De eerste dag van de teambuilding zit erop. We zijn aangekomen in het hotel voor diner en eerste overnachting.
Ik sjok de trap op met mijn koffertje en heb moeite mijn zware benen op te tillen. Eigenlijk beschamend, zo’n slechte conditie, denk ik bij mezelf.
Moniek loopt voor me en haar normaal, kwieke bewegingen vertonen ook slow motion trekjes.
Boven aan de trap geeft een bordje aan dat we voor ons kamernummer naar rechts moeten. We hebben de laatste kamer op de smalle gang.
Moniek opent de deur en de gezellige inrichting geeft een positieve boost aan mijn humeur. Goedkeurend neem ik het interieur in me op. Het is een mengeling van nostalgie en modern comfort. Terwijl ik de box-spring uittest, loopt Moniek de badkamer in.
‘Heerlijk, een bad. Daar wil ik wel in, en jij?’
‘Ga jij maar eerst, ik probeer het bed wel even uit’
Moniek komt terug de kamer ingelopen. Ze gooit haar reistas op het rechter bed en maakt de ritssluiting open.
‘Ik weet niet hoe het met jou gesteld is, maar ik ben kapot’, zegt ze terwijl ze tussen haar spullen rommelt. Ze haalt er schoon ondergoed uit en een zomerjurkje en loopt naar de kledingkast. Ze pakt een kapstok uit de kast en hangt het jurkje op.
‘Even boven het stoom van het bad, dan verdwijnen de kreukels als sneeuw voor de zon zegt mijn zus altijd. Even kijken of ze gelijk krijgt.’
Ik voel mijn ogen al zwaar worden.
‘Half uurtje is dat goed voor jou?’ hoor ik Moniek nog vragen en ik mompel terug: ‘neem je tijd maar’.
‘Wakker worden slaapkop. Wil jij nog douchen? Ik vrees dat je geen tijd meer hebt voor een uitgebreid bad, we moeten over een klein half uurtje beneden zijn voor het diner’, zegt Moniek.
Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wrijf en me eens flink uitrek – au mijn spieren – zie ik de metamorfose die Moniek heeft ondergaan.
Haar blonde krullen omlijsten haar ronde gezicht, dat licht verkleurd is door de zonnestralen van vandaag. Het zomerjurkje past haar als gegoten en benadrukt haar slanke taille. Zorgvuldig aangebrachte oogschaduw en eyeliner geven haar blauwe ogen een subtiele, vrouwelijke maar toch ook natuurlijke look.
‘Je zus heeft gelijk gehad zie ik. Je kan niet zien dat je jurkje uit een sporttas komt.’
Moniek bekijkt zichzelf in de spiegel tegen de kastdeur. ‘Ja goed hé? Sandra reist veel en heeft vaak slimme tips’
Ik kom overeind en duik de badkamer in. Verrast kijk ik naar het moderne interieur. De grijsbruine, smalle tegeltjes tegen de wanden lijken wel blokjes gestapeld hout. Terwijl ik me uitkleed hoor ik Moniek praten en lachen. Waarschijnlijk belt ze met haar vriend. Tenminste, dat hoop ik toch want ik heb er niet aan gedacht om ondergoed en kleding mee de badkamer in te nemen.
Ik stap de douchecabine in en draai de kraan open. Een heerlijke stevige straal plenst neer op mijn stramme schouders en nek. Genietend blijf ik staan, armen langs mijn lichaam, ogen dicht. Het warme water ontspant mijn pijnlijke spieren. Na een vijftal minuten ga ik me toch maar inzepen, ik had zo wel uren kunnen blijven staan doch het gerammel in mijn maag brengt me bij mijn positieven.
Ik draai de douchekraan dicht en pak de dikke rulle handdoek van het rekje. Wat een heerlijk groot badlaken. Terwijl ik me afdroog hoor ik Moniek opnieuw lachen. Tot mijn schrik hoor ik een mannenstem. Help, wat nu?
Het badlaken is gelukkig groot genoeg om rond mijn lijf te wikkelen en even later sta ik dan op blote voeten en met natte haren terug in de kamer. Ik voel me naakter dan ooit als de ogen van Paul vluchtig over mijn lichaam glijden. Het schaamrood kleurt mijn wangen en mijn hart bonkt zo hard dat ik denk dat hij het kan horen.
‘Eh, ik had mijn kleding nog in de kamer liggen’, stamel ik.
‘Ik verwacht van mijn secretaresse dat ze vooruit denkt hoor’, zegt hij dubbelzinnig. Ik voel mijn wangen nog harder gloeien.
Moniek krijgt medelijden en zegt: ‘Kom Paul, laten wij vast naar beneden gaan. Dan kan Saskia zich aankleden.’
‘We zien je zo oké?’
Dankbaar glimlach ik naar haar en loop op mijn trolley af.
‘Niet te lang dralen voor de spiegel hé, Saskia? Ik verga namelijk van de honger’, zegt Paul terwijl hij me veelbetekenend aankijkt.
‘Gaan jullie nu maar, dan kan ik opschieten’, antwoord ik terwijl ik de sloten van mijn koffertje open klik.
‘Tot zo’.
‘Ja tot zo’.
Ze lopen de deur uit en Moniek piept nog even haar hoofd terug om de deur en steekt haar duim op. Ik lach terug.
