Boeken

Stil Maar

boek obsessiesJe woorden galmen door mijn hoofd wanneer ik de babypop vastpak in de speelgoedwinkel. Levensecht, hoe krijgen ze het gemaakt. Liefdevol strijk ik over het kopje en neem haar mee naar de kassa.|
“Is het een cadeautje mevrouw?”|
Ik knik bevestigend. Het winkelmeisje wikkelt de pop in bloemetjespapier en doet er een roze strik om.
“Alstublieft mevrouw, veel plezier ermee. Ze zal blij verrast zijn.” 
Ze moest eens weten, denk ik glimlachend terwijl ik de pop aanpak. “Dank je wel.”

 

We wilden graag een kind. Ik misschien meer dan jij, maar mijn biologische klok was aan het tikken in tegenstelling tot die van jou. Een leeftijdsverschil van vier jaar is niet zo erg maar voor een vrouw die de dertig is gepasseerd, gaat het toch meespelen. Terwijl mijn vriendinnen zwanger raakten, bleef bij mij de maandelijkse menstruatie gewoon komen. Keurig op tijd.
“Een gezonde cyclus mevrouw, ik zou me niet zo druk maken. Niet iedereen is direct zwanger. Bij de een duurt het gewoon wat langer dan bij de ander.”
Onze huisarts trok zijn latex handschoenen uit, liep terug naar zijn ouderwetse mahoniehouten bureau en tikte zijn bevindingen in op zijn laptop. Ik tilde mijn benen van de stalen beugels en trok mijn slipje en broek aan en ging weer naast jou zitten.
“Maar we zijn nu meer dan een half jaar bezig dokter en ik wil dat u verder kijkt. Misschien heeft Marco wel onvruchtbaar zaad.”
Jij kleurde rood, niet van schaamte maar ik zag aan je ogen hoe boos je was. Hoe durfde ik jouw zaad in twijfel te trekken? Toch pakte de huisarts een potje uit zijn lade en gaf het aan je samen met een tijdschrift dat weinig aan de verbeelding overliet.
“In de gang is een toilet. Jullie zijn de laatste patiënten deze middag dus neem je tijd.”
Gelaten zag ik je opstaan en met het potje de spreekkamer uit lopen.
Toen we een week later terug in de spreekkamer zaten voor de uitslag, was de dokter heel stellig. Het zaad was springlevend, er was geen enkele reden waarom ik niet zwanger zou kunnen worden, vertelde onze huisarts kalm. We kregen een soort dagboekje mee waarin stond hoe ik mijn eisprong kon berekenen en waarin we alle pogingen moesten noteren.

Deze ‘nu of nooit’ momenten leverden in het begin wel spannende seks op. Even snel een wip op jouw kantoor in de pauze want om precies twaalf uur was het piekmoment. Begerig veegde je alles van je bureau en schoof mijn rokje omhoog. Ik kon nog net de witte designlamp vastgrijpen voor hij over de rand zou verdwijnen. Of die keer dat ik een hevige hoofdpijn voorwendde op mijn werk. Om vervolgens vliegensvlug naar huis te gaan waar we tegelijkertijd aankwamen en daarna in de lift de stopknop hebben ingedrukt omdat we niet konden wachten. Dat gezicht van de buurvrouw toen we half ontkleed naar buitenkwamen. Maar al snel ging het jou tegenstaan. Je klaagde dat ik je alleen nog als een dekhengst zag, dat er geen liefde bij kwam kijken. Alles draaide om zwanger worden en mijn hevige teleurstellingen als er toch weer bloedplekken in mijn onderbroek verschenen, werden niet langer liefdevol opgevangen, maar wekten alleen nog jouw ergernis op. Geen troostende arm meer rond mijn schouder of lieve geruststellende woordjes: stil maar schat het komt wel goed. Ik zag ook wel in dat het de verkeerde kant op ging. Maar ik wilde zo graag, zo ontzettend graag een baby.

Clair werd geboren, het eerste dochtertje van mijn beste vriendin. We gingen op kraamvisite en ik zat huilend met het schattige roze, naar Zwitsal geurende, baby’tje op mijn armen. Mijn vriendin dacht dat ik ontroerd was maar toen het huilen overging in onbedaarlijk snikken, pakte Robbert snel zijn dochtertje van mij over en gebaarde jou hem te volgen naar de keuken. Schokkend en met lange uithalen gooide ik mijn frustratie naar buiten en Clair probeerde me te troosten en moed in te spreken. Maar ik kon haar alleen maar haten omdat het haar wel gelukt was een kind te krijgen en mij niet. Het was het einde van onze vriendschap.

Op straat zag ik overal moeders met kinderwagens. Het stikte ervan. Of zwangere vrouwen die lachend met hun vent door het park wandelden, druk bezig namen te verzinnen en fantaserend over de kinderkamer.
Ik kon er niet meer tegen. En daar zaten we weer, bij de huisarts die ons dan uiteindelijk na een jaar oefenen, doorstuurde naar de gynaecoloog. Allerlei onderzoeken, testen en zelfs een kijkoperatie. Er was niets, maar dan ook niets wat een zwangerschap in de weg zou kunnen staan.
“Je wilt te graag,” zei je in de auto terug naar huis.
“En wil jij eigenlijk wel graag genoeg?” kaatste ik terug.
Je zei helemaal niks terwijl ik zat te schreeuwen en tieren. Toen we thuis kwamen, liep je in één streep door naar de slaapkamer waar je jouw deel van de kledingkast in tassen begon te proppen.
“Wat ga je doen?”
“Dat zie je toch? Ik heb er genoeg van. Ik ga een tijdje bij Dirk wonen, even afstand nemen.”
En weg was je.
Het kwam niet meer goed. Je kwam niet terug.

Mijn hele lichaam schreeuwde om een kind. Ik kon niet meer buiten komen; overal hoorde ik huilende of lachende kinderen. Baby’s, kleuters. Ook op televisie waren er meer pamperreclames dan ooit tevoren. Ik moest iets doen, het kon zo niet langer. Een homostel waarmee ik bevriend was, raadde me aan om een kinderaantekening te halen bovenop mijn diploma als verpleegkundige. Dan kon ik op de kinderafdeling gaan werken en was ik hele dagen omringd met kinderen die zorg nodig hadden. Misschien dat ik hier iets van mijn moederliefde kwijt kon. Eerst vond ik het een absurd idee. Ik was ervan overtuigd dat het mijn verdriet om het kinderloos zijn, alleen maar zou versterken maar Ludo en John bleven vasthouden aan hun standpunt en gaven mij de inschrijffolder voor de post HBOV opleiding, dus schreef ik me in.
Dertien maanden duurde de opleiding en het gaf me eindelijk wat rust in mijn hoofd. Hoofdstuk na hoofdstuk bestudeerde ik de anatomie van kinderen en de opeenvolgende groeifases. De studie over de verschillende kinderziektes maakte me zelfs aan het twijfelen. Als je las wat er allemaal met je kindje kon gebeuren, dan was je eigenlijk wel gek om een kind te willen. Ik leerde op de cursus ook nieuwe mensen kennen. En mijn docent. Paul.
Ik glimlach terwijl ik aan hem denk. Wat een lieverd. En zo goed met kleine kinderen. Hij is kinderarts. Via hem kon ik mijn stage lopen op de kinderafdeling van het ziekenhuis waar hij zijn praktijk heeft. En nu heb ik er een vaste aanstelling. Sinds een maand of twee. Paul en ik hebben een verhouding. Hij is getrouwd maar niet gelukkig. Een tweeling van vier is de enige reden waarom hij nog bij zijn vrouw is. Maar niet lang meer. Ik wil dat hij bij mij komt wonen. Als hij co-ouderschap neemt dan kan ik voor zijn tweeling zorgen. En voor ons ongeboren kind, wat hopelijk snel wordt verwekt. Toen we de eerste keer met elkaar naar bed gingen heb ik hem voorgelogen en gezegd dat ik de pil slik. We doen het al ruim een half jaar maar … nog steeds niets. Ik pieker me suf waarom het niet lukt en kan aan niks anders meer denken.

