Archives for EJansen

Onderaards – deel 10

grot

wat vooraf ging:

Dag 2, de groep is afgedaald in de grotten en opgesplitst in drie groepen. De groep van Saskia wordt afgesneden van de rest doordat Thom vast komt te zitten.

 

 

 

‘Heb je last van claustrofobie?’ vraagt Moniek.
‘Ja zeg ik’.
‘Waarom heb je dat niet van te voren aangegeven?’
‘Ik wilde geen spelbreker zijn en schaamde me ook’, antwoord ik bibberend.
Nu we stil zitten, dringt de vochtige kilte door tot op het bot.

Moniek zet de lamp op haar hoofd uit.
‘Even batterijen sparen’, zegt ze en ik volg haar voorbeeld.
Thom laat zijn lamp aan staan.
Waar blijft die gids nou, vraag ik me ongeduldig af.
‘Ik moet pissen’ zegt Moniek.
‘Nou, ik heb geen bordje WC gezien’ zegt Thom in een poging grappig te zijn.
Opgelucht zie ik een lichtbundeltje naderen.
‘Zo, ik ben er eindelijk’, zegt Guido. ‘Het duurde even voor ik groep 2 ingehaald had, die gingen blijkbaar voorspoediger dan wij.’
‘Wat nu?’ vraagt Moniek.
‘Stukje terug en dan via een andere gang’, antwoordt Guido.
‘Hoezo, gaan we niet terug naar de uitgang?’ vraag ik met een benauwd stemmetje.
‘We gaan wel naar de uitgang schat, maar niet terug naar de ingang,’ merkt Guido gevat op.
Hij koppelt het oude touw los en maakt ons vast aan een nieuw.
Ditmaal pakt hij mij als eerste, Moniek als tweede en Thom als laatste. Dat vind ik wel een beetje raar want wat als Thom opnieuw vast komt te zitten. Dan kan Guido hem toch niet helpen? Thom is wel de grootste en stevigste van ons clubje.

We gaan een stukje terug en pakken een andere gang. Hier kunnen we redelijk lopen. Een beetje gebogen, dat wel maar we hoeven niet te kruipen. Ik voel me weer wat beter en kan goed volgen.
Na een tijdje gaan we een andere gang in, hier wordt het al weer wat smaller en het plafond is ook lager.
In elkaar gedoken ploeteren we voort.
‘Kunnen we even stoppen?’ roept Moniek achter me.
‘Ik moet werkelijk nodig plassen.’
Guido roept dat ze nog even vol moet houden, we zijn zo in de volgende ruimte.
Even later kunnen we inderdaad even rechtop staan. Guido maakt de zekeringen los en loopt een eindje met Moniek een gang in om daarna terug te komen.
‘Moet jij ook nog?’ vraagt hij mij.
Eigenlijk niet maar wie weet hoe lang het duurt voordat zich opnieuw een gelegenheid voordoet.

Moniek komt terug, duidelijk opgelucht en ik loop dezelfde gang een stukje in. Opnieuw flikkert de lamp op mijn helm en als ik omhoog kom om mijn broek op te trekken valt het licht voorgoed uit. Het is pikkedonker. De paniek slaat direct toe. Moet ik nu naar links of naar rechts. Ik begin te gillen en ben blij als er een lichtbundel op me afkomt.
‘Wat is er? Ratten gezien?’ vraagt Guido lichtelijk spottend.
‘Nee mijn lamp is uitgevallen.’
‘Ach, de dame is bang in het donker,’ zegt hij smalend.
Wat een lul zeg. Zo hoort een gids zich toch niet te gedragen, denk ik verontwaardigd. Mijn angst is direct verdwenen en maakt plaats voor een ongekende woede.
‘Verwacht maar geen fooi op het einde,’ kaats ik terug.
We voegen ons weer bij Thom en Moniek.
Guido maakt opnieuw het touw vast en we vervolgen onze weg.
Het wordt opnieuw nauwer maar we hoeven gelukkig nog steeds niet op onze buik te crawlen.
Ik kijk op mijn horloge en zie dat het al bijna half één is. We moeten nu toch onderhand wel bij de uitgang zijn want het middagprogramma begint straks.
‘Zeg, is het nog ver?’ roept Moniek alsof ze over telepathische gaven beschikt.
‘Hoezo, moet je weer al pipi doen?’ vraagt Guido licht sarcastisch. Wat is dat toch met die gast?
‘Nee maar we zouden er toch ongeveer al moeten zijn hé. Anders zijn we te laat voor de lunch’.

‘Nog eventjes dames’.
We gaan weer een andere gang in. Wat een wirwar van gangen, als je hier zou verdwalen geraak je er nooit niet meer uit. Een nieuwe angstaanval domineert mijn handelen. Een brandend gevoel kruipt van mijn buik naar mijn slokdarm. Mijn oren beginnen opnieuw te suizen en ik word draaierig.
‘Saskia, hallo. Zeg eens iets. Hallo.’
Een hand slaat tegen mijn wang. Even weet ik totaal niet waar ik ben. Dan slaat de paniek weer toe. Ik voel een plens water in mijn gezicht en er wordt een plastic zakje tegen mijn mond geduwd.
Bezorgd kijkt Moniek me aan.
‘We moeten echt zo snel mogelijk naar buiten’ gebiedt ze de gids.
Dan zakt ze over me heen in elkaar. Mijn kreet wordt gesmoord in de mouw van haar vest.
Thom ligt ook al op de grond.

Vol afschuw kijk ik naar Guido die met de steel van een pikhouweel een klap op het achterhoofd van Moniek heeft gegeven. Bij Thom heeft hij waarschijnlijk de andere kant gebruikt want ik zie een donker stroompje naast zijn hoofd op de grond groter worden.
Dan wordt het zwart voor mijn ogen.

