Archives for bergbeklimmen

Onderaards – deel 20

grotGuido is vlak bij me en kijkt me boos aan. ‘Wat een stomme trut, die vriendin van jou. Net doen alsof ze al vaker geklommen heeft en dan naar beneden donderen.’
‘Is ze echt niet dood?’
‘Nee ze leeft nog maar ik kan geen oponthoud gebruiken en heb echt geen tijd om haar handje vast te gaat zitten houden.’

 

 

‘Maar je kan haar toch niet zomaar laten liggen? Zonder medische verzorging, zonder drinken. Dat is onmenselijk. Ik wil naar haar toe.’
‘Jij hebt niks te willen, als je het wilt overleven moet je voorruit. Komaan, opschieten.’
Als hij de aarzeling op mijn gezicht ziet trekt hij opeens zijn mes en zet het op mijn zekeringstouw.’
‘Wat wordt het? Naar boven of naar beneden. Aan jou de keuze.’

Ik kijk nog eenmaal naar beneden, Moniek ligt er nog precies hetzelfde bij. In mijn ooghoek zie ik Guido’s hand met het mes bewegen en ik verbeten hijs ik me op naar de volgende zekering. Ik ben zo vreselijk boos over deze onmacht dat ik naar boven klim alsof ik nog nooit iets anders in mijn leven heb gedaan. Mijn vingers doen zeer, mijn nagels zijn gescheurd en sommige vingertoppen bloeden. Verbeten klim ik verder. Guido is inmiddels al boven over de rand verdwenen en wanneer ik enkele seconden later ook de rand bereik hijst hij me al aan mijn tuig over de rand.

Hijgend van de inspanning en emoties blijf ik even op mijn rug liggen. Geen wolkje aan de blauwe lucht. Ik sluit even mijn ogen en adem in – en uit. In – en uit. Iedere keer opnieuw zie ik de val van Moniek. Ik kan nog steeds niet snappen dat ze helemaal naar beneden is kunnen vallen. Ze zat toch gezekerd aan het touw? Ik verdenk Guido ervan dat hij met de touwen geknoeid heeft.
Wanneer ik mijn ogen open, zie ik dat Guido de touwen inmiddels heeft ingehaald en alles in zijn rugzak propt.
‘Kom, we gaan verder.’
Moedeloos kom ik overeind. Wat is zijn volgende actie? Hoe gaat hij deze survival strijd verder nu Moniek er niet meer bij is. Ik dacht dat hij een kick kreeg van de onderlinge competitie. Als ik niet zo bezorgd zou zijn om Moniek zou ik verbaasd zijn over het uitzicht hier boven op de rots. Beneden zie ik de rivier kronkelen waar we eergisteren nog gezellig met het hele team van Pepper het kanoën waren. Ik denk aan Paul en de anderen en begin te huilen. Steeds harder, onbedwingbaar.
Voor ik het in de gaten heb voel ik een scherpe brandende pijn aan mijn rechterwang. Hij heeft me geslagen.
‘Stop met janken en loop door.’ Guido trekt aan mijn arm en ik strompel achter hem aan.
We komen aan de rand van een dennenbomengebied en hij gaat een pad in dat schuin naar boven loopt. De bomen laten weinig licht door en een beklemmend gevoel vult mijn gemoed. Zachtjes snuffend loop ik naast hem, hij heeft mijn arm nog steeds vast.
Het wordt steeds donkerder, waarschijnlijk loopt het al tegen het einde van de middag. Ik ben alle besef van tijd kwijt. We lopen al een tijd niet meer op het bospad maar klimmen tussen de bomen en boomstronken door verder naar boven.  Ik ben moe, heb honger en dorst. Naar mijn gevoel hebben we uren gelopen wanneer we bij een blokhut aankomen. Het houten geval ziet er verwaarloosd uit, het dak is bedekt met mos en de dichte luiken zijn bedekt met groenige aanslag.
Guido laat me los en rommelt in zijn tas tot hij er een sleutel uitvist. Hij maakt de deur open en duwt me naar binnen. Het is donker en het ruikt er muf.

Onderaards – deel 18

grot

Geschrokken kijk ik naar de steile rotswand voor me waar de bungelende touwen duidelijk maken wat de bedoeling is.

