Archives for verdwijning

Onderaards – deel 1

grotProloog

Pieter van Torre trekt de overall over zijn dienstkleding en zet de helm met lamp op die hij van het survivalteam van Adventure World krijgt aangereikt. Achter hem staat Max al klaar met zijn speurhond aan de lijn. De hond ruikt aan een spijkerbroek van de verdwenen Saskia en Moniek. Ze worden al vier dagen vermist na een teambuildingsuitje.
Hij knikt kort naar de instructeur en ze lopen naar de ingang van de gang die hen door het grottenstelsel zal leiden. De instructeur is een ervaren speleoloog en werkte op de dag van de verdwijning, sterker nog… hij heeft de groep begeleid op de tocht door de nauwe openingen naar de Romegrot.
De man die bij hen was, Thom, is terecht maar ligt opgenomen op een psychiatrische afdeling van het ziekenhuis totaal in de war. Van de meiden ontbreekt tot nu toe elk spoor.

Dag 1

Zaterdag 15 juni, 05.00 uur.

De wekker staat te piepen, ik mep met mijn hand het irritante geluid uit, sla het dekbed open en sta op. Een druk op de knop laat het rolluik langzaam omhoog kruipen en ik kijk naar buiten. Het ziet er droog uit. Ik loop de badkamer in, draai de douchekraam open en trek mijn nachthemd uit. Het warme water stroomt gewelddadig over mijn haren, gezicht en schouders. Ik ben zenuwachtig, straks word ik opgehaald voor een teambuilding in de Ardennen met mijn nieuwe collega’s van reclamebureau ‘Pepper’ waar ik sinds twee weken werk.Het bedrijf is drie jaar geleden opgezet door twee vrienden. Paul, een jonge knappe, zelfverzekerde dertiger die ondanks zijn jolige voorkomen respect afdwingt bij het personeel. En de rustige Thom, verantwoordelijk voor de financiën.
Met nog twee administratieve medewerkers, een receptioniste, een zestal ontwerpers en een ICT-er en mijn aanstelling als managementassistente is het team weer compleet. Er waren enkele wisselingen geweest en daarom heeft Paul besloten dat het een leuk idee zou zijn om een teambuildingsdagje te organiseren in de Belgische Ardennen om elkaar op een sportieve wijze beter te leren kennen.
Zeer spannend allemaal en ik ben vannacht al een paar keer naar het toilet gemoeten van de zenuwen want ik moet niets hebben van smalle wandelpaden op heuvelachtig terrein en sporten is mijn ding niet. En in donkere vochtige grotten tussen allerlei ongedierte kruipen trekt me al helemaal niet. Wat zou ik mezelf graag ziekmelden, maar dat is natuurlijk ondenkbaar.

De douche heeft me goed gedaan en terwijl ik me afdroog bedenk ik wat ik aan zal trekken. Sportieve kleding stond er op de uitnodiging. Maar ik vertik het om een campingsmoking aan te trekken. Gewoon een stretchspijkerbroek, T-shirt en mijn favoriete sweater van Superdry lijkt me wel geschikt.
Snel smeer ik een paar boterhammen op, zet een mok onder het Nespresso apparaat en giet melk in de opschuimer. Ik moet toch proberen even wat te eten. Na het ontbijt prop ik snel wat schoon ondergoed, een regenjack, badlaken en waterschoenen in de rugzak die ik gisteravond nog even bij mijn broertje ben gaan lenen. Twee flesjes water en een paar evergreens zijn mijn noodrantsoen. In een kleine trolley zitten nog extra kleren, een leuk jurkje en pumps voor het diner, toilettas en nachthemd.
Buiten toetert een auto en ik kijk door het raam. Paul staat beneden in zijn glanzende BMW op me te wachten.

Vlug spuit ik nog wat parfum op, pak mijn sleutelbos en zonnebril en twijfel even of ik mijn mobieltje zal meenemen. De Iphone is gloednieuw en ik heb er lang voor moeten sparen. Ik besluit het ding niet mee te nemen en loop snel met mijn bagage de voordeur uit voor ik me bedenk.
‘Goedemorgen schoonheid, wat ruik je lekker’, begroet Paul me terwijl hij de deur van zijn auto galant voor me openhoudt en mijn spullen aanpakt. Hij heeft gelukkig ook een spijkerbroek aan en een sportieve trui.
‘Ook goedemorgen’ antwoord ik enigszins overdonderd. Zo amicaal, ken hem net.
Er klinkt muziek van de Style Council door de boxen en ik zak heerlijk weg in de luxe lederen stoelen.
‘Zit je goed? Dan vertrekken we.’
‘Ja dank je’ antwoord ik en kijk naar buiten. Paul is gelukkig niet zo’n prater zo vroeg in de ochtend. Handig voegt hij in en geeft een stoot gas. De auto glijdt vooruit en binnen een kwartier rijden we het parkeerterrein op van kantoor.

