Archives for juli 2014

De geur van Philip Morris en mijn pa

philipmorrisPhilip Morris Bergen op Zoom gaat sluiten. Een groot drama voor de circa 1200 medewerkers die per 1 september hun baan gaan verliezen en waarvan sommigen net niet meer hun pensioen gaan halen.

Persoonlijk is mijn link met Philip Morris een heel andere.

 

Eerst was het een grote concurrent. Mijn vader was immers sigarettenvertegenwoordiger bij de Koninklijke Niemeijer in Groningen; u weet wel van de Samson Shag, Javaanse Jongens en Roxy. Mijn vader was natuurlijk zwaar tegen Marlboro, maar rookte intussen zelf stiekem van de concurrent en stopte zijn Benson and Hedges sigaretten in een leeg doosje van Roxy. Roxy was ooit het merk van Johan Cruijff: “Rook verstandig, Roxy Dual”, was zijn reclameslogan. Als er weer een nieuw reclamefilmpje uitkwam van de sigaretten of Samson Shag mochten we altijd gratis naar de bioscoop. Of naar Pinkpop!

Als klein meisje mocht ik in de schoolvakanties altijd met mijn vader mee als hij winkels ging bezoeken.  Hij stuurde me als spion vooruit om bij de kassa  van de winkel te gaan kijken of er wel een meter Roxy sigaretten in het schap stond, want dat was de actie en daar kreeg de winkelier extra bonus voor. Of  ik moest bij kleine sigarenzaakjes binnen lopen, pakje kauwgom kopen en intussen controleren of de toonbankactie ook daadwerkelijk op de toonbank stond.

Het rayon van mijn vader bestond uit Zeeland en West-Brabant en we waren dus een hele dag onderweg om zo’n twintig klanten te bezoeken. Onderweg gezellig ergens lunchen: twee bruine boterhammen met kroketten en een kopje tomatensoep. Het Lotus koekje bij de koffie gaf mijn vader aan mij. Ik koop ze nog steeds…
Ook gingen wel altijd met zijn tweeën helemaal naar het hoofdkantoor in Groningen om zijn auto om te ruilen voor een nieuwere Ford. De laatste was heel chique, een goudkleurige Taunus (geen stationcar maar heuse sedan) en had geen reclameborden meer langs de zijruiten van de kofferbak. We verzonnen altijd een grappige zin met het nieuwe nummerbord om het beter te kunnen onthouden. Zo kreeg mijn moeder een nieuwe BH in ’92 met cub C (BH-92-CD)

Thuis hielp ik mijn vader in zijn garage met dozen vouwen of dozen klaarmaken met verschillende sloffen sigaretten, shag en pijptabak. Die heerlijke geur van tabak, zo anders dan de smerige sigarettenrook!
En die geur, die geur hangt vandaag nog altijd in de lucht als ik langs Philip Morris rijd. Ik draai mijn raampjes open, snuif diep, heel diep dit vertrouwde aroma in en voel me heel dicht bij mijn vader die ik al twintig jaar moet missen.
Afgelopen week toerde  ik in mijn auto met open dakje weer voorbij de fabriek van Philip Morris. Heimwee sloeg toe en dikke tranen rolden over mijn wangen. Mijn jongste zoon legde troostend zijn hand op mijn been: ‘dat vind je vast wel erg hè, mama? Dat Philip Morris weg gaat en je nooit, nooit meer die geur van je vader kan ruiken. En eigenlijk ruikt die zoete weeïge lucht best wel lekker. Kon ik het maar voor je in een flesje vangen.’ De lieverd.
Dus nu het nog kan, rijd ik er zo vaak mogelijk langs. Bergen op Zoom is het zelfde niet meer als Philip Morris dit najaar voorgoed haar deuren zal sluiten en de rook om mijn hoofd voor altijd is verdwenen.

Matje voorlopig in de kast (vervolg op Hangmatje en Komt een dokter bij de vrouw)

matjeNaarmate de operatiedatum dichterbij begint te komen, hoe onrustiger ik word. Dat is niet gek zult u denken. Wie zou er nu niet zenuwachtig zijn voor een ingreep, ook al duurt die maar een half uurtje en kan het zonder grote ritssluiting.

Een klein stemmetje in me, gaat steeds harder schreeuwen. Doe je er wel goed aan? Je kan niet meer terug. Wat als….

