Archives for juni 2013

Horen, zien en zwijgen: Hold up and Shut up

 

hold up

In mijn vorig leven was ik directiesecretaresse in een ziekenhuis, hier kan ik wel een boek over schrijven…

Het was woensdagmiddag, bezoekuur. Ik vergeet het nooit meer…

Zo liep ik op een dag in een keurig blauw rokje en een wit bloesje met blauwe stippen door de ontvangsthal naar het kopieerhok. Daar stond Gideon, onze personeelsfunctionaris. Gideon was een guitige kerel, rossig haar, brede schouders en grijze pretoogjes. Hij was niet direct “een stuk”, maar hij had toch een enorme aantrekkingskracht op het vrouwelijk personeel. Als personeelsfunctionaris in een organisatie waar zeker 70 procent van de medewerkers vrouw is, had hij dus veel sjans.  Hij schrok duidelijk toen ik binnenkwam en hem erop betrapte dat hij trouwjurken aan het kopiëren was.

‘Trouwplannen Gideon?’ vroeg ik lachend. ‘Ik dacht dat jij vrijgezel was.’

Hij bekende dat hij al jaren een relatie had maar dit geheim hield omdat hij zo genoot van het flirten. Ik pestte hem een beetje en zei dat ik mijn best zou doen maar niets kon beloven.

Mijn kopieerwerk was klaar en ik liep met 90 vergadersets in mijn armen, terug door de centrale hal naar mijn kantoor.

Het was woensdag en bezoekuur. Ik vergeet het nooit meer.

Onder mijn keurige blauwe rokje had ik hele dunne witte kousen aan. Van die hold-up kousen met een prachtig kanten boord en een rubberen randje om ze op te houden halverwege mijn bovenbenen.

 

Tientallen bezoekers stonden te wachten voor de drie liften in de hal. Nog meer bezoekers kwamen door de draaideuren de gang binnen gelopen.

En precies te midden van al die bezoekers gebeurde het.

Eerst de ene…. en toen de andere kous. Ze vielen fladderend, als een blaadje uit de boom, naar beneden. Golfden als een wolkje over mijn blauwe pumps.

Gideon liep achter me en zag het gebeuren.

Ik stond als bevroren midden in de hal, beide handen vol met de papierstapel. Ik durfde geen stap te verzetten uit angst te struikelen over mijn kousen.

 

Hijgend klonk in mijn oor ‘Zal ik je redden prinses? Dan moet je zwijgen over wat jij gezien hebt, en zal ik zwijgen over wat ik gezien heb’.

Ik kon niet anders dan knikken en opeens gleden zijn vingers langs de binnenkant van mijn benen, mijn kousen mee omhoog trekkend. Ze bleven net iets langer talmen dan noodzakelijk.

Met een rood hoofd mompelde ik ‘dank je wel’, en liep zo recht mogelijk naast Gideon terug naar mijn kantoor.

Geen moment heb ik om me heen gekeken of de bezoekers iets in de gaten hadden. Als dat zo was dan hadden ze in ieder geval iets leuks te melden tijdens het bezoekuur aan hun geliefde patiënten.

 

Nooit meer heb ik zulke kousen gedragen en Gideon? Die is nooit getrouwd…

 

©Elles Jansen, 7 december 2012

Oud maar niet versleten, Antiek en niet vergeten.

stoel

Ik ben al heel oud. In 1853 met liefde gemaakt door JohanAnes Broeren. Mijn armleuningen en onderstel hebben heel vaak de beroering door zijn handen mogen ervaren. Eerst hardhandig, met schaven, beitels en nog ander gereedschap. Later werd ik licht gekieteld toen hij met schuurpapier mijn geraamte zo glad maakte als de huid van een nectarine. Mijn kenmerken kwamen tot leven en voorzien van een olielaklaag werd ik beschermd tegen invloeden van kou en warmte van de haard en de zon.

Deze schurende behandeling, gevolgd door een heerlijk geurende voedende laklaag is in de loop der jaren vaak herhaald.

Ook de bekleding van mijn rug en zitvlak is in de loop der jaren meermalen veranderd.

Van zacht fluweel naar prachtige zware zijde uit het verre oosten.

De geur, mmm, als ik daar nog aan denk. Dat is beslist de meest glorieuze periode uit mijn leven geweest. Ik heb ook gereisd, veel gereisd. Ik ben in Frankrijk geweest, Duitsland, Italië en nu woon ik in Nederland.

De mooiste herinneringen heb ik aan Frankrijk. Daar woonde ik in een prachtig kasteel. De dames die bezit van mij namen waren goed gemanierd. Ze zaten stil, waren ook niet zo zwaar.

Het is in Frankrijk waar ik voor het eerst in mijn leven kennis maakte met luxe. Hier kreeg ik de prachtige zijde waarover ik eerder sprak. Een patroon van bloemen, zo prachtig. Pasteltinten die in elkaar overliepen zoals inkt vervloeit in een glas water. De bloemen kon je ruiken in mijn stof. Het klinkt misschien onwerkelijk, maar toch beleefde ik het zo.

Over Duitsland wil ik het liever niet hebben. Hier werd ik absoluut niet gewaardeerd. Ik werd opzij gesmeten, vertrapt onder laarzen en de vellen hingen aan mijn geraamte. Je zou terecht van mishandeling kunnen spreken. Ik was toen al zo’n jaar of negentig.

