Archives for afscheid

Voor Henk, mijn muze

 

Lieve Henk

Jij grote sterke beer
Bent niet meer
In dit aardse leven
Maar verheven
Naar een andere realiteit
In de eeuwigheid

Jij gaf me kracht in een moeilijke tijd
Vol angst en onzekerheid
Je was mijn Word-Feud maatje
En hadden altijd een chat-praatje

Jouw blauwe pretoogjes beklijven
Die herinnering zal altijd blijven
Liefdevol lachend naar Marij
Daarvan werd ik altijd zo blij

Maar boven al was je mijn muze Lieve Henk
Bij alles wat ik geschreven heb en vanaf nu bedenk
Je was mijn fan vanaf het eerste uur
Gaf recensies op VertElles vol vuur
Spoorde mij aan om verder te gaan
Hoe moet dat nu zonder jou voortaan

Ik zal woorden blijven schrijven
En je zult altijd in mijn gedachten blijven
Je laat veel mensen achter in dit leven
Die onnoemlijk veel om jou en Marijke geven
We zullen allemaal ons best doen om voor haar te zorgen
Niet alleen vandaag maar ook alle jaren na morgen

 

 

voor mijn dappere vriendin

voor  mijn dappere vriendin Greet

“Laat de zon in je hart het leven is kort
Geniet van het leven
Want het duurt toch maar even”

Een lied van Willy Somers, jouw feestlied

Wie had ooit kunnen bedenken
Dat het zo snel zou gaan
Dat het leven jou zo weinig tijd zou schenken

Jij die zo midden in het leven stond
Van gezelligheid hield
En het woord feesten zo goed verstond

Was er iets te doen op school? Ons Greetje was erbij
Verkeersmoeder, pannenkoeken pakken
Voorlezen, jij was van de partij

Het leven was echter niet altijd een feest
Het verlies van je schoonvader, jullie Els en je Pa
Er zijn al wat droevige momenten geweest

Toch bleef je positief in het leven staan
In alles wat je ondernam en deed
Mensen om je heen namen daar een voorbeeld aan

Je zorgde met hart en ziel in de Bijster voor de hulpbehoevende mens
Als de zon scheen reed je hen naar buiten
Dat vond je normaal;  je zei ‘ de zon is toch ieders wens’

Toen onze Max lange tijd werd opgenomen in het ziekenhuis
En ik na een operatie aan huis gekluisterd was
Ging jij met Eric en de kids naar Hoge Beuken op bezoek of brachten hem thuis

We konden onze zorgen delen over een slecht rapport
Maar ook samen genieten op het terras terwijl de jongens speelden aan de zee
Onze vriendschap had alles, maar was helaas veel te kort

De dag dat je het slechte nieuws bracht
Ging je vol goede moed naar Heidelberg
Je buitenverblijf zoals je zei, maar je lag daar alleen elke nacht

Vol vertrouwen leidde je me rond over het academisch terrein
Zoveel gebouwen met professoren
Dat kon niet anders dan heel kundig zijn

Waarom moet mij dit nu overkomen
Vroeg jij, maar ook wij ons vertwijfeld af
Je vocht tegen alle demonen

Maar het was een oneerlijk gevecht
je was zo dapper
dat mag worden gezegd

Je wilde en kon soms echt niet meer
Je liefste Eric, Jarne en Wout achterlaten
Het mag niet, zei je, het doet zo’n zeer

Ik had geluk om jou vriendin te mogen zijn
Jou te zien lijden was ondraaglijk
Maar nu ben je verlost van de pijn

Wij blijven achter in onbeschrijflijk verdriet
Koesteren de mooie en warme herinneringen
Maar ook de woorden van jouw levenslied

Laat de zon in je hart, het leven is kort, duurt maar even
Lieve Greet, jij bent ons zonnetje
En zal voor altijd in ons hart verder leven

liefs Elles

 

Het laatste uur

klokOp 28 juni volgde ik een workshop Thrillerschrijven. Hier volgt mijn opdracht: spannend verhaal met onderwerp Afscheid – 500 woorden.

De ruitenwissers gaan gestaag heen en weer. Het ritme maakt me slaperig.

 

 

Ik open het raampje om wat frisse lucht binnen te laten maar moet het weer sluiten omdat de regendruppels binnen vallen en kringen achterlaten op de zijden stof van mijn azuurblauwe blouse. Met mijn rechterhand doorzoek ik mijn tas die op de stoel naast me staat. Mijn vingers tasten de gebruikelijke inhoud af, lipstick, parfumflesje, mobieltje, portemonnee. Ergens moet er een pakje kauwgom zijn. Al die vakjes. Geërgerd trek ik de tas op mijn schoot. Waarom koop ik toch altijd zo’n grote tas. Snel richt ik mijn blik naar beneden om vervolgens weer op de weg te letten. Het is gevaarlijk wat ik doe.

