Column

Het laatste uur

klokOp 28 juni volgde ik een workshop Thrillerschrijven. Hier volgt mijn opdracht: spannend verhaal met onderwerp Afscheid – 500 woorden.

De ruitenwissers gaan gestaag heen en weer. Het ritme maakt me slaperig.

 

 

Ik open het raampje om wat frisse lucht binnen te laten maar moet het weer sluiten omdat de regendruppels binnen vallen en kringen achterlaten op de zijden stof van mijn azuurblauwe blouse. Met mijn rechterhand doorzoek ik mijn tas die op de stoel naast me staat. Mijn vingers tasten de gebruikelijke inhoud af, lipstick, parfumflesje, mobieltje, portemonnee. Ergens moet er een pakje kauwgom zijn. Al die vakjes. Geërgerd trek ik de tas op mijn schoot. Waarom koop ik toch altijd zo’n grote tas. Snel richt ik mijn blik naar beneden om vervolgens weer op de weg te letten. Het is gevaarlijk wat ik doe.

Opnieuw duiken mijn ogen in mijn tas en in een hoek zie ik het blauw van de verpakking. Hebbes.
De tas belandt weer op de stoel naast me en ik druk een kauwgommetje uit de verpakking, neem er direct maar twee. De frisse mint smaak prikkelt mijn tong en tranen springen in mijn ogen. De slaap is weg. Ik zet de radio wat harder.
De Tom-Tom geeft aan dat het nog een kleine drie kwartier rijden is. In gedachten probeer ik me voor te stellen hoe ik haar aan zal treffen. En wat het met me zal doen. Onze band was in de loop der jaren verslechterd. Mijn gevoel was langzaam, beetje bij beetje afgestorven. Dat van haar niet, nee dat was juist versterkt. Sinds de dood van mijn vader had ze zich aan me vastgeklampt als een drenkeling. In het begin voelde ik me verantwoordelijk om een aantal dingen te regelen zoals bankzaken, opruimen van zijn kleding en zijn hobbymaterialen. Maar haar egoïstische gedrag tijdens zijn laatste dagen had een onuitwisbare wissel getrokken, had een deel van mijn hart versteend, bevroren. En niets kon dit meer ontdooien.
Telkens als ik thuiskwam in mijn ouderlijk huis waar ik zoveel herinneringen had, miste ik mijn vader, zijn gezelligheid en belangstelling. Nu moest ik eerst een hoop klusjes doen en als alles wat ze kwijt wilde door haar gezegd was, vroeg ze vlak voor ik weer wegging: en met jou alles goed?
“Waarom kom je zo weinig?” vroeg ze op een dag. “We groeien helemaal uit elkaar.” Het kwam er verwijtend uit alsof het allemaal aan mij lag terwijl ik al zo vaak had aangegeven dat het een wisselwerking was.
“Straks is het te laat, en heb je spijt. Je hebt maar één moeder.”
Vanmorgen vroeg, nog voor de vogels hun ochtendlied zongen, ging de telefoon.
“Mevrouw Maas?” U spreekt met het Boerhaave Ziekenhuis. Uw moeder is opgenomen, ze heeft een hersenbloeding gehad. Ze ligt in coma.
Hoe vaak had ik aan dit moment gedacht? Aan het moment dat ze dood zou zijn. Wat zou ik voelen? Opluchting of spijt? Wat had ik nog willen zeggen of met haar doen?
Ik had er alleen nooit bij stilgestaan dat ik bewust afscheid zou gaan nemen. Gehoor zou geven aan haar laatste dwingende wens.
Nog 5 kilometer te gaan. De kilometerteller tikt de meters weg en de klok de minuten. Minuten waarin het moment van afscheid korter wordt en ik haar het leven zal gaan benemen. “geen kasplantje mama, ik heb het je beloofd.”

terugblik op workshop Thrillerschrijven van tijdschrift ZIN

bibliotheek uitgeverij

Terugblik op workshop Thrillerschrijven van Zin op 28 juni 2014.

