
deel 2
Wat vooraf ging: Saskia is opgehaald door haar nieuwe baas voor het teambuildingsuitje. Ze komen net aan op de parkeerplaats van “Peppers” het reclamebureau.
Daar staat een bus klaar. De teambuilding begint direct met gezamenlijk vervoer. Het is een VIB-bus en de geur van koffie komt me tegemoet terwijl ik instap.
Het voordeel van zo’n VIP bus is dat je niet met twee naast elkaar zit maar in een ovale zitbank waardoor je met een groepje kunt kletsen. Snel overzie ik waar ik het beste kan gaan zitten, een plaats waar ik rechtdoor rijd om wagenziekte te vermijden. Ik zie een leuk plekje naast Moniek van de receptie.
‘Hoi Sas’ begroette Moniek me hartelijk. ‘Heb je er zin in?’
‘Goedemorgen Moniek, ik ben eigenlijk best zenuwachtig. ‘Dit is mijn eerste teambuildingsactiviteit en ik ben niet zo sportief aangelegd.’
‘Joh, maak je niet druk, het gaat om de gezelligheid’ zegt ze bemoedigend.
‘Nou daar zou ik maar niet zo zeker van zijn.’ Thom is net de bus binnengestapt en heeft de laatste woorden van Moniek op gevangen.
‘Dit is een serieuze aangelegenheid dames, en het komt echt aan op vertrouwen in elkaar om bepaalde proeven te doorstaan.’
Moniek en ik kijken elkaar even aan en ik voel de vage steken in mijn buik.
‘Goeie s’morges, deze morgen.’ Kees stapt in, grote rugzak in zijn hand. Hij draagt een kakigroene fleecetrui met mouwloos vestje erover en de bekende afritsbroek met tien zakken eronder. Hij heeft een petje op van een trekkersmerk en een flesje isotone-drank zit in het zijvak van zijn rugzak. Volgens mij heeft hij als jochie heel wat uren bij de scouting doorgebracht, hopelijk word ik bij hem ingedeeld.
Achter hem komt Brian door het gangpad gelopen. Hij ploft naast me neer. Brian heeft het sportieve kledingadvies letterlijk opgevolgd in zijn Adidas trainingspak. Het busje stroomt vol. Iedereen is op tijd, stiptheid staat hoog in het vaandel bij ‘Pepper’.
De chauffeur heet Michel en namens Pepper en de busmaatschappij heet hij ons van harte welkom.
‘Suggesties voor muziek en temperatuur van de airco zijn van harte welkom. Ik wens u allen een goede reis en voor later een vruchtbare teambuildig’. Hij is onze vaste chauffeur de komende twee dagen en regelt alles met de organisatie in de Ardennen.
De bus vertrekt en al snel zit iedereen gezellig met elkaar te kletsen. Moniek werkt al vanaf de start bij ‘Pepper’ en vertelt me enkele leuke anekdotes. Kees behoort ook tot het meubilair, zoals hij zichzelf lachend noemt en voegt smakelijke details toe. We lachen en waarschijnlijk toch iets te luidruchtig voor degenen die niet zo vroeg al op hun best zijn. Brian zit naast Thom aan een tafeltje van vier met Paul en Kelly. Omdat Brian en Thom in de achteruitrij positie zitten kruisen onze blikken elkaar.
Even dimmen Sas, spreek ik mezelf in gedachten toe. Je bent de nieuweling en eerst even de kat uit de boom kijken.
Bij Roosendaal verlaat het busje de snelweg en volgt een provinciale weg richting Antwerpen. Ik snap het niet zo goed maar als de chauffeur even later net over de grens bij een bakker stopt grijpt Paul de microfoon en zegt
‘Even jeugdnostalgie’.
‘Mijn moeder wilde nooit door België rijden zonder verse koffiekoeken’.
Het is 07.00 uur in de ochtend en de hele bakkerswinkel staat vol, mensen staan zelfs buiten in de rij. Ongelooflijk. Dat zie je in Nederland toch niet.
Op het pleintje voor de kerk stappen we even uit, benen strekken en rookpauze voor Thom en Karin.
Na een kwartiertje komt Michel met een paar zakken aanlopen.
‘Wie lust er allemaal koffie?’ vraagt Moniek.
Ik pak de bekertjes koffie van haar aan en enkele minuten later is iedereen voorzien. Overheerlijke geuren vullen het gangpad en al snel zit iedereen te smikkelen van een ovenverse koffiekoek. De mijne is van bladerdeeg met poedersuiker en roomvulling. Een dikke klodder dreigt eruit te vallen en snel lik ik hem op met mijn tong. Thom zit me broedend aan te kijken, ik word er een beetje ongemakkelijk van. Het duurt maar een seconde, dan lacht hij en zegt ‘zo te zien smaakt het wel hé dames? Ditmaal geen gezeik over – “ik moet aan mijn lijn denken”!’
Moniek zit onder de poedersuiker en probeert het van haar zwarte T-shirt te kloppen maar het wordt er niet beter op.
De blik van Thom hangt nu aan de borsten van Moniek en hij kijkt me brutaal aan als hij mijn blik vangt.
Snel kijk ik uit het raam, we rijden door enkele typisch Belgische dorpen. Alleenstaande huizen in allerlei bouwstijlen. Lange uitrekte dorpsstraten met vooral bakkers en apotheken.