Als ik bijkom lig ik op mijn zij met mijn hoofd op een rugzak. Mijn handen zijn achter mijn rug vastgebonden en ook mijn voeten zitten aan elkaar. Naast me ligt Moniek. Haar ogen zijn nog gesloten. Ze ligt ook vastgebonden met een stuk touw. Thom is nergens te bekennen.
Er staat een olielamp op een richel. Zacht gesis van de vlam is hoorbaar. Verder is het ijzingwekkend stil.
Een deel van de muur gaat schuil achter een houten schot. De vloer waar we op liggen is ook van hout. Mijn tong voelt dik en ik kan amper slikken. Waar zijn we in godsnaam? Nog in de grot of ergens anders? Waar is Guido?
‘Moniek. Moniek’.
Geen reactie. Ik worstel me dichterbij en trap met beide voeten tegen haar benen.
‘Moniek’
Ze kreunt en opent haar ogen.

Onderaards – deel 9

grot
Dag 2
Op het programma van dag 2 staat een afdaling in de grotten …..

 

 

 

Na het ontbijt ga ik naar boven om mijn tanden te poetsen en nog een keertje naar het toilet te gaan.
Ik probeer mezelf rustig te krijgen met enkele ademhalingsoefeningen. En spreek mezelf toe dat wanneer het me echt te eng wordt, ik altijd op kan geven.
We stappen de bus in en na een klein kwartiertje zijn we al op de site.
Iedereen verzamelt zich rond de gids en luistert naar de aanwijzingen.
We starten met een tocht door de grotten en een stukje spelonkologie. Na de lunch gaan we abseilen.
De mannen reageren enthousiast. Mijn maag draait om.
We krijgen allemaal een helm met een lamp op. Mijnwerkers zijn er niks bij grap ik bij mezelf.
Verder moet iedereen een riem omdoen met diverse kliksystemen. ‘Dat is voor het deel waar wel slechts op handen en voeten doorheen kunnen kruipen’, legt de gids uit. ‘Dan worden we met een touw aan elkaar verbonden zodat niemand kwijt kan raken’.
Dat stelt me gerust, maar niet heus.

We begeven ons naar de ingang van de lift. We kunnen allemaal tegelijk in de ijzeren kooi. Ik voel me gevangen. Een claustrofobisch gevoel maakt zich van me meester.
De paniek neemt toe tot Kees mijn hand vastpakt.
‘Rustig ademhalen, adem in, adem uit’, bast zijn diepe stem.
Wij staan achterin de lift. ‘Kijk me eens aan?’
Ik kijk in zijn bruine geruststellende ogen.
‘Niet bang zijn, het komt goed. Blijf maar bij mij vandaag.’

Met een ruk komt de lift in beweging. We suizen omlaag, veel sneller dan ik had gedacht.
De gids vertelt dat de lift jarenlang mijnwerkers naar beneden heeft vervoert en dat deze oude grotten vroeger dienst deden als ertsmijn.
Met een ruk en veel gepiep komt de lift tot stilstand.
Een gelige gloed verlicht het gangenstelsel.
Hier is nog elektriciteit en die gedachte stelt met gerust.
We volgen de gids over de smalle paadjes en komen in de eerste zaal.
Hier volgt een uitleg over de verschillende lagen en het proces van uitholling door een waterstroompje.
We vervolgen onze weg en de gangen worden smaller. Steeds vaker moeten we bukken om ergens onderdoor te kunnen. We komen opnieuw in een open ruimte waar iedereen weer rechtop kan staan.
‘Dit is de laatste zaal waar nog elektriciteit aanwezig is’ zegt de gids.
‘We gaan nu verder naar het smalle deel. Nu komt het aan op teambuilding omdat sommige openingen zo smal zijn dat jullie elkaar moeten helpen met aanwijzingen en het aanpakken van elkaars spullen’.
Hij haalt een aantal touwen van zijn veiligheidsriem en maakt de eerste vier collega’s aan elkaar.
‘We maken drie groepen van vijf,’ zegt hij.
Tot mijn grote schrik zit ik niet bij Kees.
‘Ik wil bij Kees’ hoor ik mezelf zeggen.
‘Dat zal niet gaan mevrouw, ik heb een indeling gemaakt naar gewicht en ervaring.’
Mijn collega voegt zich zo bij ons voor groep 3, ikzelf neem groep 1 en Kees zal groep 2 begeleiden aangezien hij als scoutingleider ervaring heeft in spelonkologie.

