Het was op een vrijdag. Eigenlijk waren de weken ervoor ook dramatisch maar dat besefte ik pas later, toen het ergste verdriet plaats maakte voor de vele overpeinzingen die volgen als je terug gaat in de tijd van je herinneringen.
Mijn vader was een hartpatiënt. Tien jaar eerder was hij in de tuin aan het werken toen hij niet goed werd. Hij is naar binnen gegaan en heeft een borrel genomen, later bleek dat hij een hartinfarct had gehad. Mijn vader was toen 58 jaar en werkte als vertegenwoordiger bij een sigarettenfabrikant. De druk om te presteren was hoog en na jaren in West-Brabant en Zeeland gewerkt te hebben, werd mijn vader naar het drukke Rotterdam gestuurd. Op zijn leeftijd. Hij had een ijzeren staaf in de kattenbak van zijn stationwagen liggen omdat hij bij het uitladen van zijn auto al regelmatig was bedreigd. Kan je het je voorstellen? Om stomme sigaretten?
Na zijn infarct volgde een tien uur durende open-hart operatie in De Klokkenberg in Breda. Mijn moeder en ik, erg close nog in die tijd, waren de hele dag samen en werden ieder uur gebeld over het verloop van de operatie. Het was allemaal goed gelukt, drie omleidingen had hij gekregen. We mochten naar Breda komen en bij hem zijn als hij zou ontwaken uit de narcose. Nooit meer zal ik vergeten hoe mijn vader daar lag, in dat ziekenhuisbed op de Intensive Care. Aan allerlei apparaten en slangen. Lijkbleek, zijn gezicht vertrokken van de pijn.
“Ik ga nooit meer roken” zei hij met droge, gesprongen lippen en krakende stem. Een jaar later was hij deze belofte al weer vergeten.
Op 16 april 1994 kreeg ik tijdens mijn werk een telefoontje. Mijn vader was opgenomen in het ziekenhuis in Bergen op Zoom. Hij had opnieuw een hartinfarct gehad. Ditmaal zag het er allemaal niet zo mooi uit. Door de vorige operatie waren er verklevingen en het was ook onzeker of zijn eigen aderen uit zijn benen gebruikt konden worden voor nieuwe omleidingen.
Die zondag zat mijn huis vol met verjaardagsvisite voor mijn man, ik heb de boel de boel gelaten en ben naar Bergen op Zoom gereden om mijn vader op te zoeken. We waren maar met zijn tweeën, mijn vader en ik. Hij keek terug op zijn leven met mijn moeder. Ze hadden nooit bij elkaar moeten blijven.
Op de IC kregen mijn moeder en ik enorme ruzie aan het bed van mijn vader. Mijn vader wist inmiddels dat het niet goed zat en dat hij als hij terug thuis zou komen, niet meer kon gaan etaleren. Dat deed hij na zijn pensioen om een centje bij te verdienen. Hij vroeg mijn moeder of hij dan af en toe haar auto kon lenen maar daar deed ze vreselijk moeilijk over. Hij moest maar een brommertje kopen. Wat haatte ik haar op dat moment.
De volgende ochtend kreeg ik telefoon, het was Secretaressedag. Ik had net van mijn baas een enorme bos fluweelrode rozen gekregen. Ik heb ze nooit meer in een vaas zien staan.
In sneltreinvaart ben ik uit het ziekenhuis waar ik werkte naar het ziekenhuis in Bergen op Zoom gereden. Mijn moeder stond bij de spoed, mijn vader werd op een brancard de ambulance in gereden. Wij volgenden de ambulance naar Breda. Die donderdagavond ging ik nog op bezoek bij mijn vader. Ik gaf hem een kus en zei: ik zie je morgen. Hij was bang, vreselijk bang. De volgende ochtend, vrijdag 22 april, heb ik hem nog gebeld voordat hij naar de OK ging. Tot straks papa.
Ik ging die dag naar mijn moeder. De het was bewolkt maar ik wilde het gras maaien. Dat had ik tien jaar geleden ook gedaan. Ik wilde de tuin mooi maken voor mijn vader zodat hij als hij thuis kwam, lekker van de tuin kon genieten zonder dat hij er iets voor hoefde te doen. Mijn moeder zat binnen in de kamer overhemden te verstellen, knopen aan te naaien. Ieder uur werden wij op de hoogte gebracht van de vorderingen. Het openmaken van het borstbeen, de moeilijkste fase van de ingreep door de verklevingen, was goed gegaan. Er waren bloedingen maar die waren gestelpt.
Een uur later weer telefoon, de aderen uit zijn benen waren bruikbaar en de omleidingen waren aangelegd. Alles verliep buitengewoon goed.
De zon brak door, het zou goed komen. Ik wist het zeker. Tien jaar geleden brak de zon ook door. Een dejavu…
De telefoon ging weer. Ik liep naar binnen en hoorde op de radio het nummer van Santana. En de grond zakte onder mijn voeten vandaan. Nog voor mijn moeder in hal een kreet slaakte en het overhemd uit haar handen liet vallen.
Ze hadden alles geprobeerd, mijn vader moest van de hartlongmachine losgekoppeld worden om zelf weer zijn hart het werk te laten doen. Dit was niet gelukt. Ze hadden hem terug aan de hart-longmachine gelegd maar nu moest hij toch echt zelf verder… maar zijn hart, zijn warme hart dat altijd voor iedereen alles overhad, had het hart niet om mijn vader terug bij ons te brengen.
Het gekke is, dat ik het gezicht van mijn vader nooit meer voor mijn geest heb kunnen halen. Alsof er een soort beschermingsmechanisme in mij in werking is gesteld. Er is ook niet één foto te vinden waarop mijn vader recht in de camera kijkt. Alle foto’s zijn en profiel.
Nog altijd kan ik die eerste tonen van Santana niet verdragen, mijn keel knijpt dicht en ik krijg geen lucht. Maar mijn vader, hij leeft verder in mij. Ieder dag. Zijn muziek komt altijd te hulp op moeilijke momenten in mijn leven. Dan is daar opeens bijvoorbeeld “In the Summertime” van Desmond Dekker and the Aces op de radio. Of komt er met Kerst als ik aan het winkelen ben en bij een etalage sta, een dixieland jazzbandje voorbij gelopen “All of me” spelend.
En nu ik zelf kinderen heb zie ik de Jansen-karaktertrek overduidelijk terugkomen in onze jongste zoon. Wat zou hij ervan genoten hebben, van zijn kleinkinderen. Ach, kon ik hem nog maar heel even…
Recente reacties
Archieven