom?’ hoor ik tot mijn opluchting Paul vragen.

De hand laat los en ik krijg ruimte. Vliegensvlug draai ik me om en kijk in de onpeilbare ogen van Paul.
Hij zal toch niet denken…
‘Nou, de dame was haar sleutel kwijt en ik hielp haar even zoeken’ zegt Thom met dubbele tong.
‘Het lukt wel hoor’, hoor ik mezelf piepen terwijl ik me weer omdraai en de sleutel in het slot stop. De deur gaat direct open, ik haast me naar binnen en roep over mijn schouder ‘Welterusten.’

Bevend leun ik tegen de deur aan. Wat zou er gebeurd zijn als Paul er op dat moment niet was aangekomen? En wat deed hij eigenlijk in ons deel van de gang? Zijn kamer zat toch helemaal aan de andere kant. Hoe was Thom zo snel achter me aan kunnen komen? Toen ik van tafel wegging, zat hij nog druk in gesprek.

Ik loop de badkamer in en haal de make-up van mijn gezicht, poets mijn tanden en trek mijn jurk en beha uit. Terug in de slaapkamer doe ik mijn pyjama aan en kruip onder het dekbed. Wat een dag. Ik doe het licht uit, had graag nog wat gelezen maar heb geen zin een gesprek als Moniek straks terugkomt.
Na wat een eeuwigheid lijkt, hoor ik de deur zachtjes opengaan. Een straal licht valt de kamer binnen.
‘Sas, ben je nog wakker?’ fluistert Moniek vragend.
Ik zwijg en blijf stil liggen.
Moniek zegt niets meer en beweegt zo zachtjes mogelijk door de kamer. Ik hoor haar het licht aandoen in de badkamer en het water stromen. Even later voel ik het bed naast me bewegen en na niet al te lange tijd hoor ik haar rustige ademhaling. Ze slaapt. Ik niet, ik lig nog uren wakker.

‘Wake me up, before you go go’. De stem van George Michael schelt door de kamer.
Moniek kreunt en zet het geluid af van haar mobiele telefoon.
Ze draait zich om en we kijken elkaar slaperig aan.
‘Goedemorgen’
‘Jij ook goedemorgen. Heb je lekker geslapen?’
‘Gaat wel, ik heb vannacht nog wel wakker gelegen’ zeg ik.
‘Wat vervelend voor je, toen ik gisterenavond binnenkwam was je anders in diepe slaap’.
‘Ja, ik was zo moe en niet gewend aan drank’.
‘Haha, van één glaasje champagne?’
Ik lach beschaamd. ‘Ja ik ben niks gewend’.
Moniek gooit het dekbed van zich af en komt overeind. Ze zwaait haar benen uit het bed en kreunt.
‘O mijn god. Wat ben ik stijf. Hoe kan dat nu, ik ga iedere week naar de sportschool.’ Mopperend strompelt ze naar de badkamer.
Een blik op mijn horloge laat zien dat het half acht is. Om half negen worden we aan het ontbijt verwacht. Om half tien vertrekt de bus. Om tien uur start het programma bij de grotten. De zenuwen gieren alweer door mijn lijf. Mijn darmen spelen op en de bekende buikkramp beneemt me even de adem. Vervelend toch dat het toilet zich altijd in de badkamer bevind in een hotel. Ik draai op mijn rechterzij en trek mijn knieën op, ondertussen zoveel mogelijk proberend aan iets anders te denken.
Gelukkig is Moniek snel klaar met douchen en als ze de kamer terug inloopt kom ik direct uit bed om de badkamer in te snellen.
Wat een opluchting dat ik naar de wc kan. Er staat een bus met luchtverfrisser op de vensterbank. Kwistig spuit ik erop los.
De douche is wederom heerlijk en even later sta ik opnieuw met mijn badlaken om mijn lijf geknoopt in de slaapkamer.
‘Déjà-vu?’ grap ik naar Moniek.
‘Nog bedankt collega, voor je reddingsactie van gisteren’.
Ze lacht. ‘Ja dat was een bak hé? Het beviel de baas overigens wel hoor wat hij zag. Hij heeft overduidelijk een oogje op je’.
Blozend kijk ik haar aan.
‘Is het zo duidelijk zichtbaar?’
‘Voor mij wel maar de anderen heb ik er nog niet over gehoord hoor’, zegt ze geruststellend.
‘Zo te zien laat het jou niet onberoerd’ plaagt ze.
‘Ik vind hem leuk’, geef ik toe.
‘Alleen maar leuk?’
‘Oké, ook sexy’, beken ik ruiterlijk.
We lachen en rommelen tussen onze outfit.
‘Wat trekken we vandaag aan? Ik twijfel tussen lange en korte broek’, zegt Moniek.
‘We kunnen beter een lange broek aantrekken en een t-shirt met een dikke trui erover. Het kan behoorlijk koud zijn hoor in de grotten.’
‘Daar kan je weleens gelijk in hebben’.

