Archives for EJansen

Onderaards – deel 2

grot

 

 

deel 2

Wat vooraf ging: Saskia is opgehaald door haar nieuwe baas voor het teambuildingsuitje. Ze komen net aan op de parkeerplaats van “Peppers” het reclamebureau.

Daar staat een bus klaar. De teambuilding begint direct met gezamenlijk vervoer. Het is een VIB-bus en de geur van koffie komt me tegemoet terwijl ik instap.
Het voordeel van zo’n VIP bus is dat je niet met twee naast elkaar zit maar in een ovale zitbank waardoor je met een groepje kunt kletsen. Snel overzie ik waar ik het beste kan gaan zitten, een plaats waar ik rechtdoor rijd om wagenziekte te vermijden. Ik zie een leuk plekje naast Moniek van de receptie.
‘Hoi Sas’ begroette Moniek me hartelijk. ‘Heb je er zin in?’
‘Goedemorgen Moniek, ik ben eigenlijk best zenuwachtig. ‘Dit is mijn eerste teambuildingsactiviteit en ik ben niet zo sportief aangelegd.’
‘Joh, maak je niet druk, het gaat om de gezelligheid’ zegt ze bemoedigend.
‘Nou daar zou ik maar niet zo zeker van zijn.’ Thom is net de bus binnengestapt en heeft de laatste woorden van Moniek op gevangen.
‘Dit is een serieuze aangelegenheid dames, en het komt echt aan op vertrouwen in elkaar om bepaalde proeven te doorstaan.’
Moniek en ik kijken elkaar even aan en ik voel de vage steken in mijn buik.
‘Goeie s’morges, deze morgen.’ Kees stapt in, grote rugzak in zijn hand. Hij draagt een kakigroene fleecetrui met mouwloos vestje erover en de bekende afritsbroek met tien zakken eronder. Hij heeft een petje op van een trekkersmerk en een flesje isotone-drank zit in het zijvak van zijn rugzak. Volgens mij heeft hij als jochie heel wat uren bij de scouting doorgebracht, hopelijk word ik bij hem ingedeeld.
Achter hem komt Brian door het gangpad gelopen. Hij ploft naast me neer. Brian heeft het sportieve kledingadvies letterlijk opgevolgd in zijn Adidas trainingspak. Het busje stroomt vol. Iedereen is op tijd, stiptheid staat hoog in het vaandel bij ‘Pepper’.

De chauffeur heet Michel en namens Pepper en de busmaatschappij heet hij ons van harte welkom.
‘Suggesties voor muziek en temperatuur van de airco zijn van harte welkom. Ik wens u allen een goede reis en voor later een vruchtbare teambuildig’. Hij is onze vaste chauffeur de komende twee dagen en regelt alles met de organisatie in de Ardennen.

De bus vertrekt en al snel zit iedereen gezellig met elkaar te kletsen. Moniek werkt al vanaf de start bij ‘Pepper’ en vertelt me enkele leuke anekdotes. Kees behoort ook tot het meubilair, zoals hij zichzelf lachend noemt en voegt smakelijke details toe. We lachen en waarschijnlijk toch iets te luidruchtig voor degenen die niet zo vroeg al op hun best zijn. Brian zit naast Thom aan een tafeltje van vier met Paul en Kelly. Omdat Brian en Thom in de achteruitrij positie zitten kruisen onze blikken elkaar.
Even dimmen Sas, spreek ik mezelf in gedachten toe. Je bent de nieuweling en eerst even de kat uit de boom kijken.

Bij Roosendaal verlaat het busje de snelweg en volgt een provinciale weg richting Antwerpen. Ik snap het niet zo goed maar als de chauffeur even later net over de grens bij een bakker stopt grijpt Paul de microfoon en zegt
‘Even jeugdnostalgie’.
‘Mijn moeder wilde nooit door België rijden zonder verse koffiekoeken’.
Het is 07.00 uur in de ochtend en de hele bakkerswinkel staat vol, mensen staan zelfs buiten in de rij. Ongelooflijk. Dat zie je in Nederland toch niet.
Op het pleintje voor de kerk stappen we even uit, benen strekken en rookpauze voor Thom en Karin.
Na een kwartiertje komt Michel met een paar zakken aanlopen.
‘Wie lust er allemaal koffie?’ vraagt Moniek.
Ik pak de bekertjes koffie van haar aan en enkele minuten later is iedereen voorzien. Overheerlijke geuren vullen het gangpad en al snel zit iedereen te smikkelen van een ovenverse koffiekoek. De mijne is van bladerdeeg met poedersuiker en roomvulling. Een dikke klodder dreigt eruit te vallen en snel lik ik hem op met mijn tong. Thom zit me broedend aan te kijken, ik word er een beetje ongemakkelijk van. Het duurt maar een seconde, dan lacht hij en zegt ‘zo te zien smaakt het wel hé dames? Ditmaal geen gezeik over – “ik moet aan mijn lijn denken”!’
Moniek zit onder de poedersuiker en probeert het van haar zwarte T-shirt te kloppen maar het wordt er niet beter op.
De blik van Thom hangt nu aan de borsten van Moniek en hij kijkt me brutaal aan als hij mijn blik vangt.
Snel kijk ik uit het raam, we rijden door enkele typisch Belgische dorpen. Alleenstaande huizen in allerlei bouwstijlen. Lange uitrekte dorpsstraten met vooral bakkers en apotheken.
Dan draaien we de snelweg op, richting Antwerpen.

Naast me zit Moniek te knikkebollen, even later rust haar hoofd op mijn schouder. Kees zit te lezen op zijn E-reader en Wouter zit op zijn Ipad te surfen op internet.
Paul, Thom, Karin, Brian en Kelly zijn in discussie over de laatste opdracht van een grote klant. Ik laat het gesprek aan me voorbij gaan en sluit ook mijn ogen.