Mijn groepje is dus groep 3 en bestaat uit Thom, Wouter, Evelien, Moniek en ikzelf.
‘Daar zal je Guido hebben’ zegt de gids en ik zie een snel naderend lampje bewegen.
Als een berggeit komt er een jongen aan. Hij heeft een donkere huid en nog donkerdere ogen. Een onaangename rilling kruipt over mijn rug en laten mijn nekharen overeind gaan staan.
Guido pakt ook een opgerold touw van zijn riem af en maakt de zekeringen vast aan die van ons.
Onze groep vertrekt als laatste. Ik sta gelukkig niet als achterste in het rijtje. Guido voorop, dan volgt Wouter, Evelien, Thom, ikzelf en tot slot Moniek.
We zetten de lampen aan op onze helm en verdwijnen de duisternis in. De schaduwen bewegen langs de muren en geven een spookachtig beeld.
Mijn hart bonkt zo luid dat ik denk dat de hele groep het wel kan horen.
De doorgang wordt steeds nauwer en gehurkt kruipen we achter elkaar aan.
Totdat kruipen niet meer gaat en we op onze buik moeten gaan liggen. Als een slang kronkelen we centimeter voor centimeter vooruit. Zweet druppelt langs mijn slapen. Hoewel de temperatuur koud is, heb ik het warm van de inspanning die geleverd moet worden om vooruit te komen.
Wat ben ik blij met mijn spijkerbroek. Ik moet er niet aan denken dat ik een katoenen broek aan zou hebben, die zou al lang opengescheurd zijn.
Plotseling zitten we vast. Thom kan niet verder. Hij zit klem. Ik krijg het Spaans benauwd en krijg bijna geen lucht.
Ik raak volledig in paniek.
‘Sas, hoor je me? Rustig ademhalen’. Ik voel Moniek aan mijn voeten trekken.
‘Kom schat, rustig ademhalen. We gaan terug naar achteren.’
Ik probeer me een beetje op te richten zodat ik mijn onderarmen kan gebruiken om af te zetten. Stukje voor stukje ga ik achteruit. Moniek spreekt bemoedigende woorden.
Thom komt ook achteruit. Hij is gelukkig losgeraakt.
We komen op een stuk waar we iets meer ruimte hebben. Mijn lamp flikkert en angstig vraag ik me af of de batterij nu al leeg kan zijn.
Thom kijkt ons aan en zegt dan we hier moeten wachten op Guido. Opeens besef ik dat wij maar met zijn drieën zijn. Hoe kan dat nu? We zaten toch allemaal aan elkaar vast?
Thom ziet me kijken naar het afgesneden stuk touw.
‘Ik heb me losgesneden van de rest’ legt hij uit. ‘Moest van Guido omdat ik vast zat. Guido brengt Wouter en Evelien naar de groep van Kees en komt dan terug.’
Ik begin te hyperventileren en Moniek geeft me razendsnel een plastic zakje.
‘Hier Sas, rustig ademhalen. Ja goed zo. Adem in, adem uit. Doe maar met mij mee.’
Haar rustige stem neemt me mee en na enige tijd verdwijnt het suizen uit mijn oren.
Thom biedt me een flesje water aan. Ik mijd zijn blik want voel me nog ongemakkelijk na gisteravond. Ook al was zijn stommiteit toe te schrijven aan zijn beschonken toestand, toch zit het me niet lekker dat hij me gevolgd was en me zo nodig moest betasten.

Daar zitten we dan.

Onderaards – deel 8

grotWat vooraf ging:

Thom heeft zich weer bij de groep gevoegd en gelukkig komt de ontspannen sfeer van het begin van de dag weer terug tijdens het overheerlijke diner. Het is tegen elf uur, tijd om naar bed te gaan

‘Verkeerde kamer Thom?’ hoor ik tot mijn opluchting Paul vragen.

De hand laat los en ik krijg ruimte. Vliegensvlug draai ik me om en kijk in de onpeilbare ogen van Paul.
Hij zal toch niet denken…
‘Nou, de dame was haar sleutel kwijt en ik hielp haar even zoeken’ zegt Thom met dubbele tong.
‘Het lukt wel hoor’, hoor ik mezelf piepen terwijl ik me weer omdraai en de sleutel in het slot stop. De deur gaat direct open, ik haast me naar binnen en roep over mijn schouder ‘Welterusten.’

Bevend leun ik tegen de deur aan. Wat zou er gebeurd zijn als Paul er op dat moment niet was aangekomen? En wat deed hij eigenlijk in ons deel van de gang? Zijn kamer zat toch helemaal aan de andere kant. Hoe was Thom zo snel achter me aan kunnen komen? Toen ik van tafel wegging, zat hij nog druk in gesprek.

Ik loop de badkamer in en haal de make-up van mijn gezicht, poets mijn tanden en trek mijn jurk en beha uit. Terug in de slaapkamer doe ik mijn pyjama aan en kruip onder het dekbed. Wat een dag. Ik doe het licht uit, had graag nog wat gelezen maar heb geen zin een gesprek als Moniek straks terugkomt.
Na wat een eeuwigheid lijkt, hoor ik de deur zachtjes opengaan. Een straal licht valt de kamer binnen.
‘Sas, ben je nog wakker?’ fluistert Moniek vragend.
Ik zwijg en blijf stil liggen.
Moniek zegt niets meer en beweegt zo zachtjes mogelijk door de kamer. Ik hoor haar het licht aandoen in de badkamer en het water stromen. Even later voel ik het bed naast me bewegen en na niet al te lange tijd hoor ik haar rustige ademhaling. Ze slaapt. Ik niet, ik lig nog uren wakker.

