Archives for teambuildingsuitje

Onderaards – deel 27

grot

Ik val, dieper en dieper. Mijn oren suizen en ik ben misselijk. Stemmen in mijn hoofd, gegil. Mijn borst doet zeer, een beklemmend gevoel. Ik krijg geen lucht. Het suizen wordt ondraaglijk.
Mijn mond is droog, mijn hoofd zit vol watten en ik voel me heel raar, in mijn oren een rare ruis en dan herken in het gevoel.

Ik ben flauwgevallen. Opnieuw overvalt me een gevoel van paniek maar dit keer spreek ik mezelf hardop streng toe. “Rustig ademen, adem in, pfff, adem uit. Ik leg mijn handen op mijn buik en probeer zo mijn hoge en snelle ademhaling onder controle te krijgen. Ik realiseer me in alle hevigheid waar ik ben. Opgesloten in een donkere hut, zonder licht of frisse lucht behalve het minime dat door de millimeterspleetjes tussen enkele planken binnenfiltert. Daaraan kan ik zien dat het dag is. Ik heb geen idee hoe lang ik al in deze blokhut ben. Ik weet nog dat ik op bed ben gaan liggen en mezelf in slaap heb gehuild.

Mijn ogen doen zeer, de huid erom heen is schraal van het opgedroogde zout. Mijn lippen zijn gesprongen en ik heb pijn in mijn maag. Ik voel iets tegen mijn been liggen en mijn hand vindt een plastic fles. Water. Ik drink enkele slokken en voel aan het gewicht dat de fles zeker half leeg is. Ik neem nog twee slokjes en draai dan resoluut de dop op de fles en leg hem terug op het bed, tegen de wand. Voorzichtig ga ik staan en schuifel dan met gestrekte armen voor me uit op zoek naar de tafel. Daar moet nog een krentenbol liggen. Ik stoot tegen de stoel en schuif met mijn hand over het ruwe tafelblad. Hebbes. Ondanks dat ik de zak de vorige keer goed had dichtgedaan, is de krentenbol helemaal hard geworden. Ik neem een hap maar mijn droge mond is niet in staat om het hard geworden brooddeeg malser te maken. Zonder een slok water krijg ik dit niet weggeslikt. Opnieuw gaat mijn hart in versnelling als ik bedenk dat dit het laatste eetbare is. Hoe lang zal Guido wegblijven? Zal hij nieuwe voorraad aan het halen zijn? Wat zei hij ook al weer toen hij me hier achterliet? O ja, iets over uithoudingsvermogen maar dan niet fysiek. Denkt hij dat hij me zo gek kan krijgen? Door me in het donker op te sluiten? Tegen beter weten in rammel ik weer aan de deur. Ik bonk en roep maar stop er weer mee. Verspilde energie.

Ik loop heen en weer van de ene wand naar de andere, tel de keren dat ik draai. Na twintig keer stop ik ermee. Vermoeid ga ik op het bed zitten en neem twee slokken water. Ik ga liggen en rol me op. Slapen dood de tijd, slapen dood de tijd, als een mantra herhaal ik het. Starend in het donker zie ik Moniek’s lichaam weer liggen. Zou ze nog leven? Zou ze gevonden zijn? Ik hoop toch zo dat ze gevonden is. Ik moet er niet aan denken dat zij daar nog zo ligt, op de harde grond. Geen eten of drinken en vergaan van de pijn. Dat been lag er zo raar geknakt bij. Dat is een ernstige breuk. Ze zal zich nooit zonder hulp kunnen verplaatsen. Maar misschien zal ze wel nooit meer bewegen.

En onze collega’s? Zijn ze nog in de Ardennen of  is alleen Paul achtergebleven als contactpersoon voor de politie. Hoe groot zou de zoekactie zijn? Ik heb nog geen helikopters horen vliegen. Of zouden we heel ver weg zijn van Grandhan, en is het zoekgebied nog niet zo ver uitgebreid? Ze zullen toch niet aan de 24 uur vasthouden die iemand vermist moet zijn voor ze gaan zoeken?