We trekken een spijkerbroek aan en een t-shirt en onze stevige schoenen. Moniek bindt haar krullen bijeen in een staartje en daarna pakken we ons vest en verlaten de kamer.
Beneden staat het ontbijt in buffetvorm opgesteld en we nemen plaats in de lichte serre. Het is echt een leuk hotel.
De geur van verse koffie en broodjes laat me watertanden en ik zie Brian en Evelien al met een bordje lekkernijen terug naar onze tafel lopen. We hoeven dus niet te wachten tot we compleet zijn en ik sta op om naar het buffet te lopen. Er is zoveel keuze.
Met een glas verse jus d’orange en een bordje salami, roerei en twee bruine pistolets loop ik terug naar tafel.
Inmiddels zijn ook Ellen, John, Wouter en Linda aangeschoven.
Iedereen heeft een lange broek aangetrokken zie ik.
Voor de zekerheid neem ik nog een imodium in en eet mijn broodjes op.

 

Onderaards – deel 7

grot

De eerste dag van de teambuilding zit erop. We zijn aangekomen in het hotel voor diner en eerste overnachting.

 

 

 

 

Ik sjok de trap op met mijn koffertje en heb moeite mijn zware benen op te tillen. Eigenlijk beschamend, zo’n slechte conditie, denk ik bij mezelf.

Moniek loopt voor me en haar normaal, kwieke bewegingen vertonen ook slow motion trekjes.
Boven aan de trap geeft een bordje aan dat we voor ons kamernummer naar rechts moeten. We hebben de laatste kamer op de smalle gang.
Moniek opent de deur en de gezellige inrichting geeft een positieve boost aan mijn humeur. Goedkeurend neem ik het interieur in me op. Het is een mengeling van nostalgie en modern comfort. Terwijl ik de box-spring uittest, loopt Moniek de badkamer in.
‘Heerlijk, een bad. Daar wil ik wel in, en jij?’
‘Ga jij maar eerst, ik probeer het bed wel even uit’
Moniek komt terug de kamer ingelopen. Ze gooit haar reistas op het rechter bed en maakt de ritssluiting open.
‘Ik weet niet hoe het met jou gesteld is, maar ik ben kapot’, zegt ze terwijl ze tussen haar spullen rommelt. Ze haalt er schoon ondergoed uit en een zomerjurkje en loopt naar de kledingkast. Ze pakt een kapstok uit de kast en hangt het jurkje op.
‘Even boven het stoom van het bad, dan verdwijnen de kreukels als sneeuw voor de zon zegt mijn zus altijd. Even kijken of ze gelijk krijgt.’
Ik voel mijn ogen al zwaar worden.
‘Half uurtje is dat goed voor jou?’ hoor ik Moniek nog vragen en ik mompel terug: ‘neem je tijd maar’.

‘Wakker worden slaapkop. Wil jij nog douchen? Ik vrees dat je geen tijd meer hebt voor een uitgebreid bad, we moeten over een klein half uurtje beneden zijn voor het diner’, zegt Moniek.
Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wrijf en me eens flink uitrek – au mijn spieren – zie ik de metamorfose die Moniek heeft ondergaan.
Haar blonde krullen omlijsten haar ronde gezicht, dat licht verkleurd is door de zonnestralen van vandaag. Het zomerjurkje past haar als gegoten en benadrukt haar slanke taille. Zorgvuldig aangebrachte oogschaduw en eyeliner geven haar blauwe ogen een subtiele, vrouwelijke maar toch ook natuurlijke look.
‘Je zus heeft gelijk gehad zie ik. Je kan niet zien dat je jurkje uit een sporttas komt.’
Moniek bekijkt zichzelf in de spiegel tegen de kastdeur. ‘Ja goed hé? Sandra reist veel en heeft vaak slimme tips’

