Het is alweer een maand geleden dat ik hier met de billen bloot ging. Figuurlijk dan natuurlijk. Want het draait uiteraard om mijn figuur. Het gaat niet om mijn billen, die gaan er nog mee door, vind ik zelf.
Ik zie ze nooit als ik in de spiegel kijk, dat scheelt. Nee even serieus nu. Mijn gewicht dus, iets boven de toegestane snelheid op de wegen rond de randstad. Of mag je daar 100 in plaats van 120? Anyway.
In mijn vorige blog schreef ik over mijn eerste bezoek aan de diëtiste. Dat was op 15 maart 2017. Vol goede moed stapte ik buiten. Ik had geen streng dieet meegekregen maar ze had een boekje opengedaan over mijn eetgewoonten. In dat boekje stonden plaatjes over de grote van de porties die je van iets eet. Bovenste rij was voor de anorexia gevallen, de middelste rij was normaal. De onderste rij… nou, bij puree draaide ik nog even de bladzijde om… daar stonden de groenten. Beschaamd wees ik het laatste vakje aan in de onderste rij. Ook bij biefstuk zat ik in de onderste rij. Het was overduidelijk. “Elles, je moet de porties halveren.”
Twee weken later kreeg ik uitleg over vetten en suikers en kreeg ik een eet-advies en een richtlijn voor aantal calorieën. Dat viel voor mijn lengte en gewicht voorlopig best mee. Langzaam zou mijn lichaam gaan wennen aan kleinere porties en gezondere tussendoortjes. Ik mocht best éénmaal per week een smoske van de broodjeszaak uit Essen. Maar dan geen half stokbrood, maar een pistoleke. Het beleg was gelukkig goed: gegrilde kip met augurk en een heel klein beetje cocktailsaus. Dat kon zo blijven. Ik nam geen uitgeperste sinaasappelsap meer mee (1 glas is drie of vier porties fruit!) maar twee bakjes gesneden mango en ananas. Aangezien ik een fruitallergie is mijn keuze is zeer beperkt. Verder had ik als lunch een salade met tonijn of wat koude rijst met boontjes en kip. De eerste week had ik barstende koppijn: ontwenningsverschijnselen van de suikerverslaving.
Echter, toen kwam onze vakantie eraan. All-inclusieve in een zonnig land, aan het strand. Niet verkeerd. Maar als je van lekker eten houdt, is het alsof je de kat op het spek gaat binden. “Probeer gewoon te genieten, niet aan lijnen te denken. Het zou mooi zijn als je hetzelfde weegt als nu en probeert om niet aan te komen”, zei lieve Lieve. (zo heet ze hé, mijn voedselcoach). We noteerden op 28 maart samen de teller van de weegschaal, zij in haar computer; ik in mijn hoofd: one hundred and twenty-two (gelukkig speelden we geen Dart).
Recente reacties
Archieven