
Vijfentwintig jaar geleden – vrijdag 2 september 1994 – was een grote dag in mijn leven. Mijn vader was vier maanden ervoor gestorven en zou niet aanwezig zijn op deze belangrijke dag maar hij wist hoe de dag eruit zou zien en daardoor was hij heel dichtbij, in mijn hart.
Ik startte de dag dan ook met een ritje van Roosendaal naar Halsteren om 7.00 uur in de ochtend. Ik ging bloemen leggen op zijn graf en vertelde dat ik later die dag terug op het dorp zou komen om in het gemeentehuis te trouwen. Dat was belangrijk voor mijn vader; zijn dochter getrouwd zien.
Op de terugweg hoorde ik op de radio “The moment I wake up, before I put on my makeup, I say a little prayer for you. And while I’m combing my hair now, and wondering what dress to wear now, I say a little prayer for you. Yeah you’ll stay in my heart and I will love you. Forever and ever we never will part, oh, how I love you. Together, together that’s how ik must be to live without you. (Aretha Franklin)
En dat was het teken van mijn vader, dat hij heel die dag dicht bij me zou zijn. Door mijn tranen heen begon ik te lachen en die lach en blijdschap heeft mij de hele dag vervuld.
Toen ik thuiskwam hadden de buren ons huis versierd. Gérard was bij zijn moeder gaan slapen. Mijn zus Pauline was al aanwezig om mij op te maken en Arthur de kapper ging aan de slag met mijn haar. Hij zou zo klaar zijn want met een kort kapsel valt weinig te frutselen. Trouwjurk aan en toen ging de bel. Daar stond hij dan, keurig in pak. De eerste en laatste keer hihi. En met haar, onze kinderen vroegen later toen ze de trouwfoto’s zagen: wie is die man? Ze hadden hun vader nooit met haar gekend.
Mijn zwager Jeroen was onze chauffeur die dag in een mooie groen-grijze Jaguar. Het bloemstuk op de motorkap is er onderweg naar Antwerpen waar we de trouwfoto’s gingen maken, afgewaaid. Zijn dochtertje Mandy (4 jaar) was bruidsmeisje. In Antwerpen aangekomen begon het te regenen maar dat mocht de pret niet drukken. Wat hadden we een lol. Alleen Mandy wilde niet op de foto, ze staat er slechts 2 keer mee op. Er waren bevrijdingsfeesten aan de gang, een groot marineschip voer voorbij en liet de hoorn blazen toen ze ons op de kade zagen staan. Amerikaanse soldaten in de binnenstad wilden met ons op de foto. Het was erg leuk, en we waren nog niet eens getrouwd. Dat ging later die dag gebeuren. Ik droeg een prachtige jurk (vond ik zelf) waar ik de sleep van af had laten halen en meters stof tussen uit de rok had laten snijden om hem minder breed te laten lijken. Ik woog toen al tegen de honderd of misschien zelfs erover. Ik droeg witte platte “Elvis” schoenen omdat ik vooral geen zere voeten wenste te hebben op mijn eigen feestje.
Na een lunch in het dorps koffiehuis in Halsteren gingen we naar het gemeentehuis waar een ambtenaar die mijn vader nog gekend had en dus voor mij een emotionele waarde had, ons trouwde. Mijn oudste zus en Gérard zijn broer waren onze getuigen, als ook onze beste vriend en vriendinnen. De trouwambtenaar noemde alleen onze namen steeds verkeerd. Gerard en Elise. Voor schandaal, maar we waren gelukkig en lachten het weg. Daarna in een noodvaart naar Wouw waar meneer pastoor ons op stond te wachten in de prachtige kerk waar ook emotionele waarde was aangezien daar opa Koen begraven was en daardoor zijn geest ook rondwaarde tijdens de plechtigheid. Mijn zus Annie las een mooie tekst voor en een tante van Gérard. Zo had iedereen een mooie rol op deze geweldige dag.
Na de officiële gebeurtenissen gingen we dineren en feesten op de Kade in Roosendaal bij de Eratozaal. De receptie was een groots gebeuren want ik werkte als directiesecretaresse in het ziekenhuis en had alle meiden van de polikliniek uitgenodigd. De artsen en mijn baas Willem van der Pompe speelden in een jazz-band Mad Medix en zij traden op tijdens de receptie. Er was wel 300 man. Wat een belevenis. En daarna natuurlijk de feestavond. Collega’s van Gérard die toen nog bij Leys IJzerwarengroothandel werkte en vrienden en vriendinnen, familie, ooms, tantes, neven en nichten. Het was een geweldig feest tot diep in de nacht. Een verrassingsoptreden van Huub Hangop (neef van Gérard) en zelfs ik moest geloven aan de polonaise (kon moeilijk op onze eigen bruiloft mezelf op de wc verstoppen).
Onze openingsdans was op Barry White: The first, the last, my everything. Later hebben we hem nog live mogen zien en horen optreden in Brussel. Zijn stem maakt nog steeds vlinders in mijn buik los. Het was ook kermis in Roosendaal, en dat is nog altijd zo op of rond onze trouwdag. Dat is mijn geluk, zo vergeet mijn ventje onze trouwdag nooit.
De jaren zijn voorbij gevlogen. We hebben twee leuke jongens gekregen en een hond. Een mooi huis en zijn (voor zover we weten) allemaal gezond. We hebben dus veel om dankbaar voor te zijn en dat zijn we dan ook.
Gérard, mijn liefst maatje, ik ben niet de huisvrouw die je gewenst had, schoonmaken en opruimen is niet mijn ding maar verder heb je weinig te klagen hoop ik. Laten we proosten op de volgende 25 jaar!
Recente reacties
Archieven