Archives for ziekte

De Laatste Akte

 

de laatste akte
Zonlicht valt op haar dansende krullen, de rode gloed wordt er door benadrukt. Ik zie mannenhoofden bewonderend omdraaien als ze voorbij loopt. Ze is nog even mooi als toen ik haar de eerste keer zag, op ditzelfde plein. Ik zat toen buiten op het terras met mijn vrienden. Een heel leven voor me. 

 

 

En nu, nu is de slotfase ingezet. De specialist was zeer duidelijk vanmorgen. Hoe moet ik dat nu tegen haar gaan zeggen. Ik neem nog een slok van mijn whisky, er rest niet veel tijd of ze zal binnen stappen.
‘Sterkte maat.’
Ik voel een hand op mijn schouder en kijk even naar mijn beste vriend, de uitbater van deze lunchroom. Wat was het fijn dat hij me op kwam halen in het ziekenhuis vanmorgen. Ik had echt niet zelf kunnen rijden, ook al had het gemogen.
Mijn hele leven heb ik alles kunnen sturen, als regisseur heb ik talloze toneelstukken en musicals laten schitteren op het podium. Zelf in de coulissen, ik sta niet graag in de schijnwerpers. Maar in dit stuk zal ik zelf de hoofdrol spelen.

‘Dag schat. Wat een verrassing dat je naar de stad gekomen bent om met me te lunchen.’
Kristel kust mijn wang en haar parfum vult mijn neusgaten.  Een zoete, maar ook frisse bloemengeur. Al zou ik blind zijn, dan nog zou ik haar uit duizenden herkennen.
‘Dag schoonheid, lang geleden.’ Peter is aan komen lopen om haar jas aan te nemen.
‘Hé Peter, hoe gaat het?’
‘Goed, ik mag niet klagen. Weinig last van de crisis. Mensen komen winkelen, kopen niet veel maar honger en dorst blijven ze houden.’

Dat klopt wel, sinds ik hier zit heb ik vele dames voorbij zien lopen en slechts de helft draagt een tas van een schoenen- of kledingwinkel. De zaak zit echter bomvol, vriendinnen aan de high-tea, dames aan koffie met gebak, moeders en dochters aan een salade.

‘Willen jullie wat eten, of alleen wat drinken?’
‘We nemen de specialiteit van het huis, wat dacht jij m’n vriend?’
Peter lacht en neemt de kaart weer ongelezen mee terug.
Ik kijk Kristel aan en een brok schiet in mijn keel. Daar zit ik dan, altijd praat genoeg maar nu geen woorden kunnen vinden.
‘Wat is er schat, je kijkt zo ernstig.’
Ik leg mijn hand over de hare. Haar slanke lange vingers met de diamanten ring die ik haar gegeven heb toen we 12,5 jaar samen waren. Zij was mijn ruwe diamant, ik heb haar geslepen. Alle facetten van het volle leven laten zien. Dat is het voordeel als je een relatie hebt met een jongere vrouw. Zelf ben je niet meer zo bleu, je wilde haren al lang verdwenen, en stoer doen met je vrienden en je lam zuipen is verleden tijd. Je hebt wat te bieden, geld speelt geen rol. En zij hangt aan je lippen, is gevleid dat jij als gevierd regisseur je oog op haar hebt laten vallen.
‘Lieverd, ik moet je wat zeggen.’
Ze kleurt, eerst wordt ze spierwit en dan knalrood. Ik probeer mijn verbazing te maskeren en slik mijn woorden in. Ik heb genoeg mensenkennis om aan te voelen komen wat ze gaat zeggen.
‘Het betekent niks, ik hou alleen van jou. Dat weet je toch? Het was een vergissing. Het is maar een paar keer gebeurd.’
Ik trek mijn hand terug, de diamant brandde net iets te hard in mijn handpalm. Nooit eerder gevoeld dat deze scherpe punten bevatte.
Een scherpe vlam treft mijn hart maar dooft voordat hij verder oplaait. Wat een rare gewaarwording. Hoe anders is het leven als je weet dat je tijd bijna om is. Het is het niet waard om hier een drama van te maken. De pijn van haar bedrog kan mijn bloedend hart niet verder raken, mijn hart is aan het sterven. Dat moet wel want anders is het niet de dragen. Het enige wat me te doen staat, is zorgen voor een onvergetelijk einde. Iets wat het publiek bij zal blijven zodat ik onsterfelijk word. Langzaam dringt haar stem weer tot me door.
‘Schat zeg dan iets. Zeg dat je me vergeeft. Ik neem ontslag, ik ga daar weg. Alsjeblief, schat zeg iets. Ik hou alleen van jou. Jij bent alles voor me.’