Ik loop door de blinkend gepoetste gang. Het linoleum heeft op elke afdeling een andere gekleurde rand aan de zijkanten. Op de kinderafdeling is de rand vrolijk geel. Nu loop ik over de gang naar de polikliniek gynaecologie. Hier is de rand blauw. Opeens verstijf ik bij het horen van een lach. Een lach die ik uit duizenden herken. Jouw lach. Ik schiet weg achter een pilaar en zie jou aan komen lopen met je arm rond een blonde vrouw. Haar ogen stralen en jij gaat helemaal in haar op. Mijn blik glijdt naar beneden en ik voel de grond onder me wegzakken als mijn ogen blijven rusten op haar buik. Een kleine verdikking maar onmiskenbaar zwanger. Het is goed dat ik bij de pilaar sta want anders was ik vast en zeker omver gevallen. Ik draai nog wat verder zodat jullie me zeker niet zullen opmerken, al is die kans nihil omdat jullie alleen oog voor elkaar hebben. Ik begin hevig te trillen en krijg zo’n pijn in mijn buik alsof alles samentrekt. Ik klap dubbel en hap naar adem. Marco wordt vader.
“Gaat het collega?”
Een oudere vrouw in verpleegstersjurk met Hilda op haar naamplaatje heeft mijn arm gepakt en leidt me naar het rijtje dichts bijstaande stoelen. Ze gaat naast me zitten en houdt twee vingers op mijn pols terwijl ze op haar horloge tuurt.
“Jeetje, je hartslag is wel erg hoog. Haal maar eens even rustig adem,” en ze ademt zachtjes fluitend uit.
“Zo ja. Adem in – pfff – adem uit. En nog eens. Goed zo.”
En langzaam kom ik weer tot mezelf.
“Dank je Hilda. Ik ben Carmen. Ik ben zwanger en werd onwel, ik heb nog niet gegeten,” lieg ik er zomaar op los.
Hilda’s bezorgde blik maar plaats voor een brede lach. “Ach, dat weet ik nog van toen ik zelf zwanger was”, zegt ze. “Blijf hier maar even zitten.”
Ze staat op en loopt richting de uitgang van de polikliniek. Even later komt ze terug met een bekertje warme chocolademelk en een koekje.
“Alsjeblieft, hier knap je vast van op.”
Dankbaar neem ik het van haar aan. Ik moet aan mijn oma denken die de lekkerste chocomelk van de wereld kon maken en altijd een luisterend oor had. Opeens begin ik te huilen, al kan ik Hilda natuurlijk niet de waarheid zeggen over mijn frustratie dat ik geen kinderen kan krijgen. Maar haar troostende armen die zachtjes over mijn rug strijken geven hetzelfde gevoel als destijds bij mijn oma.
“Tja meisje, een zwangerschap verandert je hormoonhuishouding en maakt je labieler dan anders. Ik zat altijd te janken bij iedere zielige film op televisie. Het hoort er allemaal bij.”
Snuffend koester ik me nog even in haar warmte en dan trek ik me langzaam terug. Ik sta op en pak het lege bekertje. Ik kan niet langer blijven talmen. Ik heb de perfecte oplossing voor mijn probleem gevonden en moet nu als de donder actie ondernemen.
“Ik weet niet hoe ik je moet bedanken, je was er precies op het juiste moment. Het gaat wel weer. Laten we terug aan het werk gaan.”

Paul is teleurgesteld wanneer ik hem vertel dat ik een time-out wil. Ik zeg dat ik het niet aan kan dat hij niet kan kiezen tussen mij en zijn gezin en dat ik een paar maanden in het buitenland ga werken. Via personeelszaken heb ik al onbetaald verlof geregeld. Ik huur een appartement aan de kust over de grens en koop positiekleding. Iedere maand ‘groeit’ mijn buik een beetje meer. Ik ga zelfs waggelend lopen. Ondertussen ben ik via gemeenschappelijke vrienden op Facebook op de hoogte van het verloop van de zwangerschap van Marco en zijn vriendin. Foto’s van de ingerichte kinderkamer en aangeschafte kinderwagen laten zien dat papa er helemaal klaar voor is. De baby kan elk moment komen…Klootzak.

Ik loop door de blinkend gepoetste gang. Mijn hart bonkt en mijn handen transpireren als ik de deur zachtjes openduw. Daar liggen ze, slapend. Mijn ogen vliegen over de schattige babyhoofdjes in de wiegjes. Bingo. Wat is ze mooi. En haar neusje, ze heeft jouw neusje. Ik rits mijn jas open en haal de pop uit de draagzak. Al die tijd blijf ik met mijn rug naar de bewakingscamera staan. Ik pak de baby op en wurm haar in de draagzak. Daarna leg ik de pop in haar plaats in de wieg. Voor de schijn loop ik nog langs wat andere wiegjes. Precies zoals tijdens de nachtrondes voer ik mijn controles uit. Jouw kindje maakt snikkende geluidjes. “Stil maar schatje, mama is hier.”

“Ondergedoken” Winnend verhaal van verhalenwedstrijd ‘Verliefd, verloofd, … vermoord’

Cover

Cover

Hanne loopt het stenen trapje af naar het strand. Het warme zand brandt onder haar blote voeten. Nog enkele meters en dan is ze op de lange houten steiger die de Middellandse Zee in loopt. Ze is hier al drie weken maar verwondert zich nog elke dag over de heldere azuurblauwe kleur van het water. Een school zilveren visjes schiet zigzag door het water. De voorste bepalen de richting en de rest volgt, net als bij een kudde schapen.
Aan het einde van de pier ziet ze hem staan. De waterdruppels glinsteren op zijn donkerbruine rug. De feloranje zwemshort accentueert zijn bronzen gespierde lichaam nog eens extra. Een warme tinteling trekt door haar lichaam. Mijn god, wat is ze verliefd.