‘Wake me up, before you go go’. De stem van George Michael schelt door de kamer.
Moniek kreunt en zet het geluid af van haar mobiele telefoon.
Ze draait zich om en we kijken elkaar slaperig aan.
‘Goedemorgen’
‘Jij ook goedemorgen. Heb je lekker geslapen?’
‘Gaat wel, ik heb vannacht nog wel wakker gelegen’ zeg ik.
‘Wat vervelend voor je, toen ik gisterenavond binnenkwam was je anders in diepe slaap’.
‘Ja, ik was zo moe en niet gewend aan drank’.
‘Haha, van één glaasje champagne?’
Ik lach beschaamd. ‘Ja ik ben niks gewend’.
Moniek gooit het dekbed van zich af en komt overeind. Ze zwaait haar benen uit het bed en kreunt.
‘O mijn god. Wat ben ik stijf. Hoe kan dat nu, ik ga iedere week naar de sportschool.’ Mopperend strompelt ze naar de badkamer.
Een blik op mijn horloge laat zien dat het half acht is. Om half negen worden we aan het ontbijt verwacht. Om half tien vertrekt de bus. Om tien uur start het programma bij de grotten. De zenuwen gieren alweer door mijn lijf. Mijn darmen spelen op en de bekende buikkramp beneemt me even de adem. Vervelend toch dat het toilet zich altijd in de badkamer bevind in een hotel. Ik draai op mijn rechterzij en trek mijn knieën op, ondertussen zoveel mogelijk proberend aan iets anders te denken.
Gelukkig is Moniek snel klaar met douchen en als ze de kamer terug inloopt kom ik direct uit bed om de badkamer in te snellen.
Wat een opluchting dat ik naar de wc kan. Er staat een bus met luchtverfrisser op de vensterbank. Kwistig spuit ik erop los.
De douche is wederom heerlijk en even later sta ik opnieuw met mijn badlaken om mijn lijf geknoopt in de slaapkamer.
‘Déjà-vu?’ grap ik naar Moniek.
‘Nog bedankt collega, voor je reddingsactie van gisteren’.
Ze lacht. ‘Ja dat was een bak hé? Het beviel de baas overigens wel hoor wat hij zag. Hij heeft overduidelijk een oogje op je’.
Blozend kijk ik haar aan.
‘Is het zo duidelijk zichtbaar?’
‘Voor mij wel maar de anderen heb ik er nog niet over gehoord hoor’, zegt ze geruststellend.
‘Zo te zien laat het jou niet onberoerd’ plaagt ze.
‘Ik vind hem leuk’, geef ik toe.
‘Alleen maar leuk?’
‘Oké, ook sexy’, beken ik ruiterlijk.
We lachen en rommelen tussen onze outfit.
‘Wat trekken we vandaag aan? Ik twijfel tussen lange en korte broek’, zegt Moniek.
‘We kunnen beter een lange broek aantrekken en een t-shirt met een dikke trui erover. Het kan behoorlijk koud zijn hoor in de grotten.’
‘Daar kan je weleens gelijk in hebben’.

We trekken een spijkerbroek aan en een t-shirt en onze stevige schoenen. Moniek bindt haar krullen bijeen in een staartje en daarna pakken we ons vest en verlaten de kamer.
Beneden staat het ontbijt in buffetvorm opgesteld en we nemen plaats in de lichte serre. Het is echt een leuk hotel.
De geur van verse koffie en broodjes laat me watertanden en ik zie Brian en Evelien al met een bordje lekkernijen terug naar onze tafel lopen. We hoeven dus niet te wachten tot we compleet zijn en ik sta op om naar het buffet te lopen. Er is zoveel keuze.
Met een glas verse jus d’orange en een bordje salami, roerei en twee bruine pistolets loop ik terug naar tafel.
Inmiddels zijn ook Ellen, John, Wouter en Linda aangeschoven.
Iedereen heeft een lange broek aangetrokken zie ik.
Voor de zekerheid neem ik nog een imodium in en eet mijn broodjes op.

 

Onderaards – deel 7

grot

De eerste dag van de teambuilding zit erop. We zijn aangekomen in het hotel voor diner en eerste overnachting.

 

 

 

 

Ik sjok de trap op met mijn koffertje en heb moeite mijn zware benen op te tillen. Eigenlijk beschamend, zo’n slechte conditie, denk ik bij mezelf.

Moniek loopt voor me en haar normaal, kwieke bewegingen vertonen ook slow motion trekjes.
Boven aan de trap geeft een bordje aan dat we voor ons kamernummer naar rechts moeten. We hebben de laatste kamer op de smalle gang.
Moniek opent de deur en de gezellige inrichting geeft een positieve boost aan mijn humeur. Goedkeurend neem ik het interieur in me op. Het is een mengeling van nostalgie en modern comfort. Terwijl ik de box-spring uittest, loopt Moniek de badkamer in.
‘Heerlijk, een bad. Daar wil ik wel in, en jij?’
‘Ga jij maar eerst, ik probeer het bed wel even uit’
Moniek komt terug de kamer ingelopen. Ze gooit haar reistas op het rechter bed en maakt de ritssluiting open.
‘Ik weet niet hoe het met jou gesteld is, maar ik ben kapot’, zegt ze terwijl ze tussen haar spullen rommelt. Ze haalt er schoon ondergoed uit en een zomerjurkje en loopt naar de kledingkast. Ze pakt een kapstok uit de kast en hangt het jurkje op.
‘Even boven het stoom van het bad, dan verdwijnen de kreukels als sneeuw voor de zon zegt mijn zus altijd. Even kijken of ze gelijk krijgt.’
Ik voel mijn ogen al zwaar worden.
‘Half uurtje is dat goed voor jou?’ hoor ik Moniek nog vragen en ik mompel terug: ‘neem je tijd maar’.

‘Wakker worden slaapkop. Wil jij nog douchen? Ik vrees dat je geen tijd meer hebt voor een uitgebreid bad, we moeten over een klein half uurtje beneden zijn voor het diner’, zegt Moniek.
Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wrijf en me eens flink uitrek – au mijn spieren – zie ik de metamorfose die Moniek heeft ondergaan.
Haar blonde krullen omlijsten haar ronde gezicht, dat licht verkleurd is door de zonnestralen van vandaag. Het zomerjurkje past haar als gegoten en benadrukt haar slanke taille. Zorgvuldig aangebrachte oogschaduw en eyeliner geven haar blauwe ogen een subtiele, vrouwelijke maar toch ook natuurlijke look.
‘Je zus heeft gelijk gehad zie ik. Je kan niet zien dat je jurkje uit een sporttas komt.’
Moniek bekijkt zichzelf in de spiegel tegen de kastdeur. ‘Ja goed hé? Sandra reist veel en heeft vaak slimme tips’

Ik kom overeind en duik de badkamer in. Verrast kijk ik naar het moderne interieur. De grijsbruine, smalle tegeltjes tegen de wanden lijken wel blokjes gestapeld hout. Terwijl ik me uitkleed hoor ik Moniek praten en lachen. Waarschijnlijk belt ze met haar vriend. Tenminste, dat hoop ik toch want ik heb er niet aan gedacht om ondergoed en kleding mee de badkamer in te nemen.
Ik stap de douchecabine in en draai de kraan open. Een heerlijke stevige straal plenst neer op mijn stramme schouders en nek. Genietend blijf ik staan, armen langs mijn lichaam, ogen dicht. Het warme water ontspant mijn pijnlijke spieren. Na een vijftal minuten ga ik me toch maar inzepen, ik had zo wel uren kunnen blijven staan doch het gerammel in mijn maag brengt me bij mijn positieven.