 

Ergens diep verborgen komt er opeens een flits tevoorschijn van een uitzending van de Tros; Radar. Met een scheef oog en één oor had ik, terwijl ik met iets anders bezig was, ruim een jaar geleden woorden opgevangen van matjes bij vrouwen met verzakkingen en incontinentieproblemen.
Ik ben er geen voorstander van, om bij vermeende kwaaltjes mijn PC in te duiken en internet af te surfen. Je komt hier de meest onmogelijke doemscenario’s tegen of verhalen van lotgenoten die weinig bemoedigend zijn. Zeg maar ronduit ontmoedigend! Je kan me beschuldigen van struisvogelpolitiek, om dezelfde reden lees ik bijna nooit een ,krant. Al die ellende in de wereld, ik word er niet vrolijk van.

Toch blijft het stemmetje zeuren en drie dagen voor ik onder zeil zou gaan en in (lees: met) een hangmatje zou ontwaken, deed ik het toch. Gisteravond pakte ik mijn laptop, opende Google en typte in: Radar uitzending gemist, matjes.

Bang! Kies maar uit. Ik klikte op de eerste beste link en zag Ria Bremer op mijn 17 inch scherm een inleidend praatje houden waarna twee dames in een filmpje vertellen dat hun leven een hel geworden is na het plaatsten van een kunststof matje. Ze konden niet meer fatsoenlijk zitten, hadden dagelijks pijn en seks was taboe.

Mijn hart sloeg over bij het zien van al dit leed. Snel klikte ik verder en kwam op de pagina van de Geneeskunde Inspectie, zag gesprekken met artsen die met hun handen in het haar zaten omdat zij nieuwe technieken hadden uitgeprobeerd terwijl er eigenlijk niks mis was met de oude methode. En nu vrouwen op hun spreekuur kregen met onomkeerbare klachten. De matjes vergroeien namelijk met het weefsel en kunnen niet meer verwijderd worden.

Ik besloot terstond de operatie te cancelen. Tenslotte is het hooikoortsseizoen voor mij op zijn einde en moet ik niet veel meer niezen. Ik heb namelijk respijt, een half jaar zeker, om uit te zoeken of er een andere oplossing is.

Het matje wordt dus voorlopig even in de kast gelegd.

 

Onderaards – deel 18

grot

Geschrokken kijk ik naar de steile rotswand voor me waar de bungelende touwen duidelijk maken wat de bedoeling is.

 

 
Ik voel mijn knieën knikken. Een wee gevoel neemt bezit van mijn maag. Hoe moeten we dit nu weer volbrengen? Ik heb enorme hoogtevrees. Vooral als ik op mijn eigen lichaam moet vertrouwen. Ik durf best op de Eifeltoren te staan of op de Euromast. Maar aan een touw een berg beklimmen? No way!
‘Ik ga niet klimmen’, zeg ik beslist. Ik ben boos omdat ik in deze situatie ben beland en mijn woede neemt de overhand.

‘Als je wilt overleven zal je wel moeten schat. Jullie willen toch zo graag survivallen en aan teambuilding doen? This is the moment.’ Guido geniet zichtbaar van mijn boze houding. Het lijkt hem wel enigszins op te winden. Dat is niet mijn bedoeling, niets mag deze psychopaat in verleiding brengen.
Moniek heeft nog niets gezegd. Haar gezichtsuitdrukking lijkt onbewogen. Ik vraag me af of zij net zo bang is om te klimmen als ik.  Intussen rommelt Guido in zijn rugzak en haalt er twee tuigjes uit die hij aan ons overhandigt:   ‘Aantrekken.’

Tijd rekken, denk ik bij mezelf. ‘Sorry hoor maar ik moet eerst plassen.’
‘Schiet op, en ga maar allebei,’ zegt hij afgemeten en gebaart met zijn hoofd naar een paar bosjes die een eindje verderop rechts tegen de rots staan. We laten de tuigjes op de grond vallen en lopen naar de bosjes. Ik fluister tegen Moniek dat ik hoogtevrees heb en echt niet tegen die berg op kan klimmen.
‘Ik help je wel,’ fluistert ze terug. ‘Ik heb al vaker geklommen, ga wel eens naar de Klimmuur in Rotterdam. Onze plas klatert tegelijkertijd als een waterval op de steentjes. Vroeger kon ik niet op een toilet plassen als er iemand voor de deur stond te wachten. Zo zie je maar hoe snel je je gêne opzij kan zetten, schiet het door mijn hoofd. We lopen terug naar Guido,  stappen in de heupgordel en gespen de sluitingen stevig vast.

