Archives for EJansen

Gooische Vrouwen; Brabantse Wijven…

filmSinds de komst van Netflix, de Videoland App, Prime TV en wat er nog op de markt is, ga ik bijna nooit meer naar de bioscoop. Jammer eigenlijk want de bekoring van het grote scherm; de verwachting in de volle zaal en de zoete geur van popcorn droegen toch allemaal bij aan een paar onvergetelijke uren. Een enkele keer ga ik nog naar de bios, met mijn kinderen, die de leeftijd van de tekenfilms inmiddels (gelukkig) ontgroeid zijn of met mijn zus of een vriendin. Als er een film komt die erom vraagt om op het grote witte doek te bekijken. Vanwege het effect, de impact of omdat de film hilarisch is.

 

 

Gooise Vrouwen dus, omdat er in de krant al zoveel over geschreven was en omdat mijn moeder van 81 deze film zo graag wilde zien. Meestal ga ik in Antwerpen naar de film maar om haar eerst in Halsteren te gaan halen en dan via Bergen op Zoom naar Antwerpen te rijden en dan weer terug vond ik wat overdreven, dus reserveerde ik voor twee personen op donderdagavond in de Bergse Bioscoop.
Het was vrouwenavond, niet alleen vanwege Gooise Vrouwen maar er was iets anders te doen waardoor genodigden met glaasjes Cava in de gang liepen te kakelen. Hierdoor was de grote zaal helaas uitgeleend en was Gooise Vrouwen verplaatst naar zaal 4. Type huiskamer en de voorste rij zit net zo dicht op het scherm als ik thuis voor de TV zit, al is mijn beeldscherm tienmaal zo klein.
Tot onze grote verbazing bleek er alleen nog plaats vrij te zijn op de eerste twee rijen. Het was nog twintig minuten voor acht. De achterste zes rijen waren op een enkele stoel na, leeg maar wel bezet. Op iedere stoel lag namelijk een jas. De overige 14 rijen zaten helemaal vol tot de eerste rij. Mijn moeder liep naar de derde rij van achter en gooide twee jassen opzij. Ik zei: ‘Ma, dat kan je niet maken, die stoelen zijn bezet.’
‘Bezet? Ik zie er niemand op zitten. Dit zijn geen bezette plaatsen van degene die nog even naar het toilet moest.’ Ze heeft natuurlijk gelijk maar ik vond het onfatsoenlijk. Maar nog onfatsoenlijker vond ik het gedrag van al die mensen die daar gewoon een jas hadden neergelegd en in de foyer stonden te drinken. Ik besloot de eigenaar van de bioscoop aan te spreken, ik kende hem nog van de jaren dat ik maandelijks naar voorstellingen van het filmhuis ging kijken. Hij liep met me mee en beaamde dat het zeer ongepast was.
‘Dat komt alleen in Bergen voor mevrouw, zei hij. ‘In mijn bioscoop in Roosendaal en Etten-Leur doen de mensen dat niet. Het is handdoeken-gedrag zoals op resorts,’ zei hij verontschuldigend lachend. En hij draaide zich om.
‘Dit kan toch niet? Laat u dat zomaar toe?’
‘Ik heb helaas niet de middelen mevrouw om bij iedere zaal een bewaker te zetten.’
‘Hier zijn nog twee plaatsjes vrij,’ hoorde ik iemand zeggen. Helemaal tegen de muur maar in ieder geval nog ver genoeg achterin. ‘Dapper van u dat u dit ging melden,’ zei een mevrouw. ‘Wij storen ons hier mateloos aan. De nieuwe bioscoop krijgt gelukkig genummerde stoelen.’
Niet lang daar klonk de gong als teken dat de film ging starten. Een horde druk pratende vrouwen kwam de zaal binnen, mijn moeder keek nog eens vernietigend om. Het licht ging uit.
Er ruste een vloek op de avond, de film was waardeloos. Pas na de pauze heb ik enkele keren moeten lachen. Met weemoed verlangde ik naar Willemijn en de eerste afleveringen van seizoen 1 en 2. Ik ben blij dat er geen open einde was en dat Gooise Vrouwen 3 er nooit zal komen.

 

 

 

Diagnose: ADR

huisvrouwen 1

Tijdens een verjaardagsfeestje zat ik naast een Claire-type uit Gooise Vrouwen. Haar blonde haren keurig in een wrong, bescheiden maar perfect aangebrachte make-up. Haar zoet-frisse parfum was luchtig. Ze droeg een hip en elegant, vrouwelijk jurkje.  Ik denk maatje 38-40. Naast haar was ik  Willemijn, maar dan niet vanwege mijn huishoudelijke talenten!

