Geen Kerst- maar Oudejaarsverhaal…
Anne zette de zware boodschappentassen even op de grond. Ze balde haar gevoelloze vingers tot een vuist en vervloekte de hufter die haar fiets had gestolen. Ze kon het nog altijd niet geloven. Ze was de winkel uitgelopen naar haar fiets en vond alleen nog het kettingslot rond de paal waar ze eerder die ochtend haar nieuwe Batavus aan had vastgelegd. De zware stalen schakelketting lag op de grond, opengeknipt. Het hangslot was nog gewoon dicht. Op klaarlichte dag had gewoon iemand met een betonschaar dat fietsslot opengeknipt en niemand had alarm geslagen. De fiets was nog maar een maand oud. Ze had hem gekocht met de fietsregeling via haar werk. Sinds de scheiding had ze geen auto meer, die was van haar ex. Dat zij iedere dag de kinderen naar school moest brengen terwijl hij met de trein naar zijn werk ging, boeide hem niet. Hij gunde haar de auto gewoonweg niet.
Een koude windvlaag bracht Anne weer terug op het winkelcentrum. Ze bukte zich om de volle Albert Hein tassen weer op te tillen. De flessen Cola en Kidibul kinderchampagne wogen behoorlijk door. Maar ja, wie had kunnen weten dat ze te voet naar huis moest lopen. Die tassen aan het fietsstuur was nog te doen geweest. Anne schrok op van een harde knal en keek naar rechts waar het geluid vandaan leek te komen. Een groepje jongeren was al rotjes aan het afsteken. Ze hadden hun rugzakken bij elkaar gegooid en stonden in een steegje tussen twee stenen muren waar de echo goed bleef hangen. Ze hadden zoveel vuurwerk dat het om middernacht nog niet op zou zijn.
Anne stopte bij de oliebollenkraam. Er stond een lange rij maar dat vond ze niet zo erg. Zo kon ze nog even rusten. Het was ook stom geweest om haar mobiele telefoon thuis te laten. Anders had ze een vriendin kunnen bellen om haar te komen ophalen. De kinderen waren bij Johan maar zouden tegen zessen naar haar komen om samen oudjaar te vieren. Johan ging stappen, dat was haar geluk want het was eigenlijk niet haar weekend.
De wachtende mensen stonden te mopperen dat het zo lang duurde. Anne stoorde zich eraan. Een eindje verderop zat een oude man te bedelen. En hier stond iedereen in warme merkkleding en op Uggs of andere duur uitziende laarzen te zeuren omdat ze moesten wachten op vers gebakken oliebollen. Ze moesten zich schamen. Anne hoorde het gesprek aan tussen twee vrouwen over de hockey en geroddel over moeders van andere teamgenoten van hun ‘perfecte dochters’. De rij ging langzaam vooruit en toen Anne aan de beurt was, werd er net een verse, warme lading oliebollen uit het vet geschept en op de serveerbladen achter de glazen vitrine gerold. Het water liep haar in de mond. Ze bestelde vijf gewone, vijf met krenten en vijf appelbeignets. En toen ze afrekenende nam ze in een opwelling nog een zak van vijf met extra suiker. Ze legde de zakken voorzichtig bovenop de boodschappen en pakte de zware tassen op. Toen liep ze naar de bedelaar. Ze zette de tassen neer en haalde er de zak met vijf oliebollen uit.
De man keek op en keek recht in haar ogen. Ze schrok een beetje van zijn directe blik. Er was geen schaamte te bespeuren, maar meer een beetje ongeloof en hoop.
“Kijk eens meneer, heeft u misschien zin in een lekkere warme oliebol?” Ze frommelde de zak open en hield hem voor. De man stak zijn hand uit die in de zak verdween.
“Dank u wel mevrouw, wat een mooi gebaar van u.” Hij bracht de heerlijk geurende oliebol dicht bij zijn neus, snoof diep en nam een hap. Het poedersuiker viel op zijn baard en het viel Anne op dat hij er eigenlijk niet zo smerig uitzag. Zijn jas was kapot en ook in zijn spijkerbroek zaten scheuren maar hij stonk niet. Zijn tanden zagen er vreemd genoeg verzorgd uit. Het was maar een vreemde snuiter. Hij had de oliebol erg snel verorberd en Anne bood hem de zak aan.