Verlaten en vergeten heb ik jaren doorgebracht op een zolder. Helemaal gehavend en onder het stof. Tot ik ontdekt werd, bejubeld en in de hemel geprezen. Ik zou het helemaal gaan maken.

Mijn transport verliep zachtjes, luchtgeveerd. Zo ben ik in Nederland terechtgekomen. Opnieuw maakte ik kennis met een zeer liefhebbende man en handen die wisten wat ik verlangde. Karel Verschuren, onthoudt zijn naam goed, hij is een genie. Nadat mijn geraamte helemaal weer was geschuurd, geolied en opnieuw geschuurd en geolied stond ik naakt in zijn atelier. En toen kwamen de stoffen, ze ruisten tegen mijn armen, streken langs mijn benen. Ik smeekte, smeekte om Chinese zijde maar helaas. Mijn stem was niet luid genoeg of Karel was slechthorend. Uiteindelijk heb ik groene, fluwelen kleding gekregen. Niet zo opwindend maar goed, zo jong ben ik uiteindelijk ook niet meer.

Op een podium werd ik geprezen, mensen wilden mij hebben. Ze hadden er zelfs geld voor over. Tegen opbod werd ik verkocht.

Vol opwinding over mijn nieuwe thuis stond ik te fantaseren in het depot. Even dacht ik dat mijn einde naderde toen ik in een houten kist werd gezet. Maar mijn gezonde verstand nam het onmiddellijk over, dan zou men toch niet zoveel geld voor me betalen? Na een ritje in duisternis kwam ik tot stilstand. Het deksel ging eraf. Opnieuw enkele kreten van bewondering. Ik werd gelift, letterlijk. Eerst uit de kist en toen met een vierkant kamertje dat zacht naar boven zoefde. Mijn nieuwe thuis is voor mij een soort rusthuis. Ik ben met pensioen. Er mag niemand meer bezit van mijn nemen, aanraken is ook verboden. Dat laatste betreur ik wel. Wie wil er nu niet af en toe gestreeld worden. Maar ach, het is bekend dat men in een museum alleen maar mag kijken en niet aankomen.

 

 

 

© Elles Jansen 2012

Vergane glorie

Verlaten en vergeten sta ik hier. Het is koud, de verwarming is afgesloten. Soms laat het vocht in de ruimte alles wat nog bewegen kan, piepen en schuren.

De oude muren zuchten en verf dwarrelt van het plafond naar beneden als sneeuw uit de lucht. Hoe oud het gebouw is durf ik niet te zeggen, vermoedelijk stond het hier al voor de Tweede Wereldoorlog. Het is stil, behalve op dagen dat buiten de wind waait en openstaande ramen laat klapperen. Dat is wel anders geweest.

In topdagen waren de gangen hier vol. Mensen liepen gehaast op en neer, in witte jassen. Kinderen renden elkaar achterna en werden tot stilte vermaand door hun ouders. Bezoekers liepen met gedempte stemmen met elkaar te praten, soms hoorde je een lach maar regelmatig liep men te huilen. Ik zou ze willen troosten. Vaak wist ik wat er aan de hand was want ik was er altijd. Dag en nacht. Ik hoorde alles hoewel bijna niemand rechtstreeks het woord tegen mij heeft gericht. Ja, soms, soms werd ik vervloekt. Maar dat deed me niks, ze konden niet zonder me dus ik wist dat het wel goed zat met mij. Ieder mens moet een keer zijn frustratie kwijt toch.

Er is nooit geweld tegen me gebruikt. Gelukkig niet. Niet dat ik zo makkelijk om zou vallen, ik kan wel tegen een stootje.

Ik hoop dat ik toch nog word opgemerkt. Heel af en toe komen hier mensen. Met fototoestellen. Behoedzaam stappen ze rond, staan af en toe stil. Met gedempte stemmen overleggen ze met elkaar. Geen gegil uit respect aan de ruimte waar ze zich bevinden. Ze plaatsen een driepoot op de grond en meten de belichting. Soms val ik binnen hun lens. Dan word ik vereeuwigd, zo noemen ze dat. Iemand zal me dan toch ooit wel opmerken en me komen halen? Ik ben nog lang niet afgeschreven, kan nog vele mensen van dienst zijn. Geduldig wacht ik af. Voorlopig verroer ik me niet.

 

©Elles Jansen/november 2012

Examenstress

examenstressOnlangs heb ik examen gedaan. Dat lijkt niets vreemds maar het was een toelatingsexamen voor een sollicitatieprocedure. Als ik de test met goed gevolg heb afgelegd dan mag ik op gesprek komen. Omdat het in Antwerpen was, besloot ik het zekere voor het onzekere te nemen en had ik van mijn huidige werk een QWERTY toetsenbord geleend. Want blind op AZERTY typen zou vast en zeker een onvoldoende opleveren.

Gewapend met mijn toetsenbord en sinds lange tijd weer op hoge hakken bestormde ik de trappen van de parkeergarage want mijn speling van een half uur was al opgeslokt door het drukke verkeer. Gelukkig was het onder de grond nog lekker koel. Hijgend klapte ik de deur naar buiten open en stapte zo uit de donkere ondergrondse, het felle zonlicht in van het heerlijke voorjaarszonnetje. De terrasjes zaten al overvol. Mijn conditie was erbarmelijk slecht en beschaamd liet ik me snel op het muurtje van de airconditioningroosters zakken. Adem in, adem uit. Terug naar de buik.