 

 
Ik voel mijn knieën knikken. Een wee gevoel neemt bezit van mijn maag. Hoe moeten we dit nu weer volbrengen? Ik heb enorme hoogtevrees. Vooral als ik op mijn eigen lichaam moet vertrouwen. Ik durf best op de Eifeltoren te staan of op de Euromast. Maar aan een touw een berg beklimmen? No way!
‘Ik ga niet klimmen’, zeg ik beslist. Ik ben boos omdat ik in deze situatie ben beland en mijn woede neemt de overhand.

‘Als je wilt overleven zal je wel moeten schat. Jullie willen toch zo graag survivallen en aan teambuilding doen? This is the moment.’ Guido geniet zichtbaar van mijn boze houding. Het lijkt hem wel enigszins op te winden. Dat is niet mijn bedoeling, niets mag deze psychopaat in verleiding brengen.
Moniek heeft nog niets gezegd. Haar gezichtsuitdrukking lijkt onbewogen. Ik vraag me af of zij net zo bang is om te klimmen als ik.  Intussen rommelt Guido in zijn rugzak en haalt er twee tuigjes uit die hij aan ons overhandigt:   ‘Aantrekken.’

Tijd rekken, denk ik bij mezelf. ‘Sorry hoor maar ik moet eerst plassen.’
‘Schiet op, en ga maar allebei,’ zegt hij afgemeten en gebaart met zijn hoofd naar een paar bosjes die een eindje verderop rechts tegen de rots staan. We laten de tuigjes op de grond vallen en lopen naar de bosjes. Ik fluister tegen Moniek dat ik hoogtevrees heb en echt niet tegen die berg op kan klimmen.
‘Ik help je wel,’ fluistert ze terug. ‘Ik heb al vaker geklommen, ga wel eens naar de Klimmuur in Rotterdam. Onze plas klatert tegelijkertijd als een waterval op de steentjes. Vroeger kon ik niet op een toilet plassen als er iemand voor de deur stond te wachten. Zo zie je maar hoe snel je je gêne opzij kan zetten, schiet het door mijn hoofd. We lopen terug naar Guido,  stappen in de heupgordel en gespen de sluitingen stevig vast.

Guido pakt een touw en wil het aan mijn gordel vastmaken maar Moniek zegt rustig ‘laat mij maar voorklimmen dan kan Saskia kijken hoe ik het doe en volgen.’
‘Aha, mevrouw hier heeft er verstand van’, zegt Guido en overhandigt het touw aan Moniek. Er zit een ander touw aan vast.
‘Maar we zijn met drieën dus jullie gaan beiden voor en ik zal zekeren,’ antwoord Guido.
Moniek haalt het touw door de lussen en maakt het vast met een ingewikkelde knoop. Je kan zien dat ze weet waar ze mee bezig is. Daarna herhaalt ze dezelfde handelingen bij mij.
‘Je hebt zeker geen speciale klimschoenen voor ons?’ vraagt ze.
‘Nee prinses, het is survival weet je nog? Roeien met de riemen die je hebt’.

In de grotten was ik nog blij met mijn stevige bergschoenen maar nu ik aan de voet van de rots staat verlang ik hevig naar mijn gympen met flexibele zolen. Moniek geeft met een stuk band met twee haken aan en doet voor welke haak ik aan de gordel vast moet pikken en de andere gaat rond het touw. Ze geeft me nog wat haken en legt uit dat ik ze steeds vast moet klikken aan de zekeringen in de muur.
Van dichtbij zie ik dat de muur allerlei uitstulpingen heeft waar ik mijn voeten op kan zetten en Moniek geeft aan dat ik met mijn linkse hand en rechtse voet moet werken en dan weer andersom. ‘Zo klim je in een soort driehoek beweging en ben je beter in balans.’

De zenuwen gieren door mijn lijf maar ik probeer me te concentreren op haar uitleg want daar hangt mijn leven straks van af.
‘En verder niet naar beneden kijken. Onder geen beding. Kijk voor je, omhoog of opzij maar nooit naar beneden. Dan lukt het wel. Kom op, Sas, je kunt het.’