Een reclamebureau gaat op teambuilding in de Belgische Ardennen…
Wat vooraf ging: Tijdens dag 1 staat een kanotocht op het programma. Een leuke competitieve dag waarin de onderlinge verhoudingen op de proef worden gesteld…
Wat een kick, zo’n waterval. Hoe zou het zijn om op een echte wilde rivier te varen in Frankrijk of Amerika?
Ik hoor gegil achter ons en kijk over mijn schouder. De kano van Karin en Thom is omgeslagen. Het emmertje dobbert op het water. Paul draait snel onze kajak en peddelt gestaag tegen de stroom in. Als we bij het emmertje zijn pakt hij het met één beweging uit het water onze kano in.
Karin en Thom hebben al zwemmend hun kano naar de kant geduwd. Daar liggen enkele stukken platte rotsblokken en Thom is hier al op geklauterd. Hij houdt de kajak stil en Karin probeert eveneens op de steen te klimmen. Ze was zo slim geweest om waterschoenen aan te trekken aan het begin van de tocht die dag en heeft daardoor grip op de glibberige stenen.
Inmiddels zijn ook de andere collega’s de waterval gepasseerd. Er is verder niemand omgeslagen. We hangen allemaal bij de rotspartij en proberen de ruzie tussen Thom en Karin te sussen. Karin is woest en Thom slingert zeer vrouwonvriendelijke opmerkingen naar haar hoofd.
Het is een ongemakkelijke situatie en eigenlijk zouden ze beter niet meer met zijn tweeën in de kajak moeten gaan, maar ruilen met anderen van onze groep is niet te doen want we kunnen nergens naar de kant om te switchen.
Paul stelt voor om naar de volgende stop te varen en daar weer een ruil te doen.
Ik vraag me af wie van de vrouwelijke collega’s nog bij Thom in zijn bootje wil stappen.
De stemming is tegelijk met de kajak van Thom en Karin omgeslagen. Gelaten peddelen we voort.
Perfecte opdracht voor een teambuilding schiet het door mijn hoofd. Toch ben ik enigszins uit mijn evenwicht. Je zou toch denken dat de sfeer tijdens zo’n evenement niet al de eerste dag door één persoon zo verpest kan worden.
Na de volgende bocht komt er gelukkig een aanmeerplaatsje. Er is een kiezelstrandje en het ligt er vol met lege kajaks. Die van onze groep kunnen er amper nog tussen.
Iets verderop staat een houten chalet met een groot terras. Er klinkt vrolijke muziek en het gelach van andere gasten komt ons tegemoet.
‘Gelukkig, dit hebben we net even nodig,’ zegt Paul. Er klinkt enige opluchting in zijn stem.
Thom springt als eerste uit de kano naast ons en loopt met zijn hoofd gebogen, nors en met grote stappen richting het chalet. Hij helpt Karin niet eens uit de kano denk ik verontwaardigd maar zie ook wel in dat ze absoluut niet op hulp van hem zit te wachten.
Paul trekt me omhoog en helpt me uitstappen. ‘Wacht hier even,’ zegt hij en hij pakt de emmer van Karin en Thom. Hij draait zich naar Karin en steekt zijn hand uit.
‘Sta mij toe Princes,’ zegt hij terwijl hij diep buigt. Karin kan niet anders dan lachen als hij bijna zijn evenwicht verliest door de zware emmer in zijn linkerhand en de onhandige scheve stand op de oever met losliggende kiezels.
Ze stapt uit en Paul opent de emmer om er een droge handdoek uit te halen. Hij slaat deze om de schouders van Karin. ‘Zo dame, even iets droog aantrekken en dan een lekker wijntje, wat denk jij Saskia?’ Hij draait zich naar me toe. Gedrieën lopen we naar het chalet, Paul in het midden. Hij heeft zijn armen rond onze schouders geslagen. Ik voel de warmte door mijn lijf trekken. En wenste dat het Chalet kilometers verder lag.