Peter had op geen beter moment kunnen komen. Hij zet de karaf wijn tussen ons in en legt zijn hand troostend op haar rug.
‘Het is verschrikkelijk, maar ik ben er voor jullie hoor. Voor jullie allebei.’
‘Weet hij het ook al? Waarom heb je het niet eerst tegen mij gezegd’ haar stem klinkt licht hysterisch.
‘Tja, ik weet het ook nog maar net. Hij heeft het zelf pas vanochtend gehoord.’
Ik probeer Peters blik te vangen en hem te laten ophouden met praten. Ik wil het nu even niet over mijn diagnose hebben. Laat haar voorlopig maar in de waan dat hij weet dat ze me bedrogen heeft.
Mijn vriendschap met Peter dateert al van de lagere school. Mijn hersenen zenden zulke sterke signalen uit dat hij ze wel binnen moet krijgen. Het moet.

‘Dit is het ergste scenario dat kan gebeuren, ik ben er helemaal kapot van,’ zegt hij en zijn ogen vullen zich met tranen.
‘Maar het stel helemaal niks voor. Het betekent niks. Ik neem straks direct ontslag.’
Eindelijk kijkt Peter mij aan. Snel maak ik een vermanende beweging met mijn ogen. Ik kan spreken zonder geluid, ook één van mijn regisseursvoordelen. Peter snapt het direct, hij is niet alleen mijn beste vriend maar ook een zeer goed acteur en maakt al jaren deel uit van het vaste amateur- theatergezelschap waar ik mee werk.
Hij herstelt zich dan ook wonderbaarlijk snel. Hij schenkt de wijn in, het geeft hem even iets te doen.
‘Ik laat jullie even,’ zegt hij en loopt weg.
‘Waarom heb je er eerst met hem over gesproken? Hij heeft altijd al op de eerste plaats gestaan.’ Deze verwijtende opmerking doet me vermoeden dat er meer aan de hand is en haar overspel misschien toch niet zo weinig voorstelt als ze mij voorspiegelt. Raar hoe mijn aangetaste hersenen die over enkele maanden zo ver verrot zullen zijn, nu nog zo scherp een analyse kunnen maken.
Veel te snel komt Peter alweer terug met twee borden Scampi  in Duivelssaus, suggestie van de Chef.

‘We hebben het er vanavond wel over, laten we nu eerst proberen te genieten van Ons gerecht.’ Ik hef proostend mijn glas  ‘De naam leek nog nooit zo toepasselijk als vandaag’.
Kristel schuift abrupt haar stoel naar achteren en pakt haar tas. ‘Ik heb geen trek meer, tot vanavond’, snikt ze en loopt weg.
Peter staat in mum van tijd terug aan mijn tafeltje.
Ik vertel hem in het kort wat er gebeurd is.
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ zegt hij.
‘Zeg dan niets, en eet even mee. Zonde van die heerlijke scampi.’
‘Hoe kan je nu eten?’
‘Ach, het onvermijdelijke. Daar kan zelfs ik niets aan veranderen. Dit stuk wordt volgens andere regels gespeeld mijn beste vriend. Daarom wil ik jou om een gunst vragen. Het vergt wel enig lef, ben ik bang.’
Peter neemt plaats en begint te eten.  We eten zwijgend. Peter kan heel goed wachten. Hij kent me.
Als ik mijn lege bord van me afschuif kijkt hij me aan. Meer heb ik niet nodig om mijn plan te ontvouwen.
Al die tijd luistert hij, zonder me te onderbreken. Heel even flikkert er iets in zijn ogen, de pijn treft mij recht in mijn hart. Maar het is geen pijn om wat ik van hem vraag, het is de gedeelde pijn om het naderende afscheid. Het onvermijdelijke.
‘Je mag er gerust over nadenken, je hoeft nu niet gelijk te antwoorden. Het zou veel voor me betekenen als je ja zegt maar ik wil je absoluut niet onder druk zetten. Als je nee zegt, heb ik daar alle begrip voor.’
‘Ik hoef niet na te denken. Je kunt op me rekenen. Je bent mijn vriend.’
Mijn ogen vullen zich met tranen, verwoed dring ik ze weg. We staan op en omhelzen elkaar kort. Dan verlaat ik de zaak. Zonder te betalen, maar dat realiseer ik me pas als ik buiten sta. Terug naar binnen is even geen optie. Ik begin te lopen. Frisse lucht moet ik hebben.