Ik word wakker als de bus stopt op de parkeerplaats van een tankstation. Het is een groot tankstation en er staan veel vrachtwagens met dichte gordijntjes in de cabine. Zou je op zondag niet mogen rijden, vraag ik me af. We stappen uit. De dames lopen allemaal richting toilet. Paul ook maar sommige van de mannen verkiezen toch het wildplassen. Ik moet lachen om deze jongensachtige uiting van machogedrag.
De toiletten zijn redelijk schoon, valt niet tegen. Terwijl ik mijn handen was kijk ik naar mijn spiegelbeeld. Oei, wat een wit smoeltje. Snel knijp ik wat in mijn wangen en vang nog net de lachende blik van Kelly terwijl ze achter me komt staan.
‘Laat geworden gisteravond?’ vraagt ze terwijl ze in haar tas rommelt.
‘Nee, niet echt maar slecht geslapen’ zegt ik.
‘Hier’ zegt ze en reikt me een kwastje aan. ‘Doe maar, een beetje kleur kan geen kwaad’.
Dankbaar pak ik het kwastje aan en brengt wat rouge aan op mijn bleke wangen. Het resultaat is direct zichtbaar en ik ben blij met deze attente nieuwe collega.
Nu nog wat lippenstift, deze zit in mijn broekzak en is een beetje zacht geworden van de warmte. Voorzichtig, om hem niet te breken, breng ik de lippenstipt naar mijn lippen en wrijf daarna de hoekjes van mijn mond schoon met mijn wijsvinger.
‘Je kan beter een kwastje gebruiken, kijk’ zegt Kelly terwijl ze perfect haar volle lippen kleurt. Het ziet er zo strak uit alsof ze eerst een potloodlijntje heeft getrokken.
‘Dat ziet er inderdaad veel netter uit’ geef ik toe en verontschuldig me dan dat ik alleen het hoogstnoodzakelijke heb meegenomen omdat ik een hekel heb aan een handtas. ‘Portemonnee en lippenstift zitten in mijn broekzak’ zeg ik terwijl ik op mijn zakken klop. ’En een kam gebruik ik nooit.’

We lopen terug naar de bus, we zijn de laatsten en worden hartelijk gepest.
Er wordt wat van plaatsen gewisseld en nu zit ik naast Kelly, John, Evelien en Brian. Allen werkzaam op de ontwerpafdeling.
Brian laat foto’s van zijn tweeling zien. Ze zijn twee. Schattig stelletje, een jongen en een meisje. Ze lijken sprekend op hun vader zo te zien. Zijn vrouw zit in de verpleging, werkt voornamelijk in de weekenden en Brian werkt een dag in de week thuis zodat ze geen oppas nodig hebben.
‘En jij Saskia, heb je kinderen?’

‘Nee, daar is het nog niet van gekomen’ antwoord ik.
‘Heb je wel een relatie?’ vraagt Brian.
‘Niet meer, na zes jaar hebben we er een punt achter gezet.’ zeg ik en probeer zo te klinken dat er geen vragen meer volgen.
‘Hoe kwam het?’ Opzet mislukt.
‘Als je er liever niet over wilt praten hoeft het niet hoor’ haast Brian zich te zeggen.
‘Hij had een ander’ zeg ik en dat zorgt voor een ongemakkelijke stilte.
Ik voel Thom naar me kijken maar het is Paul die me redt.
‘Jongens, geen vragenvuur voor onze nieuwe dame, ze zit nog in haar proeftijd, straks vlucht ze weg’ en breekt hiermee de spanning.
Het gesprek gaat over op vakanties en andere veilige onderwerpen en dan zijn we op plaats van bestemming. Het busje stopt voor een grijs hotelletje ‘La Passerelle’ staat er op de buitenkant. Er staan enkele auto’s. Aan de overzijde is ook een grijs gebouw, vrij modern, wat er blijkbaar bij hoort.
We stappen uit en pakken de spullen uit de laadruimte. Michel is al aan het inchecken. Ik deel mijn kamer met Moniek. Gezellig.
Er is niet veel tijd om onze kamer te bekijken want we moeten snel door naar het naburige dorpje voor de kano’s. Het hotel ligt aan een riviertje waar het water kabbelend voorbij stroomt. Dat ziet er nog redelijk rustig uit, stel ik mezelf gerust. Het zal allemaal wel goed komen.

Met mijn rugzak op schoot kijk ik uit het raam naar de prachtige omgeving. Zo dicht bij huis en zo anders. We rijden door het kleinste dorpje van België: Durbuy. Prachtig. Ik hoop dat we nog tijd krijgen om hier rond te lopen vandaag of morgen.
Even later komen we bij Adventure World. Een hoge klimmuur is behangen met jongens en meisjes in tuigjes die via gekleurde kleiachtige vormen zich omhoog werken.
Mijn buik trekt weer samen.

 

Onderaards – deel 1

grotProloog

Pieter van Torre trekt de overall over zijn dienstkleding en zet de helm met lamp op die hij van het survivalteam van Adventure World krijgt aangereikt. Achter hem staat Max al klaar met zijn speurhond aan de lijn. De hond ruikt aan een spijkerbroek van de verdwenen Saskia en Moniek. Ze worden al vier dagen vermist na een teambuildingsuitje.
Hij knikt kort naar de instructeur en ze lopen naar de ingang van de gang die hen door het grottenstelsel zal leiden. De instructeur is een ervaren speleoloog en werkte op de dag van de verdwijning, sterker nog… hij heeft de groep begeleid op de tocht door de nauwe openingen naar de Romegrot.
De man die bij hen was, Thom, is terecht maar ligt opgenomen op een psychiatrische afdeling van het ziekenhuis totaal in de war. Van de meiden ontbreekt tot nu toe elk spoor.

Dag 1

Zaterdag 15 juni, 05.00 uur.

De wekker staat te piepen, ik mep met mijn hand het irritante geluid uit, sla het dekbed open en sta op. Een druk op de knop laat het rolluik langzaam omhoog kruipen en ik kijk naar buiten. Het ziet er droog uit. Ik loop de badkamer in, draai de douchekraam open en trek mijn nachthemd uit. Het warme water stroomt gewelddadig over mijn haren, gezicht en schouders. Ik ben zenuwachtig, straks word ik opgehaald voor een teambuilding in de Ardennen met mijn nieuwe collega’s van reclamebureau ‘Pepper’ waar ik sinds twee weken werk.Het bedrijf is drie jaar geleden opgezet door twee vrienden. Paul, een jonge knappe, zelfverzekerde dertiger die ondanks zijn jolige voorkomen respect afdwingt bij het personeel. En de rustige Thom, verantwoordelijk voor de financiën.
Met nog twee administratieve medewerkers, een receptioniste, een zestal ontwerpers en een ICT-er en mijn aanstelling als managementassistente is het team weer compleet. Er waren enkele wisselingen geweest en daarom heeft Paul besloten dat het een leuk idee zou zijn om een teambuildingsdagje te organiseren in de Belgische Ardennen om elkaar op een sportieve wijze beter te leren kennen.
Zeer spannend allemaal en ik ben vannacht al een paar keer naar het toilet gemoeten van de zenuwen want ik moet niets hebben van smalle wandelpaden op heuvelachtig terrein en sporten is mijn ding niet. En in donkere vochtige grotten tussen allerlei ongedierte kruipen trekt me al helemaal niet. Wat zou ik mezelf graag ziekmelden, maar dat is natuurlijk ondenkbaar.