 

We raakten aan de praat. Ze kwam op mij over als een aardige moeder (van drie pubers), toegewijde echtgenote en huisvrouw.   Maar achter deze schijnbare perfectie kwam gaandeweg haar probleem boven tafel. Ze kon niet opruimen. Haar huis was altijd rommelig. Net als bij ons thuis wordt bij ‘Claire’ elk horizontaal meubelstuk gebruikt om dingen op te leggen, die er niet horen: opgevouwen wasgoed dat nog in de kast moet, papieren, rekeningen en allerlei rondslingerende rommel. Jassen over de stoelen, overal schoenen op de vloer. De schaamte als er opeens onverwacht bezoek komt.

Tussen deze wanorde hebben we echter ook bijna dwangmatige trekjes: de glazen en kopjes moeten wel keurig in gelid in de kast en het bestek ligt tegen elkaar strak in de besteklade! De handdoeken op nette stapeltjes in de kast.
En dat terwijl ik op mijn werk heel secuur ben en ordelijk kan werken. Daar wel. Haar conclusie was dat werken buiten de deur leuk is en volgens een structuur verloopt. Huishouden is gehouden aan zelfdiscipline en als je niet werkt kan veel wachten tot morgen en overmorgen. Het grappige is dat we allebei een moeder hebben die slaaf is van haar eigen huis, dat we allebei op vrijdag onze kamer moesten poetsen en inspectie kregen van moeder die met een vinger over de randjes ging. Een moeder die alles keurig opruimde en het menu voor de hele week had uitgestippeld.

Opgelucht ging ik die avond naar huis.  Ja ze bestond, mijn evenbeeld. Eindelijk was ik niet meer alleen met deze symptomen. Er was een naam voor ons syndroom. ADR. Alle Dagen Rommel. De diagnose was gesteld en er is geen medicijn voor. De enige remedie is een echtgenoot met veel geduld en begrip. Liefde dus.

 

The place to be

 

knokkeHet is maandag, en ik ben in mijn geliefde Knokke. Ooit hadden wij hier een appartement, voordat de crisis toesloeg. Vele weekenden heb ik hier doorgebracht met mijn gezin. Wandelend over de boulevard gedurende alle jaargetijden, zware stormen trotserend, terwijl het zand hoog opgewaaide en vlokken zeeschuim ons rond de oren vlogen. Of fietsend in de verwarmende lentezon, langs het Zwin, over het mooi aangelegde fietspad naar Cadszand en weer terug. En heerlijk liggen bakken op een gestreept strandbedje verscholen achter een windscherm tijdens de zomermaanden. Verlekkerd kijken naar de prachtige etalages met prijzen die voor ons niet waren weggelegd maar dat deerde niks. Genietend van een heerlijk ijsje van Glacier de la Poste, met warme chocoladesaus van echte Belgische chocolade.  Ja, Knokke is voor mij ‘the place to be.’

Vandaag heb ik mijn oudste zoon weer afgezet bij het internaat in Knokke waar hij al zo’n vijf jaar wekelijks van maandag tot vrijdag verblijft en zijn middelbare school volgt. Om half twee vanmiddag heb ik een gesprek op deze school. Ik ben hier dus al van kwart over acht en moet me bezig zien te houden. Het is koud en zo vroeg op de ochtend trekt een strandwandeling me (nog) niet. Ik ga naar de bibliotheek c.q. het Cultureel Centrum Scharpoord. Volgens zoonlief kan ik daar vanaf half negen in de studiezaal terecht met mijn laptopje en heb ik de hele ochtend om te schrijven. En wat is meer inspirerend dan schrijven terwijl je omgeven wordt door duizenden boeken?

De bibliotheek is nog gesloten, gelukkig zijn de toiletten wel open en ik treuzel wat met een spelletje Candy Cruz (ik vervloek degenen die me ooit uitgenodigd heeft hieraan deel te gaan nemen…) en om klokslag negen uur loop ik de trap op naar de studiezaal. Ik neem plaats tegenover twee jeugdige studenten  met hun Apple en installeer mijn laptop en meegebrachte studieboeken van de schrijfacademie. Dan hoor ik een stem achter me: ‘Excuseer mevrouw, de studiezaal is alleen voor studenten.’ Ik draai me om en zeg met een glimlach op mijn beste Vlaams:  ‘ik wil juist aan mijn huiswerk beginnen.’
‘Nee sorry mevrouw, het is voor jonge studenten, volwassenen mogen ’s middags komen.’ Ze kijkt onverbiddelijk.
Teleurgesteld pak ik alles weer in en stap in mijn auto. Ik rijd naar mijn favoriete koffietentje maar dat is gesloten. Langzaam schuim ik de Lippenslaan af op zoek naar een tentje dat open is en waar ik de komende uren durf door te brengen op één of twee Latte Macchiato’s. De crisis is tenslotte nog niet voorbij.

Knokke slaapt nog. Januari is een stille maand. Gelukkig zie ik licht branden in Brazila. Een koffiebranderij annex coffeeshop.  Nee, geen zakjes met wit poeder, maar balen verse koffiebonen en heerlijk geurende verse theeblaadjes.

