Archives for mei 2015

Onderaards – deel 27

grot

Ik val, dieper en dieper. Mijn oren suizen en ik ben misselijk. Stemmen in mijn hoofd, gegil. Mijn borst doet zeer, een beklemmend gevoel. Ik krijg geen lucht. Het suizen wordt ondraaglijk.
Mijn mond is droog, mijn hoofd zit vol watten en ik voel me heel raar, in mijn oren een rare ruis en dan herken in het gevoel.

Ik ben flauwgevallen. Opnieuw overvalt me een gevoel van paniek maar dit keer spreek ik mezelf hardop streng toe. “Rustig ademen, adem in, pfff, adem uit. Ik leg mijn handen op mijn buik en probeer zo mijn hoge en snelle ademhaling onder controle te krijgen. Ik realiseer me in alle hevigheid waar ik ben. Opgesloten in een donkere hut, zonder licht of frisse lucht behalve het minime dat door de millimeterspleetjes tussen enkele planken binnenfiltert. Daaraan kan ik zien dat het dag is. Ik heb geen idee hoe lang ik al in deze blokhut ben. Ik weet nog dat ik op bed ben gaan liggen en mezelf in slaap heb gehuild.

Mijn ogen doen zeer, de huid erom heen is schraal van het opgedroogde zout. Mijn lippen zijn gesprongen en ik heb pijn in mijn maag. Ik voel iets tegen mijn been liggen en mijn hand vindt een plastic fles. Water. Ik drink enkele slokken en voel aan het gewicht dat de fles zeker half leeg is. Ik neem nog twee slokjes en draai dan resoluut de dop op de fles en leg hem terug op het bed, tegen de wand. Voorzichtig ga ik staan en schuifel dan met gestrekte armen voor me uit op zoek naar de tafel. Daar moet nog een krentenbol liggen. Ik stoot tegen de stoel en schuif met mijn hand over het ruwe tafelblad. Hebbes. Ondanks dat ik de zak de vorige keer goed had dichtgedaan, is de krentenbol helemaal hard geworden. Ik neem een hap maar mijn droge mond is niet in staat om het hard geworden brooddeeg malser te maken. Zonder een slok water krijg ik dit niet weggeslikt. Opnieuw gaat mijn hart in versnelling als ik bedenk dat dit het laatste eetbare is. Hoe lang zal Guido wegblijven? Zal hij nieuwe voorraad aan het halen zijn? Wat zei hij ook al weer toen hij me hier achterliet? O ja, iets over uithoudingsvermogen maar dan niet fysiek. Denkt hij dat hij me zo gek kan krijgen? Door me in het donker op te sluiten? Tegen beter weten in rammel ik weer aan de deur. Ik bonk en roep maar stop er weer mee. Verspilde energie.

Ik loop heen en weer van de ene wand naar de andere, tel de keren dat ik draai. Na twintig keer stop ik ermee. Vermoeid ga ik op het bed zitten en neem twee slokken water. Ik ga liggen en rol me op. Slapen dood de tijd, slapen dood de tijd, als een mantra herhaal ik het. Starend in het donker zie ik Moniek’s lichaam weer liggen. Zou ze nog leven? Zou ze gevonden zijn? Ik hoop toch zo dat ze gevonden is. Ik moet er niet aan denken dat zij daar nog zo ligt, op de harde grond. Geen eten of drinken en vergaan van de pijn. Dat been lag er zo raar geknakt bij. Dat is een ernstige breuk. Ze zal zich nooit zonder hulp kunnen verplaatsen. Maar misschien zal ze wel nooit meer bewegen.

En onze collega’s? Zijn ze nog in de Ardennen of  is alleen Paul achtergebleven als contactpersoon voor de politie. Hoe groot zou de zoekactie zijn? Ik heb nog geen helikopters horen vliegen. Of zouden we heel ver weg zijn van Grandhan, en is het zoekgebied nog niet zo ver uitgebreid? Ze zullen toch niet aan de 24 uur vasthouden die iemand vermist moet zijn voor ze gaan zoeken?

Mijn kussen wordt nat van de tranen die geluidloos uit mijn ogen stromen. Ik kan ze niet stoppen. Ik steek mijn tong uit om het zout op te vangen. Zout houdt vocht vast zei mijn oma altijd. Ze is al jaren dood maar het is net of ze naast me op het bed zit en tegen me praat. En opeens besef ik dat ik hier wel eens dood kan gaan.

