Archives for januari 2015

Onderaards – deel 20

grotGuido is vlak bij me en kijkt me boos aan. ‘Wat een stomme trut, die vriendin van jou. Net doen alsof ze al vaker geklommen heeft en dan naar beneden donderen.’
‘Is ze echt niet dood?’
‘Nee ze leeft nog maar ik kan geen oponthoud gebruiken en heb echt geen tijd om haar handje vast te gaat zitten houden.’

 

 

‘Maar je kan haar toch niet zomaar laten liggen? Zonder medische verzorging, zonder drinken. Dat is onmenselijk. Ik wil naar haar toe.’
‘Jij hebt niks te willen, als je het wilt overleven moet je voorruit. Komaan, opschieten.’
Als hij de aarzeling op mijn gezicht ziet trekt hij opeens zijn mes en zet het op mijn zekeringstouw.’
‘Wat wordt het? Naar boven of naar beneden. Aan jou de keuze.’

Ik kijk nog eenmaal naar beneden, Moniek ligt er nog precies hetzelfde bij. In mijn ooghoek zie ik Guido’s hand met het mes bewegen en ik verbeten hijs ik me op naar de volgende zekering. Ik ben zo vreselijk boos over deze onmacht dat ik naar boven klim alsof ik nog nooit iets anders in mijn leven heb gedaan. Mijn vingers doen zeer, mijn nagels zijn gescheurd en sommige vingertoppen bloeden. Verbeten klim ik verder. Guido is inmiddels al boven over de rand verdwenen en wanneer ik enkele seconden later ook de rand bereik hijst hij me al aan mijn tuig over de rand.

Hijgend van de inspanning en emoties blijf ik even op mijn rug liggen. Geen wolkje aan de blauwe lucht. Ik sluit even mijn ogen en adem in – en uit. In – en uit. Iedere keer opnieuw zie ik de val van Moniek. Ik kan nog steeds niet snappen dat ze helemaal naar beneden is kunnen vallen. Ze zat toch gezekerd aan het touw? Ik verdenk Guido ervan dat hij met de touwen geknoeid heeft.
Wanneer ik mijn ogen open, zie ik dat Guido de touwen inmiddels heeft ingehaald en alles in zijn rugzak propt.
‘Kom, we gaan verder.’
Moedeloos kom ik overeind. Wat is zijn volgende actie? Hoe gaat hij deze survival strijd verder nu Moniek er niet meer bij is. Ik dacht dat hij een kick kreeg van de onderlinge competitie. Als ik niet zo bezorgd zou zijn om Moniek zou ik verbaasd zijn over het uitzicht hier boven op de rots. Beneden zie ik de rivier kronkelen waar we eergisteren nog gezellig met het hele team van Pepper het kanoën waren. Ik denk aan Paul en de anderen en begin te huilen. Steeds harder, onbedwingbaar.
Voor ik het in de gaten heb voel ik een scherpe brandende pijn aan mijn rechterwang. Hij heeft me geslagen.
‘Stop met janken en loop door.’ Guido trekt aan mijn arm en ik strompel achter hem aan.
We komen aan de rand van een dennenbomengebied en hij gaat een pad in dat schuin naar boven loopt. De bomen laten weinig licht door en een beklemmend gevoel vult mijn gemoed. Zachtjes snuffend loop ik naast hem, hij heeft mijn arm nog steeds vast.
Het wordt steeds donkerder, waarschijnlijk loopt het al tegen het einde van de middag. Ik ben alle besef van tijd kwijt. We lopen al een tijd niet meer op het bospad maar klimmen tussen de bomen en boomstronken door verder naar boven.  Ik ben moe, heb honger en dorst. Naar mijn gevoel hebben we uren gelopen wanneer we bij een blokhut aankomen. Het houten geval ziet er verwaarloosd uit, het dak is bedekt met mos en de dichte luiken zijn bedekt met groenige aanslag.
Guido laat me los en rommelt in zijn tas tot hij er een sleutel uitvist. Hij maakt de deur open en duwt me naar binnen. Het is donker en het ruikt er muf.

Onderaards – deel 19

grot

Kleine terugblik: Een reclamebureau gaat op teambuildingsuitje in de Belgische Ardennen. Op de tweede dag worden Saskia en Moniek door de gids afgezonderd tijdens een tocht door de onderaartse grotten. Hij ontvoert hen en het uitje verandert in een ware survivaltocht. 