Ik kom overeind en duik de badkamer in. Verrast kijk ik naar het moderne interieur. De grijsbruine, smalle tegeltjes tegen de wanden lijken wel blokjes gestapeld hout. Terwijl ik me uitkleed hoor ik Moniek praten en lachen. Waarschijnlijk belt ze met haar vriend. Tenminste, dat hoop ik toch want ik heb er niet aan gedacht om ondergoed en kleding mee de badkamer in te nemen.
Ik stap de douchecabine in en draai de kraan open. Een heerlijke stevige straal plenst neer op mijn stramme schouders en nek. Genietend blijf ik staan, armen langs mijn lichaam, ogen dicht. Het warme water ontspant mijn pijnlijke spieren. Na een vijftal minuten ga ik me toch maar inzepen, ik had zo wel uren kunnen blijven staan doch het gerammel in mijn maag brengt me bij mijn positieven.

Ik draai de douchekraan dicht en pak de dikke rulle handdoek van het rekje. Wat een heerlijk groot badlaken. Terwijl ik me afdroog hoor ik Moniek opnieuw lachen. Tot mijn schrik hoor ik een mannenstem. Help, wat nu?
Het badlaken is gelukkig groot genoeg om rond mijn lijf te wikkelen en even later sta ik dan op blote voeten en met natte haren terug in de kamer. Ik voel me naakter dan ooit als de ogen van Paul vluchtig over mijn lichaam glijden. Het schaamrood kleurt mijn wangen en mijn hart bonkt zo hard dat ik denk dat hij het kan horen.
‘Eh, ik had mijn kleding nog in de kamer liggen’, stamel ik.
‘Ik verwacht van mijn secretaresse dat ze vooruit denkt hoor’, zegt hij dubbelzinnig. Ik voel mijn wangen nog harder gloeien.
Moniek krijgt medelijden en zegt: ‘Kom Paul, laten wij vast naar beneden gaan. Dan kan Saskia zich aankleden.’
‘We zien je zo oké?’
Dankbaar glimlach ik naar haar en loop op mijn trolley af.
‘Niet te lang dralen voor de spiegel hé, Saskia? Ik verga namelijk van de honger’, zegt Paul terwijl hij me veelbetekenend aankijkt.
‘Gaan jullie nu maar, dan kan ik opschieten’, antwoord ik terwijl ik de sloten van mijn koffertje open klik.
‘Tot zo’.
‘Ja tot zo’.
Ze lopen de deur uit en Moniek piept nog even haar hoofd terug om de deur en steekt haar duim op. Ik lach terug.

Met een snelle beweging rits ik het linker deel van het opengeklapte koffertje open en haal er mijn zorgvuldig opgevouwen jurk uit. De tricot stof heeft als voordeel dat er geen kreukels of vouwen in zitten. Snel vis ik een beha met bijpassend boxertje uit de andere helft van de koffer en trek dit aan. Het jurkje glijdt over mijn hoofd en valt soepel naar beneden. Ik controleer in de spiegel of mijn onderbroek niet tekent en constateer goedkeurend dat het advies van de verkoopster geen verkooptruck blijkt te zijn.
Snel schiet ik mijn pumps aan en strijk met mijn vingers door mijn haren. Zo goed als droog.
Met mijn toilettas in mijn handen loop ik terug de badkamer in en breng wat mascara aan en dep met een sponsje wat compact poeder op mijn voorhoofd, neus en kin. Daarna even met de kwast erover.
Een beetje wax in mijn haren en tevreden kijk ik naar mijn spiegelbeeld. Er gaat niets boven de natuurlijke kleuring van zonlicht op je gezicht.

Ik gris op de valreep een vestje uit mijn koffer en pak de sleutel van de kamer van het nachtkastje. Shit, ik heb geen handtasje meegenomen. Ik de sleutel aan de voorkant in mijn beha en grinnik in mezelf.

