Archives for uitdaging

Van de Dikke naar de Dunne – week 2

Overwinning

Het is zaterdag en bijna twee weken nadat ik geopereerd ben aan een GBP. Joe op de radio en een snurkende hond in zijn mand. Omringd door prachtige bloemen en kaartjes van lieve collega’s, familie en vriendinnen ben ik voor het eerst een hele dag alleen thuis.

 

Omdat ik de hele nacht veel darmkrampen had en amper heb geslapen en mijn halve playlist van Spotify heb geluisterd, besluit ik eerst te gaan ontbijten en daarna te gaan douchen. Ervaring heeft al geleerd dat ik soms zwetend onwel word op het toilet en andere ongemakken heb meegemaakt dus die douche volgt straks wel. Mijn vooruitziende blik werd beloond en een uur later ben ik al van een flinke last af die al dagen dwarszat. “Vrouwtje heeft veel te weinig beweging”, zeg ik tegen Chad die zijn kopje opheft en me met lodderige zwarte ogen aankijkt. Zijn blik is ergens tussen hoop en berusting. Hij is immers al te vaak kwispelend opgestaan terwijl ik naar de gang liep en hij tevergeefs kwam kijken of ik mijn schoenen en jas aandeed en zijn riem pakte.

Slank voetje

Nadat ik mijn halve schaaltje Alpro-Soya zonder suiker toegevoegde mango-yoghurt uiterst langzaam met de kleinste theelepel naar binnen had gewerkt (kwartier J), kon ik nog een tweede ronde naar het toilet. Chad was me gevolgd en zat achter de deur te piepen. “Oké, vent, als je belooft niet te trekken dan ga ik een rondje om met je.” Zijn kwispelende staartje en pootjes tegen mijn bovenbenen waren de laatste aansporing die ik nodig had om na enkele dagen complete rust dan toch alleen naar buiten te durven gaan.  Ik trok mijn dikke fleecevest aan en merkte dat het losjes rond mijn lijf hing. Smile. De veters van mijn schoenen moesten ook veel strakker, zeg maar op zijn strakst, worden gestrikt. Wat raar dat ik vet op mijn voeten had …

Geen conditie

De harde wind waaide door mijn haar, wat een heerlijk gevoel. We liepen het paadje op richting het bos van het Paviljoen en na twee plasjes tegen enorme Amerikaanse Eiken wou Chad al naar huis. “Kom, jongen, we gaan echt een klein rondje doen”, moedigde ik hem aan. Na veel gesleur aan zijn riem, wat ik direct voelde in mijn nog pijnlijke buik,  kreeg ik hem het kleine bos door en werd hierbij geholpen door een ander hondje dat voor ons liep.
Lichtelijk jaloers op Chad zijn mooie vaste drollen die ik in een zakje oppakte, liepen we terug naar huis. Missie geslaagd. Ik was bekaf, belachelijk want we hadden amper een kilometer afgelegd.

Oei, help

Thuisgekomen even gezellig gechat met mijn Buddy die aangaf dat het allemaal bij het normale proces hoorde. Ook het duizelig zijn. Na weer een schaaltje yoghurt was ik echt aan nog een uitdaging toe. Ik pakte een ei uit de koelkast, deed er wat melk bij en maakte een roerei. Met een beetje zout en peper deed ik het gouden goedje op een bruine geroosterde boterham zonder korstjes. Alsof ik een gebakje voor mijn neus had keek ik verlekkerd op mijn bordje. Ik sneed  het brood in minuscule kleine stukjes, zoals toen Sven en Max een baby waren. En dat eerste hapje…. Oh my god. “Langzaam eten Elles”, zei ik hardop tegen mezelf. Chad stond te schooien en ik kon best een stukje missen. Ik was halverwege mijn toast en opeens ging de deur dicht. Met een knal. Slokdarm op slot. Oei, help. Als ik nu maar geen dumping krijg. Alarmbellen gingen af, mijn ademhaling versnelde. Ging ik nu zweten? Een steek in mijn slokdarm. Oh nee, alsjeblief. Ik zal braaf wachten tot maandag, tot ik naar de diëtiste ben geweest…. Ik probeerde mijn ademhaling naar mijn buik te brengen, liet een paar flinke boeren en gelukkig, gelukkig zakte het weg. Ik gaf de rest van mijn bordje aan een zeer gelukkige Chad.  De dumping bleef uit.  Na een half uurtje ben ik even op de bank gaan liggen. Nog steeds niet gedoucht. Het is wel even genoeg voor vandaag.