In no 4 van Tijdschrift Zin stonden interviews met diverse Nederlandse Thrillerauteurs. Thrillers zijn mijn favoriete genre en aangezien ik zelf onlangs een schrijfcursus heb gevolgd, werd ik direct getriggerd door de workshop die werd aangeboden.

Geen minuut te verliezen, dacht ik bij mezelf: er is slechts plaats voor twintig deelnemers. Hoeveel mensen zouden op dit moment Zin aan het lezen zijn? Nu had ik het wel vers van de pers, mijn man heeft een tabaksgemakshop met een tijdschriftenhoek en Zin was die ochtend nog maar binnengekomen. Toch enigszins prettig zenuwachtig, vulde ik op mijn Iphone het aanmeldformulier in. Enkele seconden later ontving ik keurig een bevestiging van inschrijving. Op dat moment was echter nog niet duidelijk of ik bij de gelukkige twintig zou horen.
Twee weken later kwam de uitnodigingsmail. Op zaterdag 28 juni om 9.30 uur ontvangst bij uitgeverij Meulenhoff|de Boekerij, Herengracht te Amsterdam. Wauw, bij een echte, bekende uitgeverij.
Om 6.30 uur stapte ik die zaterdag in mijn auto. Onderweg werd ik menigmaal ingehaald door motorrijders, die in strakke zwarte pakken voorovergebogen over hun benzinetank op weg waren naar de TT in Assen. Het beloofde voor veel mensen een leuke en spannende dag te worden.

Precies op tijd stapte ik verwachtingsvol de voordeur binnen van het prachtige statige, oude grachtenpand. Een zeer vriendelijke meneer van de uitgeverij heette me welkom en ging me voor naar de bibliotheek op de eerste verdieping. Mijn hart ging sneller slaan, al die boeken in de prachtige houten vitrine kasten langs de muur. Als het mij toch ooit eens zou lukken om daar met een boek in te komen…. Wat een inspirerende plek voor een workshop. En dan te bedenken dat Cassanova hier diverse vrouwen achterna had gezeten.

Langzaamaan kwamen de andere deelnemers binnendruppelen. Twee medewerkers van Zin verzorgden de koffie en thee en toen was het zover. Voor het eerst oog in oog met een bekende Nederlandse thrillerschrijfster. Ze zag er precies uit zoals op de achterflap van haar boeken. Siska Mulder. Bekend van Zus, Doof, Na Delfine en Met zachte hand. Zo toegankelijk en ook een beetje zenuwachtig, net als wij.

Na een kort introductierondje vertelde Siska hoe belangrijk het is om een vooraf een plan te hebben en het plot te weten. Het goed pakkend plot moet in één of twee zinnen samengevat kunnen worden.
Verder verdient het aanbeveling om te weten wat er in ieder hoofdstuk gebeurt, en wat de kern is van dat hoofdstuk. Voor een thriller moet er natuurlijk een conflict zijn, en een spanningsboog. De hoofdpersoon heeft een kernprobleem en heeft iets te verliezen.
Een ander belangrijk aspect is de drijfveer, waarom in plaats van wie.
En de hoofdpersoon moet een ontwikkeling doormaken, hij/zij mag geen passieve persoon zijn die alles overkomt en geen actie onderneemt.
Als schrijver moet je goed stilstaan bij het perspectief waaruit je gaat schrijven en de tijd.
Een goede dialoog zorgt voor vaart in het verhaal maar teveel dialogen is te vermoeiend. Observaties van de personen in je verhaal zijn onontbeerlijk. Zij geven details aan de lezer en vormen het beeld van de personages.

Na deze tips volgde een opdracht: schrijf in drie kwartier een verhaal van 500 woorden over het onderwerp “Verlies”.
Direct daalde er een diepe stilte over de twintig aanwezige dames en heren. Iedereen begon direct te schrijven. Sommigen streepten driftig zinnen door, anderen zuchtten eens diep. Zelf was ik één van de weinigen die een laptop hadden meegenomen. Mijn vingers vlogen over het toetsenbord, angstvallig het aantal woorden linksonder in beeld bestrijdend. Schrijven is schrappen.
Binnen de tijd was mijn verhaal klaar. Er zat een zekere spanning in maar ik verwachtte tips over hoe ik het om kon buigen naar een echte thriller.