Het is al laat in de middag als ik de sleutel in het voordeurslot steek. Zodra ik binnen ben komt Krisel de trap afrennen. Haar ogen zijn gezwollen.
‘O, gelukkig daar ben je.’
Ze wil me om mijn nek vliegen maar ik weer haar af.
‘Kristel, er is iets dat je moet weten. Laten we naar de woonkamer gaan.’
Ik ga bewust niet op de bank zitten maar in een stoel en kijk haar niet aan als ik herhaal wat de specialist vanmorgen tegen me heeft gezegd.  Ze begint te huilen en ik zit onbewogen in mijn stoel. Verdoofd, alsof het niet over mezelf gaat. Alsof ik als regisseur naar een slechte scene moet kijken.
‘Hoe kan die specialist nu zeggen dat je maar drie maanden meer hebt? Hij kan het toch ook mis hebben?’ Ze gaat steeds harder huilen. Staat op en begint heen en weer te lopen, druk gebarend met haar handen.
‘We gaan naar een ander ziekenhuis, naar een andere specialist voor een second opinion. Ik kan niet geloven dat dit het is. We kunnen niet zomaar opgeven. Ik wil je niet kwijt.’
‘Dat kan me eigenlijk allemaal niet schelen. Ik ga dood Kristel en ik wil er zelf de regie over hebben. Ik wil waardig sterven en niet vergaan van de pijn of niet meer weten wat ik doe. De arts heeft me alle scenario’s voorgehouden, één ervan is dat ik opeens zo maar ergens kan lopen zonder dat ik weet hoe ik er gekomen ben. Ik mag geen auto meer rijden. Die staat nog bij het ziekenhuis trouwens, Peter is me komen halen.’
Ze opent haar mond als ze dat laatste hoort maar sluit hem even snel. Nu even niet.
‘Dus als ik het goed begrijp wil je euthanasie.’
‘Nee, ik wil geen gedoe. Dat duurt allemaal veel te lang. Voor dat allemaal geregeld is, second opinion en alles. Daar heb ik geen tijd voor. Ik doe het zelf.’
Geschokt kijkt ze me aan. Ze kent me goed genoeg om te weten dat ik het meen.
‘Ik voer de regie over mijn eigen slotscène.’
Dan vertel ik haar hetzelfde wat ik al eerder vandaag tegen Peter heb gezegd. Ik heb voldoende pillen om er een einde aan te kunnen maken. In het stuk dat we momenteel draaien, is toevallig een sterfscène opgenomen. Mijn plan is om tijdens de laatste avond, vandaag over een week, dood te gaan en al in de kist te liggen die tijdens de slotscène op het toneel gereden wordt. Uiteraard zal ik hetzelfde geschminkt zijn als Peter, ik neem gewoon zijn plaats in. Het publiek en de acteurs zullen treuren, hun eerbetoon aan mij zonder dat ze er erg in hebben.
Peter moet ervoor zorgen dat ik overdag in alle rust mijn plan uit kan voeren.

Kristel wordt boos. ‘Je bent hartstikke gek, weet je dat? Ik sta het niet toe.’
‘Lieve schat, na vandaag heb jij niets meer te willen of te eisen. Dat voorrecht heb je verspeeld toen je me bedroog maar ik vergeef het je.’

De week vliegt voorbij. Ik had er geen idee van wat er allemaal geregeld moest worden. Want tenslotte wil ik natuurlijk overal de regie over houden. Ik wil mijn nalatenschap regelen, mijn beste vrienden en familie bezoeken. Ik speel de rol van mijn leven, niemand merkt dat het de laatste keer is dat ze me levend zullen zien. We praten over van alles en nog wat, soms ook wat diepzinniger als ik daar de behoefte toe voel. Dat heb je tenslotte niet met iedereen en het is er ook niet altijd het juiste moment voor. Maar niemand zal zich achteraf kunnen verwijten dat hij me veel te lang niet heeft gesproken.

Ik ben best trots op mezelf, het vergt nogal wat moed. Het meeste contact heb ik met Peter. Ik heb de hele week bij hem gelogeerd nadat Kristel met haar koffer vertrokken was. Ik weet niet of ze terugkomt voor de begrafenis maar ik denk het wel. Tenslotte weet alleen Peter van haar bedrog, dus ze zal de schijn die dag wel op kunnen houden en de treurende weduwe spelen.

Ik heb gezorgd dat de helft van onze bezittingen aan haar worden nagelaten. Het huis is vrij, dat is een geluk want bij zelfdoding keert de verzekering niet uit. Dat waren de kleine lettertjes die er niet toe deden op het moment dat wij onze handtekening plaatsten.

Het scenario voor de begrafenis was het moeilijkste. Dat was iets wat ik grotendeels alleen heb gedaan. Ik heb alles uitgeschreven zoals voor een uitvoering. Teksten die voorgelezen moeten worden, gedichten. De keuze van de bloemen ‘het decor.’ De muziek kiezen vond ik nog het prettigste onderdeel. Ik wil begraven worden en niet gecremeerd. Het biedt mensen troost om naar een graf te gaan en ik wil bij mijn vader liggen.