Ik haalde mijn uitnodigingsmail uit mijn tas om het huisnummer op te zoeken toen een man die naast me een sigaretje zat te roken zei: “Dat is daar mevrouw, schuin aan de overkant van de tramhalte.” Ik keek hem lachend aan en antwoordde verontschuldigend: “Ah, dank u. Even op adem komen. Ik kan toch moeilijk hijgend op een sollicitatieprocedure aankomen.”

“Ik moet daar ook naar toe,” zei de man terwijl hij zijn sigaretje op de grond gooide en doofde met zijn voet. “Maar ik zit hier al even. Ben met de trein gekomen, geen stress, geen files. Lekker relaxed met een bakje koffie.”
Geen Belg dus en ook geen Nederbelg want dan is bakje koffie al lang vervangen door n’n tas koffie.
“Waar komt u vandaan als ik vragen mag?”
“Uit Groningen, vier uur met de trein. Drie met de auto.”
Met hernieuwde belangstelling bekeek ik mijn buurman. Hij droeg een spijkerbroek, had een gouden oorknopje in zijn linkeroorlel (de rechter kon ik niet zien) en had een grote rieten strandtas bij met bruine lederen hengsels.
Het was eruit voor ik het wist: “Voor welke functie gaat u solliciteren?”
“Directiesecretaris bij de Gemeente.”
“Wat toevallig, ik ook.”

We stonden op, het was inmiddels kwart over vier. Tijdstip van ontvangst. Aanvang van het examen was om half vijf. We liepen samen de trambaan over, tussen de auto’s door en meldden ons als een koppeltje bij de receptie. De dame zat met een dikke trui in een hokje van ongeveer twee bij twee. Ik kreeg het al warm van alleen maar naar haar te kijken. We moesten onze naam invullen in het register en werden naar de lift doorverwezen, 8e verdiep.

De lift was erg klein, het ging net. Boven stapten we zo een kantoortuin in. Het uitzicht was adembenemend maar lang konden we er niet van genieten. We volgden een medewerkster en kwamen in een vergaderkamer. Er zaten zo’n 7 dames aan een grote tafel, steeds één stoel ertussen. Tegen het afkijken natuurlijk.
Er was maar plaats voor acht dus mijn eerste concurrent werd afgevoerd, naar een ander zaaltje. Mannen en vrouwen gescheiden.

Verwachtingsvol keek ik naar de computersnoeren die uit de gaten in de tafels staken. Zouden de laptopjes nog binnengebracht worden?

Op tafel lagen acht groene portfolio’s en enkele velletjes blanco A-vier. De medewerkster legde uit wat de bedoeling was. We kregen precies een uur om een postbakoefening uit te voeren. Dit ging volledig anoniem, onze naam mocht nergens op de papieren voorkomen. Als we klaar waren moesten de papieren in de bruine grote envelop en daarna kon onze naam op een papiertje worden ingevuld en in het aangehechte kleine envelopje gestopt.
Ons examen zou anoniem beoordeeld worden en pas als het cijfer genoteerd was, werd onze naam toegevoegd.

Ik schoot nog net niet in de lach. Daar zat ik, in mijn mooiste kleedje (jurkje voor de Nederlanders) met mijn QWERTY toetsenbordje in mijn tas. Ik had beter een uitveegbare pen van de kinderen in mijn tas gestopt. De hoeveelheid werk die verricht moest worden loog er niet om. Alle opdrachten waren gericht aan een zekere L die met de noorderzon vertrokken was en waar ik (lees mijn mede conculega’s) eigenlijk door ingewerkt zou worden. Volkomen op jezelf geworpen in een denkbeeldige gemeente moesten we mails beantwoorden, vergaderingen inplannen, afspraken maken, problemen oplossen, klachtenbrieven beantwoorden enzovoort. Mailtjes moesten op het ene formulier ingevuld worden en andere zaken op het memoblad. Twee blanco maanduitdraaien van outlook waren de agenda.

Back to basis. Of loopt België dan toch daadwerkelijk achter zoals de Nederlanders beweren en ik altijd met hand en tand verdedigde? Met kramp in mijn vingers van het schrijven probeerde ik de race tegen de klok te overwinnen. Wat miste ik mijn toetsenbord waar je soms je gedachten nog even kon terugdraaien met de backspace toets of een foutje kon herstellen met delete.

Ik hoopte dat er geen verborgen camera’s in de zaal hingen want mijn rode wangen zouden wel eens op examenstress kunnen duiden. Maar gelukkig zijn camerabeelden altijd zwart-wit. En het was geen stress maar opwinding. Ik leefde! Was uit mijn winterslaap ontwaakt. Wat vond ik het leuk.

De deadline werd niet gehaald, slechts door één van ons. Geruststellend sprak de medewerkster ons toe. Zijzelf had destijds de test ook niet afgekregen. Het was opzettelijk zoveel om te testen of we stressbestendig waren en prioriteiten konden stellen. Daar ben ik hopelijk dan toch voor geslaagd.

Voor de rest moeten we gewoon afwachten. En dat tempo ligt dan weer iets lager, op ambtenarenniveau zullen we maar zeggen.

©Elles Jansen, 6 maart 2013

De nieuwe kleren van de keizerin

kleren keizerinKleren maken de man is het gezegde maar vrouwen lopen er toch ook graag tiptop bij. Ja toch?