De klok tikte de laatste minuten weg en toen was het zover. Om de beurt lazen we ons verhaal voor. Enkele aanwezigen waren direct goed op dreef. De spanning was te snijden, rillingen over mijn rug, bloed droop van de muren.
Help, nog even en ik was aan de beurt. Razendsnel veranderde ik de plot van mijn verhaal, ik had geen tijd meer te verliezen. Alsof mijn leven er vanaf hing, ik was opeens weer het kind, verlangend naar een stempel van de juf.
En toen hij mijn beurt was, hoorde ikzelf de bibber in mijn stem die ook tijdens sollicitatiegesprekken soms irritant komt opzetten. Na de laatste zin was het even stil. Maar de stempel en krul van de juf volgde, samen met enkele zeer bruikbare tips.
Tot grote verrassing kregen de deelnemers aan het eind allemaal een door Siska gesigneerd exemplaar van haar laatste thriller: Met zachte hand.
Wat heb ik geleerd vandaag? Oefenen, boeken van anderen lezen en daaruit leren maar vooral doorgaan met schrijven.
Meer aanmoediging had ik niet nodig. En ik denk dat meerder aanwezigen door de woorden van Siska voldoend vertrouwen in zichzelf en hun talent hebben gekregen om door te gaan met wat ze zielsgraag doen. Schrijven. Ik heb er Zin in.
Elles Jansen

Nog even

vaderHet was op een vrijdag. Eigenlijk waren de weken ervoor ook dramatisch maar dat besefte ik pas later, toen het ergste verdriet plaats maakte voor de vele overpeinzingen die volgen als je terug gaat in de tijd van je herinneringen.

 

 

Mijn vader was een hartpatiënt. Tien jaar eerder was hij in de tuin aan het werken toen hij niet goed werd. Hij is naar binnen gegaan en heeft een borrel genomen, later bleek dat hij een hartinfarct had gehad. Mijn vader was toen 58 jaar en werkte als vertegenwoordiger bij een sigarettenfabrikant. De druk om te presteren was hoog en na jaren in West-Brabant en Zeeland gewerkt te hebben, werd mijn vader naar het drukke Rotterdam gestuurd. Op zijn leeftijd. Hij had een ijzeren staaf in de kattenbak van zijn stationwagen liggen omdat hij bij het uitladen van zijn auto al regelmatig was bedreigd. Kan je het je voorstellen? Om stomme sigaretten?
Na zijn infarct volgde een tien uur durende open-hart operatie in De Klokkenberg in Breda. Mijn moeder en ik, erg close nog in die tijd, waren de hele dag samen en werden ieder uur gebeld over het verloop van de operatie. Het was allemaal goed gelukt, drie omleidingen had hij gekregen. We mochten naar Breda komen en bij hem zijn als hij zou ontwaken uit de narcose. Nooit meer zal ik vergeten hoe mijn vader daar lag, in dat ziekenhuisbed op de Intensive Care. Aan allerlei apparaten en slangen. Lijkbleek, zijn gezicht vertrokken van de pijn.
“Ik ga nooit meer roken” zei hij met droge, gesprongen lippen en krakende stem. Een jaar later was hij deze belofte al weer vergeten.

Op 16 april 1994 kreeg ik tijdens mijn werk een telefoontje. Mijn vader was opgenomen in het ziekenhuis in Bergen op Zoom. Hij had opnieuw een hartinfarct gehad. Ditmaal zag het er allemaal niet zo mooi uit. Door de vorige operatie waren er verklevingen en het was ook onzeker of zijn eigen aderen uit zijn benen gebruikt konden worden voor nieuwe omleidingen.
Die zondag zat mijn huis vol met verjaardagsvisite voor mijn man, ik heb de boel de boel gelaten en ben naar Bergen op Zoom gereden om mijn vader op te zoeken. We waren maar met zijn tweeën, mijn vader en ik. Hij keek terug op zijn leven met mijn moeder. Ze hadden nooit bij elkaar moeten blijven.