Eindelijk is het zover. Het is tijd. Dit had ik toch niet langer volgehouden. Ik ben moe, vreselijk moe.
Brenda schminkt mijn gezicht. Ze is de vriendin van Peter en doet altijd de schmink. De tranen rollen over haar wangen. We hebben afgesproken dat ze vanavond tegen de crew zeggen dat ik niet lekker ben omdat Kristel er vandoor is. Peter zal de regie overnemen. De stand-in heeft zijn rol overgenomen. Die had er toch al moeite mee om in een doodskist te kruipen dus tegen hem hebben we gezegd dat ik dat zou doen, niemand zou daar erg in hebben.
Ondanks alle ellende hebben Peter en ik toch nog moeten lachen om deze meesterlijke zet van bedrog.

De lijkwagen krijgt pech. De chauffeur ziet rook vanonder de motorkap komen. Hij stuurt snel de pechstrook op. Het kan toch niet zijn dat de auto in de fik vliegt op weg naar het crematorium.

De rouwstoet sluit aan op de vluchtstrook. Er ontstaat ruzie tussen een man en een vrouw.

‘Ik zei je toch dat hij zelf de regie wilde voeren. Hij wil niet gecremeerd worden en zou er alles aan doen om dat te voorkomen, daar ben ik van overtuigd. Je had het brutale lef om tegen zijn uitdrukkelijke wensen in te gaan en zie wat er van komt.’

‘Ach stik erin, je mag hem hebben. Ik ga terug naar huis. Als jullie maar niet denken dat ik dat graf ga onderhouden.’

 

18-12-2013 Elles Jansen©

Zomerlust

Het is misschien wel haar laatste zomer.

boomgaard

Anne gooit het slaapkamerraam open en snuift de frisse voorjaarslucht op. De zoete bloesem van de kersenbomen laten haar verlangen naar de komende zomer. In juni zijn de kersen rijp en door de zilte Zeeuwse lucht zijn de kersen van hun boomgaard heel bijzonder, knapperig en vol sap.

De boomgaard is van haar opa en oma geweest, zij hebben hem opgezet na de watersnoodramp en toen opa stierf was het een logische stap voor Anne en haar vriend om bij oma in te trekken. Iedere zomer was Anne te vinden in de boomgaard bij het plukken van de kersen, appels en peren. Zo heeft ze haar vriend Arne leren kennen, hij kwam vakantiewerk doen. De liefde voor de biologische producten ging verder dan appels en peren en als snel waren ze onafscheidelijk tot Arne aan het eind van het seizoen weer naar Wageningen vertrok.

Oma wordt dit jaar 95, ze is nog steeds bij de tijd. Ieder jaar ging ze met opa op reis als de oogst voorbij was, naar een warm land. Op bezoek bij boeren in verre landen, Vietnam, Mexico, Indonesië, Australië. Te veel om op te noemen. Oma zegt altijd “kind het is een heel jaar zomer.”

Zelfs nu oma door haar ziekte aan haar rolstoel gekluisterd is en niet meer kan reizen, is ze nog altijd opgewekt en goedlachs. Geïnteresseerd in de jonge mensen die haar omringen. Deze zonnige kant van oma’s karakter heeft Anne meegekregen.
Daarom is Anne vol energie om haar plan ten uitvoer te brengen. Het kan wel eens zo zijn dat oma de volgende zomer niet haalt en Anne wil haar nu gedenken in het volle leven en niet straks in een overvolle kerk.

Ze loopt de trap af en geeft Arne een dikke kus.
“Waar heb ik dat aan verdiend, zo vroeg in de ochtend?”
“Ik heb zin in de zomer.”
“Dan moet je nog even geduld hebben schat, het is nog maar april.” Arne smeert een dikke laag pindakaas op zijn boterham.
“En toch wordt het over twee weken volop zomer.” zegt Anne zeer stellig.

Anne ontvouwt haar plan. Oma is over twee weken jarig. Ze heeft geen vriendinnen over van haar eigen leeftijd, nagenoeg ook geen familie en ze kan niet veel meer. Maar de grote vriendenclub van Anne en Arne komen altijd naar de boomgaard voor de pluk en zijn dol op oma.

“Dus gaan we een zomerfeest geven. Vijf dagen en iedere dag een thema met een ander land. De gasten komen in groepjes, dan heeft ze tijd om met iedereen te kletsen. Het menu van de dag bestaat uit gerechten van dat land. Steeds een land waar oma mooie herinneringen aan heeft. Op de witte muren van de schuur kunnen we een diapresentatie houden van haar foto’s.  En iedereen komt in zomerkleding want de schuur kan lekker warm gemaakt worden. En gevuld met bloemen. Salsa muziek en een grote barbecue.”

“Dat wordt een onvergetelijke zomer” zegt oma glunderend in de deuropening terwijl de opkomende zon haar zilveren haar doet oplichten.

 

©Elles Jansen, juli 2013