Je woorden galmen door mijn hoofd wanneer ik de babypop vastpak in de speelgoedwinkel. Levensecht, hoe krijgen ze het gemaakt. Liefdevol strijk ik over het kopje en neem haar mee naar de kassa.|
“Is het een cadeautje mevrouw?”|
Ik knik bevestigend. Het winkelmeisje wikkelt de pop in bloemetjespapier en doet er een roze strik om.
“Alstublieft mevrouw, veel plezier ermee. Ze zal blij verrast zijn.”
Ze moest eens weten, denk ik glimlachend terwijl ik de pop aanpak. “Dank je wel.”
We wilden graag een kind. Ik misschien meer dan jij, maar mijn biologische klok was aan het tikken in tegenstelling tot die van jou. Een leeftijdsverschil van vier jaar is niet zo erg maar voor een vrouw die de dertig is gepasseerd, gaat het toch meespelen. Terwijl mijn vriendinnen zwanger raakten, bleef bij mij de maandelijkse menstruatie gewoon komen. Keurig op tijd.
“Een gezonde cyclus mevrouw, ik zou me niet zo druk maken. Niet iedereen is direct zwanger. Bij de een duurt het gewoon wat langer dan bij de ander.”
Onze huisarts trok zijn latex handschoenen uit, liep terug naar zijn ouderwetse mahoniehouten bureau en tikte zijn bevindingen in op zijn laptop. Ik tilde mijn benen van de stalen beugels en trok mijn slipje en broek aan en ging weer naast jou zitten.
“Maar we zijn nu meer dan een half jaar bezig dokter en ik wil dat u verder kijkt. Misschien heeft Marco wel onvruchtbaar zaad.”
Jij kleurde rood, niet van schaamte maar ik zag aan je ogen hoe boos je was. Hoe durfde ik jouw zaad in twijfel te trekken? Toch pakte de huisarts een potje uit zijn lade en gaf het aan je samen met een tijdschrift dat weinig aan de verbeelding overliet.
“In de gang is een toilet. Jullie zijn de laatste patiënten deze middag dus neem je tijd.”
Gelaten zag ik je opstaan en met het potje de spreekkamer uit lopen.
Toen we een week later terug in de spreekkamer zaten voor de uitslag, was de dokter heel stellig. Het zaad was springlevend, er was geen enkele reden waarom ik niet zwanger zou kunnen worden, vertelde onze huisarts kalm. We kregen een soort dagboekje mee waarin stond hoe ik mijn eisprong kon berekenen en waarin we alle pogingen moesten noteren.
Deze ‘nu of nooit’ momenten leverden in het begin wel spannende seks op. Even snel een wip op jouw kantoor in de pauze want om precies twaalf uur was het piekmoment. Begerig veegde je alles van je bureau en schoof mijn rokje omhoog. Ik kon nog net de witte designlamp vastgrijpen voor hij over de rand zou verdwijnen. Of die keer dat ik een hevige hoofdpijn voorwendde op mijn werk. Om vervolgens vliegensvlug naar huis te gaan waar we tegelijkertijd aankwamen en daarna in de lift de stopknop hebben ingedrukt omdat we niet konden wachten. Dat gezicht van de buurvrouw toen we half ontkleed naar buitenkwamen. Maar al snel ging het jou tegenstaan. Je klaagde dat ik je alleen nog als een dekhengst zag, dat er geen liefde bij kwam kijken. Alles draaide om zwanger worden en mijn hevige teleurstellingen als er toch weer bloedplekken in mijn onderbroek verschenen, werden niet langer liefdevol opgevangen, maar wekten alleen nog jouw ergernis op. Geen troostende arm meer rond mijn schouder of lieve geruststellende woordjes: stil maar schat het komt wel goed. Ik zag ook wel in dat het de verkeerde kant op ging. Maar ik wilde zo graag, zo ontzettend graag een baby.
Clair werd geboren, het eerste dochtertje van mijn beste vriendin. We gingen op kraamvisite en ik zat huilend met het schattige roze, naar Zwitsal geurende, baby’tje op mijn armen. Mijn vriendin dacht dat ik ontroerd was maar toen het huilen overging in onbedaarlijk snikken, pakte Robbert snel zijn dochtertje van mij over en gebaarde jou hem te volgen naar de keuken. Schokkend en met lange uithalen gooide ik mijn frustratie naar buiten en Clair probeerde me te troosten en moed in te spreken. Maar ik kon haar alleen maar haten omdat het haar wel gelukt was een kind te krijgen en mij niet. Het was het einde van onze vriendschap.
