Ik had hem ontmoet via een onschuldig spelletje op de Ipad. Een woordspel, de digitale versie van Scrabble. Het grote voordeel was dat ik niet langer hoefde te smeken bij man en kinderen of er iemand zin had in een spelletje. Ik kon het gewoon in mijn eentje spelen en een tegenstander kiezen uit vrienden of onbekenden, op elk moment van de dag.
Hij had mij uitgenodigd, Meester Frank. En hij legde prachtige woorden. We speelden al ruim een maand toen zijn eerste berichtje kwam.
‘Hallo, ik ben Frank. docent Nederlands en Drama op de theateracademie.’
‘Hallo Frank, ik ben Anke. Ik ben secretaresse bij een makelaarskantoor.’
Na deze kennismaking volgde er bij elke zet op het speelbord ook een berichtje. Mijn man plaagde me met mijn digitale affaire.
Enkele weken later vroeg Frank of we elkaar konden mailen. Hij wilde iets aan me voorleggen. Ik gaf mijn e-mailadres door en nieuwsgierig checkte ik regelmatig mijn mailbox op binnengekomen berichten. Na twee dagen kwam de eerste e-mail. Frank vertelde dat hij auteur was en een tegenschrijfster zocht. Hij wilde een verhaal schrijven dat zijn leerlingen konden bewerken tot een toneelstuk. Hij had al een klein stukje geschreven en vroeg of ik het wilde aanvullen. En zo ontstond een leuke wisselwerking. Ik had er plezier in en was teleurgesteld toen het verhaal af was. Frank stelde voor om een nieuw verhaal te beginnen want we vulden elkaar zo goed aan.
Hij vroeg ook om een foto door te sturen en had die van hemzelf al bij zijn bericht gevoegd. Hij zag er leuk uit, een veertiger met halflang, grijzend haar en een stoppelbaardje. Pretoogjes, en een aanstekelijke lach sierde zijn welgevormde lippen. Ik stuurde hem een foto van de laatste zomervakantie waar ik er voordelig uitzag in een leuke aquablauwe jurk tegen de achtergrond van de haven van St-Tropéz.
Het nieuwe verhaal begon direct broeierig. Ik voelde me er eerst wat ongemakkelijk onder maar aan de andere kant vond ik het ook wel spannend. Ik ging uit mijn comfortzone en fantaseerde er op los. Eigenlijk liep het wel een beetje uit de hand. Ik had het gevoel dat ik mijn man aan het bedriegen was.
Dat Peter hetzelfde gevoel had bleek wel toen ik thuiskwam uit mijn werk en mijn laptop opengeklapt op de eetkamertafel zag staan.
‘Je had me wel eens kunnen zeggen dat je ons seksleven maar alledaags en saai vond’, zei hij verwijtend. ‘Hoe lang is dit al aan de gang? Heb je iets met die vent? Ik vertrouwde je Anke, maar nu ben ik er niet meer zo zeker van. Heb je al die fantasieën met hem uitgeprobeerd?’ Hij begon steeds harder te roepen.
‘Nee natuurlijk niet, ik heb die Frank nog nooit ontmoet en dat is ook niet mijn bedoeling. Heb jij dan nooit eens gefantaseerd over een andere vrouw?’
Ik legde mijn hand op zijn arm. ‘Het heeft echt niks te betekenen Peter. Ik ken die man niet en zal ook nooit met hem afspreken. Het is louter een oefening in het schrijven.’
Vanaf dat moment vertelde ik steeds aan Peter hoe het verhaal zich ontwikkelde. Het was beter voor ons huwelijk maar het remde me in het schrijven. Ik was de spanning kwijt die ik gevoeld had toen alles nog een beetje stiekem gebeurde. Frank had het ook gemerkt want hij vroeg me wat me dwarszat.
‘Je schrijft niet meer zoals eerst’, e-mailde hij me. ‘Is er iets gebeurd? Misschien moeten we elkaar eens ontmoeten?’
‘Nee, ik wil niet afspreken, ik vind het beter om elkaar niet te zien?’ mailde ik terug.
‘Waarom niet? Ik wil je zien. Laten we afspreken in de stad. In de lunchpauze, a.s. woensdag??’
Ik aarzelde. Wat kon er misgaan in een lunchcafé in de stad?
‘Nee, beter van niet Frank. Ik ben getrouwd en wil geen problemen.’ Ik verzweeg dit e-mailgesprek tegen Peter en wiste het bericht, ook uit de prullenbak.
Woensdagmiddag was ik vrij en fietste in de heerlijke lentezon naar huis. Met mijn favoriete playlist van Spotify aan en de wind in mijn haren, genoot ik van de ontluikende gele narcissen en paarse krokusjes in de berm. Daarom duurde het ook wel even voor ik in de gaten had dat er al die tijd dezelfde man achter me fietste. Bij de stoplichten stonden we naast elkaar maar hij liet me telkens als eerste vertrekken. Hij had een Ray-ban zonnebril op en een donkere hoody aan. De kap ver over zijn hoofd getrokken. Toen ik onze straat insloeg, volgde hij me nog steeds. Ik stapte af bij het begin van het huizenblok waar ons huis er één van was. Hij fietste verder en stak een hand in de lucht alsof hij gedag zwaaide. Vreemd. Misschien toch iemand van het werk. Ik kon beter niet meer zoveel thrillers lezen.