Onlangs ging ik solliciteren in mijn lievelingsjurkje. Dat straalde ik waarschijnlijk uit, ik kreeg een uitnodiging voor een tweede gesprek. Net op dat moment piepte de lente om de hoek. Temperaturen stegen tot 16 graden. Reden om een nieuwe outfit te kopen.

Ons dorp heeft er een nieuwe kledingzaak bij voor volslanke dames. Eindelijk eens niet drie kwartier moeten rijden maar gewoon vlak bij huis. Twee alleraardigste dames, wel in maatje 38, keurden alles wat ik aantrok. Ze waren oprecht en niet alleen maar met verkoopcijfers bezig. Omdat ik nog steeds een periode van werkloosheid in het vooruitzicht had – tenslotte was ik nog maar een maandje aan het solliciteren – moest ik me beperken tot één setje. Ik had de keuze tussen een heel leuk jurkje  met een vestje, waar eventueel nog bruine laarzen onder gedragen konden worden of hetzelfde vestje met een leuk bloesje en een rokje. Dat laatste was wel een mooie zakelijke combinatie terwijl het jurkje informeler was. De keuze was dus gemaakt. Met de concessie dat de winkeldames het jurkje achter zouden hangen en ik – als ik de baan had – terug zou komen om het alsnog te kopen.

Zaterdags liepen de temperaturen echter terug en als ik één ding niet wou dan was het wel met huidkleurige oma-panty’s en schoenen onder dat rokje op gesprek. Dus toverde ik mijn creditcard uit mijn tas, de afschrijving is pas aan het einde van de maand (wie hou je voor de gek) en kocht alsnog het jurkje. Maandag was het zover. Ik wou mijn jurkje aantrekken met een donkerbruine panty en laarzen toen ik bij het aantrekken voelde dat er iets niet in de haak was. Haak?

De winkeldames waren zo met me aan het meeleven dat ze vergeten waren het beveiligingslabel te verwijderen. Ik rommelde in de tas voor de bon. Maandag gesloten. Gewapend met schaar, voorzichtig om de stof van de voering niet te beschadigen heb ik het voor elkaar gekregen om het ijzeren pinnetje uit de plastic bol te krijgen. Een collega zei me later dat ik van geluk mocht spreken dat er geen inktpatroon in het veiligheidslabel zat. Ik wist niet eens dat dat ook nog een optie was.

Met de juiste make-up, niet te veel, haar quasi nonchalant – en voor de zekerheid een halve spuitbus haarlak want ik ging tenslotte naar Zeeland – liep ik nog even de slaapkamer van onze oudste zoon binnen.

“Ma, het sneeuwt buiten. Dan kan je echt niet in zo’n lente outfit gaan solliciteren. Waarom trek je je zwarte jurkje niet aan.”

Daar gingen de nieuwe kleren van de keizerin. Terug aan het kapstokje in de kast.

Eenmaal in de auto inspecteerde ik mezelf nog in het autospiegeltje. Shit, wat een blote ogen.

Mascara vergeten. Als een gek gebruikte ik mijn tien minuten speling om een naburig winkelcentrum te bestormen en bij de drogist zwarte mascara te kopen. De verkoopster wilde me nog van alles aansmeren.

“Sorry mevrouw, ik heb haast. Moet gaan solliciteren en was m’n mascara vergeten.”

“Denkt u dat dat uitmaakt mevrouw? Daar wordt u echt niet op afgewezen hoor.”

Ik nam het zekere voor het onzekere.

En gelukkig maar.

Ik ben de keizer te rijk, ik ben aangenomen.

 

©Elles Jansen/13 maart 2013

Hemelse goedheid – tussen hemel en aarde

 

voorkant boek hemels genot

inzending verhalenwedstrijd Hemels Genot – met auteur Lulu Wang in de jury. Mijn inzending ‘Hemelse Goedheid’ zat bij de winnende verhalen en is opgenomen in de bundel Hemels Genot. (2013)

Ik ben dood. Gestorven in mijn hemelbed. Omringd door degenen die ik graag om me heen zou hebben wanneer het zo ver was. Het is raar om dood te gaan. Het doet geen pijn, eerst zag ik een soort licht. Niet constant maar af en toe dook het op in mijn hoofd. Daarna steeds vaker tot het licht niet meer wegging. Geen fel licht, nee meer een soort mistachtige substantie. Heel vreemd.

Alles om me heen lijkt ver van me af plaats te vinden, maar soms ook weer niet. Alsof je dronken bent, denk ik. Maar dat weet ik niet zeker want ik ben in mijn hele leven nog nooit dronken geweest. De mensen rond mijn bed praten met gedempte stemmen tegen elkaar. Net alsof ik er niet meer bij ben. Dat vind ik zeer storend dus ik sla mijn ogen open.