 

Hij keert zich om, alsof hij haar voelde aankomen. Een brede lach siert zijn knappe gezicht. Hij komt naar haar toegelopen en kust haar zacht op haar lippen. Ze proeft het zout van de zee. Zouter dan de zee thuis.
“Je lag nog zo lekker te slapen dat ik je niet wilde wekken en alleen ben gaan snorkelen.”
“Niet erg schat. Vanmiddag heb ik weer duikles. Ik kon wel wat extra slaap gebruiken na vannacht.”
Ondeugend kijkt ze Ferred aan. Ze voelt zich een verliefde tiener, ze lijkt wel gek. Wat zal haar twintigjarige dochter hiervan vinden?
“Wat dacht je van een ontbijtje?”
Ferred pakt zijn handdoek van de reling en schiet in zijn teenslippers. Hij vlecht zijn vingers in die van Hanne en samen lopen ze terug naar het hotel.
“Even iets aantrekken,” zegt hij en met enkele vlotte stappen klimt hij het trapje op naar hun kamer.
Hanne wacht op het muurtje en kijkt naar de voorbijkomende gasten die richting het ronde gebouw lopen waar het ontbijt geserveerd wordt.

Ze denkt terug aan de eerste ontmoeting. Ze stond voor de receptie te wachten om in te checken. Er was een dubbele rij met gasten. Ze deden tegelijk een stap naar voren toen de receptioniste riep: “Next please.”
“Ladies first,” zei de man naast haar terwijl hij haar charmant toelachte. Ze vergat even waar ze was toen haar blik de zijne raakte. Wat een ogen, en die lange donkere wimpers. De receptioniste bracht haar terug in de werkelijkheid en blozend had ze zich verontschuldigd. Later bleek dat ze een kamer naast elkaar hadden gekregen. Was dit toeval of had de receptioniste een vooruitziende blik gehad?
Na een hernieuwde kennismaking op het balkon vroeg Ferred of ze zin had met hem te dineren.
“Samen eten is gezelliger dan alleen,” had hij nonchalant gezegd. Even later zaten ze tot diep in de nacht aan hun tafeltje met uitzicht over de zee.
Ze vertelde over haar leven, zonder in details te treden. Al vermeldde ze wel direct dat ze een volwassen dochter had en weduwe was. Hij vertelde dat hij gescheiden was, geen kinderen. Hij was van Turkse afkomst maar zijn moeder was Nederlandse. Omdat hij zo van het leven onder water hield had hij een duikvakantie geboekt in Egypte. Als eigen baas kon hij zo lang vrij nemen als hij wenste. Vanaf die avond waren ze onafscheidelijk. Ferred had haar overgehaald om duiklessen te nemen. Snorkelen is leuk had hij gezegd, maar duiken was het einde, het mooiste op aarde.
De eerste keer vond Hanna het maar eng. Ademen door dat masker en afhankelijk zijn van die zuurstoffles was benauwend maar als snel vergat ze haar angst door de prachtig weelde onder de waterspiegel. Een hele wereld op zichzelf. En zo rustgevend. Haar instructeur en tevens eigenaar van de duikschool, was een aardige en kalme man. Peter was een Nederlander en daardoor was er geen taalbarrière waardoor ze hem volkomen vertrouwde. Na de theorielessen mocht ze oefenen in het zwembad en enkele dagen geleden had ze de eerste duik in zee gemaakt. Het was werkelijk adembenemend. Ferred was trots op haar en kon niet wachten om samen met haar te gaan duiken. Maar eerst moest ze het duikbrevet halen. Daarvoor waren nog drie duiklessen in zee nodig.