Mijn kussen wordt nat van de tranen die geluidloos uit mijn ogen stromen. Ik kan ze niet stoppen. Ik steek mijn tong uit om het zout op te vangen. Zout houdt vocht vast zei mijn oma altijd. Ze is al jaren dood maar het is net of ze naast me op het bed zit en tegen me praat. En opeens besef ik dat ik hier wel eens dood kan gaan.

Onderaards – deel 26

 

grot

Guido vloekt in zichzelf. Hier heeft hij niet op gerekend. Dat ze gevonden zou worden door voorbijgangers. De afgelopen maand was er niemand langs deze route gelopen. Tijdens de voorbereidende fase had hij namelijk een verborgen camera geplaatst, die aansprong als er beweging in de buurt was. Het alarm was niet afgegaan, als je die keer dat er een berggeit had rondgelopen, niet meerekende.

 

Hij was er min of meer van uitgegaan dat gedurende het voorseizoen er geen klimmers naar deze site zouden komen. Het was niet echt een uitdagende berg en de meer ervaren klimmers kozen een moeilijker parcours. Deze rotswand was eigenlijk voor de vakantiegangers die thuis een beetje aan klimmen deden op zo’n klimmuur. Het lag te ver weg van Adventure World om mee te nemen in het aanbod en er waren geen andere gidsen die deze berg in hun programma hadden.

Daarom is hij geïrriteerd dat zijn plan nu wordt doorkruist. Hij kijkt nog eens door zijn verrekijker naar de vrouw die bij Moniek op de grond zit. Ze draagt een outdoor jas van de Decathlon, maar heeft wel dure wandelschoenen aan. Haar lange blonde haren hangen in een vlecht op haar rug en hij ziet geen ringen aan haar vingers, waar tevens ieder spoor van nagellak ontbreekt. Geen barbiepop. Aan de manier waarop ze het vuur aanlegt kan hij zien dat ze een buitenmens is, iemand van de natuur. Even voelt hij een lichte huivering. Zo’n vrouw zou wat voor hem zijn. Zou zij degene zijn waar hij al jaren naar op zoek is? Eentje die met hem de wilde natuur in wil trekken, verre reizen wil maken. In de middle of nowhere weken op elkaar aangewezen zijn zonder iemand tegen te komen. Stop, stop met fantaseren idioot. Denk na, hoe ga je dit oplossen? Als dat stomme wijf bijkomt dan vertelt ze alles. Ze mag dit niet overleven. En je moet snel zijn want die vent van Heidi is om hulp.

Guido schuift langzaam terug naar achter. Als hij op veilige afstand is staat hij op en loopt terug naar zijn rugzak. Hij maakt zijn jachtgeweer los die met riempjes zit vastgegespt. Dan rommelt hij in zijn rugzak en pakt extra ammunitie. Vervolgens neemt hij een blikje met schoensmeer uit zijn tas en maakt enkele donkere vegen over zijn gezicht. Hij draagt al een camouflagejasje en met zijn donkere cap op is hij onherkenbaar. Hij kruipt terug naar de afgrond en legt aan. Met zijn ene oog dichtgeknepen kijkt hij geconcentreerd met zijn andere door de zoeker. Zijn vinger losjes om de trekker. Dan haalt hij de trekker over. Een gedempte knal, vogels vliegen verschrikt op maar beneden heeft Heidi het niet gehoord. Ze is te druk met het vuurtje bezig en zit met haar rug naar Moniek. Hij heeft haar geraakt, haar lichaam hangt schever dan eerst. Er vormt zich een rood stroompje bloed. Zijn hart bonkt enorm, adrenaline schiet door zijn lijf, dit is toch wel iets anders dan op een hert of konijn schieten!  Zijn handen beven als hij het geweer doorlaat en weer aanlegt. Ze is niet dood want hij heeft haar hart niet geraakt. Een hert was er al lang vandoor gegaan.  Hij aarzelt even, nog nooit eerder heeft hij een mens vermoord. Voor half dood achtergelaten, dat wel.  In Frankrijk twee jaar terug. En sindsdien was die niet te stillen honger ontstaan. Die was niet meer te stillen met gevaarlijke sporten, met het verleggen van zijn eigen grenzen op survivalgebied. Nee, hij had er anderen bij nodig.