Met een glas vers geperst sinaasappelsap installeerde ik me achter mijn laptop. Ik was nog lichtelijk van slag door de achtervolging en merkte dat de adrenaline van pas kwam om spannender te schrijven.
Ik schreef ruim een uur en stuurde het verhaal door naar Frank. Met een gelukzalig gevoel begon ik aan het avondeten. Een ping-geluidje op mijn Iphone liet weten dat er een nieuwe e-mail was.
‘Zo ken ik je weer. Wil je echt niet afspreken? F’
‘Nee sorry Frank. Het blijft bij schrijven.’
Het mooie weer was als een eendagsvlieg. Regen striemde tegen het slaapkamerraam en wekte me nog voor de wekker. Peter heeft altijd de auto mee naar het werk maar wilde me wel afzetten. Toen ik instapte, tikte Peter op het raam. ‘Er is een band lek gestoken.’ Dat werd dus toch fietsen.
Enkele dagen later schreef ik de slotscène voor het verhaal met Frank. Mijn emoties waren in een achtbaan terechtgekomen, ik herkende mezelf niet in de persoon die deze prikkelende verhalen schreef niet en dreigde de controle kwijt te raken. Het beangstigde me en daarbij werd Frank steeds dwingender. Hij moest en zou mij ontmoeten, was geobsedeerd. Ik besloot ermee te kappen en maakte dat nogal resoluut duidelijk in een korte e-mail. Hij antwoorde direct.
‘Jammer schat. Ik zal geduldig op je wachten, en laat me je tenminste danken voor deze fantastische tijd tijdens een etentje, morgenavond om 20.00 uur bij Bitterzoet.’
‘Frank, ik wil geen afspraakje. Dat heb ik al steeds gezegd. Zoek maar iemand anders.’
‘Ik wacht toch.’
De volgende ochtend fietste ik de poort uit, toen ik werd opgeschrikt door een grote brul van Peter.
‘Moet je onze auto zien!’
Mijn ogen gleden van Peters ontstelde gezicht naar onze rode Peugeot. De spiegel hing eraf, bungelend aan een kabel en van voor tot achter liepen er kronkelige krassen door de glanzende metallic lak. Peter was woest en viste zijn telefoon uit zijn binnenzak. Terwijl hij met de politie belde, voelde ik een zeker onbehagen. Eerst die kapot gestoken band en nu die krassen en afgebroken spiegel…
Ondertussen deed ik mijn best om zonder de stiekeme fantasieverhalen toch uit de sleur van ons huwelijk te komen en boekte een verrassingsuitje met Peter. Ik hield dan wel niet zo van de sauna als hij, maar ik hoopte dat we ’s avonds eindelijk weer eens zoals vroeger, stomende seks zouden hebben. Onze saunatrip veranderde in een koude douche toen ik die dag de gordijnen opende in de woonkamer en mensen met een hond op straat naar ons huis zag wijzen. Toen ik de voordeur opende werd ik getroffen door slordige gifgroene letters op het witte kunststof: HOER. Terwijl ik verder het tuinpad opliep zag ik dat de hele voorgevel besmeurd was met dezelfde groene verf.
Ontzet dacht ik dat dit geen vandalisme meer was; volgens mij had Frank met veel drama zijn eigen voorstelling gegeven. Dit vertelde ik een uur later tegen de politie die aan onze keukentafel proces verbaal opmaakte. ‘Heeft u bewijzen mevrouw?’ Nee die had ik niet. ‘Heeft u bedreigingen van deze persoon ontvangen?’ Ik liet hem de berichten lezen waarin Frank aandrong op ontmoetingen die ik steeds resoluut had afgewezen. Maar de laatste e-mails die wel bezwarend waren, had ik gewist en daar hield ik wijselijk mijn mond over want Peter wist er niets van. De agent stelde vragen aan Peter die best ongemakkelijk waren maar hij stelde zich vrij zakelijk op en zei dat hij mij vertrouwde en dat er geen sprake was van een amoureuze relatie maar van een uit de hand gelopen schrijfaffaire.
Mijn laptop werd meegenomen naar het bureau om via het IP adres de identiteit van Frank te achterhalen. We hoorden later dat Frank inderdaad docent was en tijdens een huisbezoek van de politie niet bekend had, maar ook niets ontkend had. Peter en ik hadden enkele stroeve weken maar de rust keerde langzaam terug. Tot afgelopen zomer.
Samen met mijn collega’s ging ik naar een openluchtoptreden in het Gemeentepark. Vlak naast ons stond een man in een rode sweater met een Ray-ban zonnebril en een baseball pet op. Toen we dichter naar het podium gingen om The Golden Earing beter te kunnen zien liep hij mee. Toen ik bij de bar bier ging halen stond hij aan de andere kant van de bar. Mijn nekharen gingen overeind staan, hij herinnerde me aan die kerel op de fiets. Hij bleef even recht naar mij kijken, stak toen zijn hand naar me op en verdween, zonder iets te bestellen, in de menigte.
Twee dagen later stond Peter me opgefokt op te wachten toen ik thuis kwam van mijn werk. Hij had een anonieme brief op de deurmat aangetroffen en hield hem voor me. ‘Weet jij eigenlijk wel wat je vrouw allemaal uitspookt Peter?’ Er was een foto bij van mij op het parkconcert, gelukkig lachend tegen een man aanleunend die zijn armen liefdevol om me heen had geslagen. Hij droeg een rode sweater, had grijs halflang haar, een stoppelbaardje en een omhooggeschoven Ray-ban zonnebril.
Recente reacties
Archieven