Moniek plaatst haar rechtervoet op een smalle richel die iets uitsteekt en klikt links haar zekering vast. Dan gaat haar linkervoet schuin omhoog en zet ze zich af terwijl ze tegelijkertijd een andere zekering vastklikt aan een hoger gelegen haak.
‘Nu jij Saskia, gewoon achter me aan klimmen.’

Ik veeg mijn vochtige handpalmen af aan mijn broek en zie Guido zwijgend een zakje vastmaken aan de zijkant van mijn gordel. Er zit een wit poeder in. Magnesium schiet er door me heen, net als vroeger op turnles.
Dankbaar voor dit kleine attente gebaar stop ik mijn rechterhand in het zakje en wrijf het poeder tussen mijn handen. Dan sla ik mijn handen tegen elkaar om het overtollige goedje weg je kloppen. Gespannen trek ik nog even aan het touw en ga op armlengte van de rots af staan. Ik plaats mijn rechtervoet in navolging op Moniek op de richel en trek me omhoog. Mijn knieën knikken maar ik verman mezelf en klik de zekering vast aan de haak. Mijn linkervoet gaat naar de volgende richel en ik zigzag langzaam omhoog. Zolang ik niet naar beneden kijk gaat het redelijk. Moniek is al een flink stuk boven mij wanneer loszittende steentjes naar beneden vallen, in een reflex draai ik mijn hoofd de andere kant op en druk mezelf plat tegen de rots. Dan hoor ik haar gillen en ik kijk direct omhoog en zie haar vallen en met een smak tegen de rots aankomen.
‘Moniek, gaat het?’
Het blijft stil. Ze beweegt niet. Shit, zou ze met haar hoofd tegen de rots gekomen zijn? Het ging zo snel allemaal.|
‘Moniek!’ Mijn stem slaat over en ik kijk naar Guido op de grond. ‘Doe iets, help haar!’
Guido zet een paar stappen achteruit en trekt het touw strak. Er volgt een harde knal en ontzet zie ik Moniek op de grond kwakken. Ze ligt in een rare hoek. Ik voel braaksel omhoog komen en probeer met mijn voet de richel onder me te zoeken om terug naar beneden te klimmen.
Guido staat over Moniek gebogen en roept dan: ‘Hé, wat denk jij te gaan doen? Doorklimmen. Hup naar boven.’
‘En Moniek dan, leeft ze nog?’
‘Ja ze ademt maar zal niet meer klimmen zo te zien.’
‘We moeten hulp halen.’
‘Jij bent niet in de positie om dat te bepalen trut, doorklimmen of wil je naast je vriendin komen te liggen?’
Door mijn tranen heen zie ik Guido aanstalten maken om ook de rots te beklimmen. Hij kan haar toch niet zomaar achter laten?’

Gooische Vrouwen; Brabantse Wijven…

filmSinds de komst van Netflix, de Videoland App, Prime TV en wat er nog op de markt is, ga ik bijna nooit meer naar de bioscoop. Jammer eigenlijk want de bekoring van het grote scherm; de verwachting in de volle zaal en de zoete geur van popcorn droegen toch allemaal bij aan een paar onvergetelijke uren. Een enkele keer ga ik nog naar de bios, met mijn kinderen, die de leeftijd van de tekenfilms inmiddels (gelukkig) ontgroeid zijn of met mijn zus of een vriendin. Als er een film komt die erom vraagt om op het grote witte doek te bekijken. Vanwege het effect, de impact of omdat de film hilarisch is.

 

 