 

Onderaards – deel 25

grot
Terwijl Saskia opgesloten zit in een dichtgetimmerd en donker chalet, en het spoor van rechercheurs Pieter en Max doodloopt, stuiten twee wandelaars op een lichaam….

‘Mevrouw, hoort u mij? Mevrouw.’ Ann schudde voorzichtig aan de schouder van de onbekende vrouw die half tegen een rotsblok aan zat. Haar been lag in een rare hoek en haar gezicht was spierwit. Anne legde twee vingers in haar hals en voelde een zwakke hartslag. ‘Ze leeft nog’ zei ze met enige opluchting maar bezorgd keek ze naar Ludo.  Die was al druk in de weer met zijn telefoon en vloekte toen hij geen bereik bleek te hebben.

‘We moeten hulp halen, de gsm heeft hier geen bereik. Het lijkt me het beste als ik terug loop en jij hier bij haar blijft.’

‘Maar het is al laat in de middag, nog even en de zon gaat onder.’

‘Ik weet het schat maar ik ben sneller dan jij en stel dat ze bij kennis komt, dan zal ze blijer zijn met een vrouw.’

Ann moest ondanks alle ellende wel lachen om zijn redenatie. Ludo was altijd maar liever bezig en moest een doel voor ogen hebben. Hulpeloos zitten wachten naast een bewusteloze vrouw hoorde hier niet bij. Nee, Ludo wilde actie, zo snel mogelijk hulp gaan halen. Hij rommelde nog even in zijn rugzak en gaf Ann een zaklamp en twee flesjes water en een banaan. ‘Ik probeer zo snel mogelijk hulp te halen, misschien heb ik verderop al bereik als ik wat meer op vlak terrein ben. Zal ik nog wat takken sprokkelen zodat je een vuurtje kunt maken?’

‘Nee schiet nu maar op, ik zal zelf zo wel rondkijken.’ Ann stond op en gaf haar man een kus.

Daarna knielde ze snel weer naast de roerloze vrouw en voelde nogmaals in haar hals. Ze schroefde het dopje van het flesje water en liet wat druppels water op de lippen van de vrouw vallen. Er kwam geen reactie. Toch had ze het idee dat de vrouw verplaatst was naar het rotsblok want als ze omhoog keek naar de steile rotswand leek het haar sterk dat de vrouw tegen het rotsblok gevallen was. Dan was ze onherroepelijk dood geweest. Hoe lang zou ze hier al liggen? En waarom was ze alleen? Zou iemand anders al hulp zijn gaan halen en haar zo tegen de rots hebben gelegd? Ann keek om zich heen en ging op zoek naar takken en wat droog gras zodat ze een vuurtje kon aanleggen. Allereerst zou het warmte geven en de rook zou ook misschien de aandacht trekken van andere wandelaars of klimmers in de buurt. Voor het eerst was Ann blij dat ze nog steeds niet gestopt was met roken toen ze haar aansteker bij de takken hield. Ze blies zachtjes maar het stapeltje takken wilde geen vlam vatten. Ze rommelde in haar zakken en vond een bon van de Decathlon. Ze maakte er een prop van, stak deze aan en legde het snel op wat dorre bladeren. Het werkte. Blij als een kind stak ze haar handen uit boven het vuurtje en controleerde daarna opnieuw haar patiënt. Ze begon honger te krijgen en dronk een paar slokken water. Ze wilde nog even wachten met de banaan want volgens haar horloge was Ludo nog maar een half uur weg. Ann besloot om nog wat meer takken te zoeken en liep iets verder weg van het vuurtje. Niets vermoedend van het onheil boven haar hoofd.