Guido pakt een touw en wil het aan mijn gordel vastmaken maar Moniek zegt rustig ‘laat mij maar voorklimmen dan kan Saskia kijken hoe ik het doe en volgen.’
‘Aha, mevrouw hier heeft er verstand van’, zegt Guido en overhandigt het touw aan Moniek. Er zit een ander touw aan vast.
‘Maar we zijn met drieën dus jullie gaan beiden voor en ik zal zekeren,’ antwoord Guido.
Moniek haalt het touw door de lussen en maakt het vast met een ingewikkelde knoop. Je kan zien dat ze weet waar ze mee bezig is. Daarna herhaalt ze dezelfde handelingen bij mij.
‘Je hebt zeker geen speciale klimschoenen voor ons?’ vraagt ze.
‘Nee prinses, het is survival weet je nog? Roeien met de riemen die je hebt’.

In de grotten was ik nog blij met mijn stevige bergschoenen maar nu ik aan de voet van de rots staat verlang ik hevig naar mijn gympen met flexibele zolen. Moniek geeft met een stuk band met twee haken aan en doet voor welke haak ik aan de gordel vast moet pikken en de andere gaat rond het touw. Ze geeft me nog wat haken en legt uit dat ik ze steeds vast moet klikken aan de zekeringen in de muur.
Van dichtbij zie ik dat de muur allerlei uitstulpingen heeft waar ik mijn voeten op kan zetten en Moniek geeft aan dat ik met mijn linkse hand en rechtse voet moet werken en dan weer andersom. ‘Zo klim je in een soort driehoek beweging en ben je beter in balans.’

De zenuwen gieren door mijn lijf maar ik probeer me te concentreren op haar uitleg want daar hangt mijn leven straks van af.
‘En verder niet naar beneden kijken. Onder geen beding. Kijk voor je, omhoog of opzij maar nooit naar beneden. Dan lukt het wel. Kom op, Sas, je kunt het.’

Het laatste uur

klokOp 28 juni volgde ik een workshop Thrillerschrijven. Hier volgt mijn opdracht: spannend verhaal met onderwerp Afscheid – 500 woorden.

De ruitenwissers gaan gestaag heen en weer. Het ritme maakt me slaperig.

 

 

Ik open het raampje om wat frisse lucht binnen te laten maar moet het weer sluiten omdat de regendruppels binnen vallen en kringen achterlaten op de zijden stof van mijn azuurblauwe blouse. Met mijn rechterhand doorzoek ik mijn tas die op de stoel naast me staat. Mijn vingers tasten de gebruikelijke inhoud af, lipstick, parfumflesje, mobieltje, portemonnee. Ergens moet er een pakje kauwgom zijn. Al die vakjes. Geërgerd trek ik de tas op mijn schoot. Waarom koop ik toch altijd zo’n grote tas. Snel richt ik mijn blik naar beneden om vervolgens weer op de weg te letten. Het is gevaarlijk wat ik doe.

Opnieuw duiken mijn ogen in mijn tas en in een hoek zie ik het blauw van de verpakking. Hebbes.
De tas belandt weer op de stoel naast me en ik druk een kauwgommetje uit de verpakking, neem er direct maar twee. De frisse mint smaak prikkelt mijn tong en tranen springen in mijn ogen. De slaap is weg. Ik zet de radio wat harder.
De Tom-Tom geeft aan dat het nog een kleine drie kwartier rijden is. In gedachten probeer ik me voor te stellen hoe ik haar aan zal treffen. En wat het met me zal doen. Onze band was in de loop der jaren verslechterd. Mijn gevoel was langzaam, beetje bij beetje afgestorven. Dat van haar niet, nee dat was juist versterkt. Sinds de dood van mijn vader had ze zich aan me vastgeklampt als een drenkeling. In het begin voelde ik me verantwoordelijk om een aantal dingen te regelen zoals bankzaken, opruimen van zijn kleding en zijn hobbymaterialen. Maar haar egoïstische gedrag tijdens zijn laatste dagen had een onuitwisbare wissel getrokken, had een deel van mijn hart versteend, bevroren. En niets kon dit meer ontdooien.
Telkens als ik thuiskwam in mijn ouderlijk huis waar ik zoveel herinneringen had, miste ik mijn vader, zijn gezelligheid en belangstelling. Nu moest ik eerst een hoop klusjes doen en als alles wat ze kwijt wilde door haar gezegd was, vroeg ze vlak voor ik weer wegging: en met jou alles goed?
“Waarom kom je zo weinig?” vroeg ze op een dag. “We groeien helemaal uit elkaar.” Het kwam er verwijtend uit alsof het allemaal aan mij lag terwijl ik al zo vaak had aangegeven dat het een wisselwerking was.
“Straks is het te laat, en heb je spijt. Je hebt maar één moeder.”
Vanmorgen vroeg, nog voor de vogels hun ochtendlied zongen, ging de telefoon.
“Mevrouw Maas?” U spreekt met het Boerhaave Ziekenhuis. Uw moeder is opgenomen, ze heeft een hersenbloeding gehad. Ze ligt in coma.
Hoe vaak had ik aan dit moment gedacht? Aan het moment dat ze dood zou zijn. Wat zou ik voelen? Opluchting of spijt? Wat had ik nog willen zeggen of met haar doen?
Ik had er alleen nooit bij stilgestaan dat ik bewust afscheid zou gaan nemen. Gehoor zou geven aan haar laatste dwingende wens.
Nog 5 kilometer te gaan. De kilometerteller tikt de meters weg en de klok de minuten. Minuten waarin het moment van afscheid korter wordt en ik haar het leven zal gaan benemen. “geen kasplantje mama, ik heb het je beloofd.”

