
Dit verhaal is fictie. Elke overeenkomst met bestaande personen en/of organisaties berust op toeval.
Het is een eindopdracht van de schrijfcursus Gevorderden van Schrijfatelier Alicia.
Met dank aan mijn geweldige lerares Alicia Kok.
Een secretaresse krijgt haar ontslag en samen met haar voorgangsters beraamt zij een plan op wraak.
De ruitenwissers gaan gestaag heen en weer. De cadans is hypnotiserend. De lucht in mijn achteruitkijkspiegel is donkergrijs, bijna zwart. De lichten van de achtervolgende auto’s steken fel af tegen deze onheilspellende achtergrond. Ik richt mijn blik weer op de weg voor me. De witte middenstrepen rijgen zich aaneen. Uit de boxen komt filmmuziek en de strijkers zwellen aan. De ruitenwissers versnellen als ik een vrachtwagen inhaal. Even zie ik niks door de enorme waterhoos die de grote wielen naast me veroorzaken. In een reflex laat ik het gaspedaal los om daarna onmiddellijk gas bij te geven, wetend dat ik dan sneller weer normaal zicht zal hebben. Mijn hart bonkt. Ik ben er voorbij. Wat een slechte weg.
De ruitenwissers gaan weer terug in het vorige ritme. Heen en weer, heen en weer, heen en weer. De muziek heeft zich ook aangepast. Alles is zo grijs. Zo somber, ik voel hoe de triestheid bezit van me neemt. Bijna een jaar rijd ik deze weg nu. Een uur heen en een uur terug. Ik heb er geen hekel aan. Integendeel. De wisselende seizoenen, de opkomende zon. De dauw op de weilanden. Het voorjaar, de zomer. Maar deze winter, deze winter is zo verrekte grijs. Nog maar een paar we en dan rijd ik deze dagelijkse rit niet meer. Dan is mijn contract ten einde.
Ik had nooit kunnen bedenken dat het niet verlengd zou worden. En hoewel ik zelf onlangs het besluit had genomen om op zoek te gaan naar wat anders, overviel het me vorige week toch wel dat Herman mij te kennen gaf dat ik niet de super-
secretaresse was die hij zocht. Mijn functioneringsgesprek was goed. Een jaar lang heb ik alle vernederingen van hem geslikt. Niks was goed maar dat is niet alleen bij mij zo; hij gaat tegen alle collega’s zo tekeer. Ik ben zijn zoveelste secretaresse: mijn voorgangsters zijn ziek geworden, overspannen geraakt, zelf opgestapt of binnen enkele weken, maanden door hem ontslagen. Niemand had het zo lang volgehouden als ik, elf maanden nu. ik had zelfs opslag gekregen. Nee, ik heb het echt niet zien aankomen.
Mijn lieve collega Vera heeft ook voor hem gewerkt. Na enkele maanden heeft ze intern gesolliciteerd voor een andere functie. Onder het mom van ‘daar kreeg ik een vast contract’, maar inmiddels weet ik wel beter. Ze werd er ook ziek van om voor Herman te werken. Haar enorme humor heeft me het afgelopen jaar geholpen om niet op te geven. Om iedere dag toch met plezier naar mijn werk te rijden. Als Herman het kantoor verliet, stuurde ik een mail rond: “Elvis has left the building”. Dan gingen alle deuren open en klonk er weer gelach door de gangen. Als hij in huis is, is de sfeer om te snijden. Een groot deel van het personeel zorgt ervoor dat ze een deel van de week op andere locaties kunnen werken om maar niet te veel bij hem in de buurt te zijn.
Mijn gedachten worden steeds zwartgalliger; ik zwelg in zelfmedelijden. Ik baal er enorm van dat het hem gelukt is in deze laatste weken om mijn zelfvertrouwen te laten verschrompelen als een aardappel. Hoe stoer heb ik niet maanden lang grapjes lopen maken op kantoor. Zoals die keer dat ik fakete dat de telefoonverbinding slecht was toen hij weer eens zo tekeer ging door de telefoon. “Herman? Herman, ik hoor je niet goed. Hoor je mij? Herman?” en ik gooide de hoorn erop. Lul. Mijn collega’s keken tegen me op door deze brutale zet.
En nu zie ik iedereen vol medelijden naar me kijken als hij weer eens tegen me tekeer is gegaan en ik met hangende schouders door de gang loop. Niemand is opgewassen tegen de terreur van deze man. Ze schijten in hun broek. Wat zou het toch heerlijk zijn als we verlost waren van die klootzak.