Guido lag op zijn buik en keek met een verrekijker over de rand van de rots.

Onderaards – deel 22

grot

Pieter van Torre trekt de overall over zijn dienstkleding en zet de helm met lamp op die hij van het survivalteam van Adventure World krijgt aangereikt. Achter hem staat Max al klaar met zijn speurhond aan de lijn. De hond ruikt aan een spijkerbroek van de verdwenen Saskia en Moniek. Ze worden al twee dagen vermist na een teambuildingsuitje.

 

 

Hij knikt kort naar de instructeur en ze lopen naar de ingang van de gang die hen door het grottenstelsel zal leiden. De instructeur is een ervaren speleoloog en werkte op de dag van de verdwijning, sterker nog… hij heeft de groep begeleid op de tocht door de nauwe openingen naar de Romegrot. De man die bij hen was, Thom, is terecht maar ligt opgenomen op een psychiatrische afdeling van het ziekenhuis totaal in de war. Van de meiden ontbreekt tot nu toe elk spoor, evenals van de tweede gids Guido.
‘Hoe ervaren is uw collegagids eigenlijk?’ Pieter kijkt Steven vorsend aan.
‘Hij is een all-rounder, kan alles van het programma dat wij hier aanbieden. Was vroeger al actief bij de Giro.’
‘De Giro?’ vraagt Paul. De directeur van reclamebureau ziet er slecht uit. Sinds twee van zijn medewerkers vermist zijn, en zijn compagnon zwaar gewond en getraumatiseerd in het ziekenhuis ligt, heeft hij geen oog meer dichtgedaan. Hij heeft de rest van de medewerkers van “Pepper” terug naar huis gestuurd. Onder groot protest natuurlijk, want iedereen was ongerust en wilde blijven. Maar er liggen nog veel reclameopdrachten te wachten, en het bedrijf kan het zich niet permitteren om klanten te verliezen.
‘Ja de Giro, dat is zoals de Scouting. Maar daarnaast heeft hij een bachelorsdiploma als sportinstructeur. Hij werkt nog niet zo lang bij ons, maar er zijn tot nu toe geen klachten of incidenten gemeld.’ Steven voelt zich verantwoordelijk voor de vermissing aangezien hij teamleider is van alle instructeurs.
‘Heeft u de gevraagde kleding meegebracht meneer Franken?’
‘Ja, hier heb ik truien van Moniek en Saskia.’ Paul geeft een rugzak aan de rechercheur die met plastic handschoenen de kledingstukken eruit haalt en doorgeeft aan zijn collega Max. De Duitse Herder duwt zijn neus in de stof en na een commando van zijn baas loopt hij met zijn neus aan de grond naar de ingang van de grot. Pieter en Max volgen hem onmiddellijk. Paul maakt eveneens aanstalten om de grot in te gaan maar Steven houdt hem tegen.
‘U kunt het beste hier blijven meneer. Ik heb geen tijd om me om u te bekommeren en ik moet er niet aan denken dat u ook nog verdwaalt.’ Hij draait zich resoluut om en rent achter de politieagenten aan.
‘Wilt u mij volgen meneer Franken, dan zal ik binnen een koffie voor u maken.’ De eigenaar van Adventure World heeft zijn hand al om de ellenboog van Paul gesloten en duwt hem zachtjes maar bewust naar de ingang van het in grijze leistenen opgetrokken gebouw.

 

 

Onderaards – deel 20

grotGuido is vlak bij me en kijkt me boos aan. ‘Wat een stomme trut, die vriendin van jou. Net doen alsof ze al vaker geklommen heeft en dan naar beneden donderen.’
‘Is ze echt niet dood?’
‘Nee ze leeft nog maar ik kan geen oponthoud gebruiken en heb echt geen tijd om haar handje vast te gaat zitten houden.’