‘Kijk nou, ze kijkt’,  hoor ik mijn dochter opgewonden zeggen. Ik kan haar gezicht slechts wazig zien.
‘Mam, mam hoor je me?’ Ze pakt mijn hand en zegt hoeveel ze van me houdt. Haar stem breekt en huilend gaat ze verder. Dat ze altijd van me is blijven houden, ook de jaren dat ze niet meer thuiskwam. Ze zegt dat ze mijn kleinzoon nooit bij me weg heeft willen houden. Het was allemaal de schuld van die lul, haar ex. Zo pleit ze zichzelf vrij. Wat een stomme smoes, hier heb ik geen zin in, veel te vermoeiend en ik sluit mijn ogen.
‘Mam, mam, niet weggaan’, smeekt ze jankend.
‘Mam ik moet je nog zoveel zeggen.’
‘Beetje laat zus’, hoor ik Alex brommen. Alex, de schat. De ideale zoon van iedere moeder. Altijd attent. Hij heeft voor me gezorgd tot vandaag. Zoveel liefde, vooral toen mijn man me voorging en ik alleen achterbleef. Alex kwam de tuin doen, deed de zware boodschappen. Nam me mee naar de stad, zelfs toen ik bijna niet meer lopen kon. Hij parkeerde de auto gewoon op de stoep, hielp me in mijn rolstoel en installeerde me aan ons favoriete tafeltje bij het raam. Hij bestelde steevast twee schuimgebakjes met thee, als kind was ik er al dol op en dat is nooit veranderd. De smaak van smeltend zoete merengue, gecombineerd met de koude chocolade mousse in de hart van dit perfecte taartje. En dan een slokje hete thee, zonder suiker. Als Hemels genot.

Maar ik dwaal af.
Ik ben dus dood en mijn ziel zweeft nog in de kamer. Kijkt neer op wat eens mijn lichaam was. Iedereen in de kamer heeft verdriet. Alex probeert zijn tranen te verdringen, wil sterk zijn voor zijn kinderen en zijn lieve vrouw. Mijn dochter, zo overdreven huilend. Zo schijnheilig. Of zou ze echt spijt hebben? Ik weet het niet.
Mijn lieve vriendinnen, ze zitten op de tweede rang maar dat zijn ze voor mij beslist niet. Familie heb je, die kan je niet kiezen. Maar vriendinnen daarentegen, je ontmoet ze en de liefde groeit. Sommige ken ik al bijna mijn hele leven. Ik ga ze ook missen.

Het is waar wat ze zeggen, vlak voor je sterf trekt je leven aan je voorbij. In snelle, opeenvolgende beelden bezie ik mijn jeugd, helder alsof het gisteren was. Mijn ouders. Altijd hard aan het werk om ons een zorgeloze jeugd te geven. Mijn zussen, zo verschillend. Vaak ruzie makend tot iemand aan één van hen kwam. Dan vochten ze voor elkaar als leeuwen. Mijn lieve vader die veel te vroeg was doodgegaan. Ik heb hem al gezien hoor, hij wacht me op. Ik ben daarboven niet alleen.
Vervolgens komen mijn vriendjes voorbij gevlogen, het waren er niet zo veel dus daar ben ik zo mee klaar.
Het fijne leven met mijn man. De mooie reizen die we gemaakt hebben samen. De geboorte van onze kinderen. Alles voltrekt zich opnieuw als een film, compleet met emoties, geluiden en geuren. Zo’n vreemde gewaarwording. En ook wel mooi, lang vervlogen herinneringen komen boven zoals je door een fotoalbum bladert. We hebben een prachtig leven gehad samen en ik zou het zo weer met hem overdoen. Alles, de goede en kwade dagen.

Mijn begrafenis is zoals ik gewenst had, een prachtige witte kist met zachte fluwelen bekleding in plaats van het kille satijn. Heel veel bloemen, bedwelmend geurende lelies, tere witte rozen, en mijn lievelingsbloemen: pioenrozen.
Een volle kerk en mensen die zo lovend over mij spreken. Eindelijk de goedkeuring waar ik mijn hele leven zo naar gesnakt heb.
Prachtige fadomuziek van Marizza vult het statige, eeuwenoude gebouw. Mijn lievelingslied is een vrolijk deuntje, ik zie mensen verrast opkijken.De akoestiek klinkt beter dan uit een Ipod-dock.
Dan is het voorbij. Kerkklokken luiden. Iedereen loopt langs mijn kist voor een laatste groet.
Mijn vader knipoogt naar me en stuurt me een kushandje, mijn lieve echtgenoot staat naast hem.
‘Ik kom zo, wil nog even van dit moment genieten’ roep ik hen toe.

De muziek zwelt aan, de prachtige stem van Andrea Bochelli, hij zingt de sterren van de hemel.
Ik sla mijn ogen open, zie lichtstralen helder binnenstromen, stofdeeltjes dansend in de kamer. Zonnestralen beroeren liefkozend mijn gezicht. Ik lig in mijn hemelbed, onder het warme donzen dekbed. Wat een hemels genot om gewoon weer te ontwaken en de lachende geluiden te horen van mijn man die met de kinderen aan het voetballen is in de tuin. Dromen kunnen zo verrekte echt lijken. Ik haal diep adem door mijn neus en een lichte prikkeling van vers gezette koffie dringt binnen. Ik rek me uit en ongeremd blij, boordevol nieuwe energie, gooi ik het dekbed open. Ik loop naar de kaptafel en trek mijn badjas aan. Mijn leven begint opnieuw vandaag want ik zal koesteren wat me lief is tot mijn tijd gekomen is. Niet meer hunkeren naar goedkeuring. Want waarom zou het anders zo druk geweest zijn op mijn begrafenis?, knipoog ik tegen mijn spiegelbeeld. Straks eerst even naar de bakker, schuimgebakje halen.

 

Ik Feliciteer je

“In deze verhalenbundel uitgegeven door Uitgeverij Aquazz in opdracht van www.boekvoorhaar.com en in samenwerking met online schrijfatelier Alica, staat mijn verhaal: Een fortuinlijke dag.

