Archives for paniek

Op slot

 

“En het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor. Het is zo stil in mij”.

Wie had ooit gedacht dat deze tekst uit een liedje van Dik Hout zo de spijker op de kop zou slaan. Ik, die altijd met teksten bezig ben, verhalen zie in wat ik onderweg hoor of tegenkom. Ik die altijd wel iets weet te verwoorden, was zonder woorden.

Een raar griepvirus, overgewaaid uit China, waar in het begin iedereen luchtig over deed, legde in enkele weken heel Europa plat. Eerst Italië, dat leek nog ver van ons bed. En bovendien leefden de Italianen heel anders dan de Nederlanders en de Belgen dus het zou hier zo’n vaart niet lopen..

Lockdown

16 Maart 2020: Lockdown. En ik sloeg op slot. Hittegolven, hartkloppingen en nare gedachten vochten om het hardst en wilden eruit. Rennen, maar mijn benen weigerden. Gillen, maar mijn stem verstomde. Ik viel flauw maar kwam weer bij en alles begon opnieuw. Mijn darmen raakten ontregeld, in twee weken tijd verloor ik tien kilo. Iets wat nog een doel was na de Gastric bypass operatie van een jaar geleden en waarvan ik dacht dat het me niet zou lukken. Dat negentig kilo het gewicht was dat bij mij paste. Ik was in totaal dertig kilo kwijt; volgens de chirurg een zeer goed en acceptabel resultaat. Een maand na mijn laatste controle waren dat zijn woorden en nu slobberden al mijn kleren rond mijn lichaam met nog eens die extra tien kilo’s gewichtsverlies door de stress.

Paniek

Mijn ‘vergeten’ paniekstoornis was terug. In alle hevigheid. Aangewakkerd door de coronacrisis. Getriggerd en vlamgevat. Honderden doemscenario’s: Wat als onze winkel moet sluiten? Dan gaan we failliet. Moeten we ons huis uit. Wat als mensen geen inkomen meer hebben en niks meer bij ons kunnen komen, dan gaan we failliet.
Winkels met lege schappen; hoe moeten we aan boodschappen komen en dan had ik het niet over toiletpapier. Onze eerdere investering in een douche-toilet was nu een godsgeschenk aangezien heel Nederland en België opeens zonder wc-papier zat. Er was in de supermarkt opeens geen aardappelen, rijst of pasta meer te krijgen. Geen groenten, geen melk. Mensen waren compleet doorgedraaid en gaan hamsteren.

Op slot

De grens van België naar Nederland ging op slot. Totale lockdown. Winkels gingen dicht, bedrijven sloten hun deuren. Alleen de supermarkt, apotheek en bakker mocht nog geopend blijven en je mocht alleen in je eigen dorp om boodschappen.
Gelukkig voor ons was de Nederlandse regering iets minder rigide dan de Belgische en viel onze winkel in Dordrecht onder een voedingsmiddelenwinkel. We verkopen sigaretten en tabak, kranten, tijdschriften en zijn een postagentschap en hoorden daardoor bij eerste levensbehoeften. Toch zaten we bij iedere persconferentie van premier Rutten gespannen bij de televisie te luisteren of we alsnog dicht moesten. Ons hart ging uit naar alle bedrijven en organisaties die hun deuren moesten sluiten.
Een uittreksel van de Kamer van Koophandel samen met paspoort en verblijfskaart verschaften mijn man en zonen toegang aan de grens om toch naar onze winkel in Nederland te mogen rijden.

 

Oorlog

De oorlog in mijn hoofd woedde verder; al die mensen die opgenomen werden op de IC, straks lagen alle ziekenhuizen vol en wat dan? Een klein beetje ratio bleef sudderen, de meest kwetsbare mensen in onze samenleving vormden het grootste risico voor dit gemene virus. Mensen met hart- en/of longproblemen, hoge bloeddruk, onderliggend falen, diabetes…. Gezonde mensen zouden besmet kunnen worden maar slechts lichte ziekteverschijnselen vertonen zoals bij een gewone griep. Daar hield ik me aan vast. Maar ondertussen dacht ik aan alle kwetsbare cliënten op mijn werk. De paniek werd erger en erger. ’s Nachts en onder de ochtend, overdag. Ik ging naar de huisarts en vroeg om medicatie. Ik had tot vorig jaar ruim twintig jaar lang medicatie tegen paniek geslikt maar door de GBP-operatie was ik daarmee gestopt. Deze medicatie werkte met een langzame afgifte en dat ging niet meer met mijn nieuwe maag-darmsysteem waarbij alle voedingsmiddelen binnen een half uur mijn maag verlaten. Ik had nadat ik gestopt was een jaar lang nergens last van en dacht dat ik de paniek ontgroeid was. Dat ik wellicht 20 jaar voor niks medicatie had geslikt… Totdat het coronavirus de trigger werd.
De nieuwe medicijnen moesten langzaam worden opgebouwd en het zou minstens vier weken duren voor ik er baat bij zou hebben. Sterker nog; in het begin zouden de klachten verergeren. Ik bevond me in een nachtmerrie.