Opnieuw duiken mijn ogen in mijn tas en in een hoek zie ik het blauw van de verpakking. Hebbes.
De tas belandt weer op de stoel naast me en ik druk een kauwgommetje uit de verpakking, neem er direct maar twee. De frisse mint smaak prikkelt mijn tong en tranen springen in mijn ogen. De slaap is weg. Ik zet de radio wat harder.
De Tom-Tom geeft aan dat het nog een kleine drie kwartier rijden is. In gedachten probeer ik me voor te stellen hoe ik haar aan zal treffen. En wat het met me zal doen. Onze band was in de loop der jaren verslechterd. Mijn gevoel was langzaam, beetje bij beetje afgestorven. Dat van haar niet, nee dat was juist versterkt. Sinds de dood van mijn vader had ze zich aan me vastgeklampt als een drenkeling. In het begin voelde ik me verantwoordelijk om een aantal dingen te regelen zoals bankzaken, opruimen van zijn kleding en zijn hobbymaterialen. Maar haar egoïstische gedrag tijdens zijn laatste dagen had een onuitwisbare wissel getrokken, had een deel van mijn hart versteend, bevroren. En niets kon dit meer ontdooien.
Telkens als ik thuiskwam in mijn ouderlijk huis waar ik zoveel herinneringen had, miste ik mijn vader, zijn gezelligheid en belangstelling. Nu moest ik eerst een hoop klusjes doen en als alles wat ze kwijt wilde door haar gezegd was, vroeg ze vlak voor ik weer wegging: en met jou alles goed?
“Waarom kom je zo weinig?” vroeg ze op een dag. “We groeien helemaal uit elkaar.” Het kwam er verwijtend uit alsof het allemaal aan mij lag terwijl ik al zo vaak had aangegeven dat het een wisselwerking was.
“Straks is het te laat, en heb je spijt. Je hebt maar één moeder.”
Vanmorgen vroeg, nog voor de vogels hun ochtendlied zongen, ging de telefoon.
“Mevrouw Maas?” U spreekt met het Boerhaave Ziekenhuis. Uw moeder is opgenomen, ze heeft een hersenbloeding gehad. Ze ligt in coma.
Hoe vaak had ik aan dit moment gedacht? Aan het moment dat ze dood zou zijn. Wat zou ik voelen? Opluchting of spijt? Wat had ik nog willen zeggen of met haar doen?
Ik had er alleen nooit bij stilgestaan dat ik bewust afscheid zou gaan nemen. Gehoor zou geven aan haar laatste dwingende wens.
Nog 5 kilometer te gaan. De kilometerteller tikt de meters weg en de klok de minuten. Minuten waarin het moment van afscheid korter wordt en ik haar het leven zal gaan benemen. “geen kasplantje mama, ik heb het je beloofd.”

Hemelse goedheid – tussen hemel en aarde

 

voorkant boek hemels genot

inzending verhalenwedstrijd Hemels Genot – met auteur Lulu Wang in de jury. Mijn inzending ‘Hemelse Goedheid’ zat bij de winnende verhalen en is opgenomen in de bundel Hemels Genot. (2013)

Ik ben dood. Gestorven in mijn hemelbed. Omringd door degenen die ik graag om me heen zou hebben wanneer het zo ver was. Het is raar om dood te gaan. Het doet geen pijn, eerst zag ik een soort licht. Niet constant maar af en toe dook het op in mijn hoofd. Daarna steeds vaker tot het licht niet meer wegging. Geen fel licht, nee meer een soort mistachtige substantie. Heel vreemd.

Alles om me heen lijkt ver van me af plaats te vinden, maar soms ook weer niet. Alsof je dronken bent, denk ik. Maar dat weet ik niet zeker want ik ben in mijn hele leven nog nooit dronken geweest. De mensen rond mijn bed praten met gedempte stemmen tegen elkaar. Net alsof ik er niet meer bij ben. Dat vind ik zeer storend dus ik sla mijn ogen open.

‘Kijk nou, ze kijkt’,  hoor ik mijn dochter opgewonden zeggen. Ik kan haar gezicht slechts wazig zien.
‘Mam, mam hoor je me?’ Ze pakt mijn hand en zegt hoeveel ze van me houdt. Haar stem breekt en huilend gaat ze verder. Dat ze altijd van me is blijven houden, ook de jaren dat ze niet meer thuiskwam. Ze zegt dat ze mijn kleinzoon nooit bij me weg heeft willen houden. Het was allemaal de schuld van die lul, haar ex. Zo pleit ze zichzelf vrij. Wat een stomme smoes, hier heb ik geen zin in, veel te vermoeiend en ik sluit mijn ogen.
‘Mam, mam, niet weggaan’, smeekt ze jankend.
‘Mam ik moet je nog zoveel zeggen.’
‘Beetje laat zus’, hoor ik Alex brommen. Alex, de schat. De ideale zoon van iedere moeder. Altijd attent. Hij heeft voor me gezorgd tot vandaag. Zoveel liefde, vooral toen mijn man me voorging en ik alleen achterbleef. Alex kwam de tuin doen, deed de zware boodschappen. Nam me mee naar de stad, zelfs toen ik bijna niet meer lopen kon. Hij parkeerde de auto gewoon op de stoep, hielp me in mijn rolstoel en installeerde me aan ons favoriete tafeltje bij het raam. Hij bestelde steevast twee schuimgebakjes met thee, als kind was ik er al dol op en dat is nooit veranderd. De smaak van smeltend zoete merengue, gecombineerd met de koude chocolade mousse in de hart van dit perfecte taartje. En dan een slokje hete thee, zonder suiker. Als Hemels genot.