Op de IC kregen mijn moeder en ik enorme ruzie aan het bed van mijn vader. Mijn vader wist inmiddels dat het niet goed zat en dat hij als hij terug thuis zou komen, niet meer kon gaan etaleren. Dat deed hij na zijn pensioen om een centje bij te verdienen. Hij vroeg mijn moeder of hij dan af en toe haar auto kon lenen maar daar deed ze vreselijk moeilijk over. Hij moest maar een brommertje kopen. Wat haatte ik haar op dat moment.

De volgende ochtend kreeg ik telefoon, het was Secretaressedag. Ik had net van mijn baas een enorme bos fluweelrode rozen gekregen. Ik heb ze nooit meer in een vaas zien staan.
In sneltreinvaart ben ik uit het ziekenhuis waar ik werkte naar het ziekenhuis in Bergen op Zoom gereden. Mijn moeder stond bij de spoed, mijn vader werd op een brancard de ambulance in gereden. Wij volgenden de ambulance naar Breda. Die donderdagavond ging ik nog op bezoek bij mijn vader. Ik gaf hem een kus en zei: ik zie je morgen. Hij was bang, vreselijk bang. De volgende ochtend, vrijdag 22 april, heb ik hem nog gebeld voordat hij naar de OK ging. Tot straks papa.
Ik ging die dag naar mijn moeder. De het was bewolkt maar ik wilde het gras maaien. Dat had ik tien jaar geleden ook gedaan. Ik wilde de tuin mooi maken voor mijn vader zodat hij als hij thuis kwam, lekker van de tuin kon genieten zonder dat hij er iets voor hoefde te doen. Mijn moeder zat binnen in de kamer overhemden te verstellen, knopen aan te naaien. Ieder uur werden wij op de hoogte gebracht van de vorderingen. Het openmaken van het borstbeen, de moeilijkste fase van de ingreep door de verklevingen, was goed gegaan. Er waren bloedingen maar die waren gestelpt.
Een uur later weer telefoon, de aderen uit zijn benen waren bruikbaar en de omleidingen waren aangelegd. Alles verliep buitengewoon goed.
De zon brak door, het zou goed komen. Ik wist het zeker. Tien jaar geleden brak de zon ook door. Een dejavu…
De telefoon ging weer. Ik liep naar binnen en hoorde op de radio het nummer van Santana. En de grond zakte onder mijn voeten vandaan. Nog voor mijn moeder in hal een kreet slaakte en het overhemd uit haar handen liet vallen.
Ze hadden alles geprobeerd, mijn vader moest van de hartlongmachine losgekoppeld worden om zelf weer zijn hart het werk te laten doen. Dit was niet gelukt. Ze hadden hem terug aan de hart-longmachine gelegd maar nu moest hij toch echt zelf verder… maar zijn hart, zijn warme hart dat altijd voor iedereen alles overhad, had het hart niet om mijn vader terug bij ons te brengen.
Het gekke is, dat ik het gezicht van mijn vader nooit meer voor mijn geest heb kunnen halen. Alsof er een soort beschermingsmechanisme in mij in werking is gesteld. Er is ook niet één foto te vinden waarop mijn vader recht in de camera kijkt. Alle foto’s zijn en profiel.
Nog altijd kan ik die eerste tonen van Santana niet verdragen, mijn keel knijpt dicht en ik krijg geen lucht. Maar mijn vader, hij leeft verder in mij. Ieder dag. Zijn muziek komt altijd te hulp op moeilijke momenten in mijn leven. Dan is daar opeens bijvoorbeeld “In the Summertime” van Desmond Dekker and the Aces op de radio. Of komt er met Kerst als ik aan het winkelen ben en bij een etalage sta, een dixieland jazzbandje voorbij gelopen “All of me” spelend.
En nu ik zelf kinderen heb zie ik de Jansen-karaktertrek overduidelijk terugkomen in onze jongste zoon. Wat zou hij ervan genoten hebben, van zijn kleinkinderen. Ach, kon ik hem nog maar heel even…

 

Een Meester in mijn keuken

kokWat schotel je een chef kok voor als hij komt eten?