Ik draai de douchekraan dicht en pak de dikke rulle handdoek van het rekje. Wat een heerlijk groot badlaken. Terwijl ik me afdroog hoor ik Moniek opnieuw lachen. Tot mijn schrik hoor ik een mannenstem. Help, wat nu?
Het badlaken is gelukkig groot genoeg om rond mijn lijf te wikkelen en even later sta ik dan op blote voeten en met natte haren terug in de kamer. Ik voel me naakter dan ooit als de ogen van Paul vluchtig over mijn lichaam glijden. Het schaamrood kleurt mijn wangen en mijn hart bonkt zo hard dat ik denk dat hij het kan horen.
‘Eh, ik had mijn kleding nog in de kamer liggen’, stamel ik.
‘Ik verwacht van mijn secretaresse dat ze vooruit denkt hoor’, zegt hij dubbelzinnig. Ik voel mijn wangen nog harder gloeien.
Moniek krijgt medelijden en zegt: ‘Kom Paul, laten wij vast naar beneden gaan. Dan kan Saskia zich aankleden.’
‘We zien je zo oké?’
Dankbaar glimlach ik naar haar en loop op mijn trolley af.
‘Niet te lang dralen voor de spiegel hé, Saskia? Ik verga namelijk van de honger’, zegt Paul terwijl hij me veelbetekenend aankijkt.
‘Gaan jullie nu maar, dan kan ik opschieten’, antwoord ik terwijl ik de sloten van mijn koffertje open klik.
‘Tot zo’.
‘Ja tot zo’.
Ze lopen de deur uit en Moniek piept nog even haar hoofd terug om de deur en steekt haar duim op. Ik lach terug.

Met een snelle beweging rits ik het linker deel van het opengeklapte koffertje open en haal er mijn zorgvuldig opgevouwen jurk uit. De tricot stof heeft als voordeel dat er geen kreukels of vouwen in zitten. Snel vis ik een beha met bijpassend boxertje uit de andere helft van de koffer en trek dit aan. Het jurkje glijdt over mijn hoofd en valt soepel naar beneden. Ik controleer in de spiegel of mijn onderbroek niet tekent en constateer goedkeurend dat het advies van de verkoopster geen verkooptruck blijkt te zijn.
Snel schiet ik mijn pumps aan en strijk met mijn vingers door mijn haren. Zo goed als droog.
Met mijn toilettas in mijn handen loop ik terug de badkamer in en breng wat mascara aan en dep met een sponsje wat compact poeder op mijn voorhoofd, neus en kin. Daarna even met de kwast erover.
Een beetje wax in mijn haren en tevreden kijk ik naar mijn spiegelbeeld. Er gaat niets boven de natuurlijke kleuring van zonlicht op je gezicht.

Ik gris op de valreep een vestje uit mijn koffer en pak de sleutel van de kamer van het nachtkastje. Shit, ik heb geen handtasje meegenomen. Ik de sleutel aan de voorkant in mijn beha en grinnik in mezelf.

Als ik beneden kom zegt een serveerster dat mijn collega’s buiten zijn. Ik loop de serre door en kom in een grote achtertuin met een gezellig terras. Achter in de tuin staat een trampoline en houten speeltoestel waar enkele kinderen spelen. Mijn collega’s staan aan de oever van het riviertje met een glas champagne in de hand. Mijn ogen glijden over het gezelschap en ik zie Thom staan. Hij staat een paar meter van de rest vandaan te praten met Paul. Zijn handen gebaren druk en uit zijn gezichtsuitdrukkingen maak ik op dat hij probeert uit te leggen wat er gebeurd is die middag. Paul maakt sussende bewegingen en legt een hand op de arm van Thom.
Ik loop zo elegant mogelijk met mijn punthakken over het gras, wat niet meevalt.
Een ober komt aangelopen met een dienblad en biedt me champagne aan. Ik drink eigenlijk nooit maar wil niet kinderachtig overkomen door water te vragen en pak dus een glas met gouden bubbeltjes.
‘Oké mensen, we zijn compleet. Graag wil ik een toast uitbrengen op Pepper en op de nieuwkomers in het bijzonder.’ Paul heft zijn glas.
‘Op Pepper’
‘Op Pepper’, roept iedereen in koor.

Kees geeft tips aan een paar kinderen die een dam proberen te bouwen in het water.
Evelien en Kelly bemoeien zich er mee maar Kees dient hun van repliek en roept: ‘Dames, wie heeft er hier bij de scouting gezeten?’
Na enkele verplaatsingen van de stenen blijkt dat hij gelijk krijgt en stroomt het water van de rivier een andere kant op. De kinderen juichen opgewonden en roepen hun vader om te komen kijken.
De ober komt weer aangelopen en zegt dat het voorgerecht geserveerd zal worden.
We lopen terug naar het terras. Daar staat een lange tafel gedekt en we nemen plaats op de houten stoeltjes.
Ik zit tegenover Paul en tussen Brian en John. Paul zit tussen Linda en Ellen.
Karin zit helemaal rechts, op het uiteinde terwijl Thom helemaal links zit aan dezelfde zijde. Strategische opstelling, denk ik bij mezelf, zo hoeven ze elkaar niet aan te kijken.
Natuurlijk wordt er even teruggeblikt op de kanotechnieken maar al snel gaat het gesprek over Pepper. Anekdotes van de begin periode vliegen over tafel, en dan met name de blunders die gemaakt zijn. Er wordt hartelijk gelachen en opgelucht stel ik vast dat de sfeer weer terug ontspannen is.