Op straat zag ik overal moeders met kinderwagens. Het stikte ervan. Of zwangere vrouwen die lachend met hun vent door het park wandelden, druk bezig namen te verzinnen en fantaserend over de kinderkamer.
Ik kon er niet meer tegen. En daar zaten we weer, bij de huisarts die ons dan uiteindelijk na een jaar oefenen, doorstuurde naar de gynaecoloog. Allerlei onderzoeken, testen en zelfs een kijkoperatie. Er was niets, maar dan ook niets wat een zwangerschap in de weg zou kunnen staan.
“Je wilt te graag,” zei je in de auto terug naar huis.
“En wil jij eigenlijk wel graag genoeg?” kaatste ik terug.
Je zei helemaal niks terwijl ik zat te schreeuwen en tieren. Toen we thuis kwamen, liep je in één streep door naar de slaapkamer waar je jouw deel van de kledingkast in tassen begon te proppen.
“Wat ga je doen?”
“Dat zie je toch? Ik heb er genoeg van. Ik ga een tijdje bij Dirk wonen, even afstand nemen.”
En weg was je.
Het kwam niet meer goed. Je kwam niet terug.
Mijn hele lichaam schreeuwde om een kind. Ik kon niet meer buiten komen; overal hoorde ik huilende of lachende kinderen. Baby’s, kleuters. Ook op televisie waren er meer pamperreclames dan ooit tevoren. Ik moest iets doen, het kon zo niet langer. Een homostel waarmee ik bevriend was, raadde me aan om een kinderaantekening te halen bovenop mijn diploma als verpleegkundige. Dan kon ik op de kinderafdeling gaan werken en was ik hele dagen omringd met kinderen die zorg nodig hadden. Misschien dat ik hier iets van mijn moederliefde kwijt kon. Eerst vond ik het een absurd idee. Ik was ervan overtuigd dat het mijn verdriet om het kinderloos zijn, alleen maar zou versterken maar Ludo en John bleven vasthouden aan hun standpunt en gaven mij de inschrijffolder voor de post HBOV opleiding, dus schreef ik me in.
Dertien maanden duurde de opleiding en het gaf me eindelijk wat rust in mijn hoofd. Hoofdstuk na hoofdstuk bestudeerde ik de anatomie van kinderen en de opeenvolgende groeifases. De studie over de verschillende kinderziektes maakte me zelfs aan het twijfelen. Als je las wat er allemaal met je kindje kon gebeuren, dan was je eigenlijk wel gek om een kind te willen. Ik leerde op de cursus ook nieuwe mensen kennen. En mijn docent. Paul.
Ik glimlach terwijl ik aan hem denk. Wat een lieverd. En zo goed met kleine kinderen. Hij is kinderarts. Via hem kon ik mijn stage lopen op de kinderafdeling van het ziekenhuis waar hij zijn praktijk heeft. En nu heb ik er een vaste aanstelling. Sinds een maand of twee. Paul en ik hebben een verhouding. Hij is getrouwd maar niet gelukkig. Een tweeling van vier is de enige reden waarom hij nog bij zijn vrouw is. Maar niet lang meer. Ik wil dat hij bij mij komt wonen. Als hij co-ouderschap neemt dan kan ik voor zijn tweeling zorgen. En voor ons ongeboren kind, wat hopelijk snel wordt verwekt. Toen we de eerste keer met elkaar naar bed gingen heb ik hem voorgelogen en gezegd dat ik de pil slik. We doen het al ruim een half jaar maar … nog steeds niets. Ik pieker me suf waarom het niet lukt en kan aan niks anders meer denken.
Ik loop door de blinkend gepoetste gang. Het linoleum heeft op elke afdeling een andere gekleurde rand aan de zijkanten. Op de kinderafdeling is de rand vrolijk geel. Nu loop ik over de gang naar de polikliniek gynaecologie. Hier is de rand blauw. Opeens verstijf ik bij het horen van een lach. Een lach die ik uit duizenden herken. Jouw lach. Ik schiet weg achter een pilaar en zie jou aan komen lopen met je arm rond een blonde vrouw. Haar ogen stralen en jij gaat helemaal in haar op. Mijn blik glijdt naar beneden en ik voel de grond onder me wegzakken als mijn ogen blijven rusten op haar buik. Een kleine verdikking maar onmiskenbaar zwanger. Het is goed dat ik bij de pilaar sta want anders was ik vast en zeker omver gevallen. Ik draai nog wat verder zodat jullie me zeker niet zullen opmerken, al is die kans nihil omdat jullie alleen oog voor elkaar hebben. Ik begin hevig te trillen en krijg zo’n pijn in mijn buik alsof alles samentrekt. Ik klap dubbel en hap naar adem. Marco wordt vader.