Ik neem plaats aan een tafeltje, prachtige zwoele gitaarakkoorden vullen de ruimte en nog voor ik mijn koffie bestel heb ik al aan de uitbater gevraagd welke CD hij op heeft staan.  ‘Dat is “Quatros Ventos – Flôr do Mar”, mevrouw.’
‘Wat een prachtige muziek meneer. De laatste keer dat ik hier was vond ik de muziek ook al zo mooi, toen had u “Mariza” opstaan’. Hij lacht en knipoogt als bezegeling tussen mensen die mooie muziek waarderen. En zoals het een goed gastheer betaamd, klinkt een uur later de heerlijke fadomuziek van “Transparente van Mariza” door de boxen.

Meer heb ik vandaag niet nodig, schrijven zal me hier ook zeker lukken. Ik kijk al uit naar de volgende rapportbespreking op school.

 

Engelenhaar

engelenhaar

November is voor mij altijd een speciale maand. Op 24 november is mijn vader jarig en dat werd altijd gezellig gevierd.  Maar ook viel zijn verjaardag samen met de komst van de Sint. Vol verwachting klopt ons hart.

 

 

 

Mijn vader was vertegenwoordiger maar had een bijbaan als etaleur. Daar lag zijn passie en kon hij zijn creativiteit kwijt. In november voelde je de spanning stijgen, al die winkels die een sinterklaasetalage wilden. En daarna had mijn vader maar heel weinig tijd om de pakjes etalages te verwisselen voor sfeervolle kerstetalages, kwistig met Engelenhaar rond de lichtjes.
Deze spanning is hem toch een keer teveel geworden, tijdens het snoeien in de tuin kreeg hij het benauwd en had pijn op de borst. Hij was niet zo flauw, kwam binnen en vroeg me een borrel in te schenken. Later bleek dat hij een flink aantal vernauwingen had en hij een hartaanval had meegemaakt. Hij moest geopereerd worden. Daarna kroop hij net zo gepassioneerd als altijd de etalages weer in.
Zoals de trouwe lezers al weten, is mijn vader twintig jaar geleden gestorven, hij is tijdens een tweede hartoperatie niet meer teruggekomen.
In november is mijn vader heel dichtbij, en ga ik graag in allerlei steden naar etalages kijken.
Dit jaar voelde ik wat druk op mijn borst. En omdat ik familiair belast ben, besloot ik toch maar eens langs de dokter te gaan. Op mijn vaders verjaardag (24 november) moest ik naar de cardioloog. Dat gaf alles toch wel een beladen tintje. Een week later onderging ik een hartkatherisatie. Gelukkig geen vernauwingen, mijn vader heeft het vast op een akkoordje gegooid daarboven. Hij was altijd al goed in onderhandelen. De opdracht is vrij duidelijk.
Mijn aderen zijn ongewoon dun en kronkelig. ‘Oh’, zei mijn zus: ‘je hebt dus engelenhaaraderen’. Ja, een engelenhaarhart met mijn vader als beschermengel daarboven.
Wederom op 24 november, volgend jaar moet ik op controle, dan zal blijken of ik me aan mijn opdracht heb gehouden. Ik zal zorgen dat mijn vader trots kan zijn.

Stil Maar

boek obsessiesJe woorden galmen door mijn hoofd wanneer ik de babypop vastpak in de speelgoedwinkel. Levensecht, hoe krijgen ze het gemaakt. Liefdevol strijk ik over het kopje en neem haar mee naar de kassa.|
“Is het een cadeautje mevrouw?”|
Ik knik bevestigend. Het winkelmeisje wikkelt de pop in bloemetjespapier en doet er een roze strik om.
“Alstublieft mevrouw, veel plezier ermee. Ze zal blij verrast zijn.” 
Ze moest eens weten, denk ik glimlachend terwijl ik de pop aanpak. “Dank je wel.”

 