Hulptroepen

Ik zocht hulp bij een psycholoog, eentje die EMDR-therapie kan toepassen. En ik heb een hele goede gevonden. Gaandeweg de wekelijkse sessies komt er natuurlijk wel wat shit bovendrijven. En na twee maanden leek het bereikte evenwicht nog helemaal niet zo evenwichtig als ik had gehoopt. Of mezelf had opgelegd. De lat.

 

De Lat

Balancerend op het koord
Houd ik de lat vast
Ik heb het zelf in de hand

Als hij te hoog gaat
Val ik van het koord

Schuif ik wat naar links
Of misschien beter naar rechts

Het is wikken en wegen
Voorzichtig schuif ik een stapje
Naar voren op het wankele koord
Durf ik mijn voet op te lichten
En langzaam langs de andere te schuiven

Of blijf ik beter even hangen?
Of moet ik soms een stapje terug

Als ik eindelijk naar mezelf durf te kijken
Daar balancerend op dat hoge koord
Zie ik een vangnet

Als ik val
Is het niet voorbij
Er is een stevig vangnet
Een vangnet dat veert
Meebeweegt en
mijn val stabiliseert

Ik heb geluk gehad
En dank alle handen
die dit vangnet
zo stevig
voor mij vasthielden.

Open

Mijn werkgever en de bedrijfsarts hebben me alle ruimte gegeven om te herstellen. Daar ben ik zeer dankbaar voor. Ik voelde me zo schuldig, net een nieuwe baan en dan dit. Maar met schuldgevoel kom je niet verder, je hebt er niet om gevraagd.

Ik ben deze week weer parttime begonnen met werken. Ik geniet weer van de mooie natuur, voel weer hoe is het is om gelukkig te zijn. Ik ben terug in de maatschappij. De landsgrenzen zijn weer open, ik vertrouw op mezelf dat ik weet wanneer ik mijn eigen grenzen even moet sluiten zodat ik nooit meer voor een totale lockdown kom te staan.

Jij ook

 

Waarom ben ik hier zo openhartig over zullen sommigen zich afvragen. Omdat ik wil laten weten dat je niet alleen bent, of raar bent als het even psychisch niet gaat zoals het zou moeten, zoals je wou willen, of zoals mensen van je verwachten. Om te laten weten dat je diep vanbinnen de kracht hebt om te vechten en weer op te staan. Ook jij.

En dat het iedereen kan overkomen ook al denk je van niet. Ja ook jou, zelfs jou.

 

 

 

Onderaards – deel 10

grot

wat vooraf ging:

Dag 2, de groep is afgedaald in de grotten en opgesplitst in drie groepen. De groep van Saskia wordt afgesneden van de rest doordat Thom vast komt te zitten.

 

 

 

‘Heb je last van claustrofobie?’ vraagt Moniek.
‘Ja zeg ik’.
‘Waarom heb je dat niet van te voren aangegeven?’
‘Ik wilde geen spelbreker zijn en schaamde me ook’, antwoord ik bibberend.
Nu we stil zitten, dringt de vochtige kilte door tot op het bot.

Moniek zet de lamp op haar hoofd uit.
‘Even batterijen sparen’, zegt ze en ik volg haar voorbeeld.
Thom laat zijn lamp aan staan.
Waar blijft die gids nou, vraag ik me ongeduldig af.
‘Ik moet pissen’ zegt Moniek.
‘Nou, ik heb geen bordje WC gezien’ zegt Thom in een poging grappig te zijn.
Opgelucht zie ik een lichtbundeltje naderen.
‘Zo, ik ben er eindelijk’, zegt Guido. ‘Het duurde even voor ik groep 2 ingehaald had, die gingen blijkbaar voorspoediger dan wij.’
‘Wat nu?’ vraagt Moniek.
‘Stukje terug en dan via een andere gang’, antwoordt Guido.
‘Hoezo, gaan we niet terug naar de uitgang?’ vraag ik met een benauwd stemmetje.
‘We gaan wel naar de uitgang schat, maar niet terug naar de ingang,’ merkt Guido gevat op.
Hij koppelt het oude touw los en maakt ons vast aan een nieuw.
Ditmaal pakt hij mij als eerste, Moniek als tweede en Thom als laatste. Dat vind ik wel een beetje raar want wat als Thom opnieuw vast komt te zitten. Dan kan Guido hem toch niet helpen? Thom is wel de grootste en stevigste van ons clubje.