Een paar koele handen bedekken haar ogen. Hanne schrikt even maar weet direct dat ze van Ferred zijn. Zijn kruidige, muskaatachtige aftershave heeft hem verraden.
Lachend staat ze op en hand in hand lopen ze naar het restaurant. Het ontbijtbuffet is, zoals gebruikelijk in een vijfsterrenhotel, overweldigend. Het is iedere keer weer een feestje om een keuze te maken en toch niet ongemerkt te veel te eten. Dat was de eerste dagen van hun verblijf wel anders, toen kreeg ze bijna geen hap door haar keel van verliefdheid.
Terwijl ze zitten te eten komt er een vrouw aanlopen met een grote hoed op en een zonnebril. Ze stapt welbewust recht op het tafeltje af waar Hanne en Ferred elkaar druiven voeren.
“Dus hier zit je vuile schoft.”
Ferred staat direct op en trekt de vrouw, voordat ze nog wat kon zeggen, aan haar arm mee het restaurant uit. Hanne blijft verbijsterd achter.
Na een tiental minuten komt Ferred terug. Zijn gezicht staat verbeten.
“Wie was dat?”
“Ach een oude vlam, niks om je druk over te maken. Ben je klaar met eten? Ik heb een verrassing voor je.” Ferred blijft naast haar stoel staan en er zit niks anders op dan overeind te komen en hem te volgen. Hij loopt naar de terrasuitgang en trekt Hanne gehaast achter zich aan.
“Niet zo snel Ferred, straks val ik nog.”
Ze probeerde hem bij te houden op haar sandaaltjes maar dat lukte niet zo best. Hanne kan niet helemaal volgen.
“Wat gaan we doen? Ik wil eerst nog even naar de kamer terug.”
“Sorry schat, maar daar is geen tijd voor.”
Met stevige passen beent Ferred door de tropische tuin. Dit keer is er geen tijd om de bijzondere palmen te bewonderen of stil te staan en de bedwelmende geur op te snuiven van de exotische bloemen.
Ze lopen voorbij de zwembaden en het kinderbad met de vele glijbanen waar het op dit moment van de vroege ochtend toch al behoorlijk druk is. Het fluitje van de badmeester klinkt schel en krachtig en met grote gebaren maakt hij de kinderen duidelijk dat ze moeten blijven zitten en niet gehurkt van de glijbaan af mogen.
Hanne kijkt verbaast als Ferred haar mee trekt naar het beauty- en relax centrum. Achter de balie staat een slanke vrouw van middelbare leeftijd, ze is zorgvuldig opgemaakt en heeft een witte broek aan met een roze polo met het logo van de salon erop geborduurd. Het ruikt er naar menthol en een andere kruidige geur die Hanne niet een twee drie thuis kan brengen.
“Hello, can I help you?” vraagt ze glimlachend.
“Ik heb een afspraak voor mijn verloofde om 10.30 uur, kamer nummer 230.”
De vrouw kijkt in de computer en knikt bevestigend.
Hanne kijkt Ferred vragend aan.
“Surprise schat, een complete behandeling. Je geen zorgen maken, je bent op tijd klaar voor je duikles.”
Ferred drukt een kus op haar lippen.
Er komt een jong meisje aangelopen, ze is geheel gesluierd en heeft een t-shirt met lange mouwen aan met daarover heen de roze bedrijfspolo. Eronder draagt ze een lange witte katoenen broek en witte Nike sportschoenen. Haar irissen zijn bijna net zo donker al haar pupillen en de zwarte kohllijn benadrukt de amandelvorm die zo typerend is voor de ogen van Egyptische vrouwen.
Ze stelt zich voor als Neneth en haar ogen lijken even op te lichten als ze Ferred aankijkt. Hierdoor lijkt het alsof ze hem al eerder heeft gezien. Maar dat zal wel verbeelding zijn denkt Hanne. Ze moet eens niet zo jaloers zijn. Het is logisch dat vrouwen naar haar knappe verloofde kijken. Heel even komt de twijfel de hoek om kijken. Ferred is 10 jaar jonger dan zij, wat ziet hij in haar?
“Geniet maar lekker schat,” zegt Ferred en hij verdwijnt.
Neneth staart hem na en draait dan bruusk haar hoofd om.
“Follow me,”en ze gebaart Hanne mee te komen en laat haar een kleedhokje in gaan.
“Cloth out and put that on,” zegt ze in gebroken Engels.
Aan het haakje hangt een badjas.
Hanne trekt haar zomerjurkje uit en besluit haar slipje aan te houden. Ze trekt de badjas aan en wacht op Neneth. Wat zal ze voor haar in petto hebben?
De deur aan de andere kant van het kleedhokje gaat open en Neneth loopt voor Hanne uit naar een houten sauna.
“Ten minutes” en ze helpt Hanne uit de badjas.
De sauna is leeg en Hanne gaat op het onderste bankje zitten. Pff, wat een warmte. Ze houdt niet zo van de droge warmte. Liever gaat ze in een stoomcabine. Ze sluit haar ogen en probeert langzaam in en uit te ademen. Ze voelt even een koele windvlaag en gluurt tussen haar wimpers door. Er is een andere vrouw binnengekomen die gelijk helemaal bovenin gaat zitten. Een ervaren saunaster, denkt Hanne. Net wanneer ze denkt het niet meer vol te houden gaat de deur opnieuw open en vraagt Neneth haar eruit te komen. Ze wordt naar een douche gebracht en schrikt als de koude stralen haar oververhitte lichaam met een schokeffect afkoelen.
Vervolgens gaan ze naar een kleine betegelde ruimte waar het stinkt naar rottende bladeren. Er staan twee behandelbanken, op één ervan wordt een vrouw ingesmeerd met een groenig soort modder. Hanne gaat liggen en ondergaat dezelfde behandeling. De warme modder voelt zwaar op haar lichaam maar ook verrassend goed. Als ze helemaal is ingesmeerd vertrekken beide gesluierde assistentes en klinkt er een rustgevende muziekje. Hanne dommelt in slaap en wordt wakker geschud door Neneth.
“Follow me please.”
Na het modderbad volgen nogmaal een saunasessie, een bezoekje aan een Turks stoombad en een ontspannen watermassage in een jacuzzi. Herboren kleedt Hanne zich zo’n twee uur later aan. Dan valt haar oog op een briefje: Don’t trust Ferred. Bad man. Alsof ze haar vingers brandt, laat Hanne het papiertje vallen. Totaal van de kaart snelt ze het beautycentrum uit en vlucht naar de hotelkamer.
Van Ferred is geen spoor te bekennen. Wat moet ze nu? Ze wil uitleg. Het rare gedrag van Ferred nadat de vrouw in het restaurant aan hun tafeltje was verschenen, komt opeens weer terug boven. Zijn dwingende en gehaaste gang naar het beautycentrum… De vreemde blik van Neneth. Ze wordt helemaal gek van het gissen. Na een uur ongeduldig geijsbeer door de hotelkamer, wachtend op Ferred die ook zijn telefoon niet beantwoordt, besluit ze toch maar naar de geplande duikles te gaan. Zonde van het geld om deze les te laten schieten, zo dicht bij het duikbrevet.
Op van de zenuwen verwisselt haar zomerjurkje voor een badpak. Ze schiet in haar slippers en grist de plunjezak mee. Snel loopt ze door de tuin naar de steiger waar de duikschool zich bevindt.

“Hoi Hanne, pak maar snel je uitrusting want we hebben niet veel tijd meer,” begroet Peter haar.
Het is lastig om zo’n rubberen duikpak snel aan te trekken. Gelukkig heeft dit pak korte mouwen en pijpen anders zou het nog langer duren, denkt Hanne. De instructeur helpt haar de zware gasfles om te hangen en ze controleert haar duikklok en de meters van de zuurstoffles. In haar gedachten gaat ze alle verplichte handelingen na. Duiken is een sport waarbij je je hoofd koel moet houden, ook boven water. Even kan ze de vragen over het briefje naar de achtergrond verdringen.
Ze flappert met de flippers de andere cursisten achterna en neemt plaats in de boot. De duikpakken maken het moeilijk om elkaar goed te herkennen.
Het lijkt alsof er een nieuw gezicht tussen zit maar Hanne schenkt er geen aandacht aan totdat ze aan de beurt is om over boord te gaan. Het blijkt dat haar vast duikmaatje Violet ziek is en dat deze vrouw haar buddy is.
“Hanne, dit is Neneth van het beautycentrum,” zegt Peter. “Ze valt in als we een buddy tekort komen.”
Neneth glimlacht en kijkt Hanne niet recht aan.
“Hello again,” zegt ze.
“Maak je geen zorgen, je bent in veilige handen,” zegt Peter.
“Neneth heeft al een duikbrevet.”
Hanne plaatst de duikbril over haar ogen en neus en neemt de snorkel in haar mond. Dan gaat ze op de rand van de boot zitten en laat zich achterover het water in vallen. Neneth plonst na haar in de zee. Opnieuw wordt Hanne verrast door de pracht onder water. Ze volgt Neneth steeds dieper en dieper naar beneden. Opeens duiken ze over de rand van het rif en even heeft ze hoogtevrees. Zo diep is het “ravijn” onder water. Een enorme zeeschildpad zwemt vlakbij en Hanne vergeet bijna te ademen van ontzag. Neneth maak het bekende oké-gebaar door een O te vormen met haar duim en wijsvinger. Hanne gebaart terug: alles in orde.
Ze zakken nog verder en de mooiste vissen passeren als in een film de revue. Opeens is Hanne Neneth kwijt. Ze kijkt verschrikt om zich heen.
Hoe kan dat nu? Hanne voelt lichte paniek opkomen maar maant zichzelf kalm te blijven. Ze kijkt op haar duikhorloge om te zien hoe diep ze is. Oei, behoorlijk diep. En haar zuurstof is al voor meer dan de helft op. Opeens voelt ze iets aan haar rug en voordat ze er erg in heeft is de koppeling met de zuurstoffles losgesneden. Een duiker schiet weg en Hanne raakt totaal in paniek. Uit alle macht trappelt ze naar boven. Ze voelt zich licht in haar hoofd en misselijk, de druk in haar longen neemt enorm toe. Vaag herinnert ze zich dat ze niet te snel naar boven mag gaan maar ze heeft geen tijd om te klimatiseren. Vechtend voor haar leven probeert ze naar het oppervlak te gaan. Ze verliest het bewustzijn.
De omstanders op de steiger zijn geschokt. Het levenloze lichaam van de duikster ligt op de houten steiger. Er wordt een laken over heen gelegd. Peter moet mee met de Egyptische autoriteiten. Hij begrijpt niet hoe dit heeft kunnen gebeuren en voelt zich enorm verantwoordelijk. De duikschool wordt verzegeld en hangende het onderzoek gesloten.

