Het had even geduurd voor ik een waardig opvolgster had gevonden voor mijn knappe en vaardige hairdresser die helaas het natte België heeft verruild voor een zonnig eiland waar hij overigens geen kapper meer is, maar met zijn lieftallige vriendin een geweldige interieurzaak begonnen is.
Ik voelde me bij deze goodlooking erg op mijn gemak, had er geen last van dat hij zo verdomde knap was want hij was gewoon leuk, tegen elke klant. Of het nu een omaatje was die een blauwe watergolf wilde, een verlegen tienermeisje, een fotomodel of een rijpere volslanke gewone alledaagse vrouw als ik, hij was altijd even belangstellend en gaf je het gevoel dat je belangrijk was.
Mijn hairdresser was niet alleen onwijs knap om te zien maar ook knap met schaar en handen… De overheerlijke hoofdmassage van deze man heb ik nooit meer ergens gevonden. Zucht.
Gelukkig heb ik in ons dorp dan toch een kapster die evengoed kan knippen, misschien zelfs nog ietsje beter omdat ze meer geconcentreerd bezig is met haar job. Al een jaartje ben ik vaste klant van deze kleine salon en ga het liefst op vrijdagavond. Met verven, “meches” zoals ze dat in België noemen (highlights of strengen in Nederland) wassen, knippen, brushen (föhnen) goed voor zo’n drie uur durende relaxavond met een lekker kopje cappuccino en een stapeltje Flairs .
Als rond 20.00 uur de andere klanten weg zijn, begint mijn laatste uurtje en is mijn kapster met volle aandacht mijn coupe aan het knippen maar minder rap dan hoe ze anders werkt. Ze neemt de tijd, want in dit uurtje vertrouwen we elkaar allerlei dingen toe. Soms om te lachen en soms wat moeilijkere dingen des levens. Ze is maar klein en ik zit onderuitgezakt in mijn stoel want zelfs in de laagste stand kan ze er moeilijk bij. Op vrijdagavond heeft ze namelijk haar hakjes ingeruild voor gemakkelijke sneakers, dat scheelt toch snel vijf centimeter. Dat gaf ons al reden om te lachen en ik zei dat ik de volgende keer mijn ligstoel mee zou nemen. Zij zag het wel zitten om nippend aan een cocktail mijn haar te knippen.
Als alles weer tiptop in orde is, mijn steile dunne haar een pittig kleurtje en snit heeft gekregen en kunstmatig terug warrig zit reken ik af en maak een nieuwe afspraak voor over zes weken. “3 Juni Elles, schikt dat voor u?” vraagt ze met de pen in de aanslag boven de agenda. “Mm, een dag na mijn verjaardag, maar oké. Ik vier mijn haardag toch niet.”
Prompt liggen we in een deuk, de tranen lopen over onze wangen. “Die moet ik onthouden”, giert ze “voor als mijn haar weer eens als een futloos gordijn naar beneden hangt. Dan zeg ik tegen de klanten: sorry zunne maar het is mijnen haardag niet.” Nog lachend verlaat ik de zaak en stap in mijn auto. Het was lang gelden dat ik zo vreselijk had moeten lachen.
Maar direct daarna voel ik me zo klote. Een goede vriend en lieve vriendin van me hebben de K-ziekte. Zitten volop aan de chemo en bestraling. Het is maar de vraag of zij hun haar kunnen behouden van alle chemische rotzooi die ze krijgen om terug beter te worden. Maar dan bedenk ik me dat ze misschien wel eens hartelijk zullen lachen om dit onzinverhaal van mij. En daar schrijf ik voor. Ik draag dit verhaal dan ook op aan mijn lieve vrienden: C & G. Kop op, hou vol. Dikke kus van deze onnozelaar.
Recente reacties
Archieven