Huisarrest

 

boek b

Soms zijn er van die dagen….dat je beter binnenblijft, een soort zelf opgelegd huisarrest dus.
Nu was ik al van plan om vanmiddag te gaan schrijven dus ik was redelijk op tijd opgestaan op mijn vrije zaterdag.  In de voormiddag had ik alle boodschappen al in huis, op één na. Die kan pas na 13.00 uur gedaan worden want eerder staan mijn vriendinnen van Kip aan ’t Spit niet op hun vaste stekkie.

Deze twee dames zijn elkaars geliefden, dat heb ik onlangs begrepen toen ik aan het einde van een zaterdagmiddag mijn warm gegrilde kippetjes op ging halen. De andere dame was al weg en de toonbank was geheel leeg en opgeruimd op mijn bestelling na. Ik vroeg aan de overgebleven dame of ze toch niet speciaal op mij had staan wachten? ‘Nee hoor madam, ik sta hier altijd tot half zes – zes uur maar mijn vriendin is onze kleine alvast gaan halen bij de oppas.

Opeens kreeg de slogan “heeft u zin, belt uw kippenvriendin” toch een iets andere lading en daar werd ik vandaag nog eens aan herinnerd. De kippenmadam is zeer, zeer vriendelijk, ze kijkt me altijd met twinkelende ogen aan. Zoals ook de jongen bij de viskar me weleens aankeek in de tijd dat ik zonder werk zat en van hem een extra visje toegestopt kreeg zo rond half vijf, met een vette knipoog en de boodschap: “omdat je mijn speciale klant bent.” (Nee ik behoor niet tot de Hema-clan die tussen 5 en half zes op koopjes jaagt omdat de verse artikelen dan voor de helft of zo weggaan).

Vandaag stond ik dus aan de kippenkar en dat ik een fout shirtje aanhad, had ik bij de Albert Heijn al ondervonden. Mijn boezem was iets te veel in beeld en dat had ik me niet gerealiseerd. Meestal heb ik een shawltje aan bij dit bloesje maar vandaag dus niet. Boze blikken van vrouwen in de Appie die hun mannen betrapten op gluren als ik voorover boog om iets in mijn karretje te leggen. Een zeer behulpzame man (met zijn moeder om boodschappen) die opeens ook mijn kratjes wel in de auto wilde tillen…

De kippenmadam was er ook door afgeleid, ik zag het aan haar blik. Ik had een potje extra saus gevraagd om de spareribs mee in te smeren omdat mijn kinderen dat zo lekker vinden, zelf had ik een kippenpoot genomen. Het was eenentwintig euro en ik had alleen twee briefjes van twintig die ik onder het potje had geschoven. Het kippenvrouwtje had de papieren zakken in een plastic tasje gestopt en keek naar me maar haar ogen raakten de mijne niet terwijl ze het potje oppakte en bij de rest in het tasje stak. Een harde windvlaag liet de twee blauwe briefjes de lucht invliegen, zo naar de provinciale weg. Ik liep er achteraan en probeerde er mijn voet op de zetten toen ik plots werd achteruit getrokken voor ik onder een auto zou lopen.
Ze was er als de kippen bij, mijn redster. Inmiddels had ik mijn voet al op één briefje en de andere waaide onder de truck door. Het leek me beter om niet voorovergebogen onder die aanhanger te gaan liggen voor er nog meer ongelukken zouden gebeuren.

Het briefje dwarrelde onder de kar door en werd aan de andere kant in veiligheid gebracht.

Om mij enigszins uit deze benarde situatie te redden zei ik: ‘goh, ik zei vanmorgen nog tegen mijn man dat het geld de deur uit vliegt en zie hier’. Ze gaf me lachend mijn wisselgeld en ik liep naar de auto. In alle hilariteit was ik nu ook mijn autosleutels kwijt. Die werden gebracht door een jonge man, die toen ik hem vriendelijk bedankte, aan zijn rode kleur te zien zijn beloning ook al binnen had!