“Uw moeder ligt in een caisson, een dekompressor. Ze moet hier zeker 48 uur in blijven. Ga maar naar uw hotel. Ik bel als er iets wijzigt in de situatie.”
De arts geeft Suzanne een hand “Sterkte.”
Suzanne zakt terug op de stoel. Een politieagent komt aanlopen met een bekertje thee.
“Hier mevrouw, dit zal u goed doen.”
De agent neemt naast haar plaats en legt uit dat van de verloofde van haar moeder geen spoor te bekennen is maar dat Neneth een ervaren duikster is en haar dood verdachte omstandigheden heeft.
“Hoe goed kent u de verloofde van uw moeder?”
“Helemaal niet, ik wist niet eens dat ze verloofd was.”
Suzanne begint te huilen. Wat een toestand. Haar moeder vechtend voor haar leven, in een Egyptisch ziekenhuis. Verloofd zonder dat zij, haar enige dochter, hier iets van wist.
“De overleden vrouw is de stiefdochter van uw moeders verloofde,” vervolgt de agent.
“We hebben in haar kastje in het beautycentrum waar ze werkte een notitieboekje gevonden met namen van welgestelde alleenstaande vrouwen en data en namen van hotels in Egypte van het afgelopen jaar. Nader onderzoek wijst uit dat de verloofde van uw moeder het afgelopen jaar meer dan 6 keer met verschillende dames enkele weken in een hotel verbleef, steeds op kosten van de dame. Uw moeder is zijn zevende affaire.”
Suzanne drinkt met kleine slokjes de bittere thee op. Ze probeert te bevatten wat de agent vertelt heeft. Maar de zorgen om haar moeder en hoe ze hier uit komt zijn op dit moment het belangrijkste. Ze vraagt of de agent haar bij het hotel kan afzetten. Ze kan in de suite van haar moeder verblijven maar de agent vindt dat niet zo verstandig omdat Ferred hoofdverdachte is en ook een kamer in het hotel heeft waar al zijn spullen nog zijn. Suzanne zegt dat ze toch op de kamer van haar moeder wil verblijven omdat ze dan het gevoel heeft dichter bij haar te zijn. De agent stemt in maar regelt tegelijkertijd bewaking.
De volgende dag wordt er luid op de deur gebonkt. Suzanne schrikt op en trekt de peignoir van haar moeder aan voordat ze de deur slaperig opent. Het is dezelfde politieagent.
“Slecht nieuws mevrouw, we hebben het lichaam van Ferred gevonden. Hij had eveneens een duikpak aan en tijdstip van overlijden lijkt eerder te zijn dan dat van Neneth. Hij heeft geen water in zijn longen dus hij was al dood voordat hij in het water is geraakt”.
“En nu?” vraagt Suzanne.
“Nu is uw moeder verdachte,” zegt de agent.
Ontzet kijkt Suzanne de man aan?
“U bent gek geworden? Mijn moeder is slachtoffer”.
“Uw moeder heeft een motief, tenslotte is ze bedrogen,” voert de agent aan.
“Onmogelijk” antwoordt Suzanne. “Mijn moeder kan nog geen vlieg doodslaan.”
“En nu wil ik dat u vertrekt. Ik wil naar het ziekenhuis.”
Suzanne loopt naar de badkamer en laat de harde waterstralen over zich heen stromen. In wat voor nachtmerrie bevinden ze zich? Na het douchen voelt ze zich iets beter en ze bestelt via roomservice een ontbijt op de kamer. Daarna belt ze de receptie en laat een taxi komen die haar naar het ziekenhuis brengt.
De toestand van haar moeder is onveranderd. Ze is nog niet bij bewustzijn geweest. Ze kijkt door het ruitje van de cabine naar haar moeder door het glazen ruitje liggen. Het lijkt of ze slaapt. Haar gezicht is onnatuurlijk rood en haar lippen lijken wel gestift, zo knalrood.
Tegen de middag komt de agent vergezeld van een man gekleed in een duur uitziend Armanipak op haar afgelopen.
De man in pak stelt zichzelf voor. Hij is van de Turkse politie. Het schijnt dat Ferred in Turkije gezocht werd voor oplichtingspraktijken. Zijn ex-vrouw heeft een aanklacht ingediend nadat haar ex-man na diverse affaires zich van haar liet scheiden en ervandoor ging met haar vermogen.
De vrouw is al enkele maanden zoek. De Turkse politie heeft een opsporingsbevel voor geheel Europa uitgevaardigd en is samen met Interpoll een uitgebreid onderzoek gestart. Ferred had meerdere paspoorten en identiteiten, daardoor is hij het afgelopen jaar steeds iedereen te snel af geweest.
“Gelukkig heb ik ook goed nieuws”, zegt de Egyptische agent. “Uw moeder blijkt een alibi te hebben voor het tijdstip waarop Ferred is gestorven. Zij verbleef op dat moment in het Wellness centrum. De ware toedracht van de moorden zal een langdurig onderzoek vergen maar ze zouden niet zomaar opgeven”, verzekerden beide wetsdienaren haar.
Opgelucht haalt Suzanne adem. Dat probleem is van de baan. Dan komt de arts aangelopen. Als Suzanne zijn gezicht ziet weet ze al wat hij komt zeggen. Alleen is het geen wondere wereld waarin ze zich bevindt maar een ware nachtmerrie.

Een week later staat ze op de steiger. Peter helpt haar aan boord van zijn boot. Ze heeft de urn stevig in haar arm geklemd.
Peter had haar het duikdagboek laten lezen van haar moeder. Ze was bevangen door de enorme passie en fascinatie die haar moeder beschreef voor de onderwaterwereld. Uit alles straalde het geluk dat deze nieuwe wereld haar moeder, die zoveel doorstaan had in haar leven, deze laatste weken van haar leven had geschonken. Daarom kon ze niet anders dan de as van haar moeder uit te strooien in deze prachtige heldere azuurblauwe zee. Ook al had die zee haar moeder ontnomen, haar liefde voor haar was zo sterk dat ze haar moeder kon teruggeven. Haar eigen koraal vormend op de bodem van de middellandse zee.

©Elles Jansen

Hemelse goedheid – tussen hemel en aarde

 

voorkant boek hemels genot

inzending verhalenwedstrijd Hemels Genot – met auteur Lulu Wang in de jury. Mijn inzending ‘Hemelse Goedheid’ zat bij de winnende verhalen en is opgenomen in de bundel Hemels Genot. (2013)

Ik ben dood. Gestorven in mijn hemelbed. Omringd door degenen die ik graag om me heen zou hebben wanneer het zo ver was. Het is raar om dood te gaan. Het doet geen pijn, eerst zag ik een soort licht. Niet constant maar af en toe dook het op in mijn hoofd. Daarna steeds vaker tot het licht niet meer wegging. Geen fel licht, nee meer een soort mistachtige substantie. Heel vreemd.