terugblik op workshop Thrillerschrijven van tijdschrift ZIN

bibliotheek uitgeverij

Terugblik op workshop Thrillerschrijven van Zin op 28 juni 2014.

In no 4 van Tijdschrift Zin stonden interviews met diverse Nederlandse Thrillerauteurs. Thrillers zijn mijn favoriete genre en aangezien ik zelf onlangs een schrijfcursus heb gevolgd, werd ik direct getriggerd door de workshop die werd aangeboden.

Geen minuut te verliezen, dacht ik bij mezelf: er is slechts plaats voor twintig deelnemers. Hoeveel mensen zouden op dit moment Zin aan het lezen zijn? Nu had ik het wel vers van de pers, mijn man heeft een tabaksgemakshop met een tijdschriftenhoek en Zin was die ochtend nog maar binnengekomen. Toch enigszins prettig zenuwachtig, vulde ik op mijn Iphone het aanmeldformulier in. Enkele seconden later ontving ik keurig een bevestiging van inschrijving. Op dat moment was echter nog niet duidelijk of ik bij de gelukkige twintig zou horen.
Twee weken later kwam de uitnodigingsmail. Op zaterdag 28 juni om 9.30 uur ontvangst bij uitgeverij Meulenhoff|de Boekerij, Herengracht te Amsterdam. Wauw, bij een echte, bekende uitgeverij.
Om 6.30 uur stapte ik die zaterdag in mijn auto. Onderweg werd ik menigmaal ingehaald door motorrijders, die in strakke zwarte pakken voorovergebogen over hun benzinetank op weg waren naar de TT in Assen. Het beloofde voor veel mensen een leuke en spannende dag te worden.

Precies op tijd stapte ik verwachtingsvol de voordeur binnen van het prachtige statige, oude grachtenpand. Een zeer vriendelijke meneer van de uitgeverij heette me welkom en ging me voor naar de bibliotheek op de eerste verdieping. Mijn hart ging sneller slaan, al die boeken in de prachtige houten vitrine kasten langs de muur. Als het mij toch ooit eens zou lukken om daar met een boek in te komen…. Wat een inspirerende plek voor een workshop. En dan te bedenken dat Cassanova hier diverse vrouwen achterna had gezeten.

Langzaamaan kwamen de andere deelnemers binnendruppelen. Twee medewerkers van Zin verzorgden de koffie en thee en toen was het zover. Voor het eerst oog in oog met een bekende Nederlandse thrillerschrijfster. Ze zag er precies uit zoals op de achterflap van haar boeken. Siska Mulder. Bekend van Zus, Doof, Na Delfine en Met zachte hand. Zo toegankelijk en ook een beetje zenuwachtig, net als wij.

Na een kort introductierondje vertelde Siska hoe belangrijk het is om een vooraf een plan te hebben en het plot te weten. Het goed pakkend plot moet in één of twee zinnen samengevat kunnen worden.
Verder verdient het aanbeveling om te weten wat er in ieder hoofdstuk gebeurt, en wat de kern is van dat hoofdstuk. Voor een thriller moet er natuurlijk een conflict zijn, en een spanningsboog. De hoofdpersoon heeft een kernprobleem en heeft iets te verliezen.
Een ander belangrijk aspect is de drijfveer, waarom in plaats van wie.
En de hoofdpersoon moet een ontwikkeling doormaken, hij/zij mag geen passieve persoon zijn die alles overkomt en geen actie onderneemt.
Als schrijver moet je goed stilstaan bij het perspectief waaruit je gaat schrijven en de tijd.
Een goede dialoog zorgt voor vaart in het verhaal maar teveel dialogen is te vermoeiend. Observaties van de personen in je verhaal zijn onontbeerlijk. Zij geven details aan de lezer en vormen het beeld van de personages.