Gooise Vrouwen dus, omdat er in de krant al zoveel over geschreven was en omdat mijn moeder van 81 deze film zo graag wilde zien. Meestal ga ik in Antwerpen naar de film maar om haar eerst in Halsteren te gaan halen en dan via Bergen op Zoom naar Antwerpen te rijden en dan weer terug vond ik wat overdreven, dus reserveerde ik voor twee personen op donderdagavond in de Bergse Bioscoop.
Het was vrouwenavond, niet alleen vanwege Gooise Vrouwen maar er was iets anders te doen waardoor genodigden met glaasjes Cava in de gang liepen te kakelen. Hierdoor was de grote zaal helaas uitgeleend en was Gooise Vrouwen verplaatst naar zaal 4. Type huiskamer en de voorste rij zit net zo dicht op het scherm als ik thuis voor de TV zit, al is mijn beeldscherm tienmaal zo klein.
Tot onze grote verbazing bleek er alleen nog plaats vrij te zijn op de eerste twee rijen. Het was nog twintig minuten voor acht. De achterste zes rijen waren op een enkele stoel na, leeg maar wel bezet. Op iedere stoel lag namelijk een jas. De overige 14 rijen zaten helemaal vol tot de eerste rij. Mijn moeder liep naar de derde rij van achter en gooide twee jassen opzij. Ik zei: ‘Ma, dat kan je niet maken, die stoelen zijn bezet.’
‘Bezet? Ik zie er niemand op zitten. Dit zijn geen bezette plaatsen van degene die nog even naar het toilet moest.’ Ze heeft natuurlijk gelijk maar ik vond het onfatsoenlijk. Maar nog onfatsoenlijker vond ik het gedrag van al die mensen die daar gewoon een jas hadden neergelegd en in de foyer stonden te drinken. Ik besloot de eigenaar van de bioscoop aan te spreken, ik kende hem nog van de jaren dat ik maandelijks naar voorstellingen van het filmhuis ging kijken. Hij liep met me mee en beaamde dat het zeer ongepast was.
‘Dat komt alleen in Bergen voor mevrouw, zei hij. ‘In mijn bioscoop in Roosendaal en Etten-Leur doen de mensen dat niet. Het is handdoeken-gedrag zoals op resorts,’ zei hij verontschuldigend lachend. En hij draaide zich om.
‘Dit kan toch niet? Laat u dat zomaar toe?’
‘Ik heb helaas niet de middelen mevrouw om bij iedere zaal een bewaker te zetten.’
‘Hier zijn nog twee plaatsjes vrij,’ hoorde ik iemand zeggen. Helemaal tegen de muur maar in ieder geval nog ver genoeg achterin. ‘Dapper van u dat u dit ging melden,’ zei een mevrouw. ‘Wij storen ons hier mateloos aan. De nieuwe bioscoop krijgt gelukkig genummerde stoelen.’
Niet lang daar klonk de gong als teken dat de film ging starten. Een horde druk pratende vrouwen kwam de zaal binnen, mijn moeder keek nog eens vernietigend om. Het licht ging uit.
Er ruste een vloek op de avond, de film was waardeloos. Pas na de pauze heb ik enkele keren moeten lachen. Met weemoed verlangde ik naar Willemijn en de eerste afleveringen van seizoen 1 en 2. Ik ben blij dat er geen open einde was en dat Gooise Vrouwen 3 er nooit zal komen.

 

 

 

Diagnose: ADR

huisvrouwen 1

Tijdens een verjaardagsfeestje zat ik naast een Claire-type uit Gooise Vrouwen. Haar blonde haren keurig in een wrong, bescheiden maar perfect aangebrachte make-up. Haar zoet-frisse parfum was luchtig. Ze droeg een hip en elegant, vrouwelijk jurkje.  Ik denk maatje 38-40. Naast haar was ik  Willemijn, maar dan niet vanwege mijn huishoudelijke talenten!

 

We raakten aan de praat. Ze kwam op mij over als een aardige moeder (van drie pubers), toegewijde echtgenote en huisvrouw.   Maar achter deze schijnbare perfectie kwam gaandeweg haar probleem boven tafel. Ze kon niet opruimen. Haar huis was altijd rommelig. Net als bij ons thuis wordt bij ‘Claire’ elk horizontaal meubelstuk gebruikt om dingen op te leggen, die er niet horen: opgevouwen wasgoed dat nog in de kast moet, papieren, rekeningen en allerlei rondslingerende rommel. Jassen over de stoelen, overal schoenen op de vloer. De schaamte als er opeens onverwacht bezoek komt.

Tussen deze wanorde hebben we echter ook bijna dwangmatige trekjes: de glazen en kopjes moeten wel keurig in gelid in de kast en het bestek ligt tegen elkaar strak in de besteklade! De handdoeken op nette stapeltjes in de kast.
En dat terwijl ik op mijn werk heel secuur ben en ordelijk kan werken. Daar wel. Haar conclusie was dat werken buiten de deur leuk is en volgens een structuur verloopt. Huishouden is gehouden aan zelfdiscipline en als je niet werkt kan veel wachten tot morgen en overmorgen. Het grappige is dat we allebei een moeder hebben die slaaf is van haar eigen huis, dat we allebei op vrijdag onze kamer moesten poetsen en inspectie kregen van moeder die met een vinger over de randjes ging. Een moeder die alles keurig opruimde en het menu voor de hele week had uitgestippeld.