De douche heeft me goed gedaan en terwijl ik me afdroog bedenk ik wat ik aan zal trekken. Sportieve kleding stond er op de uitnodiging. Maar ik vertik het om een campingsmoking aan te trekken. Gewoon een stretchspijkerbroek, T-shirt en mijn favoriete sweater van Superdry lijkt me wel geschikt.
Snel smeer ik een paar boterhammen op, zet een mok onder het Nespresso apparaat en giet melk in de opschuimer. Ik moet toch proberen even wat te eten. Na het ontbijt prop ik snel wat schoon ondergoed, een regenjack, badlaken en waterschoenen in de rugzak die ik gisteravond nog even bij mijn broertje ben gaan lenen. Twee flesjes water en een paar evergreens zijn mijn noodrantsoen. In een kleine trolley zitten nog extra kleren, een leuk jurkje en pumps voor het diner, toilettas en nachthemd.
Buiten toetert een auto en ik kijk door het raam. Paul staat beneden in zijn glanzende BMW op me te wachten.

Vlug spuit ik nog wat parfum op, pak mijn sleutelbos en zonnebril en twijfel even of ik mijn mobieltje zal meenemen. De Iphone is gloednieuw en ik heb er lang voor moeten sparen. Ik besluit het ding niet mee te nemen en loop snel met mijn bagage de voordeur uit voor ik me bedenk.
‘Goedemorgen schoonheid, wat ruik je lekker’, begroet Paul me terwijl hij de deur van zijn auto galant voor me openhoudt en mijn spullen aanpakt. Hij heeft gelukkig ook een spijkerbroek aan en een sportieve trui.
‘Ook goedemorgen’ antwoord ik enigszins overdonderd. Zo amicaal, ken hem net.
Er klinkt muziek van de Style Council door de boxen en ik zak heerlijk weg in de luxe lederen stoelen.
‘Zit je goed? Dan vertrekken we.’
‘Ja dank je’ antwoord ik en kijk naar buiten. Paul is gelukkig niet zo’n prater zo vroeg in de ochtend. Handig voegt hij in en geeft een stoot gas. De auto glijdt vooruit en binnen een kwartier rijden we het parkeerterrein op van kantoor.

 

 

De redding

redding

De kleding lag in een keurig stapeltje op het zachte zand. Achter de vloedlijn. Waar de aangespoelde schelpen in een lange slingerende lijn het kilometer lange strand volgden.

 

Twee zwarte sportschoenen van het merk Nike. In de rechter zat een bril, kunststof zwart montuur met witte poten. Onder het T-shirt lag een spijkerbroek. In de linker achterzak zat een portemonnee. Het geld zat er nog in maar een bankpas of identiteitskaart ontbrak. Hierdoor wist de strandwacht niet van wie de kleding was toen zij die ochtend op het strand arriveerden en de reddingsboot uit de container naar de vloedlijn hadden gerold. Ze hadden met een verrekijker de zee afgespeurd, geen zwemmer te bekennen.
Het reddingsteam was al in actie gekomen en de motor van de rubberen Zodiak werd aangetrokken.

Ondertussen belde Victor naar de politie in de Smedestraat.
‘Mag ik commissaris Van Torre?’
‘Van Torre hier, wat kan ik betekenen.’
‘Ludo, de Vick hier. We hebben kleding gevonden bij post Albertstrand. Zijn er berichten van vermissingen binnengekomen?’
‘Nee niets, wat heb je precies gevonden?’
‘Een paar zwarte dames sportschoenen, merk Nike, een roze T-shirt met opdruk Superdry, stonewashed jeans van het merk G-Star. Te oordelen naar de maten gaat het om een slank jong meisje van tussen de 17 en 20 jaar. Het gekke is dat ze alles zo keurig opgevouwen heeft achtergelaten, haar ondergoed heeft ze waarschijnlijk aangehouden. Ik vermoed dat ze is gaan zwemmen en niet tegen de stroming was opgewassen. Er ligt geen handdoek dus ze is spontaan de zee ingegaan.’
‘Dank je Vick, laat het speurwerk maar aan ons over’ zei Ludo droog. Maar hij moest de jonge redder wel gelijk geven in zijn redenering. Het was geen geplande zwempartij.
‘Enig idee hoe lang die kleding daar al ligt?’
‘Ik vermoed de hele nacht.’
Oké, niets meer aanraken. Ik stuur een team. En ik zal Koksijde bellen dat ze de Seaking de lucht in sturen.’

‘Commissaris? Er staat een vrouw aan de balie die meldt dat haar dochter vermist is sinds gisteravond .’
‘Laat haar verder komen, Lena en breng direct een kan water en koffie.’
Ludo streek over zijn stoppelbaardje. Zijn vriendin vond dat baardje sexy maar het jeukte als de pest.
Lena leidde een slanke vrouw naar binnen met uitgelopen make-up, haar ogen waren rood en dik van het huilen. :Waarschijnlijk was ze de hele nacht opgebleven om op haar dochter te wachten: haar kleding was gekreukeld en er waren strengen blond haar losgeraakt uit de knot op haar hoofd.
‘Commissaris Van Torre’ zei Ludo en gaf haar een hand. De vrouw nam de hand verrassend krachtig aan: ‘Lieve Copin , mijn dochter is vermist, is vannacht niet thuisgekomen, ze neemt haar mobiel niet op, ze…’
‘Ga eerst rustig zitten mevrouw Copin, koffie of water?’ Ludo gebaarde naar een stoel, schonk twee koffie in en vulde twee glazen met water.’
Hij keek naar de vrouw terwijl ze suiker en melk in haar koffie deed en vervolgens haar handen om de koffiemok vouwde alsof ze het koud had.
De koffiegeur leek haar enigszins te kalmeren.
Ludo opende zijn laptop en zocht het formulier “aangifte vermiste personen” op.
‘Hoe heet uw dochter mevrouw’ begon hij toen Lena binnenkwam en hem iets in het oor fluisterde. Hij bromde wat en Lena vertrok.
‘Laura, ze heet Laura Goddart. Copin is mijn meisjesnaam. Mijn man is makelaar hier in Knokke. Laura moest gisterenavond werken bij Beachclub Surfers Paradise, er was een examenfuif. Ik kreeg om elf uur een sms’je van haar dat ze waarschijnlijk rond één uur thuis zou zijn. Toen ze om twee uur nog niet thuis was , heb ik haar gebeld maar ze nam niet op. Ook bij Surfers Paradise werd niet opgenomen. Ik dacht dat ze misschien met een paar collega’s nog wat was gaan drinken en haar gsm niet hoorde. Dus heb ik een berichtje gestuurd of ze me wilde laten weten waar ze was. Niks. Om vier uur kwam mijn man thuis, hij was met een klant in Frankrijk geweest om een vakantievilla te taxeren in Nice. Hij is nog met zijn auto langs een paar clubs gereden maar vond haar niet.’ Haar stem brak en mevrouw Copin pakte een zakdoekje uit haar tas.
Ludo wachtte tot ze haar neus gesnoten had en een slokje water had gedronken.
‘Waar is uw man nu?’
‘Hij zit thuis bij de telefoon voor het geval iemand ons probeert te bellen’
Lena kwam opnieuw binnen en overhandigde Ludo foto’s van de gevonden kleding. Ludo toonde de vrouw de foto’s.
‘Komt deze kleding u bekend voor mevrouw?’
‘O mijn god, hoe komen jullie hieraan? Is ze gevonden? Ze is toch niet dood? Zeg dat ze niet dood is!’
‘Dat weten we niet mevrouw Copin. De strandwacht heeft haar kleding op het strand gevonden, keurig opgevouwen. Haar portemonnee zat in één van haar broekzakken. We vermoeden dat ze is gaan zwemmen…’
Ludo wachtte even en vervolgde toen ‘Dit is geen gemakkelijke vraag mevrouw Copin, maar maakte uw dochter de laatste tijd een ongelukkige indruk?’
‘Hoe bedoelt u? Natuurlijk is Laura gelukkig. Ze heeft veel vrienden en vriendinnen, is pas geslaagd voor haar examen en heeft een leuke job. Bovendien is ze sinds enkele weken smoorverliefd. U denkt toch niet dat zij…. Nee dat zou ze nooit doen.’
‘Kan het zijn dat ze vermoeid was en verrast is door de sterke stroming?’
‘Nee meneer, ze kan zeer goed zwemmen en kent de gevaren van de zee. ’
‘We hebben de Seaking opgeroepen en de kustwacht en reddingsdiensten kijken naar haar uit. We zullen ook speurhonden op het strand laten zoeken. Ondertussen wil ik even de gegevens noteren van haar werkgever. Gaat u maar naar huis en probeer nog wat vriendinnen van haar te bellen.’