Na deze tips volgde een opdracht: schrijf in drie kwartier een verhaal van 500 woorden over het onderwerp “Verlies”.
Direct daalde er een diepe stilte over de twintig aanwezige dames en heren. Iedereen begon direct te schrijven. Sommigen streepten driftig zinnen door, anderen zuchtten eens diep. Zelf was ik één van de weinigen die een laptop hadden meegenomen. Mijn vingers vlogen over het toetsenbord, angstvallig het aantal woorden linksonder in beeld bestrijdend. Schrijven is schrappen.
Binnen de tijd was mijn verhaal klaar. Er zat een zekere spanning in maar ik verwachtte tips over hoe ik het om kon buigen naar een echte thriller.

De klok tikte de laatste minuten weg en toen was het zover. Om de beurt lazen we ons verhaal voor. Enkele aanwezigen waren direct goed op dreef. De spanning was te snijden, rillingen over mijn rug, bloed droop van de muren.
Help, nog even en ik was aan de beurt. Razendsnel veranderde ik de plot van mijn verhaal, ik had geen tijd meer te verliezen. Alsof mijn leven er vanaf hing, ik was opeens weer het kind, verlangend naar een stempel van de juf.
En toen hij mijn beurt was, hoorde ikzelf de bibber in mijn stem die ook tijdens sollicitatiegesprekken soms irritant komt opzetten. Na de laatste zin was het even stil. Maar de stempel en krul van de juf volgde, samen met enkele zeer bruikbare tips.
Tot grote verrassing kregen de deelnemers aan het eind allemaal een door Siska gesigneerd exemplaar van haar laatste thriller: Met zachte hand.
Wat heb ik geleerd vandaag? Oefenen, boeken van anderen lezen en daaruit leren maar vooral doorgaan met schrijven.
Meer aanmoediging had ik niet nodig. En ik denk dat meerder aanwezigen door de woorden van Siska voldoend vertrouwen in zichzelf en hun talent hebben gekregen om door te gaan met wat ze zielsgraag doen. Schrijven. Ik heb er Zin in.
Elles Jansen

Hangmatje (vervolg op Komt een dokter bij de vrouw)

hangmat 1

 Vandaag moest ik terug naar het ziekenhuis op controle voor mijn
“Annelies van der Pies” probleempje. (Vervolg op eerdere blog: Komt een dokter bij de vrouw)

 

 

Ditmaal was het gelukkig dr. X die mij kwam halen in de wachtkamer. Hij was helemaal zoals ik me voorgesteld had, en nog veel meer dan dat. Kraaienpootjes rond zijn heldere blauwe, enigszins ondeugende kraaloogjes en een krans van wit haar rond zijn karakteristieke hoofd. En grote handen (of hebben alle gynaecologen dat?)

Nog voor ik ging zitten vertelde hij met zekere opluchting dat probleem 1 opgelost was, op de foto was duidelijk mijn spiraaltje te zien dat vorige keer tijdens de echo spoorloos bleek. Het ding was dus niet als een of ander los onderdeel in mijn buik gaan zweven.

Na een klop op de deur voegde dokter Y zich bij ons. Ja, die knappe blonde adonis van de vorige keer.
We keken elkaar aan en schoten direct in de lach. Ik floepte eruit dat ik een blog over hem had geschreven.
Dokter X wilde natuurlijk gelijk weten waarover dit onderonsje ging en terwijl ik in de comfortabele damesstoel quasi op mijn gemak in de stijgbeugels lag, gaf ik hem enige nadere uitleg. Dat ik vorige keer eigenlijk meer een vaderlijke dokter had verwacht in plaats van zo’n jonge knappe dokter. En dat ze bij de afspraak hiervoor wel eens mochten waarschuwen.

“U verwachtte dus een opa met een rollator” zei hij gevat. En toen kwam hij helemaal op gang.
In geuren en kleuren beschreef hij de ingreep die me te wachten stond waarbij ik een “hangmatje” zou krijgen.
Toen ik vervolgens verwees naar een minder positieve documentaire op televisie, zei hij dat dat Amerikaanse taferelen waren die door cowboys waren uitgevoerd. Daar viel zijn techniek beslist niet onder. Wel gaf hij met uitgestreken gezicht aan dat bepaalde “Kamasutra standjes” voortaan beter vermeden konden worden en bepaalde bladzijdes dus moesten worden overgeslagen. Ik probeerde mijn lach in te houden, net als de rest.