Opgelucht ging ik die avond naar huis.  Ja ze bestond, mijn evenbeeld. Eindelijk was ik niet meer alleen met deze symptomen. Er was een naam voor ons syndroom. ADR. Alle Dagen Rommel. De diagnose was gesteld en er is geen medicijn voor. De enige remedie is een echtgenoot met veel geduld en begrip. Liefde dus.

 

The place to be

 

knokkeHet is maandag, en ik ben in mijn geliefde Knokke. Ooit hadden wij hier een appartement, voordat de crisis toesloeg. Vele weekenden heb ik hier doorgebracht met mijn gezin. Wandelend over de boulevard gedurende alle jaargetijden, zware stormen trotserend, terwijl het zand hoog opgewaaide en vlokken zeeschuim ons rond de oren vlogen. Of fietsend in de verwarmende lentezon, langs het Zwin, over het mooi aangelegde fietspad naar Cadszand en weer terug. En heerlijk liggen bakken op een gestreept strandbedje verscholen achter een windscherm tijdens de zomermaanden. Verlekkerd kijken naar de prachtige etalages met prijzen die voor ons niet waren weggelegd maar dat deerde niks. Genietend van een heerlijk ijsje van Glacier de la Poste, met warme chocoladesaus van echte Belgische chocolade.  Ja, Knokke is voor mij ‘the place to be.’

Vandaag heb ik mijn oudste zoon weer afgezet bij het internaat in Knokke waar hij al zo’n vijf jaar wekelijks van maandag tot vrijdag verblijft en zijn middelbare school volgt. Om half twee vanmiddag heb ik een gesprek op deze school. Ik ben hier dus al van kwart over acht en moet me bezig zien te houden. Het is koud en zo vroeg op de ochtend trekt een strandwandeling me (nog) niet. Ik ga naar de bibliotheek c.q. het Cultureel Centrum Scharpoord. Volgens zoonlief kan ik daar vanaf half negen in de studiezaal terecht met mijn laptopje en heb ik de hele ochtend om te schrijven. En wat is meer inspirerend dan schrijven terwijl je omgeven wordt door duizenden boeken?

De bibliotheek is nog gesloten, gelukkig zijn de toiletten wel open en ik treuzel wat met een spelletje Candy Cruz (ik vervloek degenen die me ooit uitgenodigd heeft hieraan deel te gaan nemen…) en om klokslag negen uur loop ik de trap op naar de studiezaal. Ik neem plaats tegenover twee jeugdige studenten  met hun Apple en installeer mijn laptop en meegebrachte studieboeken van de schrijfacademie. Dan hoor ik een stem achter me: ‘Excuseer mevrouw, de studiezaal is alleen voor studenten.’ Ik draai me om en zeg met een glimlach op mijn beste Vlaams:  ‘ik wil juist aan mijn huiswerk beginnen.’
‘Nee sorry mevrouw, het is voor jonge studenten, volwassenen mogen ’s middags komen.’ Ze kijkt onverbiddelijk.
Teleurgesteld pak ik alles weer in en stap in mijn auto. Ik rijd naar mijn favoriete koffietentje maar dat is gesloten. Langzaam schuim ik de Lippenslaan af op zoek naar een tentje dat open is en waar ik de komende uren durf door te brengen op één of twee Latte Macchiato’s. De crisis is tenslotte nog niet voorbij.

Knokke slaapt nog. Januari is een stille maand. Gelukkig zie ik licht branden in Brazila. Een koffiebranderij annex coffeeshop.  Nee, geen zakjes met wit poeder, maar balen verse koffiebonen en heerlijk geurende verse theeblaadjes.

Ik neem plaats aan een tafeltje, prachtige zwoele gitaarakkoorden vullen de ruimte en nog voor ik mijn koffie bestel heb ik al aan de uitbater gevraagd welke CD hij op heeft staan.  ‘Dat is “Quatros Ventos – Flôr do Mar”, mevrouw.’
‘Wat een prachtige muziek meneer. De laatste keer dat ik hier was vond ik de muziek ook al zo mooi, toen had u “Mariza” opstaan’. Hij lacht en knipoogt als bezegeling tussen mensen die mooie muziek waarderen. En zoals het een goed gastheer betaamd, klinkt een uur later de heerlijke fadomuziek van “Transparente van Mariza” door de boxen.

Meer heb ik vandaag niet nodig, schrijven zal me hier ook zeker lukken. Ik kijk al uit naar de volgende rapportbespreking op school.