wat vooraf ging:
Dag 2, de groep is afgedaald in de grotten en opgesplitst in drie groepen. De groep van Saskia wordt afgesneden van de rest doordat Thom vast komt te zitten.
‘Heb je last van claustrofobie?’ vraagt Moniek.
‘Ja zeg ik’.
‘Waarom heb je dat niet van te voren aangegeven?’
‘Ik wilde geen spelbreker zijn en schaamde me ook’, antwoord ik bibberend.
Nu we stil zitten, dringt de vochtige kilte door tot op het bot.
Moniek zet de lamp op haar hoofd uit.
‘Even batterijen sparen’, zegt ze en ik volg haar voorbeeld.
Thom laat zijn lamp aan staan.
Waar blijft die gids nou, vraag ik me ongeduldig af.
‘Ik moet pissen’ zegt Moniek.
‘Nou, ik heb geen bordje WC gezien’ zegt Thom in een poging grappig te zijn.
Opgelucht zie ik een lichtbundeltje naderen.
‘Zo, ik ben er eindelijk’, zegt Guido. ‘Het duurde even voor ik groep 2 ingehaald had, die gingen blijkbaar voorspoediger dan wij.’
‘Wat nu?’ vraagt Moniek.
‘Stukje terug en dan via een andere gang’, antwoordt Guido.
‘Hoezo, gaan we niet terug naar de uitgang?’ vraag ik met een benauwd stemmetje.
‘We gaan wel naar de uitgang schat, maar niet terug naar de ingang,’ merkt Guido gevat op.
Hij koppelt het oude touw los en maakt ons vast aan een nieuw.
Ditmaal pakt hij mij als eerste, Moniek als tweede en Thom als laatste. Dat vind ik wel een beetje raar want wat als Thom opnieuw vast komt te zitten. Dan kan Guido hem toch niet helpen? Thom is wel de grootste en stevigste van ons clubje.
We gaan een stukje terug en pakken een andere gang. Hier kunnen we redelijk lopen. Een beetje gebogen, dat wel maar we hoeven niet te kruipen. Ik voel me weer wat beter en kan goed volgen.
Na een tijdje gaan we een andere gang in, hier wordt het al weer wat smaller en het plafond is ook lager.
In elkaar gedoken ploeteren we voort.
‘Kunnen we even stoppen?’ roept Moniek achter me.
‘Ik moet werkelijk nodig plassen.’
Guido roept dat ze nog even vol moet houden, we zijn zo in de volgende ruimte.
Even later kunnen we inderdaad even rechtop staan. Guido maakt de zekeringen los en loopt een eindje met Moniek een gang in om daarna terug te komen.
‘Moet jij ook nog?’ vraagt hij mij.
Eigenlijk niet maar wie weet hoe lang het duurt voordat zich opnieuw een gelegenheid voordoet.
Moniek komt terug, duidelijk opgelucht en ik loop dezelfde gang een stukje in. Opnieuw flikkert de lamp op mijn helm en als ik omhoog kom om mijn broek op te trekken valt het licht voorgoed uit. Het is pikkedonker. De paniek slaat direct toe. Moet ik nu naar links of naar rechts. Ik begin te gillen en ben blij als er een lichtbundel op me afkomt.
‘Wat is er? Ratten gezien?’ vraagt Guido lichtelijk spottend.
‘Nee mijn lamp is uitgevallen.’
‘Ach, de dame is bang in het donker,’ zegt hij smalend.
Wat een lul zeg. Zo hoort een gids zich toch niet te gedragen, denk ik verontwaardigd. Mijn angst is direct verdwenen en maakt plaats voor een ongekende woede.
‘Verwacht maar geen fooi op het einde,’ kaats ik terug.
We voegen ons weer bij Thom en Moniek.
Guido maakt opnieuw het touw vast en we vervolgen onze weg.
Het wordt opnieuw nauwer maar we hoeven gelukkig nog steeds niet op onze buik te crawlen.
Ik kijk op mijn horloge en zie dat het al bijna half één is. We moeten nu toch onderhand wel bij de uitgang zijn want het middagprogramma begint straks.
‘Zeg, is het nog ver?’ roept Moniek alsof ze over telepathische gaven beschikt.
‘Hoezo, moet je weer al pipi doen?’ vraagt Guido licht sarcastisch. Wat is dat toch met die gast?
‘Nee maar we zouden er toch ongeveer al moeten zijn hé. Anders zijn we te laat voor de lunch’.
‘Nog eventjes dames’.
We gaan weer een andere gang in. Wat een wirwar van gangen, als je hier zou verdwalen geraak je er nooit niet meer uit. Een nieuwe angstaanval domineert mijn handelen. Een brandend gevoel kruipt van mijn buik naar mijn slokdarm. Mijn oren beginnen opnieuw te suizen en ik word draaierig.
‘Saskia, hallo. Zeg eens iets. Hallo.’
Een hand slaat tegen mijn wang. Even weet ik totaal niet waar ik ben. Dan slaat de paniek weer toe. Ik voel een plens water in mijn gezicht en er wordt een plastic zakje tegen mijn mond geduwd.
Bezorgd kijkt Moniek me aan.
‘We moeten echt zo snel mogelijk naar buiten’ gebiedt ze de gids.
Dan zakt ze over me heen in elkaar. Mijn kreet wordt gesmoord in de mouw van haar vest.
Thom ligt ook al op de grond.
Vol afschuw kijk ik naar Guido die met de steel van een pikhouweel een klap op het achterhoofd van Moniek heeft gegeven. Bij Thom heeft hij waarschijnlijk de andere kant gebruikt want ik zie een donker stroompje naast zijn hoofd op de grond groter worden.
Dan wordt het zwart voor mijn ogen.
Als ik bijkom lig ik op mijn zij met mijn hoofd op een rugzak. Mijn handen zijn achter mijn rug vastgebonden en ook mijn voeten zitten aan elkaar. Naast me ligt Moniek. Haar ogen zijn nog gesloten. Ze ligt ook vastgebonden met een stuk touw. Thom is nergens te bekennen.
Er staat een olielamp op een richel. Zacht gesis van de vlam is hoorbaar. Verder is het ijzingwekkend stil.
Een deel van de muur gaat schuil achter een houten schot. De vloer waar we op liggen is ook van hout. Mijn tong voelt dik en ik kan amper slikken. Waar zijn we in godsnaam? Nog in de grot of ergens anders? Waar is Guido?
‘Moniek. Moniek’.
Geen reactie. Ik worstel me dichterbij en trap met beide voeten tegen haar benen.
‘Moniek’
Ze kreunt en opent haar ogen.
Recente reacties
Archieven