Laura had het koud. Ze droeg een slecht zittende joggingbroek en een T-shirt. Haar handen en voeten waren gevoelloos door de tie rips . En ze had dorst. De ruimte waarin ze zich bevond was vochtig en de muren waren ruw en koud. Ze vermoedde dat ze in een kelder lag. Haar hoofd bonkte alsof ze een kater had. Ze probeerde te herinneren wat er gebeurd was. Iemand hield haar gevangen maar waarom? En waar waren haar eigen kleren? Ze probeerde de omgeving in zich op te nemen maar zonder bril zag ze weinig. Hoe lang was ze hier al?
Ze riep, maar haar schorre stem had weinig kracht. Ze wist nog dat ze gewerkt had en met een paar collega’s nog wat was gaan drinken. En dat ze had gesproken over haar vader en zijn minnares en haar moeder die niets in de gaten had. Maar daarna? Eén zwart gat.

Wouter stapte de hal van het appartementencomplex binnen en deed de kap van zijn joggingjack naar beneden. Zo, dat was een makkie. Door de identiteitskaart wist hij direct waar het meisje woonde en kon hij haar gsm in de brievenbus deponeren. Dat zou de politie wel ruw op hun dak vallen als ze de gsm lieten traceren. Het signaal zou naar haar huis leiden, hij zou hun smoelwerk wel eens willen zien.
Het privé gsm nummer van haar vader was zo gevonden en hij had de sms verzonden van een prepaid Nokia toestel. Niet te achterhalen. Zou zijn eis ingewilligd worden?
Zijn familie was hier geboren, ze woonden al van ver voor de oorlog aan de kust. De makelaar en projectontwikkelaar hadden het huis van zijn oma aan de dijk opgekocht om er een luxe appartement terug te bouwen. Ze zou er een appartement voor terugkrijgen. Maar na de ondertekening kreeg oma een hersenbloeding en was ze volledig het spoor bijster. De makelaar had een bedrag op haar rekening overgemaakt; een schijntje van waar de nieuwe appartementen nu voor te koop stonden. Wouter was woest. Hij woonde bij oma, niet officieel maar hij zorgde al jaren voor haar. Ze had in haar testament opgenomen dat het huis voor hem zou zijn als zij er niet meer was. En dat zou ook voor het nieuwe appartement gelden.
Oma. Ze had de kleine lettertjes niet gelezen. Als ze niet zelf het appartement zou gaan bewonen dan ging de deal over en kreeg ze slechts honderdduizend euro op haar rekening gestort. Dit geld was direct ingepikt door het verzorgingshuis waar oma vanuit het ziekenhuis naar was overgebracht.
Ze heeft er slechts drie maanden doorgebracht en toen kreeg ze een tweede hersenbloeding die haar fataal werd. Alles weg. Wouter had niets meer. Het geliefde huisje op de zeedijk waar zijn opa zo hard voor gewerkt had was opgegaan in een groot strak, onpersoonlijk appartementencomplex. Het gezellige huisje van gele bakstenen met kleine raampjes en een kleine binnenplaats. En opa’s hobbykamer op de eerste verdieping met de verrekijker op statief om schepen te spotten.
Hij vermande zichzelf, hij moest even alert blijven. Het meisje mocht hem niet herkennen.
Dan zou zijn hele toekomstplan in gevaar komen.
Hij toetste het nummer in en liet een van te voren opgenomen tekst met eisen over losgeld en afleverplek afspelen. Direct daarna verbrak hij de verbinding.
De heer Goddart beefde over zijn hele lichaam. Hij zat volkomen klem. Losgeld voor zijn dochter en geen politie want anders zou er een filmpje op zijn site gezet worden van zijn laatste zakenreis. Hij dacht aan Sophie die was achtergebleven in de villa in Nice.
Hij dacht aan Laura. Driehonderdduizend euro. Het geld was geen probleem. Hij had pas nog een mooie deal gemaakt met dat oudje van het project Seabreeze. Dat zwarte geld lag in de kluis. Zelfs zijn vrouw had er geen weet van. Hij aarzelde dan ook geen moment. Hij stopte het geld in een tas, propte de tas vervolgens in een bruine afvalzak van de gemeente Knokke en zette deze in zijn auto. Daarna reed hij naar het parkeerterrein van Het Zwin tot aan de grijze natuurstenen pilaren en liet de zak daar achter. Toen hij volgens de instructies terug naar zijn auto liep, hoorde hij het geluid van een scooter. Hij moest zich bedwingen om rechtdoor te blijven lopen en niet om te draaien. Het geluid van de scooter verwijderde zich weer, even snel als de zeebries die plots op kwam zetten.