Alles om me heen lijkt ver van me af plaats te vinden, maar soms ook weer niet. Alsof je dronken bent, denk ik. Maar dat weet ik niet zeker want ik ben in mijn hele leven nog nooit dronken geweest. De mensen rond mijn bed praten met gedempte stemmen tegen elkaar. Net alsof ik er niet meer bij ben. Dat vind ik zeer storend dus ik sla mijn ogen open.

‘Kijk nou, ze kijkt’,  hoor ik mijn dochter opgewonden zeggen. Ik kan haar gezicht slechts wazig zien.
‘Mam, mam hoor je me?’ Ze pakt mijn hand en zegt hoeveel ze van me houdt. Haar stem breekt en huilend gaat ze verder. Dat ze altijd van me is blijven houden, ook de jaren dat ze niet meer thuiskwam. Ze zegt dat ze mijn kleinzoon nooit bij me weg heeft willen houden. Het was allemaal de schuld van die lul, haar ex. Zo pleit ze zichzelf vrij. Wat een stomme smoes, hier heb ik geen zin in, veel te vermoeiend en ik sluit mijn ogen.
‘Mam, mam, niet weggaan’, smeekt ze jankend.
‘Mam ik moet je nog zoveel zeggen.’
‘Beetje laat zus’, hoor ik Alex brommen. Alex, de schat. De ideale zoon van iedere moeder. Altijd attent. Hij heeft voor me gezorgd tot vandaag. Zoveel liefde, vooral toen mijn man me voorging en ik alleen achterbleef. Alex kwam de tuin doen, deed de zware boodschappen. Nam me mee naar de stad, zelfs toen ik bijna niet meer lopen kon. Hij parkeerde de auto gewoon op de stoep, hielp me in mijn rolstoel en installeerde me aan ons favoriete tafeltje bij het raam. Hij bestelde steevast twee schuimgebakjes met thee, als kind was ik er al dol op en dat is nooit veranderd. De smaak van smeltend zoete merengue, gecombineerd met de koude chocolade mousse in de hart van dit perfecte taartje. En dan een slokje hete thee, zonder suiker. Als Hemels genot.

Maar ik dwaal af.
Ik ben dus dood en mijn ziel zweeft nog in de kamer. Kijkt neer op wat eens mijn lichaam was. Iedereen in de kamer heeft verdriet. Alex probeert zijn tranen te verdringen, wil sterk zijn voor zijn kinderen en zijn lieve vrouw. Mijn dochter, zo overdreven huilend. Zo schijnheilig. Of zou ze echt spijt hebben? Ik weet het niet.
Mijn lieve vriendinnen, ze zitten op de tweede rang maar dat zijn ze voor mij beslist niet. Familie heb je, die kan je niet kiezen. Maar vriendinnen daarentegen, je ontmoet ze en de liefde groeit. Sommige ken ik al bijna mijn hele leven. Ik ga ze ook missen.

Het is waar wat ze zeggen, vlak voor je sterf trekt je leven aan je voorbij. In snelle, opeenvolgende beelden bezie ik mijn jeugd, helder alsof het gisteren was. Mijn ouders. Altijd hard aan het werk om ons een zorgeloze jeugd te geven. Mijn zussen, zo verschillend. Vaak ruzie makend tot iemand aan één van hen kwam. Dan vochten ze voor elkaar als leeuwen. Mijn lieve vader die veel te vroeg was doodgegaan. Ik heb hem al gezien hoor, hij wacht me op. Ik ben daarboven niet alleen.
Vervolgens komen mijn vriendjes voorbij gevlogen, het waren er niet zo veel dus daar ben ik zo mee klaar.
Het fijne leven met mijn man. De mooie reizen die we gemaakt hebben samen. De geboorte van onze kinderen. Alles voltrekt zich opnieuw als een film, compleet met emoties, geluiden en geuren. Zo’n vreemde gewaarwording. En ook wel mooi, lang vervlogen herinneringen komen boven zoals je door een fotoalbum bladert. We hebben een prachtig leven gehad samen en ik zou het zo weer met hem overdoen. Alles, de goede en kwade dagen.

Mijn begrafenis is zoals ik gewenst had, een prachtige witte kist met zachte fluwelen bekleding in plaats van het kille satijn. Heel veel bloemen, bedwelmend geurende lelies, tere witte rozen, en mijn lievelingsbloemen: pioenrozen.
Een volle kerk en mensen die zo lovend over mij spreken. Eindelijk de goedkeuring waar ik mijn hele leven zo naar gesnakt heb.
Prachtige fadomuziek van Marizza vult het statige, eeuwenoude gebouw. Mijn lievelingslied is een vrolijk deuntje, ik zie mensen verrast opkijken.De akoestiek klinkt beter dan uit een Ipod-dock.
Dan is het voorbij. Kerkklokken luiden. Iedereen loopt langs mijn kist voor een laatste groet.
Mijn vader knipoogt naar me en stuurt me een kushandje, mijn lieve echtgenoot staat naast hem.
‘Ik kom zo, wil nog even van dit moment genieten’ roep ik hen toe.

De muziek zwelt aan, de prachtige stem van Andrea Bochelli, hij zingt de sterren van de hemel.
Ik sla mijn ogen open, zie lichtstralen helder binnenstromen, stofdeeltjes dansend in de kamer. Zonnestralen beroeren liefkozend mijn gezicht. Ik lig in mijn hemelbed, onder het warme donzen dekbed. Wat een hemels genot om gewoon weer te ontwaken en de lachende geluiden te horen van mijn man die met de kinderen aan het voetballen is in de tuin. Dromen kunnen zo verrekte echt lijken. Ik haal diep adem door mijn neus en een lichte prikkeling van vers gezette koffie dringt binnen. Ik rek me uit en ongeremd blij, boordevol nieuwe energie, gooi ik het dekbed open. Ik loop naar de kaptafel en trek mijn badjas aan. Mijn leven begint opnieuw vandaag want ik zal koesteren wat me lief is tot mijn tijd gekomen is. Niet meer hunkeren naar goedkeuring. Want waarom zou het anders zo druk geweest zijn op mijn begrafenis?, knipoog ik tegen mijn spiegelbeeld. Straks eerst even naar de bakker, schuimgebakje halen.

 

Ik Feliciteer je

“In deze verhalenbundel uitgegeven door Uitgeverij Aquazz in opdracht van www.boekvoorhaar.com en in samenwerking met online schrijfatelier Alica, staat mijn verhaal: Een fortuinlijke dag.

Het is de eerste schrijfwedstrijd waar ik aan meegedaan heb en waar mijn inzending beloond is met publicatie in dit geweldige boek. Er staan grappige verhalen in, sarcastische verwensingen, ontroerende en romantische. Kortom voor iedereen wat wils. Het leuke van een verhalenbundel is dat je het makkelijk even weg kan leggen. Eén verhaaltje voor het slapen gaan. Of juist voor iemand die zich niet zo goed kan concentreren.