We wilden graag een kind. Ik misschien meer dan jij, maar mijn biologische klok was aan het tikken in tegenstelling tot die van jou. Een leeftijdsverschil van vier jaar is niet zo erg maar voor een vrouw die de dertig is gepasseerd, gaat het toch meespelen. Terwijl mijn vriendinnen zwanger raakten, bleef bij mij de maandelijkse menstruatie gewoon komen. Keurig op tijd.
“Een gezonde cyclus mevrouw, ik zou me niet zo druk maken. Niet iedereen is direct zwanger. Bij de een duurt het gewoon wat langer dan bij de ander.”
Onze huisarts trok zijn latex handschoenen uit, liep terug naar zijn ouderwetse mahoniehouten bureau en tikte zijn bevindingen in op zijn laptop. Ik tilde mijn benen van de stalen beugels en trok mijn slipje en broek aan en ging weer naast jou zitten.
“Maar we zijn nu meer dan een half jaar bezig dokter en ik wil dat u verder kijkt. Misschien heeft Marco wel onvruchtbaar zaad.”
Jij kleurde rood, niet van schaamte maar ik zag aan je ogen hoe boos je was. Hoe durfde ik jouw zaad in twijfel te trekken? Toch pakte de huisarts een potje uit zijn lade en gaf het aan je samen met een tijdschrift dat weinig aan de verbeelding overliet.
“In de gang is een toilet. Jullie zijn de laatste patiënten deze middag dus neem je tijd.”
Gelaten zag ik je opstaan en met het potje de spreekkamer uit lopen.
Toen we een week later terug in de spreekkamer zaten voor de uitslag, was de dokter heel stellig. Het zaad was springlevend, er was geen enkele reden waarom ik niet zwanger zou kunnen worden, vertelde onze huisarts kalm. We kregen een soort dagboekje mee waarin stond hoe ik mijn eisprong kon berekenen en waarin we alle pogingen moesten noteren.

Deze ‘nu of nooit’ momenten leverden in het begin wel spannende seks op. Even snel een wip op jouw kantoor in de pauze want om precies twaalf uur was het piekmoment. Begerig veegde je alles van je bureau en schoof mijn rokje omhoog. Ik kon nog net de witte designlamp vastgrijpen voor hij over de rand zou verdwijnen. Of die keer dat ik een hevige hoofdpijn voorwendde op mijn werk. Om vervolgens vliegensvlug naar huis te gaan waar we tegelijkertijd aankwamen en daarna in de lift de stopknop hebben ingedrukt omdat we niet konden wachten. Dat gezicht van de buurvrouw toen we half ontkleed naar buitenkwamen. Maar al snel ging het jou tegenstaan. Je klaagde dat ik je alleen nog als een dekhengst zag, dat er geen liefde bij kwam kijken. Alles draaide om zwanger worden en mijn hevige teleurstellingen als er toch weer bloedplekken in mijn onderbroek verschenen, werden niet langer liefdevol opgevangen, maar wekten alleen nog jouw ergernis op. Geen troostende arm meer rond mijn schouder of lieve geruststellende woordjes: stil maar schat het komt wel goed. Ik zag ook wel in dat het de verkeerde kant op ging. Maar ik wilde zo graag, zo ontzettend graag een baby.

Clair werd geboren, het eerste dochtertje van mijn beste vriendin. We gingen op kraamvisite en ik zat huilend met het schattige roze, naar Zwitsal geurende, baby’tje op mijn armen. Mijn vriendin dacht dat ik ontroerd was maar toen het huilen overging in onbedaarlijk snikken, pakte Robbert snel zijn dochtertje van mij over en gebaarde jou hem te volgen naar de keuken. Schokkend en met lange uithalen gooide ik mijn frustratie naar buiten en Clair probeerde me te troosten en moed in te spreken. Maar ik kon haar alleen maar haten omdat het haar wel gelukt was een kind te krijgen en mij niet. Het was het einde van onze vriendschap.

Op straat zag ik overal moeders met kinderwagens. Het stikte ervan. Of zwangere vrouwen die lachend met hun vent door het park wandelden, druk bezig namen te verzinnen en fantaserend over de kinderkamer.
Ik kon er niet meer tegen. En daar zaten we weer, bij de huisarts die ons dan uiteindelijk na een jaar oefenen, doorstuurde naar de gynaecoloog. Allerlei onderzoeken, testen en zelfs een kijkoperatie. Er was niets, maar dan ook niets wat een zwangerschap in de weg zou kunnen staan.
“Je wilt te graag,” zei je in de auto terug naar huis.
“En wil jij eigenlijk wel graag genoeg?” kaatste ik terug.
Je zei helemaal niks terwijl ik zat te schreeuwen en tieren. Toen we thuis kwamen, liep je in één streep door naar de slaapkamer waar je jouw deel van de kledingkast in tassen begon te proppen.
“Wat ga je doen?”
“Dat zie je toch? Ik heb er genoeg van. Ik ga een tijdje bij Dirk wonen, even afstand nemen.”
En weg was je.
Het kwam niet meer goed. Je kwam niet terug.