Het voorgerecht smaakt voortreffelijk, een frisse salade met gebakken kip, uitgebakken spekjes en verse ananas. Ik voel me een beetje licht in het hoofd door de champagne en schenk mijn waterglas nog eens vol.
Het hoofdgerecht volgt. Op de huid gebakken zalm op een bedje van tagliatelle en groente uit de wok. Wat een verwennerij.
Ik probeer zoveel mogelijk met Brian te praten over zijn tweeling en zijn vrouw en niet te veel naar Paul te kijken. Zijn donkere blik spreekt boekdelen en ik hoop maar dat het de anderen niet opvalt. Opeens voel ik iets zachts langs mijn been strijken en ik verslik me als ik een kreet probeer te onderdrukken.
Brian klopt op mijn rug: ‘Oei, gaat het?’
Ik neem enkele slokken water en haal eens diep adem.
Paul lacht geamuseerd en speelt de grote onschuld. Het waren nochtans wel zijn voeten die ik langs mijn benen voelde glijden. Ik weet het zeker.
Het gelach wordt steeds sterker, de wijn mist zijn uitwerking niet.
Tegen elf uur staat Kees als eerste op. ‘Sorry mensen, maar morgen wordt een heftige dag met klimmen. Ik ga mijn bed opzoeken.’
Kelly en Karin staan ook op en ik volg hun voorbeeld. Moniek maakt nog geen aanstalten, ze is druk in gesprek met Wouter en Evelien.
Ik loop de serre in en volg de anderen naar de trap. De stemmen zijn gedempt in verband met ander gasten. We fluisteren ‘welterusten’ en ik vervolg mijn weg naar het einde van de gang. Net wanneer ik mijn sleutel uit mijn beha wil vissen voel ik een warme adem in mijn nek. Een hand sluit zich over de mijne en omsluit mijn borst.
‘Hulp nodig?’
Ik snak naar adem en wil me omdraaien maar sta klem tussen de deur en het mannenlichaam achter me.

Onderaards – deel 6

grot

wat vooraf ging: Op dag 1 staat een kanotocht op het programma, na de lunch krijgen Thom en Karin ruzie en hun kano slaat om. Na een korte pauze wordt de tocht hervat… maar dan blijkt Thom verdwenen te zijn…

De kano’s glijden terug het kabbelende water in. De sfeer is gelaten. Ik mis Thom niet maar vind het toch ook maar niks dat het team niet compleet is. Het is tenslotte een teambuildingsuitje.
We blijven nu als groep bij elkaar. De rivaliteit onderling is verdwenen. Gestaag gaan de peddels in en uit het water. Wat dat betreft zijn we even één team. Het raakt me dat iedereen toch aangeslagen is door wat er is voorgevallen.

Mijn handen doen zeer, ik heb blaren. Karin zit voorin en aan haar opgetrokken schouders zie ik dat zij ook vanuit haar tenen inspanning levert om deze laatste kilometers te volbrengen.
Eindelijk zien we een groot aantal kano’s op de oever liggen. Mannen met het logo van Adventure World stapelen de lege kajaks op de daartoe bestemde aanhangwagens met ijzeren rekken. Er kunnen wel twintig kano’s op.
Ik zie onze bus al staan en hoop dat het niet ver rijden is naar ons hotel. Het verlangen om onder een lekker harde, warme douchestraal te staan is enorm, maar strijdt met de behoefte van mijn vermoeide lichaam om even op bed te gaan liggen en een uurtje te slapen.
‘O, ik ben kapot’, zucht Moniek terwijl ze in de stoel naast mij aan de andere kant van het gangpad ploft.
‘Anders ik wel’, zegt Kelly die naast haar gaat zitten. “Het lijkt zo simpel, maar dat viel toch vies tegen.’
‘Wat een gedoe hè, met Thom?’
‘Het blijft gewoon een klein kind. Als hij even niet alle aandacht krijgt dan gaat hij klieren’, beaamt Kelly.
‘Dat was toch één van de redenen van Paul om een teambuilding te organiseren’, zegt Moniek.
Nu word ik toch wel een beetje nieuwsgierig maar wil dit niet laten merken.
Ik was er namelijk van uitgegaan dat de teambuilding bedoeld was om elkaar beter te leren kennen omdat er onlangs een aantal nieuwe mensen was aangenomen. In een bedrijf dat valt of staat met creativiteit is een goede sfeer belangrijk. Dat komt het proces van het ontwikkelen van ideeën ten goede.
En aangezien Thom en Paul compagnons zijn, had ik niet het flauwste vermoeden dat Thom niet zo goed lag in de groep.

‘Thom is…’
‘Ssst’
Op dat moment stapt Karin de bus in, op de voet gevolgd door Paul. Ik zie aan haar rode ogen dat ze gehuild heeft. Als onze ogen elkaar kruisen, slaat ze haar blik neer en buigt haar hoofd een beetje waardoor haar losse haren voor haar gezicht vallen. Ze draait direct naar links en gaat op een tweepersoon plaats zitten waar Paul naast haar plaats neemt.
Hun hoofden buigen zich naar elkaar en ik voel een rare steek in mijn buik.
Vermanend spreek ik mezelf in stilte toe. Wel erg ongepast om nu jaloers te zijn. Als afleiding kijk ik naar buiten en sluit mezelf af voor wat er in de bus gebeurt. Buiten meren nog meer kano’s aan. Alleen van kanoverhuurbedrijven. De meesten mensen stappen lachend uit maar de vermoeidheid is uit hun stramme lichaamsbewegingen duidelijk af te leiden.