 

Onderaards – deel 6

grot

wat vooraf ging: Op dag 1 staat een kanotocht op het programma, na de lunch krijgen Thom en Karin ruzie en hun kano slaat om. Na een korte pauze wordt de tocht hervat… maar dan blijkt Thom verdwenen te zijn…

De kano’s glijden terug het kabbelende water in. De sfeer is gelaten. Ik mis Thom niet maar vind het toch ook maar niks dat het team niet compleet is. Het is tenslotte een teambuildingsuitje.
We blijven nu als groep bij elkaar. De rivaliteit onderling is verdwenen. Gestaag gaan de peddels in en uit het water. Wat dat betreft zijn we even één team. Het raakt me dat iedereen toch aangeslagen is door wat er is voorgevallen.

Mijn handen doen zeer, ik heb blaren. Karin zit voorin en aan haar opgetrokken schouders zie ik dat zij ook vanuit haar tenen inspanning levert om deze laatste kilometers te volbrengen.
Eindelijk zien we een groot aantal kano’s op de oever liggen. Mannen met het logo van Adventure World stapelen de lege kajaks op de daartoe bestemde aanhangwagens met ijzeren rekken. Er kunnen wel twintig kano’s op.
Ik zie onze bus al staan en hoop dat het niet ver rijden is naar ons hotel. Het verlangen om onder een lekker harde, warme douchestraal te staan is enorm, maar strijdt met de behoefte van mijn vermoeide lichaam om even op bed te gaan liggen en een uurtje te slapen.
‘O, ik ben kapot’, zucht Moniek terwijl ze in de stoel naast mij aan de andere kant van het gangpad ploft.
‘Anders ik wel’, zegt Kelly die naast haar gaat zitten. “Het lijkt zo simpel, maar dat viel toch vies tegen.’
‘Wat een gedoe hè, met Thom?’
‘Het blijft gewoon een klein kind. Als hij even niet alle aandacht krijgt dan gaat hij klieren’, beaamt Kelly.
‘Dat was toch één van de redenen van Paul om een teambuilding te organiseren’, zegt Moniek.
Nu word ik toch wel een beetje nieuwsgierig maar wil dit niet laten merken.
Ik was er namelijk van uitgegaan dat de teambuilding bedoeld was om elkaar beter te leren kennen omdat er onlangs een aantal nieuwe mensen was aangenomen. In een bedrijf dat valt of staat met creativiteit is een goede sfeer belangrijk. Dat komt het proces van het ontwikkelen van ideeën ten goede.
En aangezien Thom en Paul compagnons zijn, had ik niet het flauwste vermoeden dat Thom niet zo goed lag in de groep.

‘Thom is…’
‘Ssst’
Op dat moment stapt Karin de bus in, op de voet gevolgd door Paul. Ik zie aan haar rode ogen dat ze gehuild heeft. Als onze ogen elkaar kruisen, slaat ze haar blik neer en buigt haar hoofd een beetje waardoor haar losse haren voor haar gezicht vallen. Ze draait direct naar links en gaat op een tweepersoon plaats zitten waar Paul naast haar plaats neemt.
Hun hoofden buigen zich naar elkaar en ik voel een rare steek in mijn buik.
Vermanend spreek ik mezelf in stilte toe. Wel erg ongepast om nu jaloers te zijn. Als afleiding kijk ik naar buiten en sluit mezelf af voor wat er in de bus gebeurt. Buiten meren nog meer kano’s aan. Alleen van kanoverhuurbedrijven. De meesten mensen stappen lachend uit maar de vermoeidheid is uit hun stramme lichaamsbewegingen duidelijk af te leiden.

Iedereen is blijkbaar al ingestapt want de deuren van de bus worden gesloten en de bus trilt onder het starten van de zware dieselmotor. Het is een beetje langs me heen gegaan.
Ik sluit mijn ogen, heb geen zin om deel te nemen aan de geforceerde gesprekken die gevoerd worden om de sfeer enigszins om te buigen. Als mijn naam valt, doe ik net alsof ik slaap.
De vermoeidheid slaat toe. Ik ben werkelijk even weggedommeld want ik word zachtjes wakkergeschut door Evelien.
“Wakker worden Doornroosje, we zijn bij het hotel.”
Stijf kom ik overeind, mijn hele lijf doet zeer. Dat belooft wat voor morgen.
Met stramme benen ga ik het trapje af. Waarom zijn de treden in zo’n bus altijd zo hoog?
Ik sluit aan bij de anderen die bij de receptie op hun sleutel wachten. De receptioniste noemt onze achternamen en ik ben opgelucht als ik hoor dat ik een kamer deel met Moniek.