Archives for Hollandse kost

Een Meester in mijn keuken

kokWat schotel je een chef kok voor als hij komt eten?

 

Mijn zwager is chef kok en heeft een eigen restaurant, samen met mijn zus. Zij is gastvrouw en regisseur van hun toffe huiskamerrestaurant in ’t Ginneken in Breda. Deze rol is haar op het lijf geschreven. Op maandag zijn ze gesloten en komen ze soms bij ons thuis eten.

 

Ik vergeet nooit meer de eerste keer dat ze bij ons kwamen eten.

Nachtenlang lag ik wakker, schapen op me netvlies, niet om te tellen maar ze passeerden het menu. Samen met kalkoenen, kippen, kikkerbillen en nog veel meer. Wat moest ik in hemelsnaam koken voor een chef kok, leerling van Cas Spijkers?
Onze Jan kookt de sterren van de hemel. Schotelt mij de meest verrukkelijke toetjes voor van chocolade verleidingen. En dat niet alleen, als Jan staat te koken, is zijn keuken keurig opgeruimd. Bij mij is het altijd chaos in de keuken.

De  eerste keer dat ze kwamen eten,  ik spreek over 17 jaar geleden, had je nog geen kookprogramma’s op televisie waarin uitgebreid door Jamie, Nigella, Herman, Sergio en gooi er nog maar wat in de pan, voorgedaan wordt hoe je ogenschijnlijk gemakkelijk allerlei gerechten op tafel kunt toveren. Wat ook bemoedigend is -of is het jou nog niet opgevallen-  is dat in het hele rijtje, bijna geen beroemde vrouwelijke koks voorkomen?! Of zijn vrouwen gewoon te bescheiden en hoeven ze niet zo nodig hun kookkunsten op televisie te tonen?

Maar dat even terzijde. Zie het als een spoon, of bijgerechtje.

Nee, 17 jaar geleden, moest je het hebben van kookboeken. Ooit had ik van mijn baas een dik kookboek van de Franse topkok Paul Bocuse gekregen. “De nieuwe Franse Keuken.” Ik dook in de boekenkast. Gelukkig was het boek niet in een doos naar zolder verhuisd. Pff. Wanhopig bladerend ging ik op zoek naar een passend gerecht. “Truffelsoep, Coq au Vin gevolgd door Tarte Tartin?” mompel ik hardop aan de eetkamertafel.

Mijn man zag het allemaal eens aan en zei tegen me:  “Wat ben je aan het bekokstoven schat? Je kan nooit iets maken wat Jan zijn kookkunst zal overtreffen”. Zo, die kwam aan. Had ik een (rotte) tomaat in de buurt? Ik zou hem zonder aarzelen gegooid hebben.  Zijn opmerking gaf pas moed om verder te bladeren. Nou echt niet.

En waarom luisterde ik eigenlijk naar hem, hij die nog geen ei kan bakken? Hij die appelmoes over al zijn eten kiepert en Heinz Tomatenketchup in de koffer stopt als we op vakantie gaan.

HELP.

Maar hij had een punt. Zoals altijd. Zijn nuchtere woorden ontnuchterden mij meer dan eens en ik zette mijn gekwetste ego opzij. Ik ging bij mezelf te rade, ontleedde mijn probleem zoals de veren van een kip worden geplukt. Gedachten dwarrelden donzig in het rond.

Mijn lieve zwager heeft al op zoveel plekken gekookt, heeft al in zoveel restaurants gegeten. In sterrenrestaurants in Nederland maar ook daarbuiten. Hij reist op zondagochtend naar de markt in Parijs om inkopen te doen van allerlei speciale ingrediënten die hier in Nederland niet verkrijgbaar zijn.

Het kookwekkertje liep af in mijn hoofd en ik wist wat me te doen stond. Ik zou gewoon Hollandse pot te maken. Mijn eigen befaamde Preischotel, waar mijn man en ik met onze messen duelleren om de korst. En waarbij de ovenschaal in de loop der jaren steeds platter is geworden en groter in omtrek om maar zoveel mogelijk van deze overheerlijke krokante zoutige korst te creëren.

Ik ging naar de groenteboer en kocht anderhalve kilo prei en een zak bloemige aardappelen. Vervolgens haalde ik bij de slager 1 pond gekruid gehakt en een pakje gerookte spekreepjes en vers geraspte kaas. Alles van goede kwaliteit, niks van de supermarkt want er komt tenslotte niet iedere dag een chef kok eten, nietwaar?

Thuisgekomen aan de slag met het schillen van de aardappelen. Mijn vader zou zich omdraaien in zijn graf als hij zag hoe dik ik de aardappels van hun jas ontdeed. Ik sneed de Hollandse jongens n in kleine stukken en deed ze in een grote met water en zout gevulde pan. Op hoog vuur aan de kook.

Vervolgens liet in de gootsteen vol lopen met water en sneed ik de prei in ringen. Goed wassen want krakend zand tussen je tanden is voor niemand lekker.

Na twee wasbeurten ging de prei in een groenten stoompan op het vuur naast de patatten.

In een koekenpan bakte ik het gehakt rul, en in en andere pan de spekjes lekker krokant. Intussen was de oven aan het voorverwarmen op 180 graden.

Toen de aardappelen gaar waren maakte ik er puree van, niet te smeuïg want de prei moest er nog bij. Deze was gegaard in de stoompan wat er voor zorgde dat het water niet uit de prei liep (maar wel al in mijn mond). De prei werd door de puree geroerd en het geheel werd in de ovenschaal overgeheveld.
Daarna gehakt en spekjes toevoegen en door elkaar husselen. Het geheel bestrooien met de geraspte kaas en kruidenpaneermeel als toppertje erover. En hup de oven in voor ongeveer dertig minuutjes.

Ondertussen was de chaos groot in mijn keukentje. Opgestapelde pannen, vuile snijplank, aardappelschillen, boter, mixer teveel om op te noemen.

Snel alle pannen afwassen en als de sodemieter de tafel mooi dekken. Want het oog wil ook wat. Als voorgerechtje had ik meloen in bolletjes op een bedje van Ardennerham. Niks spectaculairs maar zo’n ovenschotel vult best wel en dit voorgerechtje had ik al in de koeling klaar staan sinds de ochtend. Ja, voorbereiding is zeer belangrijk. Mijn zwager noemt zoiets Mise en Place.

Vandaag de dag vraagt mijn zwager nog steeds om preischotel als ze komen eten. Ze komen niet vaak eten, maar dat ligt niet aan mijn kookkunst. Deze is inmiddels flink verbeterd dankzij vele tips van mijn lieve zwager voor het bakken van de perfecte biefstuk, scampi’s en nog veel meer.

Hierdoor heb ik plezier in koken gekregen en nodig regelmatig vrienden uit om te komen eten. Vrienden die eerst alleen lasagne en ovenschotels te eten kregen en die zich nu vol bewondering mijn drie-gangen menu’s laten smaken. Complimenten krijgen is voor iedere kok leuk, van Chef-kok tot hobbykok tot huisvrouwkok.
Het zijn de beste ingrediënten voor een super menu waarbij de innerlijke mens het hoofdgerecht vormt.

Bon appetit

©Elles Jansen