 

 

‘Maar je kan haar toch niet zomaar laten liggen? Zonder medische verzorging, zonder drinken. Dat is onmenselijk. Ik wil naar haar toe.’
‘Jij hebt niks te willen, als je het wilt overleven moet je voorruit. Komaan, opschieten.’
Als hij de aarzeling op mijn gezicht ziet trekt hij opeens zijn mes en zet het op mijn zekeringstouw.’
‘Wat wordt het? Naar boven of naar beneden. Aan jou de keuze.’

Ik kijk nog eenmaal naar beneden, Moniek ligt er nog precies hetzelfde bij. In mijn ooghoek zie ik Guido’s hand met het mes bewegen en ik verbeten hijs ik me op naar de volgende zekering. Ik ben zo vreselijk boos over deze onmacht dat ik naar boven klim alsof ik nog nooit iets anders in mijn leven heb gedaan. Mijn vingers doen zeer, mijn nagels zijn gescheurd en sommige vingertoppen bloeden. Verbeten klim ik verder. Guido is inmiddels al boven over de rand verdwenen en wanneer ik enkele seconden later ook de rand bereik hijst hij me al aan mijn tuig over de rand.

Hijgend van de inspanning en emoties blijf ik even op mijn rug liggen. Geen wolkje aan de blauwe lucht. Ik sluit even mijn ogen en adem in – en uit. In – en uit. Iedere keer opnieuw zie ik de val van Moniek. Ik kan nog steeds niet snappen dat ze helemaal naar beneden is kunnen vallen. Ze zat toch gezekerd aan het touw? Ik verdenk Guido ervan dat hij met de touwen geknoeid heeft.
Wanneer ik mijn ogen open, zie ik dat Guido de touwen inmiddels heeft ingehaald en alles in zijn rugzak propt.
‘Kom, we gaan verder.’
Moedeloos kom ik overeind. Wat is zijn volgende actie? Hoe gaat hij deze survival strijd verder nu Moniek er niet meer bij is. Ik dacht dat hij een kick kreeg van de onderlinge competitie. Als ik niet zo bezorgd zou zijn om Moniek zou ik verbaasd zijn over het uitzicht hier boven op de rots. Beneden zie ik de rivier kronkelen waar we eergisteren nog gezellig met het hele team van Pepper het kanoën waren. Ik denk aan Paul en de anderen en begin te huilen. Steeds harder, onbedwingbaar.
Voor ik het in de gaten heb voel ik een scherpe brandende pijn aan mijn rechterwang. Hij heeft me geslagen.
‘Stop met janken en loop door.’ Guido trekt aan mijn arm en ik strompel achter hem aan.
We komen aan de rand van een dennenbomengebied en hij gaat een pad in dat schuin naar boven loopt. De bomen laten weinig licht door en een beklemmend gevoel vult mijn gemoed. Zachtjes snuffend loop ik naast hem, hij heeft mijn arm nog steeds vast.
Het wordt steeds donkerder, waarschijnlijk loopt het al tegen het einde van de middag. Ik ben alle besef van tijd kwijt. We lopen al een tijd niet meer op het bospad maar klimmen tussen de bomen en boomstronken door verder naar boven.  Ik ben moe, heb honger en dorst. Naar mijn gevoel hebben we uren gelopen wanneer we bij een blokhut aankomen. Het houten geval ziet er verwaarloosd uit, het dak is bedekt met mos en de dichte luiken zijn bedekt met groenige aanslag.
Guido laat me los en rommelt in zijn tas tot hij er een sleutel uitvist. Hij maakt de deur open en duwt me naar binnen. Het is donker en het ruikt er muf.