Wouter stond klaar met zijn scooter op het fietspad aan de zijkant van het Zwin, verscholen tussen de bosjes. Toen hij de zilvergrijze Ferrari met open dak aan zag komen en constateerde dat de man alleen was, klapte hij het vizier van zijn zwarte helm naar beneden. Zodra de vuilniszak was neergezet gaf hij een stoot gas en stoof naar de pilaren. Geen auto die daar door kon. Hij pikte de zak op, zette hem tussen zijn voeten op het plankje van de roomwitte Vespa. Haar Vespa. Die rotzak moest eens weten, hij gniffelde. Zijn redding.
Hij reed linea recta naar een vuilnisbak en haalde de sporttas uit de vuilniszak die hij vervolgens in een afvalbak propte. Met de sporttas tussen zijn benen geklemd reed hij naar het station. Met de bouwheer had hij afgesproken dat hij iedere bouwlaag zwart kon betalen. Over een jaar zou zijn nieuwe appartement in Nieuwpoort gereed zijn. Uitzicht op zee.
Hij stopte de tas in een kluisje en ging vervolgens terug naar de kelder waar hij het meisje had achtergelaten. Het spuitje met spierverslapper zat in zijn jaszak. Hij zou haar vanavond terugleggen op het strand. In haar ondergoed. Niemand zou het weten.
Laura schrok wakker, ze had het koud. Verdwaasd keek ze om zich heen. Ze lag op het strand, in haar ondergoed! Scherpe schelpen prikten pijnlijk in haar blote dijen op het verharde stuk zand. Het geluid van een naderende helikopter overstemde het gebrul van de golven. Een rode Jeep van de strandwacht kwam aangereden langs de waterlijn. Het ging opeens allemaal heel snel en even later zat ze in een foliedeken met een dampende kop koffie in de deuropening van de ambulance.
‘Kan je je iets herinneren? De politie is onderweg’ zei Vick. ‘Kunnen we iemand voor je bellen’
‘Ja mijn ouders en mijn vriend Wouter. Ze zullen wel vreselijk ongerust zijn.’

 

That’s You

logo-thatsme

Eigenlijk moet je niet gaan winkelen als je iets nieuws nodig hebt. Het is beter om gewoon een keer je favoriete zaak binnen te lopen en rond te neuzen. Dan vind je meestal zoveel leuke dingen dat je niet kunt kiezen.

Maar vandaag ging ik op zoek omdat ik iets nodig had want het zou morgen niet meer zo zomers zijn en ik heb een feestje. Ik stapte binnen bij mijn favoriete winkel in ons dorp: That’s me. Ik had mijn jongste zoon meegenomen, mijn personal dressman. Hij heeft er verstand van hoor. En zijn adviezen worden door de winkeldames goedkeurend opgevolgd. Sommige collega-shoppers komen uit hun pashokje tevoorschijn en schuiven onopvallend steeds dichterbij naar het stoeltje waar Max commentaar levert op zijn wanhopige moeder. Zij wachten tot ik weer achter het gordijn verdwijn en draaien koket voor de ogen van mijn zoon, hopend op een goedkeurende blik of zijn stralende lach.

Ik zocht vandaag dus iets voor een familiefeestje. Mijn moeder wordt tachtig. Maar sinds zij de kleren niet meer voor me koopt, kan niets haar goedkeuring wegdragen. Onze smaken verschillen, zeg ik maar even diplomatiek. Uitgezonderd mijn aankopen van deze zomer, dat moet ik haar nageven. De zomermode was vrolijk, felle kleurtjes en daar houdt mijn moeder wel van. Zij combineert ze meestal wel op een andere wijze dan gebruikelijk. Dat dan weer wel. Een knalgele broek (past mooi bij haar kanariegele autootje) met een felgroen truitje en rode sokken. That’s her.

Ter ere van mijn moeder ga ik in de rekken op zoek naar iets fleurigs. Wat een domper, de nieuwe herfstcollectie was niet iets waar ik vrolijk van werd. Dat lag niet aan de zorgvuldig ingekochte collectie door Marleen en haar dochters Ine en Anke. Nee, het lag gewoon aan mij. De kleuren van deze winter zijn niet mijn favoriete kleuren. Ik kwam terstond een herfstdip. En het gezicht van Max bij alles wat ik aantrok, was niet veel beter, een naderende donderbui zou erbij verbleken.

Hij kwam uit zijn stoel en ging actief op jacht. Na enkele minuten kwam hij met enkele leuke jurkjes aanzetten… maar de ijsjes van de zomer hadden hun sporen achtergelaten. En ik had mijn corrigerende slipstream niet aan…

Ook mijn gezicht vertoonde inmiddels enige sporen van pure wanhoop. De collectie van mijn lievelingsmerk was al ontdekt door andere kapers die zo slim waren geweest om bij tropische temperaturen hun slag al te slaan. Mijn maat was er dus uit, uit de hele Xandress collectie. En juist dat merk zit altijd als gegoten. Alles klopt. De mouwen beginnen op mijn schouder en niet ergens halverwege mijn bovenarmen. Mijn weerspannige boezem blijft netjes binnenboord en de voluptueuze rondingen bij buik en billen worden mooi omhult zonder worsteffect.

Mijn liefste vriendinnen van That’s Me transformeren in professionals van That’s You en zoeken met drieën de omvangrijke collectie door om toch een geschikte outfit voor mij te vinden. En niet zonder resultaat. Ik ben zeer in mijn nopjes naar huis gegaan met een koket paarsblauwe jurkje en een hippe  zwartwit fotoprint jurk met zwarte legging, waar zelfs mijn zoon helemaal lyrisch over was: O my God, this dress is to hip mama”. Dank je Maxxx.

Dus dit verhaal draag ik op aan de crew van That’s me. Er ligt niet voor niets rode loper bij de deur. Telkens weer voel ik me een echte celebratie door jullie geweldige niet aflatende enthousiasme en eerlijke adviezen. En ik weet zeker dat dit geen verkooptechnieken zijn maar welgemeende, oprechte liefde voor jullie klanten die, ondanks een maatje meer door toch modieus gekleed kunnen gaan.

That’s you girls van That’s me!

