Kleine terugblik: Een reclamebureau gaat op teambuildingsuitje in de Belgische Ardennen. Op de tweede dag worden Saskia en Moniek door de gids afgezonderd tijdens een tocht door de onderaartse grotten. Hij ontvoert hen en het uitje verandert in een ware survivaltocht.
Moniek plaatst haar rechtervoet op een smalle richel die iets uitsteekt en klikt links haar zekering vast. Dan gaat haar linkervoet schuin omhoog en zet ze zich af terwijl ze tegelijkertijd een andere zekering vastklikt aan een hoger gelegen haak.
‘Nu jij Saskia, gewoon achter me aan klimmen.’
Ik veeg mijn vochtige handpalmen af aan mijn broek en zie Guido zwijgend een zakje vastmaken aan de zijkant van mijn gordel. Er zit een wit poeder in. Magnesium schiet er door me heen, net als vroeger op turnles.
Dankbaar voor dit kleine attente gebaar stop ik mijn rechterhand in het zakje en wrijf het poeder tussen mijn handen. Dan sla ik mijn handen tegen elkaar om het overtollige goedje weg je kloppen. Gespannen trek ik nog even aan het touw en ga op armlengte van de rots af staan. Ik plaats mijn rechtervoet in navolging op Moniek op de richel en trek me omhoog. Mijn knieën knikken maar ik verman mezelf en klik de zekering vast aan de haak. Mijn linkervoet gaat naar de volgende richel en ik zigzag langzaam omhoog. Zolang ik niet naar beneden kijk gaat het redelijk. Moniek is al een flink stuk boven mij wanneer loszittende steentjes naar beneden vallen, in een reflex draai ik mijn hoofd de andere kant op en druk mezelf plat tegen de rots. Dan hoor ik haar gillen en ik kijk direct omhoog en zie haar vallen en met een smak tegen de rots aankomen.
‘Moniek, gaat het?’
Het blijft stil. Ze beweegt niet. Shit, zou ze met haar hoofd tegen de rots gekomen zijn? Het ging zo snel allemaal.|
‘Moniek!’ Mijn stem slaat over en ik kijk naar Guido op de grond. ‘Doe iets, help haar!’
Guido zet een paar stappen achteruit en trekt het touw strak. Er volgt een harde knal en ontzet zie ik Moniek op de grond kwakken. Ze ligt in een rare hoek. Ik voel braaksel omhoog komen en probeer met mijn voet de richel onder me te zoeken om terug naar beneden te klimmen.
Guido staat over Moniek gebogen en roept dan: ‘Hé, wat denk jij te gaan doen? Doorklimmen. Hup naar boven.’
‘En Moniek dan, leeft ze nog?’
‘Ja ze ademt maar zal niet meer klimmen zo te zien.’
‘We moeten hulp halen.’
‘Jij bent niet in de positie om dat te bepalen trut, doorklimmen of wil je naast je vriendin komen te liggen?’
Door mijn tranen heen zie ik Guido aanstalten maken om ook de rots te beklimmen. Hij kan haar toch niet zomaar achter laten?’
Recente reacties
Archieven