We gaan een stukje terug en pakken een andere gang. Hier kunnen we redelijk lopen. Een beetje gebogen, dat wel maar we hoeven niet te kruipen. Ik voel me weer wat beter en kan goed volgen.
Na een tijdje gaan we een andere gang in, hier wordt het al weer wat smaller en het plafond is ook lager.
In elkaar gedoken ploeteren we voort.
‘Kunnen we even stoppen?’ roept Moniek achter me.
‘Ik moet werkelijk nodig plassen.’
Guido roept dat ze nog even vol moet houden, we zijn zo in de volgende ruimte.
Even later kunnen we inderdaad even rechtop staan. Guido maakt de zekeringen los en loopt een eindje met Moniek een gang in om daarna terug te komen.
‘Moet jij ook nog?’ vraagt hij mij.
Eigenlijk niet maar wie weet hoe lang het duurt voordat zich opnieuw een gelegenheid voordoet.

Moniek komt terug, duidelijk opgelucht en ik loop dezelfde gang een stukje in. Opnieuw flikkert de lamp op mijn helm en als ik omhoog kom om mijn broek op te trekken valt het licht voorgoed uit. Het is pikkedonker. De paniek slaat direct toe. Moet ik nu naar links of naar rechts. Ik begin te gillen en ben blij als er een lichtbundel op me afkomt.
‘Wat is er? Ratten gezien?’ vraagt Guido lichtelijk spottend.
‘Nee mijn lamp is uitgevallen.’
‘Ach, de dame is bang in het donker,’ zegt hij smalend.
Wat een lul zeg. Zo hoort een gids zich toch niet te gedragen, denk ik verontwaardigd. Mijn angst is direct verdwenen en maakt plaats voor een ongekende woede.
‘Verwacht maar geen fooi op het einde,’ kaats ik terug.
We voegen ons weer bij Thom en Moniek.
Guido maakt opnieuw het touw vast en we vervolgen onze weg.
Het wordt opnieuw nauwer maar we hoeven gelukkig nog steeds niet op onze buik te crawlen.
Ik kijk op mijn horloge en zie dat het al bijna half één is. We moeten nu toch onderhand wel bij de uitgang zijn want het middagprogramma begint straks.
‘Zeg, is het nog ver?’ roept Moniek alsof ze over telepathische gaven beschikt.
‘Hoezo, moet je weer al pipi doen?’ vraagt Guido licht sarcastisch. Wat is dat toch met die gast?
‘Nee maar we zouden er toch ongeveer al moeten zijn hé. Anders zijn we te laat voor de lunch’.

‘Nog eventjes dames’.
We gaan weer een andere gang in. Wat een wirwar van gangen, als je hier zou verdwalen geraak je er nooit niet meer uit. Een nieuwe angstaanval domineert mijn handelen. Een brandend gevoel kruipt van mijn buik naar mijn slokdarm. Mijn oren beginnen opnieuw te suizen en ik word draaierig.
‘Saskia, hallo. Zeg eens iets. Hallo.’
Een hand slaat tegen mijn wang. Even weet ik totaal niet waar ik ben. Dan slaat de paniek weer toe. Ik voel een plens water in mijn gezicht en er wordt een plastic zakje tegen mijn mond geduwd.
Bezorgd kijkt Moniek me aan.
‘We moeten echt zo snel mogelijk naar buiten’ gebiedt ze de gids.
Dan zakt ze over me heen in elkaar. Mijn kreet wordt gesmoord in de mouw van haar vest.
Thom ligt ook al op de grond.

Vol afschuw kijk ik naar Guido die met de steel van een pikhouweel een klap op het achterhoofd van Moniek heeft gegeven. Bij Thom heeft hij waarschijnlijk de andere kant gebruikt want ik zie een donker stroompje naast zijn hoofd op de grond groter worden.
Dan wordt het zwart voor mijn ogen.

Als ik bijkom lig ik op mijn zij met mijn hoofd op een rugzak. Mijn handen zijn achter mijn rug vastgebonden en ook mijn voeten zitten aan elkaar. Naast me ligt Moniek. Haar ogen zijn nog gesloten. Ze ligt ook vastgebonden met een stuk touw. Thom is nergens te bekennen.
Er staat een olielamp op een richel. Zacht gesis van de vlam is hoorbaar. Verder is het ijzingwekkend stil.
Een deel van de muur gaat schuil achter een houten schot. De vloer waar we op liggen is ook van hout. Mijn tong voelt dik en ik kan amper slikken. Waar zijn we in godsnaam? Nog in de grot of ergens anders? Waar is Guido?
‘Moniek. Moniek’.
Geen reactie. Ik worstel me dichterbij en trap met beide voeten tegen haar benen.
‘Moniek’
Ze kreunt en opent haar ogen.