Mijn hele lichaam schreeuwde om een kind. Ik kon niet meer buiten komen; overal hoorde ik huilende of lachende kinderen. Baby’s, kleuters. Ook op televisie waren er meer pamperreclames dan ooit tevoren. Ik moest iets doen, het kon zo niet langer. Een homostel waarmee ik bevriend was, raadde me aan om een kinderaantekening te halen bovenop mijn diploma als verpleegkundige. Dan kon ik op de kinderafdeling gaan werken en was ik hele dagen omringd met kinderen die zorg nodig hadden. Misschien dat ik hier iets van mijn moederliefde kwijt kon. Eerst vond ik het een absurd idee. Ik was ervan overtuigd dat het mijn verdriet om het kinderloos zijn, alleen maar zou versterken maar Ludo en John bleven vasthouden aan hun standpunt en gaven mij de inschrijffolder voor de post HBOV opleiding, dus schreef ik me in.
Dertien maanden duurde de opleiding en het gaf me eindelijk wat rust in mijn hoofd. Hoofdstuk na hoofdstuk bestudeerde ik de anatomie van kinderen en de opeenvolgende groeifases. De studie over de verschillende kinderziektes maakte me zelfs aan het twijfelen. Als je las wat er allemaal met je kindje kon gebeuren, dan was je eigenlijk wel gek om een kind te willen. Ik leerde op de cursus ook nieuwe mensen kennen. En mijn docent. Paul.
Ik glimlach terwijl ik aan hem denk. Wat een lieverd. En zo goed met kleine kinderen. Hij is kinderarts. Via hem kon ik mijn stage lopen op de kinderafdeling van het ziekenhuis waar hij zijn praktijk heeft. En nu heb ik er een vaste aanstelling. Sinds een maand of twee. Paul en ik hebben een verhouding. Hij is getrouwd maar niet gelukkig. Een tweeling van vier is de enige reden waarom hij nog bij zijn vrouw is. Maar niet lang meer. Ik wil dat hij bij mij komt wonen. Als hij co-ouderschap neemt dan kan ik voor zijn tweeling zorgen. En voor ons ongeboren kind, wat hopelijk snel wordt verwekt. Toen we de eerste keer met elkaar naar bed gingen heb ik hem voorgelogen en gezegd dat ik de pil slik. We doen het al ruim een half jaar maar … nog steeds niets. Ik pieker me suf waarom het niet lukt en kan aan niks anders meer denken.

Ik loop door de blinkend gepoetste gang. Het linoleum heeft op elke afdeling een andere gekleurde rand aan de zijkanten. Op de kinderafdeling is de rand vrolijk geel. Nu loop ik over de gang naar de polikliniek gynaecologie. Hier is de rand blauw. Opeens verstijf ik bij het horen van een lach. Een lach die ik uit duizenden herken. Jouw lach. Ik schiet weg achter een pilaar en zie jou aan komen lopen met je arm rond een blonde vrouw. Haar ogen stralen en jij gaat helemaal in haar op. Mijn blik glijdt naar beneden en ik voel de grond onder me wegzakken als mijn ogen blijven rusten op haar buik. Een kleine verdikking maar onmiskenbaar zwanger. Het is goed dat ik bij de pilaar sta want anders was ik vast en zeker omver gevallen. Ik draai nog wat verder zodat jullie me zeker niet zullen opmerken, al is die kans nihil omdat jullie alleen oog voor elkaar hebben. Ik begin hevig te trillen en krijg zo’n pijn in mijn buik alsof alles samentrekt. Ik klap dubbel en hap naar adem. Marco wordt vader.
“Gaat het collega?”
Een oudere vrouw in verpleegstersjurk met Hilda op haar naamplaatje heeft mijn arm gepakt en leidt me naar het rijtje dichts bijstaande stoelen. Ze gaat naast me zitten en houdt twee vingers op mijn pols terwijl ze op haar horloge tuurt.
“Jeetje, je hartslag is wel erg hoog. Haal maar eens even rustig adem,” en ze ademt zachtjes fluitend uit.
“Zo ja. Adem in – pfff – adem uit. En nog eens. Goed zo.”
En langzaam kom ik weer tot mezelf.
“Dank je Hilda. Ik ben Carmen. Ik ben zwanger en werd onwel, ik heb nog niet gegeten,” lieg ik er zomaar op los.
Hilda’s bezorgde blik maar plaats voor een brede lach. “Ach, dat weet ik nog van toen ik zelf zwanger was”, zegt ze. “Blijf hier maar even zitten.”
Ze staat op en loopt richting de uitgang van de polikliniek. Even later komt ze terug met een bekertje warme chocolademelk en een koekje.
“Alsjeblieft, hier knap je vast van op.”
Dankbaar neem ik het van haar aan. Ik moet aan mijn oma denken die de lekkerste chocomelk van de wereld kon maken en altijd een luisterend oor had. Opeens begin ik te huilen, al kan ik Hilda natuurlijk niet de waarheid zeggen over mijn frustratie dat ik geen kinderen kan krijgen. Maar haar troostende armen die zachtjes over mijn rug strijken geven hetzelfde gevoel als destijds bij mijn oma.
“Tja meisje, een zwangerschap verandert je hormoonhuishouding en maakt je labieler dan anders. Ik zat altijd te janken bij iedere zielige film op televisie. Het hoort er allemaal bij.”
Snuffend koester ik me nog even in haar warmte en dan trek ik me langzaam terug. Ik sta op en pak het lege bekertje. Ik kan niet langer blijven talmen. Ik heb de perfecte oplossing voor mijn probleem gevonden en moet nu als de donder actie ondernemen.
“Ik weet niet hoe ik je moet bedanken, je was er precies op het juiste moment. Het gaat wel weer. Laten we terug aan het werk gaan.”

