‘Au, mijn hoofd. Waar zijn we? Wat is er gebeurd?’
Ze probeert omhoog te komen maar krijgt al snel in de gaten dat ze vastgebonden is. De paniek slaat toe en ze begint te gillen.
‘Ssst, Moniek. Stop. Stop met gillen’ probeer ik haar te kalmeren.
Ze stopt met gillen en kijkt me angstig aan.
‘Shit Sas, waar zijn we. Waar is Thom? Waar is die gek van een Guido?’
‘Ik weet het ook niet, maar goed is het niet’.
Mijn mond voelt droog en ik besef dat ik al uren niks meer heb gedronken. Het verlangen naar een glas koud water vult mijn gedachten en overheerst alles. Net als wanneer je een mier ziet lopen en acuut jeuk over je hele lichaam krijgt.
Ik kijk om me heen maar de ruimte is leeg. Omdat mijn handen op mijn rug zijn vastgebonden kan ik niet op mijn horloge kijken, ik heb geen idee hoe laat het is en hoe lang we hier al vastzitten.
‘Zullen we samen proberen om je rechtop te krijgen?” vraag ik aan Moniek. Ze rolt zich op haar linkerzijde en trekt haar bijeengebonden benen op. Ik wurm mijn voeten onder haar schouder en hef haar bovenlichaam op. Mijn buikspieren protesteren maar het lukt. Hijgend kruipt ze op haar knieën en richt zich verder op. Het lukt om te gaan staan.
‘Draai eens met je rug naar me toe, dan probeer ik te kijken hoe laat het is op je horloge.’
‘Doe geen moeite, ik heb geen horloge aan. Ik kijk altijd op mijn telefoon als ik de tijd wil weten. En ik heb mijn telefoon in de hotelkamer gelaten omdat ik wist dat we in de grotten toch geen bereik zouden hebben.’
‘Oké, probeer dan op de mijne te kijken. Ik wil weten hoe lang we hier al zitten.’
Met enige moeite weet ik mezelf ook op beide knieën te krijgen en op te staan. Maar mijn armen zijn zo strak aan elkaar gebonden dat het niet mogelijk is om een blik op mijn horloge te werpen.
Koortsachtig zoeken we iets scherps, iets wat uitsteekt waar we met het touw langs kunnen schuren om los te raken. Niets.
We staan rug aan rug en proberen met onze vingers het touw te ontwarren waarmee onze armen zijn vastgebonden.
De knopen in het touw zijn vakkundig gemaakt, het zou me niets verbazen als Guido bij de Scouting had gezeten toen hij kind was.
Opeens horen we het geluid van een sleutel die in een slot wordt gestopt. We laten ons zo snel mogelijk op de grond. Mijn hart klopt in mijn keel als ik de deur zie openzwaaien en Guido zie binnenkomen. Hij heeft de kap van zijn sweatshirt over zijn hoofd getrokken.
‘Zo dames, weer wakker zie ik? Jullie zullen wel honger en dorst hebben, ik heb er tenminste op gerekend.’
Hij zet zijn zwarte rugzak op de grond en ritst de bovenkant open. Zijn gehandschoende hand duikt de geopende rugzak in en vist er enkele in papier gerolde dingen uit. Er zit een rood-wit geruit servetje om dat met een elastiekje op zijn plaats gehouden wordt. Ik vermoed dat het belegde broodjes zijn. Verder haalt hij enkele flesjes water uit de tas en drie blikjes cola, een tros bananen en een paar appels. Ondanks de spanning lik ik langs mijn lippen want ik verga van de dorst. En afgaande op het gerammeld in mijn maag, heb ik ook honger al ben ik zo verrekte bang en onrustig, dat ik me afvraag of ik kan eten.
Hij ritst het vak dicht en opent een ander vak waar hij, tot mijn ontzetting een mes uitpakt en twee paar handboeien.
Ik kijk naar Moniek die ook angstig toekijkt. We hebben beiden nog geen geluid gemaakt, proberen zelfs niet te bewegen. Alsof hij onze aanwezigheid zou vergeten.
Hij pakt zijn mes en de handboeien en loopt op ons af. We deinzen terug maar doordat we vastgebonden zijn schuiven we niet meer dan enkele centimeters achteruit. Hij snijdt het touw rond onze enkels door.
‘Jullie hoeven niet bang te zijn hoor, ik ga jullie heus niet vermoorden. In ieder geval niet zelf. Of en hoe jullie dit gaan overleven, hangt geheel en al van jullie zelf af.’
‘Ga naast elkaar zitten’, gebiedt hij.
Met veel moeite schuiven we naast elkaar. Hij gaat achter ons staan, knielt neer en klikt een handboei om één van mijn polsen en slaat de andere om de pols van Moniek. Dan snijdt hij in een snelle beweging de touwen rond onze polsen door. We zitten dus met één hand aan elkaar vast waardoor onze buitenste arm vrij komt. De andere handboei gebruikt hij om onze geboeide handen vast te klikken aan een ring in de muur. Hij neemt geen enkel risico nu onze voeten niet meer aan elkaar gebonden zijn.
‘Wat ben je met ons van plan?’ vraagt Moniek met een bibberstem.
‘Survivallen’, zegt hij met een grote grijns. ‘Daar zijn jullie toch voor gekomen, en dat gaan we doen. Maar op mijn manier en niet voor halfzachte toeristjes. Jullie zullen je krachten hard genoeg nodig hebben, dus eerst eens even wat eten. ‘
Social tagging: grotten > ontvoering > survival
Graag het vervolg wat sneller……het wordt volgens mij nog spannend en de vrieskou komt er ook nog aan..xx
hoi Henk,
Ik geloof dat ik weer uit mijn winterslaap ontwaakt ben 🙂 Lentekriebels
Hé Ellisje,
Het wordt weer met de minuut spannender … (vast niet goed voor m’n bloeddruk, haha). En als Henk niet op het vervolg kan wachten, ik ook niet natuurlijk!
We lezen het hopelijk gauw
Hoi Inge, ik ga weer een poging wagen hoor…. hou het maar in de gaten