Het Chalet maakt deel uit van een camping. Het is er gezellig druk. Er lijkt geen plaats te zijn maar een groep jongelui staat op als ze ons zien naderen.
‘Zo te zien hebben jullie wel een pint verdient en wij moeten weer verder’ zegt één van hen en maakt een uitnodigend gebaar.
Dankbaar nemen we plaats op de rieten stoeltjes. De ribbels snijden in mijn billen maar ik negeer het snel als ik de ober lang zie komen met grote glazen Belgisch Bier en Ice-tea.
Ik had me niet gerealiseerd dat ik zo’n dorst heb.
Paul neemt de leiding en vraagt iedereen wat ze willen drinken en houdt de passerende ober aan.
Enkele minuten later is iedereen van een drankje voorzien. De afdaling langs de watervallen wordt uitgebreid besproken, hier en daar stevig aangedikt.
Karin zit naast me, ik kan haar gezichtsuitdrukking niet zien. Ik zie haar handen even in de reling van de stoel knijpen en in een opwelling leg ik er even mijn hand op.
Ze draait haar hoofd en kijkt me aan, tranen staan in haar ogen. Thom is nergens te bekennen. Maar goed ook. Ik denk dat niemand behoefte heeft aan zijn bravoure gedrag.
Het is inmiddels al laat in de middag en we moeten nog een stukje varen tot het eindpunt. Paul staat op en loopt het chalet in. Karin en ik lopen naar het toilet.
‘Gaat het weer een beetje?’
‘Ja, maar ik ga niet meer met die klootzak in een bootje. No way.’
Ik knik begrijpend. We verdwijnen in de wc-hokjes en ik hoor de deur opengaan en de stemmen van Kelly en Moniek.
‘Een lul is het’
‘Ja, dat heeft hij vandaag maar weer eens bewezen. Altijd op haar katten. Dat gaat een teambuilding niet veranderen hoor’.
‘En gewoon omdat ze niet inging op zijn avances’.
Zouden ze weten dat het onderwerp van gesprek hier op het toilet zit, vraag ik me af.
Snel trek ik de wc door, open de deur en loop op Kelly en Moniek af. Ik maak een veelbetekenend gebaar met mijn hoofd naar de wc-deuren en vraag dan zo opgewekt mogelijk of zij weten hoe laat we bij de eindstop zullen zijn.
Kelly opent een wc-deur en antwoordt dat ze geen idee heeft.
Moniek steekt haar hand in haar kontzak en haalt er een plastic mapje uit. Verbaasd kijk ik toe hoe zij het programma eruit haalt. Helemaal droog. Wat slim van haar.
‘Om vijf uur, dus nog een uurtje. Dat gaat nog wel lukken toch?’
‘Ik hoop het, ik voel mijn armen wel hoor en mijn rug ook.’
‘Niks gewend jij. Ik roei dagelijks als ik naar de sportschool ga’, zegt Moniek. Ik kijk haar met open mond aan.
Op dat moment komt Karin uit het toilet.
‘Sinds wanneer ga jij naar een sportschool?’ vraagt ze spits.
Dan moet Moniek hard lachen.
‘Betrapt’ en ze verdwijnt ook de wc in.
We wassen onze handen en lopen terug het chalet in.
‘Dank je voor net’, zegt Karin.
‘Graag gedaan.’
De groep staat al bij de waterkant. Thom is nergens te bekennen.
Ik kijk Paul aan en vorm het woord Thom met mijn lippen.
Hij haalt zijn schouders op.
Als Moniek en Kelly zich ook bij ons hebben gevoegd stelt hij voor dat hij alleen in een kajak gaat en dat Karin en ik samen een kano delen.
‘En Thom dan?’ vraagt Wouter.
‘Ik zie hem nergens en hij neemt ook zijn telefoon niet op. We moeten verder want onze bus staat om vijf uur klaar om ons terug te brengen naar het hotel. Hij zal zijn plan wel trekken zeker.’
Recente reacties
Archieven