Paul is teleurgesteld wanneer ik hem vertel dat ik een time-out wil. Ik zeg dat ik het niet aan kan dat hij niet kan kiezen tussen mij en zijn gezin en dat ik een paar maanden in het buitenland ga werken. Via personeelszaken heb ik al onbetaald verlof geregeld. Ik huur een appartement aan de kust over de grens en koop positiekleding. Iedere maand ‘groeit’ mijn buik een beetje meer. Ik ga zelfs waggelend lopen. Ondertussen ben ik via gemeenschappelijke vrienden op Facebook op de hoogte van het verloop van de zwangerschap van Marco en zijn vriendin. Foto’s van de ingerichte kinderkamer en aangeschafte kinderwagen laten zien dat papa er helemaal klaar voor is. De baby kan elk moment komen…Klootzak.

Ik loop door de blinkend gepoetste gang. Mijn hart bonkt en mijn handen transpireren als ik de deur zachtjes openduw. Daar liggen ze, slapend. Mijn ogen vliegen over de schattige babyhoofdjes in de wiegjes. Bingo. Wat is ze mooi. En haar neusje, ze heeft jouw neusje. Ik rits mijn jas open en haal de pop uit de draagzak. Al die tijd blijf ik met mijn rug naar de bewakingscamera staan. Ik pak de baby op en wurm haar in de draagzak. Daarna leg ik de pop in haar plaats in de wieg. Voor de schijn loop ik nog langs wat andere wiegjes. Precies zoals tijdens de nachtrondes voer ik mijn controles uit. Jouw kindje maakt snikkende geluidjes. “Stil maar schatje, mama is hier.”

Mijn handen

handen

 Handen, de betekenis van mijn handen

 

 

 

 

Mijn handen, ik gebruik ze de hele dag. De bruine vlekjes verraden dat mijn jeugd voorbij is en ook de dertig al ruim ben gepasseerd.

Toch staan mijn handen aan het begin van een nieuw leven als mijn vingers over de toetsen razen.
Zij doen dit al jaren maar altijd in opdracht van mijn baas. Nu ben ik baas over mijn eigen handen, als ik de woorden laat ontstaan die uit mijn binnenste naar boven borrelen.
Ik heb geen dameshanden, geen keurig gemanicuurde secretaresse nagels. Maar ook geen verweerde huid van het poetsen. Toch een beetje een dametje? Uiterlijk misschien wel in mijn keurige jurkjes voor mijn werk, netjes opgemaakt en kleurig gelakte teennagels. Maar aan mijn handen geen franje. Ik wil geen hinderlijke ringen of nagels die kunnen scheuren omdat ze zo lang zijn. Ik wil geen onnatuurlijk opgelegde gelnagels. Ik wil vingers die vrij kunnen bewegen, fladderen van geluk terwijl ik schrijf.

 

 

 

bestek

bestek

Mijn besteklade is een allegaartje. De standaard plastic verdeelbak paste er niet in dus zijn het losse kistjes van Ikea geworden. Keurig liggen de lepels bij de lepels, de vorken bij de vorken en de messen bij de messen. Alleen is niet iedere lepel of mes hetzelfde.

 

Ooit heb ik bij de Hema een 9-delig bestek gekocht maar daarvan is al een mes en vork vuilnisbak verdwenen samen met een overgebleven prakje op het bord. Er liggen ook dierbare herinneringen in mijn besteklade. Deze mogen absoluut niet in de vaatwasser en niemand mag ze gebruiken, alleen ik.
Een kromme lepel, daterend uit de eerste wereldoorlog en gemaakt van heel licht materiaal, zilverkleurig maar beslist niet van zilver of roestvrijstaal. De lepel is van mijn opa geweest en hij heeft er jarenlang alles mee gegeten, soep, pap maar ook zijn aardappelen. Later gebruikte mijn oma deze lepel om een schep beslag in het vet te laten vloeien met oudjaar als ze haar heerlijke oliebollen bakte.
Een ander geliefd voorwerp is een gekarteld mes met mintgroen handvat, hier at mijn oma altijd mee. Ze had er zes, in verschillende kleuren maar zij nam altijd het groene en ik heb het gepikt toen de erfenis werd verdeeld. Tot slot nog wat onderdelen uit een eerdere relatie, niet uit sentiment maar omdat ik simpelweg niet van verspillen houd.

Back to school

type

In gedachten ga ik terug naar de eerste keer dat ik leerde schrijven, en dan bedoel ik dus als kind. Nu leer ik opnieuw schrijven als leerling aan de schrijfacademie. Na een online schrijfcursus bij Schrijfatelier Alicia (beginners en gevorderden) en enkele schrijfwedstrijden (met goed gevolg) verder, vind ik het tijd om professioneel goed te leren schrijven.