Onderaards – deel 19

grot

Kleine terugblik: Een reclamebureau gaat op teambuildingsuitje in de Belgische Ardennen. Op de tweede dag worden Saskia en Moniek door de gids afgezonderd tijdens een tocht door de onderaartse grotten. Hij ontvoert hen en het uitje verandert in een ware survivaltocht. 

Moniek plaatst haar rechtervoet op een smalle richel die iets uitsteekt en klikt links haar zekering vast. Dan gaat haar linkervoet schuin omhoog en zet ze zich af terwijl ze tegelijkertijd een andere zekering vastklikt aan een hoger gelegen haak.
‘Nu jij Saskia, gewoon achter me aan klimmen.’

Ik veeg mijn vochtige handpalmen af aan mijn broek en zie Guido zwijgend een zakje vastmaken aan de zijkant van mijn gordel. Er zit een wit poeder in. Magnesium schiet er door me heen, net als vroeger op turnles.
Dankbaar voor dit kleine attente gebaar stop ik mijn rechterhand in het zakje en wrijf het poeder tussen mijn handen. Dan sla ik mijn handen tegen elkaar om het overtollige goedje weg je kloppen. Gespannen trek ik nog even aan het touw en ga op armlengte van de rots af staan. Ik plaats mijn rechtervoet in navolging op Moniek op de richel en trek me omhoog. Mijn knieën knikken maar ik verman mezelf en klik de zekering vast aan de haak. Mijn linkervoet gaat naar de volgende richel en ik zigzag langzaam omhoog. Zolang ik niet naar beneden kijk gaat het redelijk. Moniek is al een flink stuk boven mij wanneer loszittende steentjes naar beneden vallen, in een reflex draai ik mijn hoofd de andere kant op en druk mezelf plat tegen de rots. Dan hoor ik haar gillen en ik kijk direct omhoog en zie haar vallen en met een smak tegen de rots aankomen.
‘Moniek, gaat het?’
Het blijft stil. Ze beweegt niet. Shit, zou ze met haar hoofd tegen de rots gekomen zijn? Het ging zo snel allemaal.|
‘Moniek!’ Mijn stem slaat over en ik kijk naar Guido op de grond. ‘Doe iets, help haar!’
Guido zet een paar stappen achteruit en trekt het touw strak. Er volgt een harde knal en ontzet zie ik Moniek op de grond kwakken. Ze ligt in een rare hoek. Ik voel braaksel omhoog komen en probeer met mijn voet de richel onder me te zoeken om terug naar beneden te klimmen.
Guido staat over Moniek gebogen en roept dan: ‘Hé, wat denk jij te gaan doen? Doorklimmen. Hup naar boven.’
‘En Moniek dan, leeft ze nog?’
‘Ja ze ademt maar zal niet meer klimmen zo te zien.’
‘We moeten hulp halen.’
‘Jij bent niet in de positie om dat te bepalen trut, doorklimmen of wil je naast je vriendin komen te liggen?’
Door mijn tranen heen zie ik Guido aanstalten maken om ook de rots te beklimmen. Hij kan haar toch niet zomaar achter laten?’

deel 14 – Onderaards

grot

Volgens mij rijden we over een snelweg want het gehobbel over het oneffen terrein heeft plaatsgemaakt voor een soort constant gezoef en ik hoor auto’s die ons inhalen.
We raken alle besef van tijd kwijt terwijl het busje ons steeds verder wegvoert van de anderen.

 

 

‘Wat denk je, zou de rest ons al als vermist hebben opgegeven?’ vraagt Moniek. Haar stem klinkt gedempt door de zak die nog steeds over ons hoofd zit.