Met een snelle beweging rits ik het linker deel van het opengeklapte koffertje open en haal er mijn zorgvuldig opgevouwen jurk uit. De tricot stof heeft als voordeel dat er geen kreukels of vouwen in zitten. Snel vis ik een beha met bijpassend boxertje uit de andere helft van de koffer en trek dit aan. Het jurkje glijdt over mijn hoofd en valt soepel naar beneden. Ik controleer in de spiegel of mijn onderbroek niet tekent en constateer goedkeurend dat het advies van de verkoopster geen verkooptruck blijkt te zijn.
Snel schiet ik mijn pumps aan en strijk met mijn vingers door mijn haren. Zo goed als droog.
Met mijn toilettas in mijn handen loop ik terug de badkamer in en breng wat mascara aan en dep met een sponsje wat compact poeder op mijn voorhoofd, neus en kin. Daarna even met de kwast erover.
Een beetje wax in mijn haren en tevreden kijk ik naar mijn spiegelbeeld. Er gaat niets boven de natuurlijke kleuring van zonlicht op je gezicht.
Ik gris op de valreep een vestje uit mijn koffer en pak de sleutel van de kamer van het nachtkastje. Shit, ik heb geen handtasje meegenomen. Ik de sleutel aan de voorkant in mijn beha en grinnik in mezelf.
Als ik beneden kom zegt een serveerster dat mijn collega’s buiten zijn. Ik loop de serre door en kom in een grote achtertuin met een gezellig terras. Achter in de tuin staat een trampoline en houten speeltoestel waar enkele kinderen spelen. Mijn collega’s staan aan de oever van het riviertje met een glas champagne in de hand. Mijn ogen glijden over het gezelschap en ik zie Thom staan. Hij staat een paar meter van de rest vandaan te praten met Paul. Zijn handen gebaren druk en uit zijn gezichtsuitdrukkingen maak ik op dat hij probeert uit te leggen wat er gebeurd is die middag. Paul maakt sussende bewegingen en legt een hand op de arm van Thom.
Ik loop zo elegant mogelijk met mijn punthakken over het gras, wat niet meevalt.
Een ober komt aangelopen met een dienblad en biedt me champagne aan. Ik drink eigenlijk nooit maar wil niet kinderachtig overkomen door water te vragen en pak dus een glas met gouden bubbeltjes.
‘Oké mensen, we zijn compleet. Graag wil ik een toast uitbrengen op Pepper en op de nieuwkomers in het bijzonder.’ Paul heft zijn glas.
‘Op Pepper’
‘Op Pepper’, roept iedereen in koor.
Kees geeft tips aan een paar kinderen die een dam proberen te bouwen in het water.
Evelien en Kelly bemoeien zich er mee maar Kees dient hun van repliek en roept: ‘Dames, wie heeft er hier bij de scouting gezeten?’
Na enkele verplaatsingen van de stenen blijkt dat hij gelijk krijgt en stroomt het water van de rivier een andere kant op. De kinderen juichen opgewonden en roepen hun vader om te komen kijken.
De ober komt weer aangelopen en zegt dat het voorgerecht geserveerd zal worden.
We lopen terug naar het terras. Daar staat een lange tafel gedekt en we nemen plaats op de houten stoeltjes.
Ik zit tegenover Paul en tussen Brian en John. Paul zit tussen Linda en Ellen.
Karin zit helemaal rechts, op het uiteinde terwijl Thom helemaal links zit aan dezelfde zijde. Strategische opstelling, denk ik bij mezelf, zo hoeven ze elkaar niet aan te kijken.
Natuurlijk wordt er even teruggeblikt op de kanotechnieken maar al snel gaat het gesprek over Pepper. Anekdotes van de begin periode vliegen over tafel, en dan met name de blunders die gemaakt zijn. Er wordt hartelijk gelachen en opgelucht stel ik vast dat de sfeer weer terug ontspannen is.
Het voorgerecht smaakt voortreffelijk, een frisse salade met gebakken kip, uitgebakken spekjes en verse ananas. Ik voel me een beetje licht in het hoofd door de champagne en schenk mijn waterglas nog eens vol.
Het hoofdgerecht volgt. Op de huid gebakken zalm op een bedje van tagliatelle en groente uit de wok. Wat een verwennerij.
Ik probeer zoveel mogelijk met Brian te praten over zijn tweeling en zijn vrouw en niet te veel naar Paul te kijken. Zijn donkere blik spreekt boekdelen en ik hoop maar dat het de anderen niet opvalt. Opeens voel ik iets zachts langs mijn been strijken en ik verslik me als ik een kreet probeer te onderdrukken.
Brian klopt op mijn rug: ‘Oei, gaat het?’
Ik neem enkele slokken water en haal eens diep adem.
Paul lacht geamuseerd en speelt de grote onschuld. Het waren nochtans wel zijn voeten die ik langs mijn benen voelde glijden. Ik weet het zeker.
Het gelach wordt steeds sterker, de wijn mist zijn uitwerking niet.
Tegen elf uur staat Kees als eerste op. ‘Sorry mensen, maar morgen wordt een heftige dag met klimmen. Ik ga mijn bed opzoeken.’
Kelly en Karin staan ook op en ik volg hun voorbeeld. Moniek maakt nog geen aanstalten, ze is druk in gesprek met Wouter en Evelien.
Ik loop de serre in en volg de anderen naar de trap. De stemmen zijn gedempt in verband met ander gasten. We fluisteren ‘welterusten’ en ik vervolg mijn weg naar het einde van de gang. Net wanneer ik mijn sleutel uit mijn beha wil vissen voel ik een warme adem in mijn nek. Een hand sluit zich over de mijne en omsluit mijn borst.
‘Hulp nodig?’
Ik snak naar adem en wil me omdraaien maar sta klem tussen de deur en het mannenlichaam achter me.
Recente reacties
Archieven