Overspel

mesmax

Ze wordt opgeschrikt als haar nieuwe telefoon rinkelt. Ze neemt op.
“Hallo met Sophie”

 

 

Sophie rekt zich uit. Haar hele lijf doet zeer. Tijdens een busreisje met haar moeder naar Parijs heeft ze geflirt met de chauffeur. Nadat ze terug waren in Nederland hebben ze elkaar een paar keer ontmoet. André is mysterieus en spannend. Hij heeft haar diverse malen verrast door haar op te pikken bij kantoor of zelfs een keer door een chauffeur te sturen die haar in een limo naar een penthouse in Den Haag bracht. Ze krijgt nog rode oortjes als ze denkt aan de heftige seks. Wat was ze eraan toe om verleid te worden. Begeerd. Heel wat anders dan met haar vriend. Maar na een paar keer had ze het eigenlijk wel gezien. André was iets te mysterieus. Wilde nooit over zichzelf praten. Wat al helemaal geheimzinnig was waren de uitstapjes die ze maakten en dat ritje met de limo terwijl hij maar een “gewone buschauffeur” was. Zoveel verdienen die niet. De laatste keer was de vrijpartij wel erg ruw, daar ondervindt ze nu nog pijnlijke lichaamsdelen van.  Ze wordt opgeschrikt als haar nieuwe telefoon rinkelt. Ze neemt op.
“Hallo met Sophie” alsof iemand anders haar belt op deze telefoon die ze uit een kluisje op het centraal station heeft gehaald nadat ze een flinke som geld had achter moeten laten.
“Dag snoes. Ik heb het geld gevonden maar het spelletje is veel te leuk om er nu een punt achter te zetten.”
“Je had gezegd dat als ik betaalde, ik de tape zou krijgen.”

 

“O, wil je de tape schat, dat kan geregeld worden. Kan je nog eens terugkijken hoe lekker het was. Maar een kopie houd ik nog even zelf.” De smalende stem van Bram doet haar walgen. Hoe kon ze hem nou ooit leuk gevonden hebben?
“Vuile schoft. Zet het maar op internet. Ik zal je aanklagen. De internet recherche zal je wel opsporen.”
“Zorg maar dat je om 21.00 uur vanavond klaar staat op het station. Mijn chauffeur pikt je op.”
Voordat Sophie nog iets kon zeggen was de verbinding verbroken. Zou ze alles opbiechten aan Bram?
Ze besluit nog één keer toe te geven maar daarna zou ze alles tegen Bram zeggen.

 

Rillend in haar zwarte jurkje met bijbehorende netkousen – deze instructie had ze nog per sms ontvangen – staat ze te wachten bij de ingang van het station. Er stopt een taxi en er stapt een man uit. Hij heeft zwarte lederen handschoenen aan en een chauffeurspet op. Hij loopt op haar af en geeft een pakketje. Dan salueert hij en stapt terug in de taxi om vervolgens met een korte claxontik weg te scheuren.

 

Verbouwereerd staat Sophie op het plein. Ze loopt naar haar auto en doet het binnen lichtje aan. Met trillende vingers maakt ze het pakje open. Het bevat een CD, ze kan wel raden wat er op staat. Ze start de auto en rijdt naar huis. Snel verwisselt ze haar kleren voor een joggingpak en spuit wat deodorant op. Ze maakt haar haren vochtig. Zo lijkt het alsof ze net uit de douche is gestapt. Bram is gaan squashen. Ze pakt de laptop en kruipt in bed. Met ijskoude vingers doet ze het schijfje in de dvd lader.

 

Terwijl ze naar de niets verhullende beelden zit te kijken lijkt het alsof het om een andere vrouw gaat daar op de zwart satijnen lakens. Ze zet het geluid uit, maar kan op de een of andere manier zichzelf er niet toe zetten om het scherm dicht te klappen.
De kat spits haar oren. Ze miauwt en springt van bed.

 

Een windvlaag laat de glasgordijnen even bewegen.
“Bram, ben je al thuis?” Sophie klapt snel de laptop dicht en legt hem onder bed. “Bram?”
Als ze uit bed wil stappen slaakt ze van schrik een gil als de gestalte van André de deuropening vult.

 

“Wat doe jij hier, hoe kom je eigenlijk binnen?”
Hij houdt de sleutels omhoog. De sleutelbos van Bram!
“Bram zijn sleutels. Hoe kom je daaraan?”
André laat een kort cynisch lachje horen. “Gepikt uit zijn sporttas bij het squash centrum. Wees maar niet bang, hij komt voorlopig niet thuis.”

 

“Wat bedoel je? Je hebt hem toch niks gedaan hé schoft?”
“Kijk eens aan. Het katje heeft een scherpe tong.” In één beweging staat hij naast haar en grijpt haar aan haar paardenstaart omhoog.
“Au, laat los!”
“Mij een beetje bedreigen hè teef. Zeggen dat je de politie op me af zult sturen. Dan ken je me nog niet.”

 

Hij slaat haar keihard in het gezichtSophie valt op het bed. Razendsnel heeft hij haar handen achter op de rug en maakt ze vast met een tyrap. Dan haalt hij een mes tevoorschijn.

 

Hij houdt de punt onder haar kin.
“Wil je nog steeds de politie bellen schat?”
“Nee, nee. Zeg maar wat je wilt. Wil je nog meer geld? Ik kan je nog geld geven. Zeg me wat je wilt?” smeekt ze.
“Daar moet ik eens goed over nadenken, snoes. Dat filmpje zal wel wat opleveren. Het is fucking goed. Geen acteerwerk maar puur genot en pijn. Geen fake. Daar kickt men wel op. Maar wat als je toch naar de politie stapt. Een tweede filmpje wil ik wel maar dat wordt nooit zo goed want je bent niet meer oprecht. Nee, dat wordt niks. Iets anders spannends dan maar?”

 

Hij snijdt met het mes het koordje van haar joggingbroek door en trekt de broek over haar benen naar beneden. Dan ritst hij het joggingjack open. Zijn ogen beginnen te glanzen als hij ziet dat ze er niks onder heeft. Sophie geeft hem een trap. Ze had tegen zijn ballen willen trappen maar raakt zijn bovenbeen.

 

“Stomme teef, je vraagt erom.”
Hij haalt de riem uit zijn broek en bindt haar benen bij elkaar. Dan maakt hij haar armen vast aan de stijlen van het bed. Hij loopt naar de overloop en komt dan met een sporttas de slaapkamer terug binnen.
Sophie kijkt angstig wat hij doet. Hij haalt er een camera uit en een statief en stelt het op aan het eind van het bed.
Hij gaat me verkrachten, denkt ze. Op dat moment trekt hij een plastic zak uit de tas. Worstelend probeert ze te ontkomen maar ze kan geen kant op. De zak wordt over haar hoofd getrokken. Het is een doorzichtige zak en ze ziet André zijn kleren uittrekken.
“Als je meewerkt gebeurt er niks. Dan zal ik de zak op tijd verwijderen.”
Ze voelt de punt van het mes tegen haar keel.
“Maar als je het niet goed doet, dan….

 

Sophie wil gillen maar merkt dat het zuurstoftekort al op begint te spelen.
Ruw stoot hij in haar en begint te bewegen. Ze raakt volledig in paniek. Gaat sneller ademen terwijl ze weet dat dat juist het stomste is dat ze kan doen. Ze wordt duizelig. Dan wordt alles zwart…

 

 

 

©Elles Jansen, juli 2013

 

 

 

 

 

Zomerlust

Het is misschien wel haar laatste zomer.

boomgaard

Anne gooit het slaapkamerraam open en snuift de frisse voorjaarslucht op. De zoete bloesem van de kersenbomen laten haar verlangen naar de komende zomer. In juni zijn de kersen rijp en door de zilte Zeeuwse lucht zijn de kersen van hun boomgaard heel bijzonder, knapperig en vol sap.