Dan draaien we de snelweg op, richting Antwerpen.
Naast me zit Moniek te knikkebollen, even later rust haar hoofd op mijn schouder. Kees zit te lezen op zijn E-reader en Wouter zit op zijn Ipad te surfen op internet.
Paul, Thom, Karin, Brian en Kelly zijn in discussie over de laatste opdracht van een grote klant. Ik laat het gesprek aan me voorbij gaan en sluit ook mijn ogen.
Ik word wakker als de bus stopt op de parkeerplaats van een tankstation. Het is een groot tankstation en er staan veel vrachtwagens met dichte gordijntjes in de cabine. Zou je op zondag niet mogen rijden, vraag ik me af. We stappen uit. De dames lopen allemaal richting toilet. Paul ook maar sommige van de mannen verkiezen toch het wildplassen. Ik moet lachen om deze jongensachtige uiting van machogedrag.
De toiletten zijn redelijk schoon, valt niet tegen. Terwijl ik mijn handen was kijk ik naar mijn spiegelbeeld. Oei, wat een wit smoeltje. Snel knijp ik wat in mijn wangen en vang nog net de lachende blik van Kelly terwijl ze achter me komt staan.
‘Laat geworden gisteravond?’ vraagt ze terwijl ze in haar tas rommelt.
‘Nee, niet echt maar slecht geslapen’ zegt ik.
‘Hier’ zegt ze en reikt me een kwastje aan. ‘Doe maar, een beetje kleur kan geen kwaad’.
Dankbaar pak ik het kwastje aan en brengt wat rouge aan op mijn bleke wangen. Het resultaat is direct zichtbaar en ik ben blij met deze attente nieuwe collega.
Nu nog wat lippenstift, deze zit in mijn broekzak en is een beetje zacht geworden van de warmte. Voorzichtig, om hem niet te breken, breng ik de lippenstipt naar mijn lippen en wrijf daarna de hoekjes van mijn mond schoon met mijn wijsvinger.
‘Je kan beter een kwastje gebruiken, kijk’ zegt Kelly terwijl ze perfect haar volle lippen kleurt. Het ziet er zo strak uit alsof ze eerst een potloodlijntje heeft getrokken.
‘Dat ziet er inderdaad veel netter uit’ geef ik toe en verontschuldig me dan dat ik alleen het hoogstnoodzakelijke heb meegenomen omdat ik een hekel heb aan een handtas. ‘Portemonnee en lippenstift zitten in mijn broekzak’ zeg ik terwijl ik op mijn zakken klop. ’En een kam gebruik ik nooit.’
We lopen terug naar de bus, we zijn de laatsten en worden hartelijk gepest.
Er wordt wat van plaatsen gewisseld en nu zit ik naast Kelly, John, Evelien en Brian. Allen werkzaam op de ontwerpafdeling.
Brian laat foto’s van zijn tweeling zien. Ze zijn twee. Schattig stelletje, een jongen en een meisje. Ze lijken sprekend op hun vader zo te zien. Zijn vrouw zit in de verpleging, werkt voornamelijk in de weekenden en Brian werkt een dag in de week thuis zodat ze geen oppas nodig hebben.
‘En jij Saskia, heb je kinderen?’
‘Nee, daar is het nog niet van gekomen’ antwoord ik.
‘Heb je wel een relatie?’ vraagt Brian.
‘Niet meer, na zes jaar hebben we er een punt achter gezet.’ zeg ik en probeer zo te klinken dat er geen vragen meer volgen.
‘Hoe kwam het?’ Opzet mislukt.
‘Als je er liever niet over wilt praten hoeft het niet hoor’ haast Brian zich te zeggen.
‘Hij had een ander’ zeg ik en dat zorgt voor een ongemakkelijke stilte.
Ik voel Thom naar me kijken maar het is Paul die me redt.
‘Jongens, geen vragenvuur voor onze nieuwe dame, ze zit nog in haar proeftijd, straks vlucht ze weg’ en breekt hiermee de spanning.
Het gesprek gaat over op vakanties en andere veilige onderwerpen en dan zijn we op plaats van bestemming. Het busje stopt voor een grijs hotelletje ‘La Passerelle’ staat er op de buitenkant. Er staan enkele auto’s. Aan de overzijde is ook een grijs gebouw, vrij modern, wat er blijkbaar bij hoort.
We stappen uit en pakken de spullen uit de laadruimte. Michel is al aan het inchecken. Ik deel mijn kamer met Moniek. Gezellig.
Er is niet veel tijd om onze kamer te bekijken want we moeten snel door naar het naburige dorpje voor de kano’s. Het hotel ligt aan een riviertje waar het water kabbelend voorbij stroomt. Dat ziet er nog redelijk rustig uit, stel ik mezelf gerust. Het zal allemaal wel goed komen.
Met mijn rugzak op schoot kijk ik uit het raam naar de prachtige omgeving. Zo dicht bij huis en zo anders. We rijden door het kleinste dorpje van België: Durbuy. Prachtig. Ik hoop dat we nog tijd krijgen om hier rond te lopen vandaag of morgen.
Even later komen we bij Adventure World. Een hoge klimmuur is behangen met jongens en meisjes in tuigjes die via gekleurde kleiachtige vormen zich omhoog werken.
Mijn buik trekt weer samen.
Recente reacties
Archieven