Mijn jonge Adonis zat inmiddels met hoog rode kleur achter de computer de aantekeningen in te voeren in mijn elektronisch dossier. Onze blikken kruisten elkaar. Ditmaal was hij duidelijk degene die in verlegenheid was gebracht. Ik was redelijk relaxed. Of dat het effect is van het hangmatje weten we pas over enkele weken…

 

Elvis has left the building (eindopdracht schrijfcursus schrijfatelier Alicia)

elvis

Dit verhaal is fictie. Elke overeenkomst met bestaande personen en/of organisaties berust op toeval.

Het is een eindopdracht van de schrijfcursus Gevorderden van Schrijfatelier Alicia.
Met dank aan mijn geweldige lerares Alicia Kok.

Een secretaresse krijgt haar ontslag en samen met haar voorgangsters beraamt zij een plan op wraak.

 

De ruitenwissers gaan gestaag heen en weer. De cadans is hypnotiserend. De lucht in mijn achteruitkijkspiegel is donkergrijs, bijna zwart. De lichten van de achtervolgende auto’s steken fel af tegen deze onheilspellende achtergrond. Ik richt mijn blik weer op de weg voor me. De witte middenstrepen rijgen zich aaneen. Uit de boxen komt filmmuziek en de strijkers zwellen aan. De ruitenwissers versnellen als ik een vrachtwagen inhaal. Even zie ik niks door de enorme waterhoos die de grote wielen naast me veroorzaken. In een reflex laat ik het gaspedaal los om daarna onmiddellijk gas bij te geven, wetend dat ik dan sneller weer normaal zicht zal hebben. Mijn hart bonkt. Ik ben er voorbij. Wat een slechte weg.

De ruitenwissers gaan weer terug in het vorige ritme. Heen en weer, heen en weer, heen en weer. De muziek heeft zich ook aangepast. Alles is zo grijs. Zo somber, ik voel hoe de triestheid bezit van me neemt. Bijna een jaar rijd ik deze weg nu. Een uur heen en een uur terug. Ik heb er geen hekel aan. Integendeel. De wisselende seizoenen, de opkomende zon. De dauw op de weilanden. Het voorjaar, de zomer. Maar deze winter, deze winter is zo verrekte grijs. Nog maar een paar we en dan rijd ik deze dagelijkse rit niet meer. Dan is mijn contract ten einde.

Ik had nooit kunnen bedenken dat het niet verlengd zou worden. En hoewel ik zelf onlangs het besluit had genomen om op zoek te gaan naar wat anders, overviel het me vorige week toch wel dat Herman mij te kennen gaf dat ik niet de super-
secretaresse was die hij zocht. Mijn functioneringsgesprek was goed. Een jaar lang heb ik alle vernederingen van hem geslikt. Niks was goed maar dat is niet alleen bij mij zo; hij gaat tegen alle collega’s zo tekeer. Ik ben zijn zoveelste secretaresse: mijn voorgangsters zijn ziek geworden, overspannen geraakt, zelf opgestapt of binnen enkele weken, maanden door hem ontslagen. Niemand had het zo lang volgehouden als ik, elf maanden nu. ik had zelfs opslag gekregen. Nee, ik heb het echt niet zien aankomen.
Mijn lieve collega Vera heeft ook voor hem gewerkt. Na enkele maanden heeft ze intern gesolliciteerd voor een andere functie. Onder het mom van ‘daar kreeg ik een vast contract’, maar inmiddels weet ik wel beter. Ze werd er ook ziek van om voor Herman te werken. Haar enorme humor heeft me het afgelopen jaar geholpen om niet op te geven. Om iedere dag toch met plezier naar mijn werk te rijden. Als Herman het kantoor verliet, stuurde ik een mail rond: “Elvis has left the building”. Dan gingen alle deuren open en klonk er weer gelach door de gangen. Als hij in huis is, is de sfeer om te snijden. Een groot deel van het personeel zorgt ervoor dat ze een deel van de week op andere locaties kunnen werken om maar niet te veel bij hem in de buurt te zijn.

Mijn gedachten worden steeds zwartgalliger; ik zwelg in zelfmedelijden. Ik baal er enorm van dat het hem gelukt is in deze laatste weken om mijn zelfvertrouwen te laten verschrompelen als een aardappel. Hoe stoer heb ik niet maanden lang grapjes lopen maken op kantoor. Zoals die keer dat ik fakete dat de telefoonverbinding slecht was toen hij weer eens zo tekeer ging door de telefoon. “Herman? Herman, ik hoor je niet goed. Hoor je mij? Herman?” en ik gooide de hoorn erop. Lul. Mijn collega’s keken tegen me op door deze brutale zet.
En nu zie ik iedereen vol medelijden naar me kijken als hij weer eens tegen me tekeer is gegaan en ik met hangende schouders door de gang loop. Niemand is opgewassen tegen de terreur van deze man. Ze schijten in hun broek. Wat zou het toch heerlijk zijn als we verlost waren van die klootzak.