 

Het lespakket wordt thuisbezorgd, het is een hele doos. Een stapel boeken (red: leerboeken) en een viertal modules die onderdeel vormen van mijn gekozen onderdeel “Thriller schrijven”. Laten we het maar gelijk spannend aanpakken.

Op mijn vrije zaterdag zet ik de wekker vroeg om op tijd aan mijn moederlijke verplichtingen te doen en vertrek dan op het gemakje naar Den Haag. Toepasselijker kan haast niet: de les wordt gegeven in de Openbare Bibliotheek aan het Spui. Een half uur voor aanvang wil ik de draaideur inlopen om nog even naar het toilet te gaan en de Culturele Ruimte te zoeken. Ik sta letterlijk voor een gesloten deur. Er staat slechts één man te wachten. “De bib gaat pas om 10.00 uur open” zegt hij. Ik begin een praatje met deze vriendelijke Surinaamse man en het half uur vliegt voorbij. Intussen hebben zich allerlei mensen verzameld, een zeer gevarieerd publiek, zoals in een grote culturele stad als Den Haag verwacht mag worden. Steels kijk ik om me heen en probeer te ontdekken wie mijn mede-studenten kunnen zijn. Eigenlijk geen eentje, met uitzondering van een beetje griezelig figuur die ik wel een moord zie plegen. En niet alleen op papier. Op het gemakje komt achter het glas een beveiligingsbeamte in beeld die de draaideur ontsluit en teveel ongeduldige mensen proppen zich in een derde vakje waardoor de deur natuurlijk vastloopt. Ruim vijf minuten later meld ik me aan de balie op de derde verdieping. Er zijn voldoende boeken om de hele stad aan het lezen te krijgen. Er zijn nog steeds geen mede studenten te zien en het wordt toch akelig spannend. Voor de zoveelste keer check ik de uitnodigingsmail op mijn Iphone. Het staat er toch echt: 13 september 10.00 uur, Bibliotheek, Spui 68 in Den Haag. Gelukkig meldt zich een man met schoudertas. Hij komt ook voor de schrijfacademie. Pff. Dus toch. Even later is ons groepje compleet en is de docent ook gearriveerd, met kannen koffie.

Maar goed, ik dwaal af. In gedachten ga ik terug naar mijn eerste schrijfles.

De verbeten trek rond de smalle lippen van juffrouw Karin sprak boekdelen als ze de greep van mijn pen probeerde te verbeteren. “Nee, nee, nee. Je doet het alweer fout”, siste ze in mijn oor terwijl ze mijn vingers haast fijnkneep. Maar zodra ze losliet,  krulden mijn vingers zich terug in hun veilige samengeknepen vuistje. De pen, rustend op mijn gebogen middelvinger werd gestuurd door het topje van mijn wijsvinger. Mijn duim er stevig omheen geklemd.  Met de tong tussen mijn lippen schreef ik zo goed en kwaad als het kon “Elsje Jansen” op de lichtblauwe lijntjes.

 

U raadt het zeker al, dit was de vooropdracht van les 1 

 

 

 

De geur van Philip Morris en mijn pa

philipmorrisPhilip Morris Bergen op Zoom gaat sluiten. Een groot drama voor de circa 1200 medewerkers die per 1 september hun baan gaan verliezen en waarvan sommigen net niet meer hun pensioen gaan halen.

Persoonlijk is mijn link met Philip Morris een heel andere.

 

Eerst was het een grote concurrent. Mijn vader was immers sigarettenvertegenwoordiger bij de Koninklijke Niemeijer in Groningen; u weet wel van de Samson Shag, Javaanse Jongens en Roxy. Mijn vader was natuurlijk zwaar tegen Marlboro, maar rookte intussen zelf stiekem van de concurrent en stopte zijn Benson and Hedges sigaretten in een leeg doosje van Roxy. Roxy was ooit het merk van Johan Cruijff: “Rook verstandig, Roxy Dual”, was zijn reclameslogan. Als er weer een nieuw reclamefilmpje uitkwam van de sigaretten of Samson Shag mochten we altijd gratis naar de bioscoop. Of naar Pinkpop!

Als klein meisje mocht ik in de schoolvakanties altijd met mijn vader mee als hij winkels ging bezoeken.  Hij stuurde me als spion vooruit om bij de kassa  van de winkel te gaan kijken of er wel een meter Roxy sigaretten in het schap stond, want dat was de actie en daar kreeg de winkelier extra bonus voor. Of  ik moest bij kleine sigarenzaakjes binnen lopen, pakje kauwgom kopen en intussen controleren of de toonbankactie ook daadwerkelijk op de toonbank stond.