Het is de eerste schrijfwedstrijd waar ik aan meegedaan heb en waar mijn inzending beloond is met publicatie in dit geweldige boek. Er staan grappige verhalen in, sarcastische verwensingen, ontroerende en romantische. Kortom voor iedereen wat wils. Het leuke van een verhalenbundel is dat je het makkelijk even weg kan leggen. Eén verhaaltje voor het slapen gaan. Of juist voor iemand die zich niet zo goed kan concentreren.

Het verhaal “Een fortuinlijke dag” is op deze site te lezen onder het kopje “Verhalen”

Hemelse Goedheid

voorkant boek hemels genot
Onderstaand verhaal heb ik ingezonden op een schrijfwedstrijd van schrijfatelier Alicia Kok, met niemand minder dan Lulu Wang in de jury. Uitgeverij 1miljoenboeken heeft de verhalenbundel Hemels Genot het leven geschonken. Mijn verhaal is samen met 49 andere verhalen opgenomen in dit leuke boek.
Uitgeverij 1miljoenboeken heeft mij bovendien een aanmoedingsprijs gegeven als ik in hun beheer een boek uit ga geven. Als dat geen aanmoediging is om verder te schrijven….. Read More

Een fortuinlijke dag

fiat500Met dit verhaal heb ik een verhalenwedstrijd gewonnen van www.boekvoorhaar.com in samenwerking met online schrijfatelier Alicia. Het is uitgebracht in boekvorm in de verhalenbundel: Ik feliciteer je.

Een negentig jarige vrouw wint een Fiatje 500 om haar levenswens te vervullen…

 

Met trillende handen maakt Rachel de envelop open. Ze houdt de brief bij het licht en haar hartslag versnelt als haar ogen over de regels vliegen.

 7 mei 2011
 Geachte mevrouw,
Uw inzending op de prijsvraag is zo origineel dat u genomineerd bent om mee te dingen naar de hoofdprijs.
Het is ons dan ook een grote eer u uit te mogen nodigen op onze openingsreceptie waar de winnaar bekend gemaakt zal worden. 
 U wordt zaterdag 14 mei a.s. om 14.00 uur opgehaald door onze chauffeur.
Met vriendelijke groeten,
Namens de directie,
Eric van Loof

Rachel laat zich in haar favoriete stoel zakken en kijkt uit het raam naar de spelende kinderen in het parkje voor haar appartement. Nog een weekje in spanning, zou haar felbegeerde plan dan toch gaan slagen? De hele week voltrekt zich in een roes en eindelijk, eindelijk is het zover.
Het is zaterdag 14 mei. Rachel is al vroeg in de douche geweest en wacht in de hal op de taxi die haar naar de kapper zal brengen. Het ritje in de taxi is zoals altijd ontspannend. Heerlijk rondkijken op straat naar vrouwen achter kinderwagens, oude mannetjes die op een bankje zitten. De stad bruist van het leven. Trams rinkelen hun bel in de chaos van het verkeer. De ochtend vliegt voorbij en als kapper Jean Pierre haar blik vangt in de spiegel, kijkt Rachel hem met twinkelende ogen aan. Ze herkent de vrouw in het spiegelbeeld nauwelijks.
“Ben ik dat?” vraagt ze verbaasd.
“Succes Rachel, als iemand die hoofdprijs verdient, dan ben jij het wel.”
Buiten toetert de taxi en Jean Pierre loopt samen met haar naar buiten.
“Ik bel je vanavond,” belooft ze en stapt in de wachtende taxi.

Thuisgekomen kan ze bijna niet eten van de zenuwen. Om klokslag 14.00 uur gaat de deurbel. Rachel pakt haar tas en loopt naar de lift. Beneden in de hal staat een echte ouderwetse Engelse chauffeur.
“Mevrouw Peeters?” vraagt hij met uitgestreken gezicht.
“Helemaal” antwoordt Rachel. De chauffeur biedt haar zijn arm aan. Bij de auto aangekomen opent hij het portier van de prachtige, zwartglanzende limousine en Rachel zakt weg in de zachte lederen bekleding. Rustige muziek klinkt door de speakers en een glaasje jus d’orange staat in een houder op het midden van de brede achterbank.
“Je zou haast denken dat ik al gewonnen heb,” zegt ze lachend tegen de chauffeur.
Zijn ogen treffen haar in de binnenspiegel maar verraden geen enkele emotie.
Bij de showroom is het een drukte van jewelste. Een rode loper ligt klaar en aan weerszijden staan prachtig witte plantenbakken met olijfboompjes.
De chauffeur stopt precies op de juiste plek en loopt om de auto heen om Rachel te helpen uitstappen. Statig loopt Rachel de rode loper over, links en rechts klinkt geroezemoes en fotocamera’s flitsen. Ze voelt zich een filmster.