 

 

De redding

redding

De kleding lag in een keurig stapeltje op het zachte zand. Achter de vloedlijn. Waar de aangespoelde schelpen in een lange slingerende lijn het kilometer lange strand volgden.

 

Twee zwarte sportschoenen van het merk Nike. In de rechter zat een bril, kunststof zwart montuur met witte poten. Onder het T-shirt lag een spijkerbroek. In de linker achterzak zat een portemonnee. Het geld zat er nog in maar een bankpas of identiteitskaart ontbrak. Hierdoor wist de strandwacht niet van wie de kleding was toen zij die ochtend op het strand arriveerden en de reddingsboot uit de container naar de vloedlijn hadden gerold. Ze hadden met een verrekijker de zee afgespeurd, geen zwemmer te bekennen.
Het reddingsteam was al in actie gekomen en de motor van de rubberen Zodiak werd aangetrokken.

Ondertussen belde Victor naar de politie in de Smedestraat.
‘Mag ik commissaris Van Torre?’
‘Van Torre hier, wat kan ik betekenen.’
‘Ludo, de Vick hier. We hebben kleding gevonden bij post Albertstrand. Zijn er berichten van vermissingen binnengekomen?’
‘Nee niets, wat heb je precies gevonden?’
‘Een paar zwarte dames sportschoenen, merk Nike, een roze T-shirt met opdruk Superdry, stonewashed jeans van het merk G-Star. Te oordelen naar de maten gaat het om een slank jong meisje van tussen de 17 en 20 jaar. Het gekke is dat ze alles zo keurig opgevouwen heeft achtergelaten, haar ondergoed heeft ze waarschijnlijk aangehouden. Ik vermoed dat ze is gaan zwemmen en niet tegen de stroming was opgewassen. Er ligt geen handdoek dus ze is spontaan de zee ingegaan.’
‘Dank je Vick, laat het speurwerk maar aan ons over’ zei Ludo droog. Maar hij moest de jonge redder wel gelijk geven in zijn redenering. Het was geen geplande zwempartij.
‘Enig idee hoe lang die kleding daar al ligt?’
‘Ik vermoed de hele nacht.’
Oké, niets meer aanraken. Ik stuur een team. En ik zal Koksijde bellen dat ze de Seaking de lucht in sturen.’

