Terwijl Stefan op de kaart kijkt, blijft Wodan woest blaffen. Max haalt een tang uit zijn rugzak en breekt het geroeste kettingslot open. De deur gaat moeizaam open, het hout schuurt over de ongelijke rotsgrond en blijft op een kier hangen. Stefan trekt ook mee en de deur gaat verder open. Wodan schiet naar binnen en snuffelt rond.Het stinkt in de vochtige ruimte, naar schimmel maar ook naar iets zurigs.
Er hangen enkele ijzeren ringen in de muur op een meter hoogte maar verder is de ruimte leeg. Of toch niet helemaal. In de hoek staat een emmer. Hij is voor een derde gevuld met troebel water.
‘Wat is dat hier voor ruimte?’ vraagt Pieter aan Steven.
‘Dit was één van de ruimtes waar de paarden vroeger werden gestald. In het begin van de exploitatie van deze grot, was het de bedoeling om hier een uitgang te maken voor een kortere route maar de uitgang is niet geschikt voor grotere groepen mensen. Er is geen ruimte voor toiletten en parkeerplaatsen.’
Niets leek erop te wijzen dat Saskia en Moniek hier geweest waren, er was niks te zien. Toch bleef Wodan blaffen en Pieter pakte de emmer op om er aan te ruiken. Gatver, het rook smerig. Dat was zeker geen water. Het leek meer op urine.
‘Ik wil een onderzoeksteam hier in deze ruimte. Ze moeten kijken over er DNA sporen zijn.’
‘Dan moeten we zo snel mogelijk naar de uitgang van dit gangenstelsel’ zei Steven. ‘Want hierbinnen is geen bereik.’
Max trok Wodan mee terug de gang in. ‘Ga maar naar rechts, het zal nog zo’n kwartier lopen zijn’ instrueerde Steven.
Het was erg nat op de grond, Max speurde de wanden af of er ergens water langs kwam druppelen. Er lagen zelfs enkele plassen. Wodan had moeite om door het water een vers spoor op te pikken.
‘Er is hier maar één weg naar de uitgang, wellicht dat hij buiten weer iets op het spoor zal komen’ zei Steven. Ongeduldig begonnen de mannen steeds sneller te lopen. De tunnel maakte een bocht en opeens straalde er licht naar binnen. De uitgang! Wodan piepte en trok aan de lijn. Er was weer een spoor. Opgelucht stonden te mannen enkele seconden later in de buitenlucht. Ze zaten goed.
Steven deed zijn rugzak af en haalde er een thermoskan uit. ‘Koffie mannen?’
Wodan zocht een bosje op om zijn behoefte te doen en Max had een sigaret opgestoken. Met de peuk tussen zijn lippen haalde hij een waterfles uit zijn rugzak en liet Wodan eruit drinken.
Steven moest lachen: ‘Dat heb ik nou nog nooit niet gezien zeg. Een hond die uit een fles drinkt.’
Pieter genoot van de warme koffie en was opgelucht dat hij de nauwe grot had verlaten. Hij nam de omgeving in zich op. Ze waren omringd door rotsen, er was een met onkruid begroeid pad, van hooguit een meter of drie. Hij liep wat verder van de ingang van grot weg en volgde het hobbelige pad dat tussen de rotsen kronkelde. Het gras was er plat. Alsof er een auto over gereden had.
‘Ik heb bereik, ik ga de basis oproepen.’ Max bracht zijn mond bij de portofoon en gaf enkele korte bevelen om een speciaal onderzoeksteam naar de gevonden ruimte in de grot te sturen en overhandigde toen het apparaat aan Steven zodat deze kon uitleggen waar ze precies moesten zijn.
‘Max, ik denk dat ze met een auto zijn verdergegaan.’ Pieter gebaarde dat Max naar hem moest komen. Hij wees op het platgedrukte gras en onkruid. ‘Kijk, bandensporen. En volgens mij van nog niet zo lang geleden.’ Max knielde neer en bestudeerde de grond. Het was moeilijk te zien, in een zandpad waren bandensporen duidelijker te herkennen maar hij moest zijn chef gelijk geven. Paarden zouden andere sporen hebben achtergelaten. Hij ging Wodan halen die hij bij Steven had achtergelaten. De hond schoof met zijn neus over de grond, liep terug richting de uitgang van de grot en liep weer naar de plaats waar het onkruid was platgedrukt. Hij begon weer te blaffen en piepen. Hij zocht verder maar kwam steeds terug naar de plek waar Pieter stond.
Wat nu? Ze konden overal zijn. Gefrustreerd schopte Pieter tegen een stel brokken steen.
Recente reacties
Archieven