Binnen staat een sympathiek ogende man tussen een groepje journalisten. Hij ziet Rachel binnenkomen en maakt zich los uit de opdringerige reporters.
“Daar is mijn geëerde gast, mevrouw Peeters” zegt hij en hij loopt op Rachel toe. Zijn ogen twinkelen bij de gedachte aan wat nu gaat volgen. Alle hoofden draaien zich om naar Rachel en het wordt ineens muisstil.
Achter hem staat op een draaiend podium een auto onder een zwartfluwelen hoes. Het geroezemoes wordt hervat en Rachel voelt haar hartslag versnellen.
“Welkom mevrouw Peeters,” zegt de charmante man.
“Ik ben Eric van Loof, eigenaar van deze nieuwe showroom.”
“Goedemiddag, Eric. Ik ben Rachel en noem me alsjeblief bij mijn voornaam anders voel ik me zo oud” zegt Rachel glimlachend en biedt Eric van Loof haar rechterhand aan. Hij kust haar hand en legt deze op zijn arm en samen lopen ze naar de klaarstaande roodfluwelen stoel bij het podium. Nadat iedereen plaats heeft genomen stapt hij naar de microfoon.
“Geachte aanwezigen, beste klanten en relaties” zegt hij, de aanwezigen aankijkend. “Vandaag is een zeer bijzondere dag. Na vijftig jaar neemt mijn vader afscheid als directeur van Garage van Loof, draagt zijn kindje over aan mij en openen we trots onze nieuwe showroom.”
“Tevens wordt vandaag de hoofdprijs uitgereikt aan de winnares van onze prijsvraag.” Hij draait zijn hoofd veelbetekenend naar het ronddraaiende podium en kijkt vervolgens de gasten weer aan. Fotocamera’s flitsen. De heer van Loof weet de spanning op te bouwen.
“Stilte alstublieft” vermaant hij de toenemende onrustige aanwezigen.
“Het zal u wellicht verbazen dat de hoofdprijs wordt uitgereikt aan een dame van bijzonder hoge leeftijd. Haar motivatie om deze auto te winnen heeft de jury unaniem doen besluiten om Rachel Peeters te verkiezen tot winnaar. Hierover later meer.”
“Beste mevrouw Rachel Peeters, ik feliciteer u en overhandig bij deze graag de sleutels. Wilt u mij de eer bewijzen het doek samen te verwijderen?”
Rachel staat op en loopt samen met Eric naar de ronddraaiende auto. Het podium wordt stilgezet en ze pakken beiden een punt van het doek. Met een vloeiende beweging wordt het zwarte satijnen doek van de auto getrokken en komt er een prachtige wit glimmende Fiat 500 onder het doek tevoorschijn. Het is een schattig cabriootje en het rode linnen dakje is opengevouwen. Een snoepje om te zien. Een boeket fluweelrode rozen ligt op de motorkap. Het publiek staat op en applaudisseert. Opnieuw flitsen de camera’s. Na de nodige foto’s loopt Eric met Rachel terug naar de microfoon.

“Lieve Rachel, mag ik u vragen om zelf verhaal te vertellen?”
Rachel aarzelt even, knikt dan en neemt plaats achter het spreekgestoelte.
“Ik ben Rachel Peeters, geboren in Rome op 11 februari 1921. Mijn vader was een Joodse kunstschilder uit Antwerpen en werd verliefd op mijn moeder tijdens een schildercursus in Rome. Ze trouwden en kregen mij, hun enige dochter. Op mijn
achtiende was ik smoorverliefd op Edoardo, een jonge Italiaanse ingenieur, werkzaam bij de Fiatfabriek en medeontwerper van de Fiat 500 Bollino. De oorlog brak uit en Edoardo heeft ons in een Bollino de grens over gesmokkeld naar een onderduikadres in België. De spannende rit met zijn vieren en onze bagage samengepropt in het kleine autootje,
staat me nog altijd helder voor de geest. Het was een rit met de nodige gevaren en Edoardo heeft ons leven gered. Hij kon echter niet bij ons blijven, hij moest terug naar Italië. Onze valse papieren waren afgegeven door een hoge officier in het Italiaanse leger. Als tegenprestatie moest Edoardo zijn diensten aanbieden als werktuigkundig ingenieur bij de speciale troepen van het Italiaanse leger. Ik heb hem nooit meer terug gezien.”
Rachel stopt even en neemt dankbaar een slokje water wat de assistente van Eric haar aanreikt. Ze slikt een paar maal en krijgt haar emoties weer onder controle.

“U moet weten dat ik zwanger was van een tweeling. Ze zijn veilig ter wereld gekomen hier in België. We zijn diverse malen van onderduikadres veranderd en na de oorlog zijn we naar Antwerpen verhuisd. Mijn vader heeft veel gedaan voor de Joodse gemeenschap. Jaren heeft hij gezocht naar Edoardo en ontdekte dat hij gevangen is genomen aan het einde van de oorlog. Daarna loopt het spoor dood, niemand weet waar hij gebleven is, of hij nog in leven is of ergens in een unaniem graf rust. Ik was nog jong, moeder van twee jongetjes en ben, toen ik dertig was, getrouwd met Danny Peeters. Een noodlottig ongeval heeft in 1960 het leven gekost aan mijn lieve echtgenoot en de tweeling toen ze een weekje waren gaan vissen in Schotland. Ik was kapot van verdriet en was alle zin voor het leven verloren. Maar mijn vader vroeg me zijn werk voort te zetten in Joods Museum voor Deportatie en Verzet. Zijn jarenlange verzamelwoede van allerlei documentatie had bijgedragen aan de indrukwekkende bibliotheek. Al snel ging ik aan de slag als vrijwilligster en kreeg op een dag een dagboek in handen. Het bleek het dagboek van Edoardo.”
Rachel’s stem hapert maar moedig recht ze haar schouders, neemt opnieuw een slokje water en vervolgt haar verhaal.
“Edoardo beschreef alle plaatsen die hij ons wilde laten zien in zijn geliefde Italië als hij het strafkamp zou overleven en hij ons kon komen halen. Dat was zijn drijfveer om het vol te houden.” Rachel stopt weer even. De herinneringen aan de eerste keer dat ze het dagboek onder ogen kreeg zorgen voor een waas van tranen. Zo pijnlijk maar tegelijkertijd zo enorm kostbaar. Moedig vertelt ze verder.
“De plaatsen waren zo levendig beschreven, ik kon bijna de geuren ruiken van de pizza’s en Italiaanse wijnen. Hij beschreef ons geliefde Rome maar ook Tivoli, San Marino. Livorno, Verona en Firenze. Ik ben oud, negentig jaar om precies te zijn en mijn laatste wens is, voordat ik sterf, in een Fiatje 500 al deze plaatsen te bezoeken. Via een oproep in de krant en op internet wil ik graag een jongeman zoeken die mij rond kan rijden zoals in de film Driving Miss Daisy. En dan wil ik sterven in mijn geliefde vaderland. Mijn Fiatje zal ik nalaten aan de jongeman die samen met mij dit avontuur durft aan te gaan om mijn droom te verwezenlijken.”