 

Mijn zwager is chef kok en heeft een eigen restaurant, samen met mijn zus. Zij is gastvrouw en regisseur van hun toffe huiskamerrestaurant in ’t Ginneken in Breda. Deze rol is haar op het lijf geschreven. Op maandag zijn ze gesloten en komen ze soms bij ons thuis eten.

 

Ik vergeet nooit meer de eerste keer dat ze bij ons kwamen eten.

Nachtenlang lag ik wakker, schapen op me netvlies, niet om te tellen maar ze passeerden het menu. Samen met kalkoenen, kippen, kikkerbillen en nog veel meer. Wat moest ik in hemelsnaam koken voor een chef kok, leerling van Cas Spijkers?
Onze Jan kookt de sterren van de hemel. Schotelt mij de meest verrukkelijke toetjes voor van chocolade verleidingen. En dat niet alleen, als Jan staat te koken, is zijn keuken keurig opgeruimd. Bij mij is het altijd chaos in de keuken.

De  eerste keer dat ze kwamen eten,  ik spreek over 17 jaar geleden, had je nog geen kookprogramma’s op televisie waarin uitgebreid door Jamie, Nigella, Herman, Sergio en gooi er nog maar wat in de pan, voorgedaan wordt hoe je ogenschijnlijk gemakkelijk allerlei gerechten op tafel kunt toveren. Wat ook bemoedigend is -of is het jou nog niet opgevallen-  is dat in het hele rijtje, bijna geen beroemde vrouwelijke koks voorkomen?! Of zijn vrouwen gewoon te bescheiden en hoeven ze niet zo nodig hun kookkunsten op televisie te tonen?

Maar dat even terzijde. Zie het als een spoon, of bijgerechtje.

Nee, 17 jaar geleden, moest je het hebben van kookboeken. Ooit had ik van mijn baas een dik kookboek van de Franse topkok Paul Bocuse gekregen. “De nieuwe Franse Keuken.” Ik dook in de boekenkast. Gelukkig was het boek niet in een doos naar zolder verhuisd. Pff. Wanhopig bladerend ging ik op zoek naar een passend gerecht. “Truffelsoep, Coq au Vin gevolgd door Tarte Tartin?” mompel ik hardop aan de eetkamertafel.

Mijn man zag het allemaal eens aan en zei tegen me:  “Wat ben je aan het bekokstoven schat? Je kan nooit iets maken wat Jan zijn kookkunst zal overtreffen”. Zo, die kwam aan. Had ik een (rotte) tomaat in de buurt? Ik zou hem zonder aarzelen gegooid hebben.  Zijn opmerking gaf pas moed om verder te bladeren. Nou echt niet.

En waarom luisterde ik eigenlijk naar hem, hij die nog geen ei kan bakken? Hij die appelmoes over al zijn eten kiepert en Heinz Tomatenketchup in de koffer stopt als we op vakantie gaan.

HELP.

Maar hij had een punt. Zoals altijd. Zijn nuchtere woorden ontnuchterden mij meer dan eens en ik zette mijn gekwetste ego opzij. Ik ging bij mezelf te rade, ontleedde mijn probleem zoals de veren van een kip worden geplukt. Gedachten dwarrelden donzig in het rond.

Mijn lieve zwager heeft al op zoveel plekken gekookt, heeft al in zoveel restaurants gegeten. In sterrenrestaurants in Nederland maar ook daarbuiten. Hij reist op zondagochtend naar de markt in Parijs om inkopen te doen van allerlei speciale ingrediënten die hier in Nederland niet verkrijgbaar zijn.

Het kookwekkertje liep af in mijn hoofd en ik wist wat me te doen stond. Ik zou gewoon Hollandse pot te maken. Mijn eigen befaamde Preischotel, waar mijn man en ik met onze messen duelleren om de korst. En waarbij de ovenschaal in de loop der jaren steeds platter is geworden en groter in omtrek om maar zoveel mogelijk van deze overheerlijke krokante zoutige korst te creëren.