Iedereen is blijkbaar al ingestapt want de deuren van de bus worden gesloten en de bus trilt onder het starten van de zware dieselmotor. Het is een beetje langs me heen gegaan.
Ik sluit mijn ogen, heb geen zin om deel te nemen aan de geforceerde gesprekken die gevoerd worden om de sfeer enigszins om te buigen. Als mijn naam valt, doe ik net alsof ik slaap.
De vermoeidheid slaat toe. Ik ben werkelijk even weggedommeld want ik word zachtjes wakkergeschut door Evelien.
“Wakker worden Doornroosje, we zijn bij het hotel.”
Stijf kom ik overeind, mijn hele lijf doet zeer. Dat belooft wat voor morgen.
Met stramme benen ga ik het trapje af. Waarom zijn de treden in zo’n bus altijd zo hoog?
Ik sluit aan bij de anderen die bij de receptie op hun sleutel wachten. De receptioniste noemt onze achternamen en ik ben opgelucht als ik hoor dat ik een kamer deel met Moniek.

 

Onderaards – deel 5

grot
Een reclamebureau gaat op teambuilding in de Belgische Ardennen…
Wat vooraf ging: Tijdens dag 1 staat een kanotocht op het programma. Een leuke competitieve dag waarin de onderlinge verhoudingen op de proef worden gesteld…

Wat een kick, zo’n waterval. Hoe zou het zijn om op een echte wilde rivier te varen in Frankrijk of Amerika?

Ik hoor gegil achter ons en kijk over mijn schouder. De kano van Karin en Thom is omgeslagen. Het emmertje dobbert op het water. Paul draait snel onze kajak en peddelt gestaag tegen de stroom in. Als we bij het emmertje zijn pakt hij het met één beweging uit het water onze kano in.
Karin en Thom hebben al zwemmend hun kano naar de kant geduwd. Daar liggen enkele stukken platte rotsblokken en Thom is hier al op geklauterd. Hij houdt de kajak stil en Karin probeert eveneens op de steen te klimmen. Ze was zo slim geweest om waterschoenen aan te trekken aan het begin van de tocht die dag en heeft daardoor grip op de glibberige stenen.
Inmiddels zijn ook de andere collega’s de waterval gepasseerd. Er is verder niemand omgeslagen. We hangen allemaal bij de rotspartij en proberen de ruzie tussen Thom en Karin te sussen. Karin is woest en Thom slingert zeer vrouwonvriendelijke opmerkingen naar haar hoofd.
Het is een ongemakkelijke situatie en eigenlijk zouden ze beter niet meer met zijn tweeën in de kajak moeten gaan, maar ruilen met anderen van onze groep is niet te doen want we kunnen nergens naar de kant om te switchen.
Paul stelt voor om naar de volgende stop te varen en daar weer een ruil te doen.
Ik vraag me af wie van de vrouwelijke collega’s nog bij Thom in zijn bootje wil stappen.
De stemming is tegelijk met de kajak van Thom en Karin omgeslagen. Gelaten peddelen we voort.
Perfecte opdracht voor een teambuilding schiet het door mijn hoofd.  Toch ben ik enigszins uit mijn evenwicht. Je zou toch denken dat de sfeer tijdens zo’n evenement niet al de eerste dag door één persoon zo verpest kan worden.
Na de volgende bocht komt er gelukkig een aanmeerplaatsje. Er is een kiezelstrandje en het ligt er vol met lege kajaks. Die van onze groep kunnen er amper nog tussen.
Iets verderop staat een houten chalet met een groot terras. Er klinkt vrolijke muziek en het gelach van andere gasten komt ons tegemoet.
‘Gelukkig, dit hebben we net even nodig,’ zegt Paul. Er klinkt enige opluchting in zijn stem.
Thom springt als eerste uit de kano naast ons en loopt met zijn hoofd gebogen, nors en met grote stappen richting het chalet. Hij helpt Karin niet eens uit de kano denk ik verontwaardigd maar zie ook wel in dat ze absoluut niet op hulp van hem zit te wachten.
Paul trekt me omhoog en helpt me uitstappen. ‘Wacht hier even,’ zegt hij en hij pakt de emmer van Karin en Thom. Hij draait zich naar Karin en steekt zijn hand uit.
‘Sta mij toe Princes,’ zegt hij terwijl hij diep buigt. Karin kan niet anders dan lachen als hij bijna zijn evenwicht verliest door de zware emmer in zijn linkerhand en de onhandige scheve stand op de oever met losliggende kiezels.
Ze stapt uit en Paul opent de emmer om er een droge handdoek uit te halen. Hij slaat deze om de schouders van Karin. ‘Zo dame, even iets droog aantrekken en dan een lekker wijntje, wat denk jij Saskia?’ Hij draait zich naar me toe. Gedrieën lopen we naar het chalet, Paul in het midden. Hij heeft zijn armen rond onze schouders geslagen. Ik voel de warmte door mijn lijf trekken. En wenste dat het Chalet kilometers verder lag.

Het Chalet maakt deel uit van een camping. Het is er gezellig druk. Er lijkt geen plaats te zijn maar een groep jongelui staat op als ze ons zien naderen.