Het kippenmadammeke hing in de deuropening van haar mobiele winkel te zwaaien en riep heel hard, “zeg voorzichtig verder hé vandaag”. Ik riep terug dat ik de rest van de middag huisarrest had.

 

Onderaards – deel 26

 

grot

Guido vloekt in zichzelf. Hier heeft hij niet op gerekend. Dat ze gevonden zou worden door voorbijgangers. De afgelopen maand was er niemand langs deze route gelopen. Tijdens de voorbereidende fase had hij namelijk een verborgen camera geplaatst, die aansprong als er beweging in de buurt was. Het alarm was niet afgegaan, als je die keer dat er een berggeit had rondgelopen, niet meerekende.

 

Hij was er min of meer van uitgegaan dat gedurende het voorseizoen er geen klimmers naar deze site zouden komen. Het was niet echt een uitdagende berg en de meer ervaren klimmers kozen een moeilijker parcours. Deze rotswand was eigenlijk voor de vakantiegangers die thuis een beetje aan klimmen deden op zo’n klimmuur. Het lag te ver weg van Adventure World om mee te nemen in het aanbod en er waren geen andere gidsen die deze berg in hun programma hadden.

Daarom is hij geïrriteerd dat zijn plan nu wordt doorkruist. Hij kijkt nog eens door zijn verrekijker naar de vrouw die bij Moniek op de grond zit. Ze draagt een outdoor jas van de Decathlon, maar heeft wel dure wandelschoenen aan. Haar lange blonde haren hangen in een vlecht op haar rug en hij ziet geen ringen aan haar vingers, waar tevens ieder spoor van nagellak ontbreekt. Geen barbiepop. Aan de manier waarop ze het vuur aanlegt kan hij zien dat ze een buitenmens is, iemand van de natuur. Even voelt hij een lichte huivering. Zo’n vrouw zou wat voor hem zijn. Zou zij degene zijn waar hij al jaren naar op zoek is? Eentje die met hem de wilde natuur in wil trekken, verre reizen wil maken. In de middle of nowhere weken op elkaar aangewezen zijn zonder iemand tegen te komen. Stop, stop met fantaseren idioot. Denk na, hoe ga je dit oplossen? Als dat stomme wijf bijkomt dan vertelt ze alles. Ze mag dit niet overleven. En je moet snel zijn want die vent van Heidi is om hulp.

Guido schuift langzaam terug naar achter. Als hij op veilige afstand is staat hij op en loopt terug naar zijn rugzak. Hij maakt zijn jachtgeweer los die met riempjes zit vastgegespt. Dan rommelt hij in zijn rugzak en pakt extra ammunitie. Vervolgens neemt hij een blikje met schoensmeer uit zijn tas en maakt enkele donkere vegen over zijn gezicht. Hij draagt al een camouflagejasje en met zijn donkere cap op is hij onherkenbaar. Hij kruipt terug naar de afgrond en legt aan. Met zijn ene oog dichtgeknepen kijkt hij geconcentreerd met zijn andere door de zoeker. Zijn vinger losjes om de trekker. Dan haalt hij de trekker over. Een gedempte knal, vogels vliegen verschrikt op maar beneden heeft Heidi het niet gehoord. Ze is te druk met het vuurtje bezig en zit met haar rug naar Moniek. Hij heeft haar geraakt, haar lichaam hangt schever dan eerst. Er vormt zich een rood stroompje bloed. Zijn hart bonkt enorm, adrenaline schiet door zijn lijf, dit is toch wel iets anders dan op een hert of konijn schieten!  Zijn handen beven als hij het geweer doorlaat en weer aanlegt. Ze is niet dood want hij heeft haar hart niet geraakt. Een hert was er al lang vandoor gegaan.  Hij aarzelt even, nog nooit eerder heeft hij een mens vermoord. Voor half dood achtergelaten, dat wel.  In Frankrijk twee jaar terug. En sindsdien was die niet te stillen honger ontstaan. Die was niet meer te stillen met gevaarlijke sporten, met het verleggen van zijn eigen grenzen op survivalgebied. Nee, hij had er anderen bij nodig.

