Onderaards – deel 13

grot
Guido klinkt onze handboeien weer vast aan de ring in de muur. Vervolgens haalt hij uit zijn achterzak enkele tyraps.
‘Handen op de rug’ gebiedt hij. Vakkundig maakt hij mijn vrije hand vast aan de geboeide hand en doet hetzelfde bij Moniek. Daarna trekt hij een zwarte stoffen zak over ons hoofd.

 

 

Paniekerig schud ik met mijn hoofd maar hij heeft het koord wat eraan zit aan licht aangetrokken zodat de zak met geen mogelijkheid van mijn hoofd gaat. Mijn ademhaling gaat gejaagd en ik verman mezelf tot kalmte. Hyperventilatie is het laatste waar ik op zit te wachten. Ik moet mijn hoofd koel houden.
Hij maakt de boeien los van de ring in de muur en trekt ons mee.
Ik hoor de deur open gaan en even later voel ik een tochtvlaag langs me heen strijken. We staan ofwel buiten, of in een gang. Het is donker dus ik heb geen idee.
Het is verrassend hoe snel je andere zintuigen zich aanpassen als je niets kan zien. Zo constateer ik dat de lucht die ik inadem muf ruikt. Naar alle waarschijnlijkheid bevinden we ons dus nog in de grot of tenminste toch onderaards.

‘Waar breng je ons naartoe’ hoor ik Moniek gesmoord vragen.
‘Dat merken jullie vanzelf. Geen vragen meer stellen en doorlopen.’
De grond onder mijn voeten is ongelijk en het kost me moeite om niet te struikelen.
Wat is die gek met ons van plan?
‘Bukken’ zegt Guido. Terwijl ik naar voren buig, verlies ik mijn evenwicht en val voorover op mijn knieën. Moniek tuimelt over me heen en stoot zo te horen haar hoofd. ‘Au mijn kop.’
‘Vooruit dames, opstaan en doorlopen.’
Het plastic van de tyrap snijdt in mijn pols als we ons onhandig omhoog wurmen.
Ik voel een hand mijn hoofd omlaag duwen. ‘Bukken en zorg dat je weer niet valt.’

Hoe lang we zo verder strompelen weet ik niet. Ik ben alle besef van tijd kwijt maar opeens voel ik dat het warmer wordt en is de ondergrond onder mijn voeten anders.
Ik denk dat we buiten zijn. Het zwarte fluweel van de kap over mijn hoofd laat niets, maar dan ook helemaal niets van licht door.
‘Stop.’
We staan stil en ik hoor een klik, waarschijnlijk van een autoslot.
Mijn vermoeden wordt bevestigd als ik het geluid van schuifdeur van een busje hoor opengaan.
‘Voeten optillen en in de camionette stappen’ zegt Guido.
Moniek klimt er eerst in en ik volg direct, Guido houdt mijn arm vast zodat ik mijn evenwicht kan bewaren. De ribbels op de vloer verraden dat we in een bestelwagen zitten en niet in een personenbusje, er zijn dus geen bankjes of autostoelen.
‘Geen luxe touringcar Ladies, excuses van de reisorganisatie. Ga maar op uw gat zitten.’ En een seconde later gaat de schuifdeur al dicht. Nog voor we de vraag kunnen stellen of die vreselijk kap af mag.
‘Godver, ik wil die verdomde kap af” zeg ik gefrustreerd.
‘Anders ik wel.’ Moniek schuurt met haar hoofd tegen mijn schouder maar tevergeefs. Het lukt niet omdat het koord te strak is aangetrokken.
We voelen het busje schommelen als Guido achter het stuur kruipt en de deur dichtslaat. Een fractie later wordt de motor gestart en hobbelen we over een oneffen pad of wat het ook is, waardoor we steeds hardhandig tegen de ijzeren carrosserie aanbotsen.
‘Wat is die gek met ons van plan?’
‘Als hij ons had willen verkrachten dan had hij dat in die grot of wat het ook was, gedaan.’
Ik voel het zuur weer omhoogkomen, achteruitrijden is nooit goed geweest voor mijn wagenziekte.

Social tagging: > >

2 Responses to Onderaards – deel 13

  1. Henk schreef:

    Mooi vervolg, en nu toch niet weer maanden wachten…….?

  2. Inge schreef:

    Hé Ellisje,
    Wat fijn dat je vervolgverhaal weer verder loopt, spannend!!!

Geef een reactie