‘Commissaris? Er staat een vrouw aan de balie die meldt dat haar dochter vermist is sinds gisteravond .’
‘Laat haar verder komen, Lena en breng direct een kan water en koffie.’
Ludo streek over zijn stoppelbaardje. Zijn vriendin vond dat baardje sexy maar het jeukte als de pest.
Lena leidde een slanke vrouw naar binnen met uitgelopen make-up, haar ogen waren rood en dik van het huilen. :Waarschijnlijk was ze de hele nacht opgebleven om op haar dochter te wachten: haar kleding was gekreukeld en er waren strengen blond haar losgeraakt uit de knot op haar hoofd.
‘Commissaris Van Torre’ zei Ludo en gaf haar een hand. De vrouw nam de hand verrassend krachtig aan: ‘Lieve Copin , mijn dochter is vermist, is vannacht niet thuisgekomen, ze neemt haar mobiel niet op, ze…’
‘Ga eerst rustig zitten mevrouw Copin, koffie of water?’ Ludo gebaarde naar een stoel, schonk twee koffie in en vulde twee glazen met water.’
Hij keek naar de vrouw terwijl ze suiker en melk in haar koffie deed en vervolgens haar handen om de koffiemok vouwde alsof ze het koud had.
De koffiegeur leek haar enigszins te kalmeren.
Ludo opende zijn laptop en zocht het formulier “aangifte vermiste personen” op.
‘Hoe heet uw dochter mevrouw’ begon hij toen Lena binnenkwam en hem iets in het oor fluisterde. Hij bromde wat en Lena vertrok.
‘Laura, ze heet Laura Goddart. Copin is mijn meisjesnaam. Mijn man is makelaar hier in Knokke. Laura moest gisterenavond werken bij Beachclub Surfers Paradise, er was een examenfuif. Ik kreeg om elf uur een sms’je van haar dat ze waarschijnlijk rond één uur thuis zou zijn. Toen ze om twee uur nog niet thuis was , heb ik haar gebeld maar ze nam niet op. Ook bij Surfers Paradise werd niet opgenomen. Ik dacht dat ze misschien met een paar collega’s nog wat was gaan drinken en haar gsm niet hoorde. Dus heb ik een berichtje gestuurd of ze me wilde laten weten waar ze was. Niks. Om vier uur kwam mijn man thuis, hij was met een klant in Frankrijk geweest om een vakantievilla te taxeren in Nice. Hij is nog met zijn auto langs een paar clubs gereden maar vond haar niet.’ Haar stem brak en mevrouw Copin pakte een zakdoekje uit haar tas.
Ludo wachtte tot ze haar neus gesnoten had en een slokje water had gedronken.
‘Waar is uw man nu?’
‘Hij zit thuis bij de telefoon voor het geval iemand ons probeert te bellen’
Lena kwam opnieuw binnen en overhandigde Ludo foto’s van de gevonden kleding. Ludo toonde de vrouw de foto’s.
‘Komt deze kleding u bekend voor mevrouw?’
‘O mijn god, hoe komen jullie hieraan? Is ze gevonden? Ze is toch niet dood? Zeg dat ze niet dood is!’
‘Dat weten we niet mevrouw Copin. De strandwacht heeft haar kleding op het strand gevonden, keurig opgevouwen. Haar portemonnee zat in één van haar broekzakken. We vermoeden dat ze is gaan zwemmen…’
Ludo wachtte even en vervolgde toen ‘Dit is geen gemakkelijke vraag mevrouw Copin, maar maakte uw dochter de laatste tijd een ongelukkige indruk?’
‘Hoe bedoelt u? Natuurlijk is Laura gelukkig. Ze heeft veel vrienden en vriendinnen, is pas geslaagd voor haar examen en heeft een leuke job. Bovendien is ze sinds enkele weken smoorverliefd. U denkt toch niet dat zij…. Nee dat zou ze nooit doen.’
‘Kan het zijn dat ze vermoeid was en verrast is door de sterke stroming?’
‘Nee meneer, ze kan zeer goed zwemmen en kent de gevaren van de zee. ’
‘We hebben de Seaking opgeroepen en de kustwacht en reddingsdiensten kijken naar haar uit. We zullen ook speurhonden op het strand laten zoeken. Ondertussen wil ik even de gegevens noteren van haar werkgever. Gaat u maar naar huis en probeer nog wat vriendinnen van haar te bellen.’

Laura had het koud. Ze droeg een slecht zittende joggingbroek en een T-shirt. Haar handen en voeten waren gevoelloos door de tie rips . En ze had dorst. De ruimte waarin ze zich bevond was vochtig en de muren waren ruw en koud. Ze vermoedde dat ze in een kelder lag. Haar hoofd bonkte alsof ze een kater had. Ze probeerde te herinneren wat er gebeurd was. Iemand hield haar gevangen maar waarom? En waar waren haar eigen kleren? Ze probeerde de omgeving in zich op te nemen maar zonder bril zag ze weinig. Hoe lang was ze hier al?
Ze riep, maar haar schorre stem had weinig kracht. Ze wist nog dat ze gewerkt had en met een paar collega’s nog wat was gaan drinken. En dat ze had gesproken over haar vader en zijn minnares en haar moeder die niets in de gaten had. Maar daarna? Eén zwart gat.