Ik ging naar de groenteboer en kocht anderhalve kilo prei en een zak bloemige aardappelen. Vervolgens haalde ik bij de slager 1 pond gekruid gehakt en een pakje gerookte spekreepjes en vers geraspte kaas. Alles van goede kwaliteit, niks van de supermarkt want er komt tenslotte niet iedere dag een chef kok eten, nietwaar?

Thuisgekomen aan de slag met het schillen van de aardappelen. Mijn vader zou zich omdraaien in zijn graf als hij zag hoe dik ik de aardappels van hun jas ontdeed. Ik sneed de Hollandse jongens n in kleine stukken en deed ze in een grote met water en zout gevulde pan. Op hoog vuur aan de kook.

Vervolgens liet in de gootsteen vol lopen met water en sneed ik de prei in ringen. Goed wassen want krakend zand tussen je tanden is voor niemand lekker.

Na twee wasbeurten ging de prei in een groenten stoompan op het vuur naast de patatten.

In een koekenpan bakte ik het gehakt rul, en in en andere pan de spekjes lekker krokant. Intussen was de oven aan het voorverwarmen op 180 graden.

Toen de aardappelen gaar waren maakte ik er puree van, niet te smeuïg want de prei moest er nog bij. Deze was gegaard in de stoompan wat er voor zorgde dat het water niet uit de prei liep (maar wel al in mijn mond). De prei werd door de puree geroerd en het geheel werd in de ovenschaal overgeheveld.
Daarna gehakt en spekjes toevoegen en door elkaar husselen. Het geheel bestrooien met de geraspte kaas en kruidenpaneermeel als toppertje erover. En hup de oven in voor ongeveer dertig minuutjes.

Ondertussen was de chaos groot in mijn keukentje. Opgestapelde pannen, vuile snijplank, aardappelschillen, boter, mixer teveel om op te noemen.

Snel alle pannen afwassen en als de sodemieter de tafel mooi dekken. Want het oog wil ook wat. Als voorgerechtje had ik meloen in bolletjes op een bedje van Ardennerham. Niks spectaculairs maar zo’n ovenschotel vult best wel en dit voorgerechtje had ik al in de koeling klaar staan sinds de ochtend. Ja, voorbereiding is zeer belangrijk. Mijn zwager noemt zoiets Mise en Place.

Vandaag de dag vraagt mijn zwager nog steeds om preischotel als ze komen eten. Ze komen niet vaak eten, maar dat ligt niet aan mijn kookkunst. Deze is inmiddels flink verbeterd dankzij vele tips van mijn lieve zwager voor het bakken van de perfecte biefstuk, scampi’s en nog veel meer.

Hierdoor heb ik plezier in koken gekregen en nodig regelmatig vrienden uit om te komen eten. Vrienden die eerst alleen lasagne en ovenschotels te eten kregen en die zich nu vol bewondering mijn drie-gangen menu’s laten smaken. Complimenten krijgen is voor iedere kok leuk, van Chef-kok tot hobbykok tot huisvrouwkok.
Het zijn de beste ingrediënten voor een super menu waarbij de innerlijke mens het hoofdgerecht vormt.

Bon appetit

©Elles Jansen

 

eTunes

eTunes

Slaapproblemen? eTunes!

 

“Voldoende slaap is belangrijk. De uren voor middernacht tellen dubbel”

Deze woorden werden er met de klok der regelmaat bij mij ingewreven door mijn moeder.
Zelf ging ze dan demonstratief ’s middags een dutje doen en moesten wij op onze tenen rondsluipen om haar niet wakker te maken.
Wat doe je dan als je zelf volwassen bent, moeder van twee kinderen en niet kan slapen? Eerst slaap je niet omdat de kinderen nog baby’s zijn en iedere vier uur om eten krijsen. Kapot kruip je terug in bed, geheel ontregeld zoals iemand die nachtdiensten draait.

Daarna worden ze groter en worden je nachten weer een beetje normaal. Tot die schatjes de leeftijd bereiken dat ze uit gaan.  En je naar bed gaat maar niet kunt slapen omdat de vogels gevlogen zijn en nog niet op het nest zijn teruggekeerd.
Soms val ik wel in slaap maar schrik dan ongerust wakker, mezelf dwingend om in bed te blijven liggen en niets steeds even te gaan checken. Want eenmaal uit bed, dan is het bekeken. Dan slaap ik de eerste uren echt niet meer.

