Als kind van Zeeuwse ouders beperkte mijn carnavalse opvoeding zich tot de optocht op zondag in Halsteren en op dinsdag in Bergen op Zoom. Het mooiste vond ik de Peperbus die verkleed was in een boerenkiel met rode zakdoek. Zo’n dertig meter hoge kerktoren met olijke ogen en flaporen. Ruim 35 jaar later wordt in ingewijd in een Roosendaals spektakel: Prienseswaree.
Mijn vader was sigarettenvertegenwoordiger en kon in Brabant toch niks aanvangen met Carnaval, alles lag plat. In een cowboypakje (ja zelfs toen moest ik nog steeds als jongen verkleed, dus niet alleen met mijn Heilige Communie) stond ik dan met mijn vader – die alleen een rode zakdoek rond zijn nek geknoopt had – op een vensterbank van één van de monumentale panden in de Onze Lieve Vrouwenstraat in Bergen op Zoom. Alles onder het toeziend oog van De Peperbus.
Wat ik ook prachtig vond was de oeroude antieke Brandweerwagen met Steketee op zo’n breed zadel achter een spuit waar met een ferme straal confetti uitkwam. Wee de mensen die op de eerste en tweede verdieping van hun huis met het raam open naar de optocht stonden te kijken. Die waren ‘nat’.
Jaren later zat ik op ’t Rijks (Rijksscholengemeenschap) in Bergen op Zoom en ging ik met een vriendin naar het carnavalsbal van school. Omdat ik totaal niet wist hoe ik moest “Carnavallen” besloot ik mezelf te verstoppen achter een oud mannenmasker en samen waren Petra en ik een oud stelleke die iedereen voor de gek kon houden met onze vermomming. Jaren gingen voorbij, ik woonde in Delft en Goes en had niks meer met carnaval te maken.
Totdat ik terug in Brabant kwam wonen en moeder werd. Ik wilde mijn kinderen een gedegen opvoeding geven en nam ze mee naar de optocht in Roosendaal (Tullepetaonenstad) en kindercarnaval. De oudste vond het vreselijk, hij liep gillend weg en wou direct terug naar huis. De jongste was een feestbeest (en dat had ie niet van zijn vader en moeder). Diverse schooloptochten heb ik meegeholpen met bouwwerken en als verkeersouder stond ik verkleed als ma Flodder de optocht te begeleiden.
En nu tien jaar verder dacht ik er toch vanaf te zijn… Maar niets is minder waar. In mijn leuke werk als freelance correspondent word ik opnieuw in het carnavalsgedruis gedropt. Gelukkig begint het rustig, in de nachtelijke uren in de parkeergarage De Biggelaar breng ik verslag uit van de Nacht van het Prienseswaree. Als dank voor mijn inzet mag ik van de redactie ook naar de voorstelling zelf. Wat een eer, want de kaartjes zijn nog geliefder dan voor een wedstrijd van Ajax – Feijenoord. Wat een leuke ervaring, dat Prienseswaree in de Kring. In een jasje van wereldbollenstof en een mooi zwart hoedje met een Press knop erop val ik niet eens zo uit de toon. Ik begin er plezier in te krijgen. En gisteren ben ik naar de optocht geweest in De Pin (Wouwse Plantage). Hoe leuk is het om al de groepen te zien die hun best hebben gedaan iets leutigs te verzinnen op het motto van dat jaar. Ag ge maor leut et druppelt langzaam mijn Zeeuwse bloed binnen… Alaaf.
Recente reacties
Archieven