Wouter stapte de hal van het appartementencomplex binnen en deed de kap van zijn joggingjack naar beneden. Zo, dat was een makkie. Door de identiteitskaart wist hij direct waar het meisje woonde en kon hij haar gsm in de brievenbus deponeren. Dat zou de politie wel ruw op hun dak vallen als ze de gsm lieten traceren. Het signaal zou naar haar huis leiden, hij zou hun smoelwerk wel eens willen zien.
Het privé gsm nummer van haar vader was zo gevonden en hij had de sms verzonden van een prepaid Nokia toestel. Niet te achterhalen. Zou zijn eis ingewilligd worden?
Zijn familie was hier geboren, ze woonden al van ver voor de oorlog aan de kust. De makelaar en projectontwikkelaar hadden het huis van zijn oma aan de dijk opgekocht om er een luxe appartement terug te bouwen. Ze zou er een appartement voor terugkrijgen. Maar na de ondertekening kreeg oma een hersenbloeding en was ze volledig het spoor bijster. De makelaar had een bedrag op haar rekening overgemaakt; een schijntje van waar de nieuwe appartementen nu voor te koop stonden. Wouter was woest. Hij woonde bij oma, niet officieel maar hij zorgde al jaren voor haar. Ze had in haar testament opgenomen dat het huis voor hem zou zijn als zij er niet meer was. En dat zou ook voor het nieuwe appartement gelden.
Oma. Ze had de kleine lettertjes niet gelezen. Als ze niet zelf het appartement zou gaan bewonen dan ging de deal over en kreeg ze slechts honderdduizend euro op haar rekening gestort. Dit geld was direct ingepikt door het verzorgingshuis waar oma vanuit het ziekenhuis naar was overgebracht.
Ze heeft er slechts drie maanden doorgebracht en toen kreeg ze een tweede hersenbloeding die haar fataal werd. Alles weg. Wouter had niets meer. Het geliefde huisje op de zeedijk waar zijn opa zo hard voor gewerkt had was opgegaan in een groot strak, onpersoonlijk appartementencomplex. Het gezellige huisje van gele bakstenen met kleine raampjes en een kleine binnenplaats. En opa’s hobbykamer op de eerste verdieping met de verrekijker op statief om schepen te spotten.
Hij vermande zichzelf, hij moest even alert blijven. Het meisje mocht hem niet herkennen.
Dan zou zijn hele toekomstplan in gevaar komen.
Hij toetste het nummer in en liet een van te voren opgenomen tekst met eisen over losgeld en afleverplek afspelen. Direct daarna verbrak hij de verbinding.
De heer Goddart beefde over zijn hele lichaam. Hij zat volkomen klem. Losgeld voor zijn dochter en geen politie want anders zou er een filmpje op zijn site gezet worden van zijn laatste zakenreis. Hij dacht aan Sophie die was achtergebleven in de villa in Nice.
Hij dacht aan Laura. Driehonderdduizend euro. Het geld was geen probleem. Hij had pas nog een mooie deal gemaakt met dat oudje van het project Seabreeze. Dat zwarte geld lag in de kluis. Zelfs zijn vrouw had er geen weet van. Hij aarzelde dan ook geen moment. Hij stopte het geld in een tas, propte de tas vervolgens in een bruine afvalzak van de gemeente Knokke en zette deze in zijn auto. Daarna reed hij naar het parkeerterrein van Het Zwin tot aan de grijze natuurstenen pilaren en liet de zak daar achter. Toen hij volgens de instructies terug naar zijn auto liep, hoorde hij het geluid van een scooter. Hij moest zich bedwingen om rechtdoor te blijven lopen en niet om te draaien. Het geluid van de scooter verwijderde zich weer, even snel als de zeebries die plots op kwam zetten.

Wouter stond klaar met zijn scooter op het fietspad aan de zijkant van het Zwin, verscholen tussen de bosjes. Toen hij de zilvergrijze Ferrari met open dak aan zag komen en constateerde dat de man alleen was, klapte hij het vizier van zijn zwarte helm naar beneden. Zodra de vuilniszak was neergezet gaf hij een stoot gas en stoof naar de pilaren. Geen auto die daar door kon. Hij pikte de zak op, zette hem tussen zijn voeten op het plankje van de roomwitte Vespa. Haar Vespa. Die rotzak moest eens weten, hij gniffelde. Zijn redding.
Hij reed linea recta naar een vuilnisbak en haalde de sporttas uit de vuilniszak die hij vervolgens in een afvalbak propte. Met de sporttas tussen zijn benen geklemd reed hij naar het station. Met de bouwheer had hij afgesproken dat hij iedere bouwlaag zwart kon betalen. Over een jaar zou zijn nieuwe appartement in Nieuwpoort gereed zijn. Uitzicht op zee.
Hij stopte de tas in een kluisje en ging vervolgens terug naar de kelder waar hij het meisje had achtergelaten. Het spuitje met spierverslapper zat in zijn jaszak. Hij zou haar vanavond terugleggen op het strand. In haar ondergoed. Niemand zou het weten.
Laura schrok wakker, ze had het koud. Verdwaasd keek ze om zich heen. Ze lag op het strand, in haar ondergoed! Scherpe schelpen prikten pijnlijk in haar blote dijen op het verharde stuk zand. Het geluid van een naderende helikopter overstemde het gebrul van de golven. Een rode Jeep van de strandwacht kwam aangereden langs de waterlijn. Het ging opeens allemaal heel snel en even later zat ze in een foliedeken met een dampende kop koffie in de deuropening van de ambulance.
‘Kan je je iets herinneren? De politie is onderweg’ zei Vick. ‘Kunnen we iemand voor je bellen’
‘Ja mijn ouders en mijn vriend Wouter. Ze zullen wel vreselijk ongerust zijn.’