Archives for juni 2014

Onderaards – deel 17

grot

Ik zou willen geloven dat deze blauwe lucht iets goed brengt…

 

 

 

 

De volgende ochtend word ik stijf wakker, de harde vloer en het verplicht in één houding moeten liggen is niet bevorderlijk voor mijn rug. Moniek ligt nog te slapen. Guido is nergens te bekennen.
Het is koud in de grot. Er komt licht binnen via een spelonk en ik vang een glimp op van de blauwe lucht ver boven mij. Ik zou willen geloven dat deze blauwe lucht iets goed brengt vandaag,  maar na gisteren durf ik nergens meer op te hopen en mijn angst om wat die gestoorde gek vandaag met ons van plan is, neemt bezit van mijn hele wezen. Ik begin te trillen en mijn hart slaat op hol. Mijn ademhaling gaat gejaagd en ik voel mijn slokdarm branden. Alles gaat draaien en mijn oren suizen. Wanhopig ruk ik aan de ketting. Ik wil weg, vluchten. Ik moet hier weg.

‘Saskia!’
Een klap tegen mijn wang brengt me terug uit de duisternis.
‘Jeetje meid, je laat me schrikken, je lag helemaal raar te doen in die slaapzak’. Moniek zit op haar knieën naast me.
Ik begin te huilen. ‘Ik ben zo bang, zo bang.’
‘Niet aan toegeven. Kom, gisteren was je zo sterk. We helpen elkaar. Samen kunnen we dit aan. Laat me niet in de steek. Ik heb jouw kracht nodig Sas, anders red ik het ook niet.’
Met betraande ogen kijkt Moniek me smekend aan. Ik zie mijn angst in haar irissen weerspiegelen.
‘Ach wat een ontroerend tafereeltje,’ klinkt het opeens achter me.
Guido is terug.
‘Kan je ons losmaken, we moeten plassen.’
Hij haalt de sleutel van zijn riem en maakt onze ketting die aan de muur geketend is, los. Moniek helpt me omhoog en voetje voor voetje schuifelen we naast elkaar met onze vastgebonden enkels een stukje verder de grot in.

Als we terug sukkelen is Guido al weer bezig met het kampvuurtje en in een mum van tijd vult de geur van verse koffie onze neusgaten. Hij duikelt uit de koelbox een paar pakketjes op waar sandwiches in blijken te zitten.
Het zachte witte kadetje plakt als een bal in mijn droge mond. Ik krijg het nauwelijks doorgeslikt. Mijn verstand zegt dat ik moet eten, mijn zenuwen vertellen een ander verhaal en met de grootst mogelijke moeite lukt het om het kleffe broodje naar binnen te werken. De warme koffie brengt me enigszins een beetje tot rust.
‘Genoeg getreuzeld dames. Klaar voor een nieuwe uitdaging?’
Geroutineerd dooft Guido het vuurtje door er zand over de schoppen met zijn  North Face bergschoenen. Hij legt de slaapplekken netjes en het lijkt alsof niemand hier de nacht heeft doorgebracht.

‘Kom schatjes, vandaag het echte werk.’
We strompelen achter hem aan en gelukkig komen onze stramme spieren door de zonnestralen en het hoge wandeltempo van onze “Gids” weer op temperatuur en terug in hun oorspronkelijke soepele vorm.

Onze “toeristische” wandeltocht leidt ons langs smalle paadjes, vlak langs de afgrond. Het kost ons dan ook onze uiterste concentratie om in de pas te lopen, aangezien we nog steeds met een handboei aan elkaar vastzitten en onze voeten maar een meter uit elkaar kunnen door de enkeltouwen. Ondanks mijn enkel-hoge outdoorschoenen en speciale wandelsokken, snijdt het touw in mijn enkels. Het klinkt raar maar het is prettig om lichamelijke pijn te voelen. Het leidt me af van gepieker en houdt me scherp bij elke stap die ik weloverwogen zet.
Links van ons kronkelt een riviertje, er zijn geen kano’s te bekennen dus daar hoeven we geen hulp van te verwachten. Het pad maakt een bocht en de begroeiing neemt toe. Het pad is overwoekert met grasachtige planten en mossen. Je kan zien dat hier niet veel mensen lopen, heel anders dan over de paden waar we eerst liepen. Steeds meer krijg ik het gevoel volledig van de buitenwereld gescheiden te worden. Er volgt een nieuwe bocht en de rivier wordt aan ons zicht onttrokken. Mijn laatste vleugje hoop op redding door toevallige passanten verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Net wanneer ik moe begin te worden en wil vragen om een korte stop bots ik abrupt tegen Moniek op.
Guido heeft zijn rugzak op de grond laten zakken en tuurt omhoog. Ik volg zijn blik en mijn hart staat stil. Het is een vrij steile rots waar haken is bevestigd zijn en waar enkele touwen naar beneden hangen, lichtjes bewegend in de flauwe wind.