Opeens klinken de klanken van Eros Ramazzotti door de speakers. Er komt een leuke jongeman binnengewandeld in een chauffeurspak, hij draagt een stropdas in de kleuren van de Italiaanse vlag.

“Beste Rachel,” klinkt het door de microfoon. Eric staat achter het spreekgestoelte. “Ik feliciteer je nog een keer. Dit is Fabrizio. Hij zal je rondtoeren in Italië in je Fiat 500”.
Rachel moest gaan zitten, alle kleur was uit haar zorgvuldig opgemaakte gezicht weggetrokken. Het leek of ze terug was in de tijd. Fabrizio had iets heel bekends. Dat haar, die ogen. Zijn lippen. Het duizelt even en ze drukt haar geparfumeerde zakdoekje tegen haar neus. Dat helpt. De prikkeling in haar neus laat het suizen in haar oren ophouden.
Langzaam dringen de woorden van Erik weer tot Rachel door.
“Fabrizio werkt in Italië bij de Fiatfabriek en is bevriend met mijn dochter Juliëtte die daar stage loopt. Mijn dochter vertelde hem over de inzendingen op de openingswedstrijd waaronder jouw prachtige verhaal.
Fabrizio is twintig en in opleiding bij Giovani, de directeur van de Fiatfabriek. De vader van Giovani, Manfrede, heeft een butler die hem gediend heeft na de oorlog. Ze hadden elkaar ontmoet in een strafkamp. Een man die zo mishandeld was dat hij nooit meer heeft gesproken maar die wel het leven van Manfrede had gered in het kamp. Bij de bevrijding heeft Manfrede zijn vriend mee naar huis genomen en werk aangeboden als butler. De butler kreeg een relatie met de huishoudster en ze kregen samen een kind in 1950: Luca. Luca en Giovani groeiden samen op.

Toen de moeder van Luca stierf ging ook zijn vader snel achteruit. Hij werd steeds zwakker en Luca zat op een avond te waken aan zijn bed. Hij kreeg een stapeltje brieven in zijn handen gedrukt. Oude brieven, het papier was vergeeld en met een touwtje aan elkaar gebonden. Zijn vader keek hem smekend aan. Luca maakte het strikje los en is gaan lezen. De brieven waren gericht aan ene Rachel in België. Er stond geen adres op de brieven, ze waren volgeschreven met verlangens over het rondtoeren in een Fiatje 500 naar plaatsen als Livorno, Verona, Firenze.”. Eric pauzeert even.

Rachel hapt naar adem. Fabrizio loopt naar haar toe. Tranen stromen over zijn wangen, Italianen staan bekend om hun emotionele reacties.

“En dit is dus Fabrizio, de zoon van Luca en de kleinzoon van jouw Edoardo”.

Er gaat een diepe zucht door de showroom. De aanwezigen waren allen in de ban van het verhaal. Dan barst er een uitzinnig applaus los. Iedereen brengt een staande ovatie uit. Fabrizio heeft Rachel in zijn armen genomen.

“Ciao Nonna Rachel,” zegt hij snotterend.

“Mio Dio, io sogno?” “Mijn God, droom ik?” vraagt Rachel. Ze weet heel goed dat dit haar kleinkind niet is maar het voelt wel zo. Het kleinkind van Edoardo. Zelf heeft ze geen kleinkinderen gekregen door de dood van de tweeling, nu heeft ze de kleinzoon van Eduardo in haar armen. Dat is pas de hoofdprijs winnen. Wat een fortuinlijke dag.

 

Elles Jansen, 12 oktober 2012

Hoe mooi kan het leven zijn als je oog hebt voor het kleine.

frietzak

Na een wat mindere dag op kantoor, een wegafsluiting en een mega file kwam ik eindelijk om 19.45 uur aan in Essen–Hoek. Mijn man had de wekelijkse vrijdagfrietjes al een uurtje eerder gehaald want anders moesten de kinderen te lang op hun eten wachten. Deze friettent met de lekkerste friet van Essen en omgeving,  staat op het dorpspleintje van een deelgemeente van Essen. Het is een veredelde MMMM Mora-stacaravan. Je moet ook zo’n caravantrapje op alvorens je de schuifpui kan openen. Met ingehouden adem probeer je achter de wachtende mensen te schuiven. De toonbank en kassa staat immers op slechts een meter afstand van de ingang. Degenen die al besteld hebben schuiven op naar links, die nog moeten bestellen naar rechts.
Read More