 

Een avond met Camilla Läckberg

cl

Standaard Boekhandel en Veen Bosch & Keuning organiseerden een exclusieve avond met Camilla Läckberg (bekend thrillerauteur uit Zweden) en John Vervoort (journalist en interviewer van Belgische krant De Standaard). Je kon hiervoor inschrijven en ik had het geluk om één van de tweehonderd kaartjes te bemachtigen. (foto van Standaard Boekhandel)

 

Deze inspirerende avond vond plaats op een nog inspirerende plek:  de zolder van de Onze-Lieve-Vrouwe-kapel Elzenveld in hartje Antwerpen. Onder het sfeervolle balkenplafond daterend uit de middeleeuwen, bleek dit auditorium geheel aan de eisen van de moderne tijd te zijn aangepast. Aangenaam verrast koos ik één van de comfortabele lederen stoelen uit met armleuningen en aan de rechterkant een uitklapbaar collegetafeltje.

Het was muisstil in de zaal toen Camilla Läckberg en John Vervoort plaatsnamen in de witte fauteuils  op het podium. John was al met Camilla gaan dineren om elkaar wat beter te leren kennen en of het nu door de wijn kwam of door haar knappe verschijning, maar de eerste vragen kwamen toch wat moeizaam over zijn lippen. De vrolijke en open Camilla die debuteerde met haar eerste boek IJsprinses, liet echter het ijs snel ontdooien. Met de nodige humor ging zij in op haar omschakeling van afgestudeerd Econoom naar fulltime schrijfster van thrillers. Al vanaf haar vijfde was zij bezig met het verzinnen van spannende verhalen. Terwijl haar vriendinnen de typische meisjesboeken lazen over paarden, verslond Camilla boeken over echte misdaden uit Amerika en bestudeerde ze de forensische psychologie. Inmiddels is haar negende boek verschenen “De Leeuwentemmer” en zijn haar andere boeken al in 55 landen uitgegeven. Alleen al in Nederland en België is er een oplage van 550.000 boeken.
Als we een uur verder zijn weten we dat Camilla twee kinderen heeft, twee keer getrouwd en gescheiden is. Haar tweede man was een politieagent, dat lijkt mij erg handig als je thrillers wilt schrijven. Nu is ze samen met een bekende worstelaar. Zou hij een rol spelen in Leeuwentemmer? Ik weet het niet, moet het boek nog gaan lezen.

Wat de meeste fans niet weten, is dat Camilla ook kinderboeken en kookboeken schrijft. En dat zij in tegenstelling tot de meeste bekende Scandinavische auteurs, geen verborgen (politieke) agenda heeft. Zij schrijft om te entertainen, om de lezers even enkele uren te laten ontsnappen uit hun dagelijkse beslommeringen. Laat dat nu precies ook de reden zijn waarom ik zelf graag lees en schrijfster wil worden.

Op het einde van het interview was er gelegenheid tot vragen stellen. Ik vroeg haar hoe ze haar research doet, want alles moet toch kloppen. Haar antwoord luidde dat ze veel uit boeken over seriemoordenaars haalt en op Google tevens veel informatie vindt. Een ook al is Fjällbacka een klein dorp, door haar bekendheid komen er jaarlijks duizenden fans naar toe. Zo heeft ze zelf een keer meegedaan als toerist aan een  Läckberg-thematour, en kreeg een felle discussie met de gids over de vindplaats van een lijk in één van haar boeken. Lachend legt ze uit dat ze toch zelf wel weet waar ze haar lijk heeft gelaten. Iemand uit het publiek vroeg waarom zoveel vrouwen thrillers lezen en schrijven. Volgens Camilla weten vrouwen beter wat angst is en beter zijn in het beschrijven van details terwijl mannen meer actie schrijven en lezen.

Even wordt het nog spannend in de zaal als een raar uitziende man in slordige zwarte slobberkleding en een vies linnen tasje, in het Zweeds vragen gaat stellen. Eerder vragen in het Zweeds van andere gasten werden door Camilla vertaald naar het Engels maar bij deze man gaf ze met een glimlach die haar ogen echter niet bereikte, antwoord. Ze probeerde het af te kappen maar de man hield aan en werd uiteindelijk met zachte hand door iemand van de uitgeverij naar zijn plek teruggevoerd. Later bij het signeren van de boeken ontstond er opnieuw een incident met deze opdringerige man en is hij de zaal uitgezet. Ik popelde om naar huis te gaan en een scene te schrijven, de moord op …Maar ik heb het niet gedaan. Waarom niet? Omdat ik nog veel meer van Camilla Läckberg wil lezen.