Ik draai het parkeerterrein op. Geschrokken realiseer ik me dat ik me de laatste twintig kilometer helemaal niet kan herinneren. Ik ben gewoon op de automatische piloot hier geraakt. Met de tag open ik de voordeur van het kantoorgebouw en loop linea recta naar het kantoor van Sabrina.
“Jeetje meid, wat zie jij eruit. Heb je onderweg soms een spook gezien? “Hij moet eraan, Sabrina. En jij moet me helpen.”
“Ik doe mee, dat weet je. En ik zal je eens wat zeggen. Ik ben er ook al dagen over aan het fantaseren. Nog nooit eerder had ik zo’n leuke collega als jij en je verdient het niet om zo als vuil bij het afval gezet te worden. Ik bel Hanneke. Ik ben ervan overtuigd dat zij ook mee wil doen.”
Er volgen enkele telefoontjes en diezelfde avond zitten we met zes ex-secretaresses in de vergaderkamer om een plan te beramen onze baas een toontje lager te laten zingen. Saskia werkt inmiddels in het ziekenhuis en kan makkelijk aan slaappillen komen. Sabrina heeft een kat die diabetes heeft en dagelijks injecties moet krijgen. Ze kan insuline meebrengen. Dat is niet traceerbaar in het bloed. De vraag is alleen wanneer we het gaan doen.
We besluiten om ons plan direct al diezelfde week ten uitvoer te brengen. Sterker nog, over twee dagen. Sabrina is een open boek en ook bij mij kun je alles direct van mijn gezicht aflezen. Daarom mag de spanning er niet te lang ingehouden worden.
Donderdag is het Hemelvaart. Op vrijdag is het kantoor gesloten, iedereen heeft vrij. Ik heb in de agenda van Herman op woensdagavond nog een overleg ingepland. Hij sputterde wel tegen, maar ik weet uit ervaring dat hij de klachtencommissie nooit een strobreed in de weg legt.
Om klokslag acht uur loop ik zijn kantoor binnen met een dienblad met kopjes. De werkster is net vertrokken. Ik zet de kopjes op zijn grote designtafel. Oortjes naar rechts, lepeltjes precies recht. Waterglazen op twee centimeter ernaast. Dat had ik snel door de eerste dagen; Herman is zeer precies en alles moet perfect zijn. O wee, als de bureaulamp niet op tien centimeter van de hoeken van zijn bureau staat en het pennenbakje niet loodrecht bij zijn vloeiblad ligt. Obsessief gedrag dat zelfs verder reikt dan zijn eigen kamer. Ook mijn bureau moet eraan geloven. Dagelijks ordent hij mijn nietmachine, perforator en pennenbakje.
De dames van de klachtencommissie drinken allemaal thee. Dat maakt het makkelijk om de speciale koffie voor Herman te serveren. Omdat hij altijd een half uurtje van tevoren zijn stukken gaat voorbereiden kan hij zijn eerste kopje al krijgen.
Ik hoor zijn zware stappen door de gang en even later staat hij in zijn kantoor.
“Koffie graag en ik wil niet gestoord worden. Moet nog telefoontje plegen,” en hij wappert met zijn hand als teken dat ik zijn kamer moet verlaten. Ik schenk de koffie in, voeg melk en suiker toe en maak dat ik wegkom. Ik heb een flinke scheut laxeermiddel in zijn koffie gedaan, dus hij zal zo wel buikkrampen krijgen.
Met kloppend hart pak ik mijn mobieltje uit mijn tas die onder mijn bureau staat.
‘FASE 1 is gestart’ typ ik in een whatsappje en stuur het naar ‘kantoormeisjes’.
Het wachten duurt een eeuwigheid.
Ik hoor de deur van Herman’s kamer openvliegen en ik zie hem gehaast het herentoilet inschieten. De geluiden spreken voor zich: het gaat er spetterend aan toe.
‘Fase 2 bevestigd’, app ik weer naar ‘Kantoormeisjes’.
Even later gaat de deur weer open en Herman wast zijn handen bij het fonteintje. Hij plenst wat water in zijn gezicht. Hij ziet af, ik zie het aan zijn gehele houding. Net goed, gniffel ik bij mezelf. Tijdens zijn korte afwezigheid heeft Saskia water ingeschonken in zijn glas. Hierin is een sterk slaapmiddel opgelost. Verse muntblaadjes verdoezelen de smaak.
Het laxeermiddel is nog niet uitgewerkt, want na een tiental minuten komt Herman weer gehaast voorbij gestoven, opnieuw het herentoilet in.