Als ik beneden kom zegt een serveerster dat mijn collega’s buiten zijn. Ik loop de serre door en kom in een grote achtertuin met een gezellig terras. Achter in de tuin staat een trampoline en houten speeltoestel waar enkele kinderen spelen. Mijn collega’s staan aan de oever van het riviertje met een glas champagne in de hand. Mijn ogen glijden over het gezelschap en ik zie Thom staan. Hij staat een paar meter van de rest vandaan te praten met Paul. Zijn handen gebaren druk en uit zijn gezichtsuitdrukkingen maak ik op dat hij probeert uit te leggen wat er gebeurd is die middag. Paul maakt sussende bewegingen en legt een hand op de arm van Thom.
Ik loop zo elegant mogelijk met mijn punthakken over het gras, wat niet meevalt.
Een ober komt aangelopen met een dienblad en biedt me champagne aan. Ik drink eigenlijk nooit maar wil niet kinderachtig overkomen door water te vragen en pak dus een glas met gouden bubbeltjes.
‘Oké mensen, we zijn compleet. Graag wil ik een toast uitbrengen op Pepper en op de nieuwkomers in het bijzonder.’ Paul heft zijn glas.
‘Op Pepper’
‘Op Pepper’, roept iedereen in koor.

Kees geeft tips aan een paar kinderen die een dam proberen te bouwen in het water.
Evelien en Kelly bemoeien zich er mee maar Kees dient hun van repliek en roept: ‘Dames, wie heeft er hier bij de scouting gezeten?’
Na enkele verplaatsingen van de stenen blijkt dat hij gelijk krijgt en stroomt het water van de rivier een andere kant op. De kinderen juichen opgewonden en roepen hun vader om te komen kijken.
De ober komt weer aangelopen en zegt dat het voorgerecht geserveerd zal worden.
We lopen terug naar het terras. Daar staat een lange tafel gedekt en we nemen plaats op de houten stoeltjes.
Ik zit tegenover Paul en tussen Brian en John. Paul zit tussen Linda en Ellen.
Karin zit helemaal rechts, op het uiteinde terwijl Thom helemaal links zit aan dezelfde zijde. Strategische opstelling, denk ik bij mezelf, zo hoeven ze elkaar niet aan te kijken.
Natuurlijk wordt er even teruggeblikt op de kanotechnieken maar al snel gaat het gesprek over Pepper. Anekdotes van de begin periode vliegen over tafel, en dan met name de blunders die gemaakt zijn. Er wordt hartelijk gelachen en opgelucht stel ik vast dat de sfeer weer terug ontspannen is.

Het voorgerecht smaakt voortreffelijk, een frisse salade met gebakken kip, uitgebakken spekjes en verse ananas. Ik voel me een beetje licht in het hoofd door de champagne en schenk mijn waterglas nog eens vol.
Het hoofdgerecht volgt. Op de huid gebakken zalm op een bedje van tagliatelle en groente uit de wok. Wat een verwennerij.
Ik probeer zoveel mogelijk met Brian te praten over zijn tweeling en zijn vrouw en niet te veel naar Paul te kijken. Zijn donkere blik spreekt boekdelen en ik hoop maar dat het de anderen niet opvalt. Opeens voel ik iets zachts langs mijn been strijken en ik verslik me als ik een kreet probeer te onderdrukken.
Brian klopt op mijn rug: ‘Oei, gaat het?’
Ik neem enkele slokken water en haal eens diep adem.
Paul lacht geamuseerd en speelt de grote onschuld. Het waren nochtans wel zijn voeten die ik langs mijn benen voelde glijden. Ik weet het zeker.
Het gelach wordt steeds sterker, de wijn mist zijn uitwerking niet.
Tegen elf uur staat Kees als eerste op. ‘Sorry mensen, maar morgen wordt een heftige dag met klimmen. Ik ga mijn bed opzoeken.’
Kelly en Karin staan ook op en ik volg hun voorbeeld. Moniek maakt nog geen aanstalten, ze is druk in gesprek met Wouter en Evelien.
Ik loop de serre in en volg de anderen naar de trap. De stemmen zijn gedempt in verband met ander gasten. We fluisteren ‘welterusten’ en ik vervolg mijn weg naar het einde van de gang. Net wanneer ik mijn sleutel uit mijn beha wil vissen voel ik een warme adem in mijn nek. Een hand sluit zich over de mijne en omsluit mijn borst.
‘Hulp nodig?’
Ik snak naar adem en wil me omdraaien maar sta klem tussen de deur en het mannenlichaam achter me.