En dan?  Dan komt het plasprobleem. Als je iets ouder wordt, zo eind veertig, moet je ’s nachts plassen.Opnieuw een reden om wakker te liggen. Zucht.  Eerst draai je snel om, gewoon proberen verder te slapen… maar een tiental minuten later geef je toch toe aan de druk en sukkel je uit bed. Met als gevolg daarna klaarwakker te zijn (ook al laat je het licht in de badkamer uit).

Of, (zeer herkenbaar?) wakker liggen van het piekeren. Wakker liggen en de uren voorbij zien gaan en dan de stem van je moeder horen: voldoende slaap is belangrijk! O God, ik MOET slapen. Dat werkt dus niet hé.

Wat doe ik dan? ik ga lezen. Help, het boek is echter zo spannend dat ik het niet weg kan leggen. Weer een halve nacht voorbij pff.

Maar ik heb De oplossing: mijn Ipod. Met drie afspeellijsten. Eentje voor overdag gevuld met heerlijke hippe muziek waar je stevig op kunt wandelen, dansend de strijk kunt doen en nog veel meer. Disco voor in de auto. En waar ik ’s nachts mijn afspeellijst “Easy Ellis” aanklik en dan na enkele nummers heerlijk weg droom en ’s ochtend wakker word met de oortjes op het kussen en een lege Ipod.

Geen slaappillen, geen yoga, gewoon eTunes van Easy Listening Elles. Slaap lekker!

© Elles Jansen

Oud maar niet versleten, Antiek en niet vergeten.

stoel

Ik ben al heel oud. In 1853 met liefde gemaakt door JohanAnes Broeren. Mijn armleuningen en onderstel hebben heel vaak de beroering door zijn handen mogen ervaren. Eerst hardhandig, met schaven, beitels en nog ander gereedschap. Later werd ik licht gekieteld toen hij met schuurpapier mijn geraamte zo glad maakte als de huid van een nectarine. Mijn kenmerken kwamen tot leven en voorzien van een olielaklaag werd ik beschermd tegen invloeden van kou en warmte van de haard en de zon.

Deze schurende behandeling, gevolgd door een heerlijk geurende voedende laklaag is in de loop der jaren vaak herhaald.

Ook de bekleding van mijn rug en zitvlak is in de loop der jaren meermalen veranderd.

Van zacht fluweel naar prachtige zware zijde uit het verre oosten.

De geur, mmm, als ik daar nog aan denk. Dat is beslist de meest glorieuze periode uit mijn leven geweest. Ik heb ook gereisd, veel gereisd. Ik ben in Frankrijk geweest, Duitsland, Italië en nu woon ik in Nederland.

De mooiste herinneringen heb ik aan Frankrijk. Daar woonde ik in een prachtig kasteel. De dames die bezit van mij namen waren goed gemanierd. Ze zaten stil, waren ook niet zo zwaar.

Het is in Frankrijk waar ik voor het eerst in mijn leven kennis maakte met luxe. Hier kreeg ik de prachtige zijde waarover ik eerder sprak. Een patroon van bloemen, zo prachtig. Pasteltinten die in elkaar overliepen zoals inkt vervloeit in een glas water. De bloemen kon je ruiken in mijn stof. Het klinkt misschien onwerkelijk, maar toch beleefde ik het zo.

Over Duitsland wil ik het liever niet hebben. Hier werd ik absoluut niet gewaardeerd. Ik werd opzij gesmeten, vertrapt onder laarzen en de vellen hingen aan mijn geraamte. Je zou terecht van mishandeling kunnen spreken. Ik was toen al zo’n jaar of negentig.

Verlaten en vergeten heb ik jaren doorgebracht op een zolder. Helemaal gehavend en onder het stof. Tot ik ontdekt werd, bejubeld en in de hemel geprezen. Ik zou het helemaal gaan maken.