Ik draai het parkeerterrein op. Geschrokken realiseer ik me dat ik me de laatste twintig kilometer helemaal niet kan herinneren. Ik ben gewoon op de automatische piloot hier geraakt. Met de tag open ik de voordeur van het kantoorgebouw en loop linea recta naar het kantoor van Sabrina.
“Jeetje meid, wat zie jij eruit. Heb je onderweg soms een spook gezien? “Hij moet eraan, Sabrina. En jij moet me helpen.”
“Ik doe mee, dat weet je. En ik zal je eens wat zeggen. Ik ben er ook al dagen over aan het fantaseren. Nog nooit eerder had ik zo’n leuke collega als jij en je verdient het niet om zo als vuil bij het afval gezet te worden. Ik bel Hanneke. Ik ben ervan overtuigd dat zij ook mee wil doen.”

Er volgen enkele telefoontjes en diezelfde avond zitten we met zes ex-secretaresses in de vergaderkamer om een plan te beramen onze baas een toontje lager te laten zingen. Saskia werkt inmiddels in het ziekenhuis en kan makkelijk aan slaappillen komen. Sabrina heeft een kat die diabetes heeft en dagelijks injecties moet krijgen. Ze kan insuline meebrengen. Dat is niet traceerbaar in het bloed. De vraag is alleen wanneer we het gaan doen.
We besluiten om ons plan direct al diezelfde week ten uitvoer te brengen. Sterker nog, over twee dagen. Sabrina is een open boek en ook bij mij kun je alles direct van mijn gezicht aflezen. Daarom mag de spanning er niet te lang ingehouden worden.
Donderdag is het Hemelvaart. Op vrijdag is het kantoor gesloten, iedereen heeft vrij. Ik heb in de agenda van Herman op woensdagavond nog een overleg ingepland. Hij sputterde wel tegen, maar ik weet uit ervaring dat hij de klachtencommissie nooit een strobreed in de weg legt.