Maar ik dwaal af.
Ik ben dus dood en mijn ziel zweeft nog in de kamer. Kijkt neer op wat eens mijn lichaam was. Iedereen in de kamer heeft verdriet. Alex probeert zijn tranen te verdringen, wil sterk zijn voor zijn kinderen en zijn lieve vrouw. Mijn dochter, zo overdreven huilend. Zo schijnheilig. Of zou ze echt spijt hebben? Ik weet het niet.
Mijn lieve vriendinnen, ze zitten op de tweede rang maar dat zijn ze voor mij beslist niet. Familie heb je, die kan je niet kiezen. Maar vriendinnen daarentegen, je ontmoet ze en de liefde groeit. Sommige ken ik al bijna mijn hele leven. Ik ga ze ook missen.

Het is waar wat ze zeggen, vlak voor je sterf trekt je leven aan je voorbij. In snelle, opeenvolgende beelden bezie ik mijn jeugd, helder alsof het gisteren was. Mijn ouders. Altijd hard aan het werk om ons een zorgeloze jeugd te geven. Mijn zussen, zo verschillend. Vaak ruzie makend tot iemand aan één van hen kwam. Dan vochten ze voor elkaar als leeuwen. Mijn lieve vader die veel te vroeg was doodgegaan. Ik heb hem al gezien hoor, hij wacht me op. Ik ben daarboven niet alleen.
Vervolgens komen mijn vriendjes voorbij gevlogen, het waren er niet zo veel dus daar ben ik zo mee klaar.
Het fijne leven met mijn man. De mooie reizen die we gemaakt hebben samen. De geboorte van onze kinderen. Alles voltrekt zich opnieuw als een film, compleet met emoties, geluiden en geuren. Zo’n vreemde gewaarwording. En ook wel mooi, lang vervlogen herinneringen komen boven zoals je door een fotoalbum bladert. We hebben een prachtig leven gehad samen en ik zou het zo weer met hem overdoen. Alles, de goede en kwade dagen.

Mijn begrafenis is zoals ik gewenst had, een prachtige witte kist met zachte fluwelen bekleding in plaats van het kille satijn. Heel veel bloemen, bedwelmend geurende lelies, tere witte rozen, en mijn lievelingsbloemen: pioenrozen.
Een volle kerk en mensen die zo lovend over mij spreken. Eindelijk de goedkeuring waar ik mijn hele leven zo naar gesnakt heb.
Prachtige fadomuziek van Marizza vult het statige, eeuwenoude gebouw. Mijn lievelingslied is een vrolijk deuntje, ik zie mensen verrast opkijken.De akoestiek klinkt beter dan uit een Ipod-dock.
Dan is het voorbij. Kerkklokken luiden. Iedereen loopt langs mijn kist voor een laatste groet.
Mijn vader knipoogt naar me en stuurt me een kushandje, mijn lieve echtgenoot staat naast hem.
‘Ik kom zo, wil nog even van dit moment genieten’ roep ik hen toe.

De muziek zwelt aan, de prachtige stem van Andrea Bochelli, hij zingt de sterren van de hemel.
Ik sla mijn ogen open, zie lichtstralen helder binnenstromen, stofdeeltjes dansend in de kamer. Zonnestralen beroeren liefkozend mijn gezicht. Ik lig in mijn hemelbed, onder het warme donzen dekbed. Wat een hemels genot om gewoon weer te ontwaken en de lachende geluiden te horen van mijn man die met de kinderen aan het voetballen is in de tuin. Dromen kunnen zo verrekte echt lijken. Ik haal diep adem door mijn neus en een lichte prikkeling van vers gezette koffie dringt binnen. Ik rek me uit en ongeremd blij, boordevol nieuwe energie, gooi ik het dekbed open. Ik loop naar de kaptafel en trek mijn badjas aan. Mijn leven begint opnieuw vandaag want ik zal koesteren wat me lief is tot mijn tijd gekomen is. Niet meer hunkeren naar goedkeuring. Want waarom zou het anders zo druk geweest zijn op mijn begrafenis?, knipoog ik tegen mijn spiegelbeeld. Straks eerst even naar de bakker, schuimgebakje halen.