Op 28 juni volgde ik een workshop Thrillerschrijven. Hier volgt mijn opdracht: spannend verhaal met onderwerp Afscheid – 500 woorden.
De ruitenwissers gaan gestaag heen en weer. Het ritme maakt me slaperig.
Ik open het raampje om wat frisse lucht binnen te laten maar moet het weer sluiten omdat de regendruppels binnen vallen en kringen achterlaten op de zijden stof van mijn azuurblauwe blouse. Met mijn rechterhand doorzoek ik mijn tas die op de stoel naast me staat. Mijn vingers tasten de gebruikelijke inhoud af, lipstick, parfumflesje, mobieltje, portemonnee. Ergens moet er een pakje kauwgom zijn. Al die vakjes. Geërgerd trek ik de tas op mijn schoot. Waarom koop ik toch altijd zo’n grote tas. Snel richt ik mijn blik naar beneden om vervolgens weer op de weg te letten. Het is gevaarlijk wat ik doe.
Opnieuw duiken mijn ogen in mijn tas en in een hoek zie ik het blauw van de verpakking. Hebbes.
De tas belandt weer op de stoel naast me en ik druk een kauwgommetje uit de verpakking, neem er direct maar twee. De frisse mint smaak prikkelt mijn tong en tranen springen in mijn ogen. De slaap is weg. Ik zet de radio wat harder.
De Tom-Tom geeft aan dat het nog een kleine drie kwartier rijden is. In gedachten probeer ik me voor te stellen hoe ik haar aan zal treffen. En wat het met me zal doen. Onze band was in de loop der jaren verslechterd. Mijn gevoel was langzaam, beetje bij beetje afgestorven. Dat van haar niet, nee dat was juist versterkt. Sinds de dood van mijn vader had ze zich aan me vastgeklampt als een drenkeling. In het begin voelde ik me verantwoordelijk om een aantal dingen te regelen zoals bankzaken, opruimen van zijn kleding en zijn hobbymaterialen. Maar haar egoïstische gedrag tijdens zijn laatste dagen had een onuitwisbare wissel getrokken, had een deel van mijn hart versteend, bevroren. En niets kon dit meer ontdooien.
Telkens als ik thuiskwam in mijn ouderlijk huis waar ik zoveel herinneringen had, miste ik mijn vader, zijn gezelligheid en belangstelling. Nu moest ik eerst een hoop klusjes doen en als alles wat ze kwijt wilde door haar gezegd was, vroeg ze vlak voor ik weer wegging: en met jou alles goed?
“Waarom kom je zo weinig?” vroeg ze op een dag. “We groeien helemaal uit elkaar.” Het kwam er verwijtend uit alsof het allemaal aan mij lag terwijl ik al zo vaak had aangegeven dat het een wisselwerking was.
“Straks is het te laat, en heb je spijt. Je hebt maar één moeder.”
Vanmorgen vroeg, nog voor de vogels hun ochtendlied zongen, ging de telefoon.
“Mevrouw Maas?” U spreekt met het Boerhaave Ziekenhuis. Uw moeder is opgenomen, ze heeft een hersenbloeding gehad. Ze ligt in coma.
Hoe vaak had ik aan dit moment gedacht? Aan het moment dat ze dood zou zijn. Wat zou ik voelen? Opluchting of spijt? Wat had ik nog willen zeggen of met haar doen?
Ik had er alleen nooit bij stilgestaan dat ik bewust afscheid zou gaan nemen. Gehoor zou geven aan haar laatste dwingende wens.
Nog 5 kilometer te gaan. De kilometerteller tikt de meters weg en de klok de minuten. Minuten waarin het moment van afscheid korter wordt en ik haar het leven zal gaan benemen. “geen kasplantje mama, ik heb het je beloofd.”
Bijzonder knap geschreven, opdracht meer dan geslaagd!