De boomgaard is van haar opa en oma geweest, zij hebben hem opgezet na de watersnoodramp en toen opa stierf was het een logische stap voor Anne en haar vriend om bij oma in te trekken. Iedere zomer was Anne te vinden in de boomgaard bij het plukken van de kersen, appels en peren. Zo heeft ze haar vriend Arne leren kennen, hij kwam vakantiewerk doen. De liefde voor de biologische producten ging verder dan appels en peren en als snel waren ze onafscheidelijk tot Arne aan het eind van het seizoen weer naar Wageningen vertrok.

Oma wordt dit jaar 95, ze is nog steeds bij de tijd. Ieder jaar ging ze met opa op reis als de oogst voorbij was, naar een warm land. Op bezoek bij boeren in verre landen, Vietnam, Mexico, Indonesië, Australië. Te veel om op te noemen. Oma zegt altijd “kind het is een heel jaar zomer.”

Zelfs nu oma door haar ziekte aan haar rolstoel gekluisterd is en niet meer kan reizen, is ze nog altijd opgewekt en goedlachs. Geïnteresseerd in de jonge mensen die haar omringen. Deze zonnige kant van oma’s karakter heeft Anne meegekregen.
Daarom is Anne vol energie om haar plan ten uitvoer te brengen. Het kan wel eens zo zijn dat oma de volgende zomer niet haalt en Anne wil haar nu gedenken in het volle leven en niet straks in een overvolle kerk.

Ze loopt de trap af en geeft Arne een dikke kus.
“Waar heb ik dat aan verdiend, zo vroeg in de ochtend?”
“Ik heb zin in de zomer.”
“Dan moet je nog even geduld hebben schat, het is nog maar april.” Arne smeert een dikke laag pindakaas op zijn boterham.
“En toch wordt het over twee weken volop zomer.” zegt Anne zeer stellig.

Anne ontvouwt haar plan. Oma is over twee weken jarig. Ze heeft geen vriendinnen over van haar eigen leeftijd, nagenoeg ook geen familie en ze kan niet veel meer. Maar de grote vriendenclub van Anne en Arne komen altijd naar de boomgaard voor de pluk en zijn dol op oma.

“Dus gaan we een zomerfeest geven. Vijf dagen en iedere dag een thema met een ander land. De gasten komen in groepjes, dan heeft ze tijd om met iedereen te kletsen. Het menu van de dag bestaat uit gerechten van dat land. Steeds een land waar oma mooie herinneringen aan heeft. Op de witte muren van de schuur kunnen we een diapresentatie houden van haar foto’s.  En iedereen komt in zomerkleding want de schuur kan lekker warm gemaakt worden. En gevuld met bloemen. Salsa muziek en een grote barbecue.”

“Dat wordt een onvergetelijke zomer” zegt oma glunderend in de deuropening terwijl de opkomende zon haar zilveren haar doet oplichten.

 

©Elles Jansen, juli 2013

Levensgevaarlijk

antw

“Hier volgt een bericht voor de reizigers. Het Centraal Station wordt momenteel ontruimd wegens een bommelding. Deze trein stopt in Antwerpen Berchem. Er rijden geen treinen naar Nederland. Momenteel zijn er ook geen bussen beschikbaar.”

Even was het stil in de overvolle trein maar toen sloeg de paniek toe. Mensen gingen bellen, spraken door elkaar en klampten zich vast aan de conducteur.

Ik zag de angst in de ogen van het meisje tegenover mij. Ik had haar al de hele reis stiekem gadegeslagen. Gekeken hoe zij totaal van de wereld was, diep meegevoerd door het boek in haar slanke vingers. Hoe zij haar benen wisselend kruiste na een pagina of tien.

Ik pakte in een opwelling haar hand en zei: “Centraal is zeker vijf kilometer van Berchem verwijderd. We zijn hier veilig”.
Ze keek me aan en vroeg: “Kom jij ook uit Nederland?
“Ja, maar ik woon in België. Ik studeer in Gent en woon op kamers in Antwerpen. En jij?”|
“Ik woon in Den Bosch en loop stage in het ziekenhuis van Brugge. Hoe moet ik nu naar huis?”
De trein stopte en we stonden op.
“We vinden er wel wat op, blijf maar dicht bij mij” zei ik beschermend.
Ik pakte mijn weekendtas uit het bagagerek en het meisje trok haar tas schuin over haar schouder.

De mensen stonden al in het gangpad, iedereen wilde zo snel mogelijk de coupé verlaten. Mensen hadden geen geduld en duwden elkaar in de verdrukking. Wij gingen even terug zitten, lieten iedereen eerst maar uitstappen. De trein zou toch niet verder rijden dus waarom dat gestress.

Terwijl we het station binnenliepen klonken er opeens een paar harde knallen. Paniek brak uit. Ik gooide me over het meisje op de grond, beschermend met mijn tas boven ons hoofd. Gegil en gekrijs galmde door de hal. Een dingdong weerklonk door de luidsprekers. “Geen paniek, er zijn enkel wat ballonnen geklapt. Niets aan de hand. Wij verzoeken u het station rustig te verlaten”.

Ik stond op en hielp het meisje omhoog. Ze beefde over haar hele lichaam. Haar ogen waren zwart van de uitgelopen mascara. De reizigers om ons heen renden alle kanten op. Buiten klonken sirenes van politieauto’s. Mijn hart klopte in mijn keel en mijn ademhaling ging gejaagd. Rustig blijven, maande ik mezelf.
“Kom, we moeten hier weg. Ik woon hier vlak bij.”
Ik pakte haar hand en trok haar mee het station uit. We staken de straat over, om ons heen renden mensen de weg op. Ze keken niet eens naar het verkeer.
Buiten was het chaos. Taxi’s stonden in een rij en daarnaast schoven auto’s aan om gestrande familieleden of vrienden op te halen. De taxi’s konden niet eens meer van hun plaats af komen en claxonneerden onafgebroken.

