Sinds half maart zijn we in de ban van corona. Daarvoor was het een beetje ‘een ver van ons bed show’ in China maar alle reizende wereldburgers brachten het gemene virus de hele wereld rond. Geen land bleef gespaard. België (waar ik woon) ging in lock-down en omliggende landen hadden ieder hun eigen regels.
Coronaregels
Maar in de meeste landen gelden anderhalve meter afstand, vaak je handen wassen, bij verkoudheidsklachten thuisblijven en in je elleboog niesen. Drie maanden mochten we de grens niet over, wat veel consternatie veroorzaakte zowel in Nederland als België.
Langzaamaan werden de strenge maatregelen versoepeld. Winkeliers mochten de deuren terug openen, restaurants serveerden weer eten op het buitenterras. Vakanties werden aangepast naar een reisje in eigen of een naburig gelegen land. Met als gevolg dat de Nederlandse kust overspoeld wordt door Duitsers en Belgen en natuurlijk Nederlanders.
Mondkapjes
De versoepeling kon niet anders dan het gevolg hebben dat een tweede coronagolf in aantocht lijkt te komen. In Antwerpen-stad maar ook de gehele provincie lopen de besmettingsgevallen weer hoog op. Daarom besloot de regering tot extra maatregelen. Het dragen van mondkapjes werd verplicht in winkels, openbare ruimten en sinds kort nu ook gewoon op straat. Ik vond het een beetje vergezocht om met een mondkapje op onze hond uit te laten in een bijna verlaten polder. Toch werd ik door de enkele andere wandelaar of fietser die ik tegenkwam boos vanboven hun eigen mondkapje aangekeken.
Vrijdag liep ik met mijn mondkapje onder mijn kin opnieuw met de hond buiten. Er kwam een politiebusje voorbij dat enkele meters verderop stopte. Ik trok het kapje snel over mijn neus omhoog en bleef even treuzelen. Toen ik verder liep en bijna bij het busje was en zij mij via de zijspiegel goed konden observeren, reden ze door.
Doof
Zaterdag werd ik wakker met een dicht linkeroor. ’s Zomers slaap ik vaak met oordopjes in omdat door het open slaapkamerraam te veel geluiden binnenwaaien die mij uit mijn lichte slaap wekken. Door de enorme warmte van afgelopen vrijdag is er denk ik een klein stukje wax van het oordopje in mijn oor achter gebleven. Toen ik dan ook met mijn mondkapje op de straat op ging voelde ik mijn doofstom. Het plezier om buiten te lopen en de frisse lucht op te snuiven was geheel in stof opgegaan. Het vrolijke gekwetter van de vogels gedempt. Je kan niet meer naar je medemens glimlachen want niemand kan het zien.
Opeens dacht ik aan al die vrouwen met een boerka. Zij moeten zich altijd zo voelen.
Alles bedekt onder de mantel van het geloof, maar ik voel me van mijn vrijheid beroofd. De vrijheid om vrij te ademen in de natuur.
Doorgeslagen
Ik heb er alle begrip voor om een mondkapje te dragen in de winkels of bijvoorbeeld in een hele drukke winkelstraat. Maar de mensen zijn helemaal doorgeslagen. Ze rijden met een mondkapje op in de auto terwijl ze er alleen in zitten! Je zweet achter dat mondkapje en ik vraag me af of iedereen steeds een nieuwe opzet, of dagelijks het stoffen mondkapje in de wasmachine gooit. Ik denk dat het meer bacteriën verspreidt dan tegengaat.
Meten met 2 maten
Toch blijft er iets aan mij knagen. Hoeveel dorpsgenoten die mij hier met een mondkapje voor op de fiets of op straat boos aankijken als ik hem onder mijn kin heb hangen, zouden zelf in hun auto stappen om zonder mondkapje in Roosendaal of Bergen op Zoom boodschappen te gaan doen? Of daar op een terrasje neerstrijken, of naar de Zeeuwse stranden rijden omdat het daar zo heerlijk bevrijdend is zonder mondkapje?
Recente reacties
Archieven