‘Ze zullen vast naar ons op zoek zijn maar vermist ben je volgens mij. pas als je 24 uur geen teken van leven hebt gegeven. Maar ik hoop dat ze Thom al gevonden hebben, dan weten ze in ieder geval dat we niet zomaar verdwaald zijn,’ antwoord ik.
Thom, zou hij nog leven? Hij had een lelijke wond in zijn hoofd maar ik weet niet of Moniek dat gezien heeft.
‘Heb jij Thom nog gezien dan?’
‘Hij lag achter jou, had ook een klap op zijn hoofd gehad, maar meer weet ik niet want ik ben daarna zelf buiten bewustzijn geraakt.’
‘Dus je weet niet of?’ De stem van Moniek stokt en ze maakt haar vraag niet af.
‘Of hij daar nog ligt of is weggekomen? Nee, dat weet ik niet.’
‘Denk je dat hij?’ Opnieuw kan Moniek de woorden niet over haar lippen krijgen.
Ik zwijg. Ik wil er niet over nadenken, kan er niet aan denken dat hij misschien wel dood is.

De auto draait een bocht in. We vallen om. Hij stopt en trekt vervolgens weer op. Het lijkt minder snel te gaan dan eerst. Opnieuw wordt er afgeremd. Opnieuw een bocht. Dan hobbelen we over een oneffen weg. Vloekend proberen we ons zittend te houden. De weg is niet al te best.
Mijn hart begint weer als een razende te bonzen. Het gevaar neemt toe. Ik voel het.
Na een tijdje staan we stil. Ik hoor de klik van het portier en geschommel en vervolgens de klap van de dichtslaande autodeur. Dan vliegt onze schuifdeur open. Ik voel iets aan mijn hoofd en dan wordt de kap afgetrokken. Eindelijk, frisse lucht. Ik haal diep adem. Mijn ogen doen zeer door het plotselinge licht al is het gedempt door de bomen.
Moniek is ook van haar kap verlost en onze blikken kruisen elkaar. Angst is ook in haar ogen te lezen of is het de spiegeling van mijn eigen vrees?
‘Kom uitstappen. Het is straks donker en we moeten de eerste uitdaging nog nemen.’ Guido trekt aan mijn arm en Moniek volgt zo snel ze kan want we zitten nog steeds aan elkaar vast. Guido giet benzine uit een jerrycan in de laadruimte van de bus en gooit er dan een lucifer in.
‘Run for life’ roept hij en we zetten het op een lopen. Het geknetter van het vuur overstemd onze gejaagde ademhaling en opeens horen we een harde knal. Ik kijk over mijn schouder en zie het busje volledig in de fik staan. Als daar maar geen bosbrand van komt, schiet het door mijn hoofd. Ik kijk weer voor me want rennen over de ongelijke grond valt niet mee als je aan elkaar vastzit geketend.

Ik hoor Guido achter ons lopen.
‘Go, Go Go.’ Net wanneer ik denk dat mijn longen in brand staan roept hij ‘ho maar.’
We zijn aan het einde van het bos en komen op een open plek. Het is er rotsachtig. Opeens zie ik een hangbrug naar de overkant. We staan bijna bij de rand als Guido zijn rugzak op de grond laat vallen.

Onderaards – deel 1

grotProloog

Pieter van Torre trekt de overall over zijn dienstkleding en zet de helm met lamp op die hij van het survivalteam van Adventure World krijgt aangereikt. Achter hem staat Max al klaar met zijn speurhond aan de lijn. De hond ruikt aan een spijkerbroek van de verdwenen Saskia en Moniek. Ze worden al vier dagen vermist na een teambuildingsuitje.
Hij knikt kort naar de instructeur en ze lopen naar de ingang van de gang die hen door het grottenstelsel zal leiden. De instructeur is een ervaren speleoloog en werkte op de dag van de verdwijning, sterker nog… hij heeft de groep begeleid op de tocht door de nauwe openingen naar de Romegrot.
De man die bij hen was, Thom, is terecht maar ligt opgenomen op een psychiatrische afdeling van het ziekenhuis totaal in de war. Van de meiden ontbreekt tot nu toe elk spoor.

Dag 1

Zaterdag 15 juni, 05.00 uur.

