Een paar weken geleden was ik onderweg naar mijn opleiding voor communicatiemedewerker in Utrecht. Ik genoot met volle teugen in mijn cabriootje met het dakje open van het zonnetje. Het was een van de laatste zonnige dagen voordat de herfst haar intrede zou doen. De radio stond redelijk hard aan maar boven dat geluid uit hoorde ik het al. Het diepe aanzwellende geronk van een uitlaat. Ik hoorde hem lang voordat ik hem in mijn buitenspiegel zag komen. En toen zoefde hij me voorbij… Een zwarte Ford Mustang.
Racen
Het geluid van sportwagens laat mijn hart sneller kloppen. Sinds ik het me kan herinneren ben ik altijd al gek geweest op auto’s en autorijden. Mijn vader was vertegenwoordiger en kreeg om paar jaar een nieuwe auto. In die tijd (eind jaren zestig) waren er nog geen leaseauto’s en gingen we helemaal van Halsteren naar Groningen om de auto (altijd een Ford) om te ruilen. Mijn vader was sigarettenvertegenwoordiger bij Niemeyer en de fabriek en het hoofdkantoor stond in Groningen. Mijn vader reed eerst Ford Escorts, stationwagens. Dan mocht ik in de kattenbak als we met ons gezin naar opa en oma gingen in Terneuzen. Mijn zussen moesten op de achterbank en zaten vaak te bekvechten, ik was blij met mijn eigen koninkrijkje helemaal achterin. De zijraampjes waren op doordeweekse dagen afgedekt met reclameplaten maar die mochten er bij privégebruik af, dus in het weekend had ik 3-D uitzicht. En ik herinner me ook doldwaze ritjes naar de vuilnisbelt De Kragge in Bergen op Zoom waar we over een slingerweg naar toe reden en ik op de terugweg wederom met een vriendinnetje in de kattenbak zat en we alle kanten op vlogen omdat mijn vader door de bochten racete alsof hij op het circuit van Zandvoort reed. Op een dag maakte mijn vader promotie en kreeg hij een Ford Taunus, een goudkleurige sedan uitvoering met bruin vinyl dak en toen was de kattenbak-tijd afgelopen. Ik herinner me ook dat we in de winter als het sneeuwde met onze slee achter de bumper werden vastgemaakt en zo door onze wijk werden voortgetrokken en uitwaaierden in de bochten. Grote hilariteit. Het indrukken van het gaspedaal en door de bochten scheuren heb ik vast en zeker van mijn vader geërfd. Maar ik dwaal af…
Racegeluid
Toen ik mijn man Gérard leerde kennen was hij Formule 1 fan. Samen met Carlo, zijn beste vriend ging hij naar F-1 races en op zaterdag en zondag werd iedere training en wedstrijd nauwgezet gevolgd op tv. Ik ging me er ook voor interesseren. Het werd zelf zo erg dat toen ik zwanger was van Sven en erg ziek was, ik zoveel trainingen en races had gezien dat ik verslaafd was geraakt aan het race-geluid. Ik weet nog dat ik opgenomen was wegens het vele braken tijdens de eerste maanden en dat ik in het donker moest liggen. Ik mocht geen bezoek en ook geen TV kijken. Maar de radio mocht aan en het geluid van de racende Ferrari en Mercedes accelererend door de bochten, bracht, hoe gek het ook klinkt, rust.
Passie voor (snelle) auto’s
Ik denk dat het hier gebeurd is dat baby Sven, nog veilig in mijn buik, ook al een passie voor auto’s ontwikkelde. Hij was drie toen hij aan de koplampen in het donker al kon herkennen welk type auto er achter ons reed. En uit zijn buggy sprong in Knokke op vierjarige leeftijd en bij een kledingwinkel naar binnen rende: “Mevrouw heeft u mijn Viper gevonden? Hij is wit met een blauwe streep op het dak en de motorkap”. De dame dook onder de toonbank en haalde een mand met gevonden voorwerpen tevoorschijn. Met een blij gezichtje pakte Sven het autootje dat hij een jaar geleden! in die winkel tijdens het passen van kinderkleding was vergeten.
Toen hij naar internaat moest op 13 jarige leeftijd in Knokke was zijn grootste troost dat er in de mondaine badplaats veel mooie en dure auto’s rondreden. Op zijn eerste vrije woensdagmiddag (terwijl ik me thuis zorgen om hem maakte, denkend dat hij heimwee had) was hij de Mercedes-Benz dealer binnengestapt en wist hij de autoverkoper meer over het allernieuwste type te vertellen dan de man zelf wist. Het leverde hem een proefritje op in een Mercedes SRS AMG.
Max, onze andere zoon heeft niet zo’n passie voor auto’s maar moest tijdens onze vakanties in Italië met tussenstop in Duitsland altijd mee naar allerlei automusea van Mercedes, Porsche, Ferrari en een rondleiding op de fabriek van Lamborghini.
Midlife-crisis
Toen ik 40 werd verraste mijn man me met een zwarte Renault cabrio. Toen hij zelf 43 werd kwam hij plots thuis met een oldtimer Ferrari. Een rode 348TB. Miami Vice.
We hebben er een keer mee op het circuit van Spa-Francorchamps gereden op de Ferrari dagen. We werden aan alle kanten ingehaald, want Gérard was net met beide armen uit het gips en er zat geen stuurbekrachtiging op die auto. We reden niet harder dan 140 hihi. Elke bocht was zwaar zwoegen. Zelf heb ik in die auto een keer 200 gereden op de snelweg naar Vlissingen. Doodeng want je zit zo laag dat je ogen op gelijke hoogte zijn als de vangrail. Maar het geluid als je optrok… mijn hart gaat er nog sneller van slaan. Helaas heeft het rode racemonster maar amper een jaar in onze garage gestaan. Met twee kleine kinderen niet zo praktisch en na de recessie in 2007 had Gérard zijn centen liever terug op de bank. De midlifecrisis was voorbij en de Ferrari ging terug naar de stal. Het financiële verlies was ongeveer zoveel als een weekje vakantie, maar nu habben we een jaar plezier gehad.
De autoliefde blijft wakkeren, we bezoeken nog steeds in heel Europa musea, hebben twee jaar terug een bezoek gebracht aan de fabriek van Williams Racing in Grove Engeland. En niet te vergeten de bezoekjes aan F1 in Spa-Francorchamps. Of te voet het hele circuit in Monaco afleggen en elke bocht evalueren.
Besmet met autovirus
Vorige week zondag ging ik een ritje door Zeeland rijden met Sven in zijn nieuwe auto. Hij werkt er hard voor en heeft gevraagd of hij nog vijf jaar thuis mag wonen om zijn droom te kunnen realiseren. Hij had hem besteld lang voordat Corona haar intrede deed. Nu biedt het nog een lichtpuntje in deze rare tijd.
We vertrokken dus naar Schouwen-Duiveland, voldoende rustige wegen om even los te gaan. Raampjes open en zijn AMG-geluid laten knallen. Van 0-100 in 4,5 seconden. Een racemonster. Ik weet dat ik nooit de sleuteltjes zal krijgen maar mocht dan toch wel een eindje achter het stuur het gaspedaal intrappen met meneertje naast me. Maar het liefst zit ik naast hem, dat geluk op zijn gezicht, de stralende oogjes, verliefd. Zo blij, nog blijer dan dat driejarig jongetje die zijn Viper terug had na een jaar. Mijn moederhart hoopt dat hij geen onverstandige dingen gaan uithalen en dat hij vele veilige kilometers mag rijden.
Recente reacties
Archieven