Het verhaal “Een fortuinlijke dag” is op deze site te lezen onder het kopje “Verhalen”

Een fortuinlijke dag

fiat500Met dit verhaal heb ik een verhalenwedstrijd gewonnen van www.boekvoorhaar.com in samenwerking met online schrijfatelier Alicia. Het is uitgebracht in boekvorm in de verhalenbundel: Ik feliciteer je.

Een negentig jarige vrouw wint een Fiatje 500 om haar levenswens te vervullen…

 

Met trillende handen maakt Rachel de envelop open. Ze houdt de brief bij het licht en haar hartslag versnelt als haar ogen over de regels vliegen.

 7 mei 2011
 Geachte mevrouw,
Uw inzending op de prijsvraag is zo origineel dat u genomineerd bent om mee te dingen naar de hoofdprijs.
Het is ons dan ook een grote eer u uit te mogen nodigen op onze openingsreceptie waar de winnaar bekend gemaakt zal worden. 
 U wordt zaterdag 14 mei a.s. om 14.00 uur opgehaald door onze chauffeur.
Met vriendelijke groeten,
Namens de directie,
Eric van Loof

Rachel laat zich in haar favoriete stoel zakken en kijkt uit het raam naar de spelende kinderen in het parkje voor haar appartement. Nog een weekje in spanning, zou haar felbegeerde plan dan toch gaan slagen? De hele week voltrekt zich in een roes en eindelijk, eindelijk is het zover.
Het is zaterdag 14 mei. Rachel is al vroeg in de douche geweest en wacht in de hal op de taxi die haar naar de kapper zal brengen. Het ritje in de taxi is zoals altijd ontspannend. Heerlijk rondkijken op straat naar vrouwen achter kinderwagens, oude mannetjes die op een bankje zitten. De stad bruist van het leven. Trams rinkelen hun bel in de chaos van het verkeer. De ochtend vliegt voorbij en als kapper Jean Pierre haar blik vangt in de spiegel, kijkt Rachel hem met twinkelende ogen aan. Ze herkent de vrouw in het spiegelbeeld nauwelijks.
“Ben ik dat?” vraagt ze verbaasd.
“Succes Rachel, als iemand die hoofdprijs verdient, dan ben jij het wel.”
Buiten toetert de taxi en Jean Pierre loopt samen met haar naar buiten.
“Ik bel je vanavond,” belooft ze en stapt in de wachtende taxi.

Thuisgekomen kan ze bijna niet eten van de zenuwen. Om klokslag 14.00 uur gaat de deurbel. Rachel pakt haar tas en loopt naar de lift. Beneden in de hal staat een echte ouderwetse Engelse chauffeur.
“Mevrouw Peeters?” vraagt hij met uitgestreken gezicht.
“Helemaal” antwoordt Rachel. De chauffeur biedt haar zijn arm aan. Bij de auto aangekomen opent hij het portier van de prachtige, zwartglanzende limousine en Rachel zakt weg in de zachte lederen bekleding. Rustige muziek klinkt door de speakers en een glaasje jus d’orange staat in een houder op het midden van de brede achterbank.
“Je zou haast denken dat ik al gewonnen heb,” zegt ze lachend tegen de chauffeur.
Zijn ogen treffen haar in de binnenspiegel maar verraden geen enkele emotie.
Bij de showroom is het een drukte van jewelste. Een rode loper ligt klaar en aan weerszijden staan prachtig witte plantenbakken met olijfboompjes.
De chauffeur stopt precies op de juiste plek en loopt om de auto heen om Rachel te helpen uitstappen. Statig loopt Rachel de rode loper over, links en rechts klinkt geroezemoes en fotocamera’s flitsen. Ze voelt zich een filmster.

Binnen staat een sympathiek ogende man tussen een groepje journalisten. Hij ziet Rachel binnenkomen en maakt zich los uit de opdringerige reporters.
“Daar is mijn geëerde gast, mevrouw Peeters” zegt hij en hij loopt op Rachel toe. Zijn ogen twinkelen bij de gedachte aan wat nu gaat volgen. Alle hoofden draaien zich om naar Rachel en het wordt ineens muisstil.
Achter hem staat op een draaiend podium een auto onder een zwartfluwelen hoes. Het geroezemoes wordt hervat en Rachel voelt haar hartslag versnellen.
“Welkom mevrouw Peeters,” zegt de charmante man.
“Ik ben Eric van Loof, eigenaar van deze nieuwe showroom.”
“Goedemiddag, Eric. Ik ben Rachel en noem me alsjeblief bij mijn voornaam anders voel ik me zo oud” zegt Rachel glimlachend en biedt Eric van Loof haar rechterhand aan. Hij kust haar hand en legt deze op zijn arm en samen lopen ze naar de klaarstaande roodfluwelen stoel bij het podium. Nadat iedereen plaats heeft genomen stapt hij naar de microfoon.
“Geachte aanwezigen, beste klanten en relaties” zegt hij, de aanwezigen aankijkend. “Vandaag is een zeer bijzondere dag. Na vijftig jaar neemt mijn vader afscheid als directeur van Garage van Loof, draagt zijn kindje over aan mij en openen we trots onze nieuwe showroom.”
“Tevens wordt vandaag de hoofdprijs uitgereikt aan de winnares van onze prijsvraag.” Hij draait zijn hoofd veelbetekenend naar het ronddraaiende podium en kijkt vervolgens de gasten weer aan. Fotocamera’s flitsen. De heer van Loof weet de spanning op te bouwen.
“Stilte alstublieft” vermaant hij de toenemende onrustige aanwezigen.
“Het zal u wellicht verbazen dat de hoofdprijs wordt uitgereikt aan een dame van bijzonder hoge leeftijd. Haar motivatie om deze auto te winnen heeft de jury unaniem doen besluiten om Rachel Peeters te verkiezen tot winnaar. Hierover later meer.”
“Beste mevrouw Rachel Peeters, ik feliciteer u en overhandig bij deze graag de sleutels. Wilt u mij de eer bewijzen het doek samen te verwijderen?”
Rachel staat op en loopt samen met Eric naar de ronddraaiende auto. Het podium wordt stilgezet en ze pakken beiden een punt van het doek. Met een vloeiende beweging wordt het zwarte satijnen doek van de auto getrokken en komt er een prachtige wit glimmende Fiat 500 onder het doek tevoorschijn. Het is een schattig cabriootje en het rode linnen dakje is opengevouwen. Een snoepje om te zien. Een boeket fluweelrode rozen ligt op de motorkap. Het publiek staat op en applaudisseert. Opnieuw flitsen de camera’s. Na de nodige foto’s loopt Eric met Rachel terug naar de microfoon.