De wekker staat te piepen, ik mep met mijn hand het irritante geluid uit, sla het dekbed open en sta op. Een druk op de knop laat het rolluik langzaam omhoog kruipen en ik kijk naar buiten. Het ziet er droog uit. Ik loop de badkamer in, draai de douchekraam open en trek mijn nachthemd uit. Het warme water stroomt gewelddadig over mijn haren, gezicht en schouders. Ik ben zenuwachtig, straks word ik opgehaald voor een teambuilding in de Ardennen met mijn nieuwe collega’s van reclamebureau ‘Pepper’ waar ik sinds twee weken werk.Het bedrijf is drie jaar geleden opgezet door twee vrienden. Paul, een jonge knappe, zelfverzekerde dertiger die ondanks zijn jolige voorkomen respect afdwingt bij het personeel. En de rustige Thom, verantwoordelijk voor de financiën.
Met nog twee administratieve medewerkers, een receptioniste, een zestal ontwerpers en een ICT-er en mijn aanstelling als managementassistente is het team weer compleet. Er waren enkele wisselingen geweest en daarom heeft Paul besloten dat het een leuk idee zou zijn om een teambuildingsdagje te organiseren in de Belgische Ardennen om elkaar op een sportieve wijze beter te leren kennen.
Zeer spannend allemaal en ik ben vannacht al een paar keer naar het toilet gemoeten van de zenuwen want ik moet niets hebben van smalle wandelpaden op heuvelachtig terrein en sporten is mijn ding niet. En in donkere vochtige grotten tussen allerlei ongedierte kruipen trekt me al helemaal niet. Wat zou ik mezelf graag ziekmelden, maar dat is natuurlijk ondenkbaar.

De douche heeft me goed gedaan en terwijl ik me afdroog bedenk ik wat ik aan zal trekken. Sportieve kleding stond er op de uitnodiging. Maar ik vertik het om een campingsmoking aan te trekken. Gewoon een stretchspijkerbroek, T-shirt en mijn favoriete sweater van Superdry lijkt me wel geschikt.
Snel smeer ik een paar boterhammen op, zet een mok onder het Nespresso apparaat en giet melk in de opschuimer. Ik moet toch proberen even wat te eten. Na het ontbijt prop ik snel wat schoon ondergoed, een regenjack, badlaken en waterschoenen in de rugzak die ik gisteravond nog even bij mijn broertje ben gaan lenen. Twee flesjes water en een paar evergreens zijn mijn noodrantsoen. In een kleine trolley zitten nog extra kleren, een leuk jurkje en pumps voor het diner, toilettas en nachthemd.
Buiten toetert een auto en ik kijk door het raam. Paul staat beneden in zijn glanzende BMW op me te wachten.

Vlug spuit ik nog wat parfum op, pak mijn sleutelbos en zonnebril en twijfel even of ik mijn mobieltje zal meenemen. De Iphone is gloednieuw en ik heb er lang voor moeten sparen. Ik besluit het ding niet mee te nemen en loop snel met mijn bagage de voordeur uit voor ik me bedenk.
‘Goedemorgen schoonheid, wat ruik je lekker’, begroet Paul me terwijl hij de deur van zijn auto galant voor me openhoudt en mijn spullen aanpakt. Hij heeft gelukkig ook een spijkerbroek aan en een sportieve trui.
‘Ook goedemorgen’ antwoord ik enigszins overdonderd. Zo amicaal, ken hem net.
Er klinkt muziek van de Style Council door de boxen en ik zak heerlijk weg in de luxe lederen stoelen.
‘Zit je goed? Dan vertrekken we.’
‘Ja dank je’ antwoord ik en kijk naar buiten. Paul is gelukkig niet zo’n prater zo vroeg in de ochtend. Handig voegt hij in en geeft een stoot gas. De auto glijdt vooruit en binnen een kwartier rijden we het parkeerterrein op van kantoor.