“Gaat het collega?”
Een oudere vrouw in verpleegstersjurk met Hilda op haar naamplaatje heeft mijn arm gepakt en leidt me naar het rijtje dichts bijstaande stoelen. Ze gaat naast me zitten en houdt twee vingers op mijn pols terwijl ze op haar horloge tuurt.
“Jeetje, je hartslag is wel erg hoog. Haal maar eens even rustig adem,” en ze ademt zachtjes fluitend uit.
“Zo ja. Adem in – pfff – adem uit. En nog eens. Goed zo.”
En langzaam kom ik weer tot mezelf.
“Dank je Hilda. Ik ben Carmen. Ik ben zwanger en werd onwel, ik heb nog niet gegeten,” lieg ik er zomaar op los.
Hilda’s bezorgde blik maar plaats voor een brede lach. “Ach, dat weet ik nog van toen ik zelf zwanger was”, zegt ze. “Blijf hier maar even zitten.”
Ze staat op en loopt richting de uitgang van de polikliniek. Even later komt ze terug met een bekertje warme chocolademelk en een koekje.
“Alsjeblieft, hier knap je vast van op.”
Dankbaar neem ik het van haar aan. Ik moet aan mijn oma denken die de lekkerste chocomelk van de wereld kon maken en altijd een luisterend oor had. Opeens begin ik te huilen, al kan ik Hilda natuurlijk niet de waarheid zeggen over mijn frustratie dat ik geen kinderen kan krijgen. Maar haar troostende armen die zachtjes over mijn rug strijken geven hetzelfde gevoel als destijds bij mijn oma.
“Tja meisje, een zwangerschap verandert je hormoonhuishouding en maakt je labieler dan anders. Ik zat altijd te janken bij iedere zielige film op televisie. Het hoort er allemaal bij.”
Snuffend koester ik me nog even in haar warmte en dan trek ik me langzaam terug. Ik sta op en pak het lege bekertje. Ik kan niet langer blijven talmen. Ik heb de perfecte oplossing voor mijn probleem gevonden en moet nu als de donder actie ondernemen.
“Ik weet niet hoe ik je moet bedanken, je was er precies op het juiste moment. Het gaat wel weer. Laten we terug aan het werk gaan.”
Paul is teleurgesteld wanneer ik hem vertel dat ik een time-out wil. Ik zeg dat ik het niet aan kan dat hij niet kan kiezen tussen mij en zijn gezin en dat ik een paar maanden in het buitenland ga werken. Via personeelszaken heb ik al onbetaald verlof geregeld. Ik huur een appartement aan de kust over de grens en koop positiekleding. Iedere maand ‘groeit’ mijn buik een beetje meer. Ik ga zelfs waggelend lopen. Ondertussen ben ik via gemeenschappelijke vrienden op Facebook op de hoogte van het verloop van de zwangerschap van Marco en zijn vriendin. Foto’s van de ingerichte kinderkamer en aangeschafte kinderwagen laten zien dat papa er helemaal klaar voor is. De baby kan elk moment komen…Klootzak.
Ik loop door de blinkend gepoetste gang. Mijn hart bonkt en mijn handen transpireren als ik de deur zachtjes openduw. Daar liggen ze, slapend. Mijn ogen vliegen over de schattige babyhoofdjes in de wiegjes. Bingo. Wat is ze mooi. En haar neusje, ze heeft jouw neusje. Ik rits mijn jas open en haal de pop uit de draagzak. Al die tijd blijf ik met mijn rug naar de bewakingscamera staan. Ik pak de baby op en wurm haar in de draagzak. Daarna leg ik de pop in haar plaats in de wieg. Voor de schijn loop ik nog langs wat andere wiegjes. Precies zoals tijdens de nachtrondes voer ik mijn controles uit. Jouw kindje maakt snikkende geluidjes. “Stil maar schatje, mama is hier.”
Recente reacties
Archieven