“Hier de rest is ook voor u, ik ga verder want de kinderen komen zo thuis van hun vader.”
Ze voelde in haar jaszak en vond er nog wat los geld wat ze in de pet gooide die op de grond lag.
“Ik hoop voor u dat 2014 beter mag beginnen dan dat 2013 eindigt,” zei ze.
Op het moment dat ze enigszins beschaamd de overvolle boodschappentassen op wilde pakken stond hij op.
“Mevrouw, sta me toe. Ik loop met u naar de auto met die zware tassen.”
“Dank u vriendelijk, maar dat is echt niet nodig.”
“Ik sta erop. De ene dienst is de andere waard.”
“Ik heb geen auto, ik moet te voet naar huis. Mijn fiets is zojuist gestolen. Voor mij eindigt 2013 ook niet zoals ik gedacht had maar het lot is soms niet in onze hand.” De vreemde zwerver had de tassen al opgepakt en Anne voelde zich vreselijk opgelaten. Ze wilde die vent echt niet naar haar flat leiden. Wie weet van hij van plan was. Hij voelde haar aarzeling en zette de tassen weer op de grond.
“Luister” zei hij. “Dit is niet wat ik ben. Niets is zoals het lijkt. U kunt me echt vertrouwen. Ik loop me u mee tot een straat van uw huis. Dan verdwijn ik weer maar hoeft u niet alleen met die zware tassen te sjouwen.”
Hij pakte de ene tas in zijn hand en samen pakten ze de tas met de zware flessen op. Ze staken het plein van het drukke winkelcentrum over en Anne voelde dat mensen naar hen keken. “Woont u ver hier vandaan?”
“Nee, valt gelukkig wel mee. Hier oversteken en dan richting het parkje”. Anne maakte met haar hoofd een knikkende beweging naar rechts. Het stoplicht sprong al op groen dus ze konden gelijk de drukke weg oversteken. Ze durfde niet te vragen waar hij vandaan kwam en of hij wel een dak boven zijn hoofd had. Ze dacht van wel want hij had geen tas of iets dergelijks bij zich wat ze bij andere zwervers wel eens gezien had. Zoals die man laatst in Amsterdam met zijn winkelkarretje vol rommel. Ze naderden het parkje en Anne zei: “Nou dank u meneer, ik ben er bijna. Vanaf hier lukt het me zelf wel weer”. De man zette de ene tas op de grond en ze lieten de andere tas ook maar even zakken.
“Ik heet Simon en ben geen zwerver. Ik ben ook niet dakloos. Ik heb vandaag de rol van mijn leven gespeeld. Ongeveer een half jaar geleden heb ik de loterij gewonnen. Ik ben zo rijk dat ik nooit meer hoef te werken. Opeens wil iedereen mijn vriend of vriendin zijn. Maar iedereen is eigenlijk alleen maar op mijn geld uit. Ik ben eenzamer dan ooit.”
Anne was met stomheid geslagen en zakte neer op het houten bankje waar ze stil waren blijven staan.“Ik heb oude kleding aangetrokken en mijn baard enkele weken laten staan en ben in diverse wijken in de stad gaan zitten bedelen. En weet je wat me opgevallen is? Dat in de armere buurt mensen sneller medelijden tonen en wat van hun spaarzame centjes afstaan. Heel wat anders dan hier in deze nieuwbouwbuurt. U bent vandaag de eerste die een vriendelijk gebaar maakte en wat voor een gebaar! En daarom beste mevrouw, heeft u vandaag ook een lot uit de loterij gewonnen”. Hij stak zijn hand in zijn zak en haalde er een dikke envelop uit.
“Alstublieft, ik denk dat u hier wel een nieuwe fiets voor kunt kopen, en een heel gelukkig nieuwjaar. Soms is het lot ook u gunstig gezind.” De man draaide zich om en liep weg.
Recente reacties
Archieven