We renden het tunneltje in, onder het spoor door en tien minuten later opende ik de voordeur. De houten trap kraakte toen ik haar voor ging naar mijn appartement op de eerste verdieping. Toen ik de deur openmaakte naar mijn tweekamer appartementje voelde ik de verantwoordelijkheid die mij gesterkt had van me afglijden en voltrok zich heel even een doemscenario in mijn op hol geslagen gedachten. Ik leunde met mijn ogen dicht tegen de muur en haalde diep adem. Toen voelde ik haar zachte lippen, zout van de tranen. Ze kuste me eerst zacht maar al snel werd de kus ruw, wild en ongeremd. Ik beantwoordde de kus alsof mijn leven ervan afhing. Ze rukte aan mijn leren jack. “Uit” lispelde ze tussen het kussen door. Koortsachtig vlogen haar handen over mijn lichaam. Mijn kleding moest uit, dat was duidelijk. In een mum van tijd waren we naakt en nam ik haar ruw tegen de muur van de hal van het appartement. We gedroegen ons al halve wilden. Ik proefde nog steeds zout. Ik opende mijn ogen en zag de tranen over haar wangen bungelen.
Ik hield meteen in. “Doe ik je zeer, moet ik stoppen?”
“Nee ga door” hijgde ze, “laat me voelen dat ik leef.” Meer aansporing had ik niet nodig.
Even later lagen we in bed. Ik weet niet meer hoe we er beland waren.
“Ik denk dat je vannacht beter hier blijft slapen” zei ik met mijn lippen in haar bruine lange lokken.

Nog nooit had ik zo intens de liefde bedreven. En dat met iemand die ik niet kende, waarvan ik de naam niet eens wist. Zouden we elkaar na deze nacht ooit terugzien of zou het hierbij blijven.
Was het slechts een daad van twee mensen in levensgevaar? Ik viel in slaap, gerustgesteld door het warme zachte vrouwenlichaam dat tegen me aan lag en haar zachte ademhaling.

 

 

 

Mentos, the real refreshment

mentos

mentos

Vandaag is de warmste dag van het jaar.

En laten wij nu net een zwembad in de tuin hebben. Nog van voor de crisis.
Niets is lekkerder dan vlak voor het slapen gaan een verfrissende duik te nemen. 
Niemand die ons ziet, gewoon in je onderbroek het water in duiken.

Heerlijk afgekoeld klim ik het bad uit en besef opeens dat mijn auto zo fout geparkeerd staat, dat mijn man straks zijn wagen niet kwijt kan. 

 

Te lui om mijn kleren terug aan te trekken, wikkel ik me in een groot Mentos strandlaken en steek mijn hoofd om de voordeur. De kust lijkt veilig. Op blote voeten sprint ik snel naar mijn autootje en glip achter het stuur, rijd een stukje naar achteren en dan schuin opzij naar voren.

Als ik uit wil stappen kijk ik voor de zekerheid even in mijn achteruitkijkspiegeltje en zie tot mijn grote schrik de zoon van mijn vriendin aan komen lopen. Hij is net een dag terug van een jaar Boston University en komt enthousiast de oprit opgelopen. Blonde haren, brede lach op zijn gezicht. “A very good looking boy” dus.

O MY GOD.

Ik voel mijn natte haren druppen van het chloorwater en overzie mijn hachelijke situatie.

Met het strandlaken strak rond mijn lijf gewikkeld, lijk ik in die zwarte badhanddoek  met groot Mentos-opschrift, op een grote rol dropmint. De verkoeling heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een onbehaaglijke hittegolf.

Er zit niks anders op dan uitstappen…

“Hoi Anthonie, niet schrikken, ik heb net gezwommen en moest de auto nog even goed zetten” zeg ik terwijl ik zo elegant mogelijk probeer uit te stappen.

“Hey Ellis, alles goed?

Deze stoere gast die ik al ken van zijn elfde en die nu ruim een kop groter is dan ik, komt lachend op me af en geeft een zoen, hij schaamt zich nog erger dan ik vrees ik, maar laat niks merken.
Ik verontschuldig me nog een keertje en we spreken af snel bij te praten als ik fatsoenlijk gekleed ben.

“Je hebt me niet gezien hè?” vraag ik op samenzweerderige toon” Hij lacht en draait om. Altijd al een lief jong geweest, en zo beleefd!

Heb ik toch maar mooi even mazzel dat ze in Amerika nergens meer van opkijken en dat hij zich dus deze eigenschap kennelijk al eigen heeft gemaakt.

Voortaan badjas klaarleggen als ik nog eens ga skinny dippen. Of gewoon altijd netjes de auto op zijn plekje zetten… Of de komende week niet meer buiten komen, of nu maar snel gaan slapen en morgen hopen dat dit slechts een droom was.  

Nee, de slogan “Mentos, the real refreshment” heeft voor mij nu toch wel een andere betekenis gekregen.

 

Mr. Tomat

tomaat-2

“Is een tomaat  mannelijk of vrouwelijk? vroeg onze jongste zoon. 

“Ik zou het niet weten”antwoordde ik. “Waarom?”
“Ik denk mannelijk” antwoordde hij en met een triomfantelijk gebaar
haalde hij dit exemplaar achter zijn rug tevoorschijn.

We lagen dubbel van het lachen. In allerlei standjes werd Mr. Tomat gefotografeerd.

 

Eigenlijk willen we hem aan Miss Tomat schenken, dat is de eigenaresse van onze plaatselijke supermarkt in de wijk. Haar bijnaam is Miss Tomat maar waarom, is mij een raadsel.

Toch was mijn nieuwsgierigheid gewekt en ging ik op Wikepedia kijken. En wat lees ik daar:

Tomaten worden ook als afrodisiacum aangeprezen, vandaar de bijnaam “pommes d’amour” in het Frans. De Italianen vinden het een gouden vrucht en noemen ze “pomodoro”. In de zuidelijke Duitstalige gebieden heet de tomaat “Paradeis” en in Hongarije “paradiscom”. Overduidelijk mannelijk dus.

Wat denk je? Zal ik onze foto naar Wikepedia sturen om hun wetenschappelijk onderzoek te voorzien van bewijs?

Onze stoere tomaat lag nog enkele dagen op de vensterbank. Ik kon er eigenlijk geen afstand van doen nu ik wist dat hij de liefde vertegenwoordigde. En opeten vond ik niet gepast waar de kinderen bij waren.

Helaas raakte de viagra uitgewerkt, toen ik thuiskwam was hij helemaal verschrompeld…..

We zullen zijn foto inlijsten en naast opa op het dressoir zetten. Tenslotte was hij uniek nietwaar?

 

©Elles Jansen, 17 juni 2013

 

Afspraakje

date

 

 

 

 

 

 

Felrood bloesje
strak spannend
rond haar volle
vormen
poetst ze haar
mooie witte tanden
Fris water
streelt haar tong
terwijl ze haar
mond spoelt

Zenuwen gieren door
haar lichaam
als ze een vleugje
verleidelijk parfum
achter de oren spuit

Nerveus pakt ze

handtas en sleutels
start de auto
op weg naar
haar afspraakje

Is het echt alweer
een halfjaar geleden
dat ze hem zag
haar tandarts

©Elles Jansen