“Lieve Rachel, mag ik u vragen om zelf verhaal te vertellen?”
Rachel aarzelt even, knikt dan en neemt plaats achter het spreekgestoelte.
“Ik ben Rachel Peeters, geboren in Rome op 11 februari 1921. Mijn vader was een Joodse kunstschilder uit Antwerpen en werd verliefd op mijn moeder tijdens een schildercursus in Rome. Ze trouwden en kregen mij, hun enige dochter. Op mijn
achtiende was ik smoorverliefd op Edoardo, een jonge Italiaanse ingenieur, werkzaam bij de Fiatfabriek en medeontwerper van de Fiat 500 Bollino. De oorlog brak uit en Edoardo heeft ons in een Bollino de grens over gesmokkeld naar een onderduikadres in België. De spannende rit met zijn vieren en onze bagage samengepropt in het kleine autootje,
staat me nog altijd helder voor de geest. Het was een rit met de nodige gevaren en Edoardo heeft ons leven gered. Hij kon echter niet bij ons blijven, hij moest terug naar Italië. Onze valse papieren waren afgegeven door een hoge officier in het Italiaanse leger. Als tegenprestatie moest Edoardo zijn diensten aanbieden als werktuigkundig ingenieur bij de speciale troepen van het Italiaanse leger. Ik heb hem nooit meer terug gezien.”
Rachel stopt even en neemt dankbaar een slokje water wat de assistente van Eric haar aanreikt. Ze slikt een paar maal en krijgt haar emoties weer onder controle.

“U moet weten dat ik zwanger was van een tweeling. Ze zijn veilig ter wereld gekomen hier in België. We zijn diverse malen van onderduikadres veranderd en na de oorlog zijn we naar Antwerpen verhuisd. Mijn vader heeft veel gedaan voor de Joodse gemeenschap. Jaren heeft hij gezocht naar Edoardo en ontdekte dat hij gevangen is genomen aan het einde van de oorlog. Daarna loopt het spoor dood, niemand weet waar hij gebleven is, of hij nog in leven is of ergens in een unaniem graf rust. Ik was nog jong, moeder van twee jongetjes en ben, toen ik dertig was, getrouwd met Danny Peeters. Een noodlottig ongeval heeft in 1960 het leven gekost aan mijn lieve echtgenoot en de tweeling toen ze een weekje waren gaan vissen in Schotland. Ik was kapot van verdriet en was alle zin voor het leven verloren. Maar mijn vader vroeg me zijn werk voort te zetten in Joods Museum voor Deportatie en Verzet. Zijn jarenlange verzamelwoede van allerlei documentatie had bijgedragen aan de indrukwekkende bibliotheek. Al snel ging ik aan de slag als vrijwilligster en kreeg op een dag een dagboek in handen. Het bleek het dagboek van Edoardo.”
Rachel’s stem hapert maar moedig recht ze haar schouders, neemt opnieuw een slokje water en vervolgt haar verhaal.
“Edoardo beschreef alle plaatsen die hij ons wilde laten zien in zijn geliefde Italië als hij het strafkamp zou overleven en hij ons kon komen halen. Dat was zijn drijfveer om het vol te houden.” Rachel stopt weer even. De herinneringen aan de eerste keer dat ze het dagboek onder ogen kreeg zorgen voor een waas van tranen. Zo pijnlijk maar tegelijkertijd zo enorm kostbaar. Moedig vertelt ze verder.
“De plaatsen waren zo levendig beschreven, ik kon bijna de geuren ruiken van de pizza’s en Italiaanse wijnen. Hij beschreef ons geliefde Rome maar ook Tivoli, San Marino. Livorno, Verona en Firenze. Ik ben oud, negentig jaar om precies te zijn en mijn laatste wens is, voordat ik sterf, in een Fiatje 500 al deze plaatsen te bezoeken. Via een oproep in de krant en op internet wil ik graag een jongeman zoeken die mij rond kan rijden zoals in de film Driving Miss Daisy. En dan wil ik sterven in mijn geliefde vaderland. Mijn Fiatje zal ik nalaten aan de jongeman die samen met mij dit avontuur durft aan te gaan om mijn droom te verwezenlijken.”

Opeens klinken de klanken van Eros Ramazzotti door de speakers. Er komt een leuke jongeman binnengewandeld in een chauffeurspak, hij draagt een stropdas in de kleuren van de Italiaanse vlag.

“Beste Rachel,” klinkt het door de microfoon. Eric staat achter het spreekgestoelte. “Ik feliciteer je nog een keer. Dit is Fabrizio. Hij zal je rondtoeren in Italië in je Fiat 500”.
Rachel moest gaan zitten, alle kleur was uit haar zorgvuldig opgemaakte gezicht weggetrokken. Het leek of ze terug was in de tijd. Fabrizio had iets heel bekends. Dat haar, die ogen. Zijn lippen. Het duizelt even en ze drukt haar geparfumeerde zakdoekje tegen haar neus. Dat helpt. De prikkeling in haar neus laat het suizen in haar oren ophouden.
Langzaam dringen de woorden van Erik weer tot Rachel door.
“Fabrizio werkt in Italië bij de Fiatfabriek en is bevriend met mijn dochter Juliëtte die daar stage loopt. Mijn dochter vertelde hem over de inzendingen op de openingswedstrijd waaronder jouw prachtige verhaal.
Fabrizio is twintig en in opleiding bij Giovani, de directeur van de Fiatfabriek. De vader van Giovani, Manfrede, heeft een butler die hem gediend heeft na de oorlog. Ze hadden elkaar ontmoet in een strafkamp. Een man die zo mishandeld was dat hij nooit meer heeft gesproken maar die wel het leven van Manfrede had gered in het kamp. Bij de bevrijding heeft Manfrede zijn vriend mee naar huis genomen en werk aangeboden als butler. De butler kreeg een relatie met de huishoudster en ze kregen samen een kind in 1950: Luca. Luca en Giovani groeiden samen op.

Toen de moeder van Luca stierf ging ook zijn vader snel achteruit. Hij werd steeds zwakker en Luca zat op een avond te waken aan zijn bed. Hij kreeg een stapeltje brieven in zijn handen gedrukt. Oude brieven, het papier was vergeeld en met een touwtje aan elkaar gebonden. Zijn vader keek hem smekend aan. Luca maakte het strikje los en is gaan lezen. De brieven waren gericht aan ene Rachel in België. Er stond geen adres op de brieven, ze waren volgeschreven met verlangens over het rondtoeren in een Fiatje 500 naar plaatsen als Livorno, Verona, Firenze.”. Eric pauzeert even.

Rachel hapt naar adem. Fabrizio loopt naar haar toe. Tranen stromen over zijn wangen, Italianen staan bekend om hun emotionele reacties.

“En dit is dus Fabrizio, de zoon van Luca en de kleinzoon van jouw Edoardo”.

Er gaat een diepe zucht door de showroom. De aanwezigen waren allen in de ban van het verhaal. Dan barst er een uitzinnig applaus los. Iedereen brengt een staande ovatie uit. Fabrizio heeft Rachel in zijn armen genomen.

“Ciao Nonna Rachel,” zegt hij snotterend.

“Mio Dio, io sogno?” “Mijn God, droom ik?” vraagt Rachel. Ze weet heel goed dat dit haar kleinkind niet is maar het voelt wel zo. Het kleinkind van Edoardo. Zelf heeft ze geen kleinkinderen gekregen door de dood van de tweeling, nu heeft ze de kleinzoon van Eduardo in haar armen. Dat is pas de hoofdprijs winnen. Wat een fortuinlijke dag.

 

Elles Jansen, 12 oktober 2012