Het rayon van mijn vader bestond uit Zeeland en West-Brabant en we waren dus een hele dag onderweg om zo’n twintig klanten te bezoeken. Onderweg gezellig ergens lunchen: twee bruine boterhammen met kroketten en een kopje tomatensoep. Het Lotus koekje bij de koffie gaf mijn vader aan mij. Ik koop ze nog steeds…
Ook gingen wel altijd met zijn tweeën helemaal naar het hoofdkantoor in Groningen om zijn auto om te ruilen voor een nieuwere Ford. De laatste was heel chique, een goudkleurige Taunus (geen stationcar maar heuse sedan) en had geen reclameborden meer langs de zijruiten van de kofferbak. We verzonnen altijd een grappige zin met het nieuwe nummerbord om het beter te kunnen onthouden. Zo kreeg mijn moeder een nieuwe BH in ’92 met cub C (BH-92-CD)

Thuis hielp ik mijn vader in zijn garage met dozen vouwen of dozen klaarmaken met verschillende sloffen sigaretten, shag en pijptabak. Die heerlijke geur van tabak, zo anders dan de smerige sigarettenrook!
En die geur, die geur hangt vandaag nog altijd in de lucht als ik langs Philip Morris rijd. Ik draai mijn raampjes open, snuif diep, heel diep dit vertrouwde aroma in en voel me heel dicht bij mijn vader die ik al twintig jaar moet missen.
Afgelopen week toerde  ik in mijn auto met open dakje weer voorbij de fabriek van Philip Morris. Heimwee sloeg toe en dikke tranen rolden over mijn wangen. Mijn jongste zoon legde troostend zijn hand op mijn been: ‘dat vind je vast wel erg hè, mama? Dat Philip Morris weg gaat en je nooit, nooit meer die geur van je vader kan ruiken. En eigenlijk ruikt die zoete weeïge lucht best wel lekker. Kon ik het maar voor je in een flesje vangen.’ De lieverd.
Dus nu het nog kan, rijd ik er zo vaak mogelijk langs. Bergen op Zoom is het zelfde niet meer als Philip Morris dit najaar voorgoed haar deuren zal sluiten en de rook om mijn hoofd voor altijd is verdwenen.

Matje voorlopig in de kast (vervolg op Hangmatje en Komt een dokter bij de vrouw)

matjeNaarmate de operatiedatum dichterbij begint te komen, hoe onrustiger ik word. Dat is niet gek zult u denken. Wie zou er nu niet zenuwachtig zijn voor een ingreep, ook al duurt die maar een half uurtje en kan het zonder grote ritssluiting.

Een klein stemmetje in me, gaat steeds harder schreeuwen. Doe je er wel goed aan? Je kan niet meer terug. Wat als….

 

Ergens diep verborgen komt er opeens een flits tevoorschijn van een uitzending van de Tros; Radar. Met een scheef oog en één oor had ik, terwijl ik met iets anders bezig was, ruim een jaar geleden woorden opgevangen van matjes bij vrouwen met verzakkingen en incontinentieproblemen.
Ik ben er geen voorstander van, om bij vermeende kwaaltjes mijn PC in te duiken en internet af te surfen. Je komt hier de meest onmogelijke doemscenario’s tegen of verhalen van lotgenoten die weinig bemoedigend zijn. Zeg maar ronduit ontmoedigend! Je kan me beschuldigen van struisvogelpolitiek, om dezelfde reden lees ik bijna nooit een ,krant. Al die ellende in de wereld, ik word er niet vrolijk van.

Toch blijft het stemmetje zeuren en drie dagen voor ik onder zeil zou gaan en in (lees: met) een hangmatje zou ontwaken, deed ik het toch. Gisteravond pakte ik mijn laptop, opende Google en typte in: Radar uitzending gemist, matjes.

Bang! Kies maar uit. Ik klikte op de eerste beste link en zag Ria Bremer op mijn 17 inch scherm een inleidend praatje houden waarna twee dames in een filmpje vertellen dat hun leven een hel geworden is na het plaatsten van een kunststof matje. Ze konden niet meer fatsoenlijk zitten, hadden dagelijks pijn en seks was taboe.

Mijn hart sloeg over bij het zien van al dit leed. Snel klikte ik verder en kwam op de pagina van de Geneeskunde Inspectie, zag gesprekken met artsen die met hun handen in het haar zaten omdat zij nieuwe technieken hadden uitgeprobeerd terwijl er eigenlijk niks mis was met de oude methode. En nu vrouwen op hun spreekuur kregen met onomkeerbare klachten. De matjes vergroeien namelijk met het weefsel en kunnen niet meer verwijderd worden.

Ik besloot terstond de operatie te cancelen. Tenslotte is het hooikoortsseizoen voor mij op zijn einde en moet ik niet veel meer niezen. Ik heb namelijk respijt, een half jaar zeker, om uit te zoeken of er een andere oplossing is.

Het matje wordt dus voorlopig even in de kast gelegd.