Om klokslag acht uur loop ik zijn kantoor binnen met een dienblad met kopjes. De werkster is net vertrokken. Ik zet de kopjes op zijn grote designtafel. Oortjes naar rechts, lepeltjes precies recht. Waterglazen op twee centimeter ernaast. Dat had ik snel door de eerste dagen; Herman is zeer precies en alles moet perfect zijn. O wee, als de bureaulamp niet op tien centimeter van de hoeken van zijn bureau staat en het pennenbakje niet loodrecht bij zijn vloeiblad ligt. Obsessief gedrag dat zelfs verder reikt dan zijn eigen kamer. Ook mijn bureau moet eraan geloven. Dagelijks ordent hij mijn nietmachine, perforator en pennenbakje.
De dames van de klachtencommissie drinken allemaal thee. Dat maakt het makkelijk om de speciale koffie voor Herman te serveren. Omdat hij altijd een half uurtje van tevoren zijn stukken gaat voorbereiden kan hij zijn eerste kopje al krijgen.
Ik hoor zijn zware stappen door de gang en even later staat hij in zijn kantoor.
“Koffie graag en ik wil niet gestoord worden. Moet nog telefoontje plegen,” en hij wappert met zijn hand als teken dat ik zijn kamer moet verlaten. Ik schenk de koffie in, voeg melk en suiker toe en maak dat ik wegkom. Ik heb een flinke scheut laxeermiddel in zijn koffie gedaan, dus hij zal zo wel buikkrampen krijgen.
Met kloppend hart pak ik mijn mobieltje uit mijn tas die onder mijn bureau staat.
‘FASE 1 is gestart’ typ ik in een whatsappje en stuur het naar ‘kantoormeisjes’.
Het wachten duurt een eeuwigheid.
Ik hoor de deur van Herman’s kamer openvliegen en ik zie hem gehaast het herentoilet inschieten. De geluiden spreken voor zich: het gaat er spetterend aan toe.
‘Fase 2 bevestigd’, app ik weer naar ‘Kantoormeisjes’.
Even later gaat de deur weer open en Herman wast zijn handen bij het fonteintje. Hij plenst wat water in zijn gezicht. Hij ziet af, ik zie het aan zijn gehele houding. Net goed, gniffel ik bij mezelf. Tijdens zijn korte afwezigheid heeft Saskia water ingeschonken in zijn glas. Hierin is een sterk slaapmiddel opgelost. Verse muntblaadjes verdoezelen de smaak.
Het laxeermiddel is nog niet uitgewerkt, want na een tiental minuten komt Herman weer gehaast voorbij gestoven, opnieuw het herentoilet in.
Ditmaal duurt het erg lang voor de deur weer opengaat.
‘Fase 3 geloof ik’, typ ik gehaast in en druk op Send.
Patricia komt mijn kamer binnen. Ik wijs naar het toilet. Ze loopt tot aan de deur en legt haar oor ertegen. Ze gebaart dat ik moet komen. Ook ik leg mijn oor tegen de deur. Niks, we horen helemaal niks.
Ik klop op de deur: “Herman, gaat het?” roep ik. Geen reactie.
Saskia is inmiddels ook bij ons komen staan. Ze kijkt op haar horloge. “Het werkt,” zegt ze.
Opnieuw typ ik een bericht in via What’s app: ‘Fase 4 definitief’.
Met zijn allen staan we nu voor de dichte toiletdeur. Sabrina haalt een schroevendraaier uit haar kontzak en draait de schroef van het slot om. We openen de deur en daar zit hij. Scheefgezakt op het toilet, zijn witte, harige benen uiteen en met zijn broek op de enkels.
Vera maakt een foto, en nog eentje extra voor het geval dat.
We krijgen de slappe lach, deels van de zenuwen maar ook van het beeld die grote lul er zo hulpeloos bij te zien zitten.
Nu moeten we besluiten wat we verder doen. Gaan we de insulinespuit toedienen? Dat betekent het einde en maakt ons moordenaars, of in elk geval medeplichtig. Kunnen we dat zomaar doorzetten? Wat als ze erachter komen, dan draaien we de bak in. Alle levens verwoest en dan heb ik het nog niet over het leven van onze gezinnen. Ik begin te twijfelen en word misselijk. Nog net op tijd kan ik de deur naar het damestoilet openen en kots in de wc.
“Oei, voel je je niet goed?” vraagt Sabrina achter me en en wrijft over mijn rug. Als er niks meer uit mijn maag komt, sta ik op en draai me om naar het fonteintje om mijn mond te spoelen en handen te wassen.
“Sorry meiden, ik kan het niet”.
“Kom op, doorzetten nu. We gaan niet terugkrabbelen.” Patricia is vastberaden.
Ze trekt de insulinespuit uit de bibberende handen van Sabrina. Ik kijk Sabrina aan en zie in haar ogen dat zij ook twijfelt. Het is niet dat ze niet durft, maar mogen wij zomaar over het leven van iemand anders beslissen? Hem uit de weg ruimen is ook een obsessie geworden, voor ons allemaal. Ik zie het in de verwilderde blik van Sabrina, maar ook in de vastberaden trek rond de mond van Vera. Ik had me niet gerealiseerd dat het bij ons allemaal zo diep zat. Dat een baas zijn secretaresses tot zo’n daad kan drijven.
“Time out,” zegt Hanneke. Zij is nog de meest nuchtere van ons allen.
“We gaan eerst een kop koffie pakken en eens rustig nadenken. Hij blijft nog wel even zitten,” zegt ze, terwijl ze met haar hoofd naar Herman gebaart, die nog steeds bewegingsloos op het toilet hangt.
We schrikken op als we voetstappen horen op de trap. Verschrikt kijkt iedereen me aan. “Verwacht je iemand? Had Herman toch een afspraak?”

De deur zwaait open en daar staat Jeroen. Onze controller.
“Wat is hier aan de hand?” Verbaasd kijkt hij van de een naar de ander. Hoe meer oud-secretaresses hij ziet, hoe verbaasder hij lijkt te worden. “Hebben jullie een reünie dames?”
We reageren nauwelijks en staan verstijfd bij elkaar. Dan ziet hij de open deur van het herentoilet. Hij loopt op Herman af.
“Het is niet wat het lijkt,” Patricia is de eerste die haar stem terugvindt. “Hij is slechts verdoofd. We halen een grap met hem uit.” Haar hand met de spuit is achteloos achter haar rug verdwenen.
“We hebben een foto gemaakt,” zegt Vera. “We willen hem alleen een lesje leren.”
Dan breekt er een lach op Jeroens gezicht door. “De dames hebben eindelijk ballen gekregen.”
Hij loopt iets verder naar Herman toe. We staan in een halve cirkel achter hem en Sabrina zegt: “Nou hebben we hem te kakken gezet, he?”
Dan steekt Jeroen zijn hand uit en legt twee vingers in de hals van Herman.
Zijn lach besterft op zijn gezicht. “Elvis has left de building.”