Onderaards – deel 6

grot

wat vooraf ging: Op dag 1 staat een kanotocht op het programma, na de lunch krijgen Thom en Karin ruzie en hun kano slaat om. Na een korte pauze wordt de tocht hervat… maar dan blijkt Thom verdwenen te zijn…

De kano’s glijden terug het kabbelende water in. De sfeer is gelaten. Ik mis Thom niet maar vind het toch ook maar niks dat het team niet compleet is. Het is tenslotte een teambuildingsuitje.
We blijven nu als groep bij elkaar. De rivaliteit onderling is verdwenen. Gestaag gaan de peddels in en uit het water. Wat dat betreft zijn we even één team. Het raakt me dat iedereen toch aangeslagen is door wat er is voorgevallen.

Mijn handen doen zeer, ik heb blaren. Karin zit voorin en aan haar opgetrokken schouders zie ik dat zij ook vanuit haar tenen inspanning levert om deze laatste kilometers te volbrengen.
Eindelijk zien we een groot aantal kano’s op de oever liggen. Mannen met het logo van Adventure World stapelen de lege kajaks op de daartoe bestemde aanhangwagens met ijzeren rekken. Er kunnen wel twintig kano’s op.
Ik zie onze bus al staan en hoop dat het niet ver rijden is naar ons hotel. Het verlangen om onder een lekker harde, warme douchestraal te staan is enorm, maar strijdt met de behoefte van mijn vermoeide lichaam om even op bed te gaan liggen en een uurtje te slapen.
‘O, ik ben kapot’, zucht Moniek terwijl ze in de stoel naast mij aan de andere kant van het gangpad ploft.
‘Anders ik wel’, zegt Kelly die naast haar gaat zitten. “Het lijkt zo simpel, maar dat viel toch vies tegen.’
‘Wat een gedoe hè, met Thom?’
‘Het blijft gewoon een klein kind. Als hij even niet alle aandacht krijgt dan gaat hij klieren’, beaamt Kelly.
‘Dat was toch één van de redenen van Paul om een teambuilding te organiseren’, zegt Moniek.
Nu word ik toch wel een beetje nieuwsgierig maar wil dit niet laten merken.
Ik was er namelijk van uitgegaan dat de teambuilding bedoeld was om elkaar beter te leren kennen omdat er onlangs een aantal nieuwe mensen was aangenomen. In een bedrijf dat valt of staat met creativiteit is een goede sfeer belangrijk. Dat komt het proces van het ontwikkelen van ideeën ten goede.
En aangezien Thom en Paul compagnons zijn, had ik niet het flauwste vermoeden dat Thom niet zo goed lag in de groep.

‘Thom is…’
‘Ssst’
Op dat moment stapt Karin de bus in, op de voet gevolgd door Paul. Ik zie aan haar rode ogen dat ze gehuild heeft. Als onze ogen elkaar kruisen, slaat ze haar blik neer en buigt haar hoofd een beetje waardoor haar losse haren voor haar gezicht vallen. Ze draait direct naar links en gaat op een tweepersoon plaats zitten waar Paul naast haar plaats neemt.
Hun hoofden buigen zich naar elkaar en ik voel een rare steek in mijn buik.
Vermanend spreek ik mezelf in stilte toe. Wel erg ongepast om nu jaloers te zijn. Als afleiding kijk ik naar buiten en sluit mezelf af voor wat er in de bus gebeurt. Buiten meren nog meer kano’s aan. Alleen van kanoverhuurbedrijven. De meesten mensen stappen lachend uit maar de vermoeidheid is uit hun stramme lichaamsbewegingen duidelijk af te leiden.

Iedereen is blijkbaar al ingestapt want de deuren van de bus worden gesloten en de bus trilt onder het starten van de zware dieselmotor. Het is een beetje langs me heen gegaan.
Ik sluit mijn ogen, heb geen zin om deel te nemen aan de geforceerde gesprekken die gevoerd worden om de sfeer enigszins om te buigen. Als mijn naam valt, doe ik net alsof ik slaap.
De vermoeidheid slaat toe. Ik ben werkelijk even weggedommeld want ik word zachtjes wakkergeschut door Evelien.
“Wakker worden Doornroosje, we zijn bij het hotel.”
Stijf kom ik overeind, mijn hele lijf doet zeer. Dat belooft wat voor morgen.
Met stramme benen ga ik het trapje af. Waarom zijn de treden in zo’n bus altijd zo hoog?
Ik sluit aan bij de anderen die bij de receptie op hun sleutel wachten. De receptioniste noemt onze achternamen en ik ben opgelucht als ik hoor dat ik een kamer deel met Moniek.