‘Doorzetten Moniek, probeer het opnieuw. Concentreer je. Denk aan je sterke spieren. Jij zit toch op fitness. Gebruik je been en armspieren.’ Ik sta te trillen op mijn benen en machteloos kijk ik naar de strijd van mijn collega die op dat moment al zoveel meer voor me is gaan betekenen.
Het feit dat haar benen aan elkaar vast geketend zitten maak het er niet makkelijker op.
Als haar ene voet bijna in een stuk van de hangbrug kan haken hangt het andere been als een zwaargewicht eraan en is de poging weer mislukt.
‘Het gaat niet’ roept ze.
‘Jawel, je was er bijna. Probeer het nog een keer.’
‘Ja, goed zo. Zie je wel.’ Blij zie ik hoe haar ene hiel in een gat haakt van de hangbrug en ze haar andere been bij kan trekken. Voorzichtig verplaatst ze haar handen en nu hangt ze als een hangmat te bungelen. Ik laat haar heel even tot rust komen maar ga dan verder met aanwijzingen geven.
‘Probeer je voeten om hoog te krijgen Moniek zodat je je benen om het dikste koord kunt slaan. Dan kan je deze kant op tijgeren.’
‘Even wachten, ik moet even uitrusten. Ben zo moe.’
‘Nee kom op nou. Straks wordt het donker. Schiet op Mo.’
Guido heeft zijn blik van Moniek losgemaakt en kijkt naar mij.
‘Jij kan nog eens iemand aansporen zeg.’ Ik durf te wedden dat die bitch anders de moed had opgegeven en naar beneden was gedonderd’.
Mijn ogen zijn geen moment van het tafereel dat zich aan de hangbrug voltrekt, afgewend terwijl ik hem met opeengeklemde tanden toe sis: ‘jij bent ziek, weet je dat?’
Moniek heeft haar voeten om de touwen heen kunnen slagen en begint langzaam stukje voor stukje onze kant op te schuiven.
‘Ja goed zo, zo gaat het goed. Op je gemakje. Kom maar.’
Na een eeuwigheid is ze bijna bij de kant en ik kan net ver genoeg naar voren stappen om haar beet te pakken.
Trillend en snikkend vallen we in elkaars armen.
‘Hoe ontroerend. Missie geslaagd.’ Klinkt het smalend.
Moniek laat zich huilend op de grond zakken en begint daarna over te geven. Ik wrijf over haar rug.
Guido heeft inmiddels de handboeien alweer tevoorschijn gehaald en maakt ons aan elkaar vast. Daarna snijdt hij het andere touw van de hangbrug door zodat de hele brug aan onze kant loslaat en met een luid zwiepend geluid naar beneden suist en dan tegen de rotswand aan de overkant blijft hangen.
‘Kom genoeg geleuterd. We moeten verder.’
Ik help Moniek overeind komen en steun haar terwijl ze strompelend achter Guido aan begint te lopen. Het is bijna donker als we bij een rotspartij uitkomen. Guido pakt een soort mijnwerkerslamp en bevestigd deze met een band rond zijn hoofd. Hij pakt een stuk touw en bindt dit rond zijn lichaam en vervolgens rond het mijne.
‘Goed achter mij aan blijven lopen,’ gebiedt hij. We lopen de ingang van de rots in en na een halfuurtje komen we in een open ruimte. Met verbazing zie ik dat het een soort kampeerplaats is. Er ligt een kampvuur klaar van gestapeld hout en een aantal provisorische slaapplaatsen. En er staat een koelbox. Mijn hersenen draaien overuren. Ofwel onze gids heeft alles goed voorbereid, of hij heeft hulp van iemand anders.
Guido gooit zijn rugzak op de grond en maakt het touw waarmee ik aan hem vastzat los. Onze handboeien blijven aan, evenals de touwen rond onze enkels.
‘Ga maar zitten.’
We laten ons op één van de slaapplekken zakken en zitten met de ruggen tegen elkaar aan om wat steun te vinden.
‘Jullie hebben goed werk verricht dames. Daarom hebben jullie wel een warme maaltijd en wat rust verdient. Tenslotte moeten jullie in tiptop conditie zijn voor morgen. Er staat jullie een mooie uitdaging te wachten. Vandaag was slechts een voorproefje van onze survival of the fittest.’
Hij steekt het vuur aan en pakt twee wegwerp barbecues vanachter de koelbox vandaan. Vakkundig trekt hij de verpakking eraf en maakt de kooltjes aan. Het deksel gaat van de koelbox en enkele vleespakketten komen tevoorschijn. De worstje en spiesen gaan op de barbecue en een heerlijke geur verspreidt zich in de grot. Het kampvuurtje knettert en geeft een behaaglijke warmte. Als we niet gevangen waren zou het haast gezellig kunnen zijn. De warme maakt me loom en de gebeurtenissen van de dag eisen hun tol. Mijn ogen vallen dicht.
‘Wakker worden.’ Een harde schop tegen mijn benen brengt me met een schok terug in de harde werkelijkheid. Even vraag ik me af waar we zijn maar dan komt het besef als een mokerslag binnen. Moniek was ook in slaap gevallen en ik voel haar verstijven als ook haar droom weer plaatsmaakt voor de nachtmerrie waarin wij ons bevinden.
We krijgen een plastic bord voor ons gezet met diverse stukken vlees en een stuk brood. En een geopend blikje cola.
Met onze vrije hand stoppen we gulzig als een stel uitgehongerde honden een stuk brood in onze mond. Het vlees is nog te warm en moet even afkoelen. Ondanks alle ellende smaakt deze maaltijd goed en eten we allebei ons bordje leeg.
Na het eten moeten we ons klaarmaken voor de nacht want Guido wil vroeg vertrekken.|
Hij laat ons een eindje verderop plassen. Het doet me al niks meer dat hij vlak bij ons staat. De schaamte voorbij. Overleven is onze drijfveer.
Guido maakt onze gezamenlijke handboei los en ketent ieder van ons weer met een ketting in een ring aan de rotswand, lang genoeg om toch in de slaapzak te kunnen kruipen.
Het duurt niet lang voor ik wegglijd in een rusteloze slaap
Recente reacties
Archieven