Mijn transport verliep zachtjes, luchtgeveerd. Zo ben ik in Nederland terechtgekomen. Opnieuw maakte ik kennis met een zeer liefhebbende man en handen die wisten wat ik verlangde. Karel Verschuren, onthoudt zijn naam goed, hij is een genie. Nadat mijn geraamte helemaal weer was geschuurd, geolied en opnieuw geschuurd en geolied stond ik naakt in zijn atelier. En toen kwamen de stoffen, ze ruisten tegen mijn armen, streken langs mijn benen. Ik smeekte, smeekte om Chinese zijde maar helaas. Mijn stem was niet luid genoeg of Karel was slechthorend. Uiteindelijk heb ik groene, fluwelen kleding gekregen. Niet zo opwindend maar goed, zo jong ben ik uiteindelijk ook niet meer.

Op een podium werd ik geprezen, mensen wilden mij hebben. Ze hadden er zelfs geld voor over. Tegen opbod werd ik verkocht.

Vol opwinding over mijn nieuwe thuis stond ik te fantaseren in het depot. Even dacht ik dat mijn einde naderde toen ik in een houten kist werd gezet. Maar mijn gezonde verstand nam het onmiddellijk over, dan zou men toch niet zoveel geld voor me betalen? Na een ritje in duisternis kwam ik tot stilstand. Het deksel ging eraf. Opnieuw enkele kreten van bewondering. Ik werd gelift, letterlijk. Eerst uit de kist en toen met een vierkant kamertje dat zacht naar boven zoefde. Mijn nieuwe thuis is voor mij een soort rusthuis. Ik ben met pensioen. Er mag niemand meer bezit van mijn nemen, aanraken is ook verboden. Dat laatste betreur ik wel. Wie wil er nu niet af en toe gestreeld worden. Maar ach, het is bekend dat men in een museum alleen maar mag kijken en niet aankomen.

 

 

 

© Elles Jansen 2012

Vergane glorie

Verlaten en vergeten sta ik hier. Het is koud, de verwarming is afgesloten. Soms laat het vocht in de ruimte alles wat nog bewegen kan, piepen en schuren.

De oude muren zuchten en verf dwarrelt van het plafond naar beneden als sneeuw uit de lucht. Hoe oud het gebouw is durf ik niet te zeggen, vermoedelijk stond het hier al voor de Tweede Wereldoorlog. Het is stil, behalve op dagen dat buiten de wind waait en openstaande ramen laat klapperen. Dat is wel anders geweest.

In topdagen waren de gangen hier vol. Mensen liepen gehaast op en neer, in witte jassen. Kinderen renden elkaar achterna en werden tot stilte vermaand door hun ouders. Bezoekers liepen met gedempte stemmen met elkaar te praten, soms hoorde je een lach maar regelmatig liep men te huilen. Ik zou ze willen troosten. Vaak wist ik wat er aan de hand was want ik was er altijd. Dag en nacht. Ik hoorde alles hoewel bijna niemand rechtstreeks het woord tegen mij heeft gericht. Ja, soms, soms werd ik vervloekt. Maar dat deed me niks, ze konden niet zonder me dus ik wist dat het wel goed zat met mij. Ieder mens moet een keer zijn frustratie kwijt toch.

Er is nooit geweld tegen me gebruikt. Gelukkig niet. Niet dat ik zo makkelijk om zou vallen, ik kan wel tegen een stootje.

Ik hoop dat ik toch nog word opgemerkt. Heel af en toe komen hier mensen. Met fototoestellen. Behoedzaam stappen ze rond, staan af en toe stil. Met gedempte stemmen overleggen ze met elkaar. Geen gegil uit respect aan de ruimte waar ze zich bevinden. Ze plaatsen een driepoot op de grond en meten de belichting. Soms val ik binnen hun lens. Dan word ik vereeuwigd, zo noemen ze dat. Iemand zal me dan toch ooit wel opmerken en me komen halen? Ik ben nog lang niet afgeschreven, kan nog vele mensen van dienst zijn. Geduldig wacht ik af. Voorlopig verroer ik me niet.

 

©Elles Jansen/november 2012