Ik heb haar kort gesproken en gezegd dat ik met een opleiding voor thrillerschrijver bezig ben. Ze heeft dan ook een speciale opdracht in mijn exemplaar van De Leeuwentemmer gezet: ‘Rumpan på stolen! Wat letterlijk betekent: Bibs op de stoel

En dat is het beste advies wat ik ooit heb gekregen, gaan zitten en schrijven, blijven zitten en doorschrijven. Iedere dag weer.

Onderaards – deel 25

grot
Terwijl Saskia opgesloten zit in een dichtgetimmerd en donker chalet, en het spoor van rechercheurs Pieter en Max doodloopt, stuiten twee wandelaars op een lichaam….

‘Mevrouw, hoort u mij? Mevrouw.’ Ann schudde voorzichtig aan de schouder van de onbekende vrouw die half tegen een rotsblok aan zat. Haar been lag in een rare hoek en haar gezicht was spierwit. Anne legde twee vingers in haar hals en voelde een zwakke hartslag. ‘Ze leeft nog’ zei ze met enige opluchting maar bezorgd keek ze naar Ludo.  Die was al druk in de weer met zijn telefoon en vloekte toen hij geen bereik bleek te hebben.

‘We moeten hulp halen, de gsm heeft hier geen bereik. Het lijkt me het beste als ik terug loop en jij hier bij haar blijft.’

‘Maar het is al laat in de middag, nog even en de zon gaat onder.’

‘Ik weet het schat maar ik ben sneller dan jij en stel dat ze bij kennis komt, dan zal ze blijer zijn met een vrouw.’

Ann moest ondanks alle ellende wel lachen om zijn redenatie. Ludo was altijd maar liever bezig en moest een doel voor ogen hebben. Hulpeloos zitten wachten naast een bewusteloze vrouw hoorde hier niet bij. Nee, Ludo wilde actie, zo snel mogelijk hulp gaan halen. Hij rommelde nog even in zijn rugzak en gaf Ann een zaklamp en twee flesjes water en een banaan. ‘Ik probeer zo snel mogelijk hulp te halen, misschien heb ik verderop al bereik als ik wat meer op vlak terrein ben. Zal ik nog wat takken sprokkelen zodat je een vuurtje kunt maken?’

‘Nee schiet nu maar op, ik zal zelf zo wel rondkijken.’ Ann stond op en gaf haar man een kus.

Daarna knielde ze snel weer naast de roerloze vrouw en voelde nogmaals in haar hals. Ze schroefde het dopje van het flesje water en liet wat druppels water op de lippen van de vrouw vallen. Er kwam geen reactie. Toch had ze het idee dat de vrouw verplaatst was naar het rotsblok want als ze omhoog keek naar de steile rotswand leek het haar sterk dat de vrouw tegen het rotsblok gevallen was. Dan was ze onherroepelijk dood geweest. Hoe lang zou ze hier al liggen? En waarom was ze alleen? Zou iemand anders al hulp zijn gaan halen en haar zo tegen de rots hebben gelegd? Ann keek om zich heen en ging op zoek naar takken en wat droog gras zodat ze een vuurtje kon aanleggen. Allereerst zou het warmte geven en de rook zou ook misschien de aandacht trekken van andere wandelaars of klimmers in de buurt. Voor het eerst was Ann blij dat ze nog steeds niet gestopt was met roken toen ze haar aansteker bij de takken hield. Ze blies zachtjes maar het stapeltje takken wilde geen vlam vatten. Ze rommelde in haar zakken en vond een bon van de Decathlon. Ze maakte er een prop van, stak deze aan en legde het snel op wat dorre bladeren. Het werkte. Blij als een kind stak ze haar handen uit boven het vuurtje en controleerde daarna opnieuw haar patiënt. Ze begon honger te krijgen en dronk een paar slokken water. Ze wilde nog even wachten met de banaan want volgens haar horloge was Ludo nog maar een half uur weg. Ann besloot om nog wat meer takken te zoeken en liep iets verder weg van het vuurtje. Niets vermoedend van het onheil boven haar hoofd.

Guido lag op zijn buik en keek met een verrekijker over de rand van de rots.