Ditmaal duurt het erg lang voor de deur weer opengaat.
‘Fase 3 geloof ik’, typ ik gehaast in en druk op Send.
Patricia komt mijn kamer binnen. Ik wijs naar het toilet. Ze loopt tot aan de deur en legt haar oor ertegen. Ze gebaart dat ik moet komen. Ook ik leg mijn oor tegen de deur. Niks, we horen helemaal niks.
Ik klop op de deur: “Herman, gaat het?” roep ik. Geen reactie.
Saskia is inmiddels ook bij ons komen staan. Ze kijkt op haar horloge. “Het werkt,” zegt ze.
Opnieuw typ ik een bericht in via What’s app: ‘Fase 4 definitief’.
Met zijn allen staan we nu voor de dichte toiletdeur. Sabrina haalt een schroevendraaier uit haar kontzak en draait de schroef van het slot om. We openen de deur en daar zit hij. Scheefgezakt op het toilet, zijn witte, harige benen uiteen en met zijn broek op de enkels.
Vera maakt een foto, en nog eentje extra voor het geval dat.
We krijgen de slappe lach, deels van de zenuwen maar ook van het beeld die grote lul er zo hulpeloos bij te zien zitten.
Nu moeten we besluiten wat we verder doen. Gaan we de insulinespuit toedienen? Dat betekent het einde en maakt ons moordenaars, of in elk geval medeplichtig. Kunnen we dat zomaar doorzetten? Wat als ze erachter komen, dan draaien we de bak in. Alle levens verwoest en dan heb ik het nog niet over het leven van onze gezinnen. Ik begin te twijfelen en word misselijk. Nog net op tijd kan ik de deur naar het damestoilet openen en kots in de wc.
“Oei, voel je je niet goed?” vraagt Sabrina achter me en en wrijft over mijn rug. Als er niks meer uit mijn maag komt, sta ik op en draai me om naar het fonteintje om mijn mond te spoelen en handen te wassen.
“Sorry meiden, ik kan het niet”.
“Kom op, doorzetten nu. We gaan niet terugkrabbelen.” Patricia is vastberaden.
Ze trekt de insulinespuit uit de bibberende handen van Sabrina. Ik kijk Sabrina aan en zie in haar ogen dat zij ook twijfelt. Het is niet dat ze niet durft, maar mogen wij zomaar over het leven van iemand anders beslissen? Hem uit de weg ruimen is ook een obsessie geworden, voor ons allemaal. Ik zie het in de verwilderde blik van Sabrina, maar ook in de vastberaden trek rond de mond van Vera. Ik had me niet gerealiseerd dat het bij ons allemaal zo diep zat. Dat een baas zijn secretaresses tot zo’n daad kan drijven.
“Time out,” zegt Hanneke. Zij is nog de meest nuchtere van ons allen.
“We gaan eerst een kop koffie pakken en eens rustig nadenken. Hij blijft nog wel even zitten,” zegt ze, terwijl ze met haar hoofd naar Herman gebaart, die nog steeds bewegingsloos op het toilet hangt.
We schrikken op als we voetstappen horen op de trap. Verschrikt kijkt iedereen me aan. “Verwacht je iemand? Had Herman toch een afspraak?”
De deur zwaait open en daar staat Jeroen. Onze controller.
“Wat is hier aan de hand?” Verbaasd kijkt hij van de een naar de ander. Hoe meer oud-secretaresses hij ziet, hoe verbaasder hij lijkt te worden. “Hebben jullie een reünie dames?”
We reageren nauwelijks en staan verstijfd bij elkaar. Dan ziet hij de open deur van het herentoilet. Hij loopt op Herman af.
“Het is niet wat het lijkt,” Patricia is de eerste die haar stem terugvindt. “Hij is slechts verdoofd. We halen een grap met hem uit.” Haar hand met de spuit is achteloos achter haar rug verdwenen.
“We hebben een foto gemaakt,” zegt Vera. “We willen hem alleen een lesje leren.”
Dan breekt er een lach op Jeroens gezicht door. “De dames hebben eindelijk ballen gekregen.”
Hij loopt iets verder naar Herman toe. We staan in een halve cirkel achter hem en Sabrina zegt: “Nou hebben we hem te kakken gezet, he?”
Dan steekt Jeroen zijn hand uit en legt twee vingers in de hals van Herman.
Zijn lach besterft op zijn gezicht. “Elvis has left de building.”
Recente reacties
Archieven