In België mag je je eigen kind rijles geven.
Dat verklaart veel, hoor ik jullie denken.
Ik zeg niks…
Stuurervaring
Vijf jaar geleden heb ik Sven rijles gegeven en nu is Max aan de beurt. Hij heeft in 1 keer zijn theorie gehaald en daar ben ik best trots op. Max heeft al een klein beetje stuurervaring: hij helpt bij zijn oom om foto’s en gegevens van gebruikte vrachtwagens op de internetsite te plaatsen en mag dan in een golfkarretje over het grote terrein racen. Of soms zelfs vrachtwagens verzetten.
Max is in tegenstelling tot zijn broer en ikzelf niet zo’n snelheidsduivel, alles op het gemakje. Hij heeft ook nooit zijn brommer rijbewijs willen halen. Terwijl ik mijn Puch Maxi had opgevoerd tot hij 60 km per uur ging, compleet met dikke uitlaat voor het geluidseffect.
Spelletje
Zijn andere ‘rij’ ervaring heeft Max opgedaan via racespelletjes zoals F-1 en Gran-Turismo op de Playstation in een playseat met gas- en rempedalen en een stuurtje. Dit leverde zowel bij Sven als Max een goed reactievermogen op. Maar Max ziet de playseat als een spelletje, in het verkeer wil hij zich aan de snelheid houden en hij houdt zeker niet van agressief rijgedrag.
Wie rijdt wie
Maar terug bij de rijlessen. Zodra je je theorie-examen hebt gehaald, moet je bij de gemeente een aanvraag indienen voor een voorlopig rijbewijs. Op dit formulier wordt één ouder als instructeur genoteerd. We hadden afgesproken dat ik dat zou zijn. Nu ben ik niet degene met de hoogste no-claim opbouw binnen het gezin maar ik ben wel de enige met een schakelauto. En ik heb waarschijnlijk meer geduld (om urenlang zomaar rond te rijden).
Mijn auto was nog bij de garage om uitgedeukt te worden van een schade aan de rechterflank als gevolg van een foute inschatting tijdens het parkeren (ik zie geen diepte), toen ik Max zijn eerste rijles ging geven. Hij wou (heel begrijpelijk) zo snel mogelijk achter het stuur toen zijn felbegeerde voorlopige rijbewijs binnen was. Daarom zat er niks anders op dan de automaat van Gérard te pakken. Achteraf een goed idee want op deze manier kon Max zich volledig concentreren op het sturen en nemen van bochten zonder steeds na te hoeven denken in welke versnelling hij moest schakelen.
Eerste rijles
We gingen eerst naar een wijk in aanbouw. Hier waren de straten en stoepranden al aangelegd maar was het lekker rustig. Er waren drie bouwvelden waar huizenblokken zouden komen zoals we op het grote billboard konden zien. Ideaal oefenparcours. Bochtjes naar rechts, bochtjes naar links. In het begin zeer ruime bochten, beetje Engelse rijstijl, maar na een paar rondjes werden ze steeds strakker en bleef de auto op de juiste weghelft. We gingen gelijk over naar een tweede vaardigheid, achteruit bochtje om en vervolgens leren draaien op de weg. Toen dit allemaal goed verliep werd het tijd om de echte weg op te gaan. Dit was best wel spannend, temeer omdat ik een gehandicapte rijinstructeur ben (nee niet door het gemis aan dieptezicht), immers ik beschik vanaf mijn bijrijdersplek niet over een rempedaal zoals in een echte rijlesauto wel het geval is. Daarnaast ben je afhankelijk van het kleine lullige extra achteruitkijkspiegeltje dat met een zuignap op de voorruit is bevestigd. Nadeel is dat je je zonneklep dus niet meer naar beneden kan doen want dat belemmert het zicht van het zo broodnodige spiegeltje. De buitenspiegels staan afgestemd op de bestuurder dus alles wat er achter je gebeurt kan je alleen volgen in dat gekke spiegeltje dat bij elke beweging in het wegdek van stand verwisselt en meer van de achterbank laat zien dan het overige wegverkeer.
Vertrouwen
Bij het lessen gaat het om vertrouwen in je kind; dat hij direct luistert als je stop zegt en je aanwijzingen nauwkeurig en zonder in discussie te gaan opvolgt. Maar ook dat je zelf kalm blijft want als jij schrikachtig reageert, weet je niet hoe hij daarop zal reageren. Daarom reed ik voor les twee eerst maar even zelf door ons dorp tot we op een provinciale weg kwamen waar we weer van plaats wisselden. Dit hebben we een aantal keren zo gedaan tot het tijd werd voor het echte werk: rijden in een schakelauto en natuurlijk oefenen op de Ring van Antwerpen.
Klotsende oksels
Met klotsende oksels reed Max voorbij het Sportpaleis. Wees gerust, het was op zondag. Maar wel net het laatste weekend dat de winkels nog open mochten zijn voordat de recente strengere coronamaatregelen werden ingevoerd. Mijn suggestie om er bij afslag Zuid af te gaan en een stukje stad mee te nemen leverde wel een stressmomentje op want er rijden ook trams in ’t Stad. Het inparkeren sloegen we maar over, Max wou zo snel mogelijk terug naar huis.
“Voorlopig wil ik niet meer op de Ring oefenen mama”, zei hij.
Genen
We zijn weer twee weken verder en meneertje rijdt alsof hij al jaren zijn rijbewijs heeft. Ook op de Ring. Het schakelen verloopt soepeltjes. Een natuurtalent. Het zweet in onze oksels is allang opgedroogd. Jammer dat door de coronamaatregelen er geen afspraak gemaakt kan worden voor het afrijden. En ik wil dat hij ook nog een aantal lessen bij een echte rijschool neemt om de puntjes op de i te zetten, en om in de spits op de Antwerpse Ring te oefenen. Want dat vind ik de kat op het spek binden met mijn nu weer smetteloze, deukvrije racepaardje. Tot die tijd gaan we gezellig elke zondag toeren. En natuurlijk ook ’s avonds in het donker; en als het regent; en in de mist.
O ja, meneertje houdt zich keurig aan de snelheid en berispt mij nu als hij naast me zit haha. Regelmatig krijg ik wat feitjes mee van de verkeersregels.
Maar onlangs hadden we de automaat van Gérard nog eens mee en ontdekte Max de kick-down….. Op dat moment wist ik zeker dat hij een zoon van mij was. Het racemonster was ook in hem ontwaakt.
Social tagging: autorijles > racen
Recente reacties
Archieven