Zo te zien hebben jullie wel een pint verdient en wij moeten weer verder’ zegt één van hen en maakt een uitnodigend gebaar.
Dankbaar nemen we plaats op de rieten stoeltjes. De ribbels snijden in mijn billen maar ik negeer het snel als ik de ober lang zie komen met grote glazen Belgisch Bier en Ice-tea.
Ik had me niet gerealiseerd dat ik zo’n dorst heb.
Paul neemt de leiding en vraagt iedereen wat ze willen drinken en houdt de passerende ober aan.
Enkele minuten later is iedereen van een drankje voorzien. De afdaling langs de watervallen wordt uitgebreid besproken, hier en daar stevig aangedikt.
Karin zit naast me, ik kan haar gezichtsuitdrukking niet zien. Ik zie haar handen even in de reling van de stoel knijpen en in een opwelling leg ik er even mijn hand op.
Ze draait haar hoofd en kijkt me aan, tranen staan in haar ogen. Thom is nergens te bekennen. Maar goed ook. Ik denk dat niemand behoefte heeft aan zijn bravoure gedrag.

Het is inmiddels al laat in de middag en we moeten nog een stukje varen tot het eindpunt. Paul staat op en loopt het chalet in. Karin en ik lopen naar het toilet.
‘Gaat het weer een beetje?’
‘Ja, maar ik ga niet meer met die klootzak in een bootje. No way.’
Ik knik begrijpend. We verdwijnen in de wc-hokjes en ik hoor de deur opengaan en de stemmen van Kelly en Moniek.
‘Een lul is het’
‘Ja, dat heeft hij vandaag maar weer eens bewezen. Altijd op haar katten. Dat gaat een teambuilding niet veranderen hoor’.
‘En gewoon omdat ze niet inging op zijn avances’.
Zouden ze weten dat het onderwerp van gesprek hier op het toilet zit, vraag ik me af.
Snel trek ik de wc door, open de deur en loop op Kelly en Moniek af. Ik maak een veelbetekenend gebaar met mijn hoofd naar de wc-deuren en vraag dan zo opgewekt mogelijk of zij weten hoe laat we bij de eindstop zullen zijn.
Kelly opent een wc-deur en antwoordt dat ze geen idee heeft.
Moniek steekt haar hand in haar kontzak en haalt er een plastic mapje uit. Verbaasd kijk ik toe hoe zij het programma eruit haalt. Helemaal droog. Wat slim van haar.
‘Om vijf uur, dus nog een uurtje. Dat gaat nog wel lukken toch?’
‘Ik hoop het, ik voel mijn armen wel hoor en mijn rug ook.’
‘Niks gewend jij. Ik roei dagelijks als ik naar de sportschool ga’, zegt Moniek. Ik kijk haar met open mond aan.
Op dat moment komt Karin uit het toilet.
‘Sinds wanneer ga jij naar een sportschool?’ vraagt ze spits.
Dan moet Moniek hard lachen.
‘Betrapt’ en ze verdwijnt ook de wc in.
We wassen onze handen en lopen terug het chalet in.
‘Dank je voor net’, zegt Karin.
‘Graag gedaan.’
De groep staat al bij de waterkant. Thom is nergens te bekennen.
Ik kijk Paul aan en vorm het woord Thom met mijn lippen.
Hij haalt zijn schouders op.
Als Moniek en Kelly zich ook bij ons hebben gevoegd stelt hij voor dat hij alleen in een kajak gaat en dat Karin en ik samen een kano delen.
‘En Thom dan?’ vraagt Wouter.
‘Ik zie hem nergens en hij neemt ook zijn telefoon niet op. We moeten verder want onze bus staat om vijf uur klaar om ons terug te brengen naar het hotel. Hij zal zijn plan wel trekken zeker.’

“Ondergedoken” Winnend verhaal van verhalenwedstrijd ‘Verliefd, verloofd, … vermoord’

Cover

Cover

Hanne loopt het stenen trapje af naar het strand. Het warme zand brandt onder haar blote voeten. Nog enkele meters en dan is ze op de lange houten steiger die de Middellandse Zee in loopt. Ze is hier al drie weken maar verwondert zich nog elke dag over de heldere azuurblauwe kleur van het water. Een school zilveren visjes schiet zigzag door het water. De voorste bepalen de richting en de rest volgt, net als bij een kudde schapen.
Aan het einde van de pier ziet ze hem staan. De waterdruppels glinsteren op zijn donkerbruine rug. De feloranje zwemshort accentueert zijn bronzen gespierde lichaam nog eens extra. Een warme tinteling trekt door haar lichaam. Mijn god, wat is ze verliefd.

 

Hij keert zich om, alsof hij haar voelde aankomen. Een brede lach siert zijn knappe gezicht. Hij komt naar haar toegelopen en kust haar zacht op haar lippen. Ze proeft het zout van de zee. Zouter dan de zee thuis.
“Je lag nog zo lekker te slapen dat ik je niet wilde wekken en alleen ben gaan snorkelen.”
“Niet erg schat. Vanmiddag heb ik weer duikles. Ik kon wel wat extra slaap gebruiken na vannacht.”
Ondeugend kijkt ze Ferred aan. Ze voelt zich een verliefde tiener, ze lijkt wel gek. Wat zal haar twintigjarige dochter hiervan vinden?
“Wat dacht je van een ontbijtje?”
Ferred pakt zijn handdoek van de reling en schiet in zijn teenslippers. Hij vlecht zijn vingers in die van Hanne en samen lopen ze terug naar het hotel.
“Even iets aantrekken,” zegt hij en met enkele vlotte stappen klimt hij het trapje op naar hun kamer.
Hanne wacht op het muurtje en kijkt naar de voorbijkomende gasten die richting het ronde gebouw lopen waar het ontbijt geserveerd wordt.

Ze denkt terug aan de eerste ontmoeting. Ze stond voor de receptie te wachten om in te checken. Er was een dubbele rij met gasten. Ze deden tegelijk een stap naar voren toen de receptioniste riep: “Next please.”
“Ladies first,” zei de man naast haar terwijl hij haar charmant toelachte. Ze vergat even waar ze was toen haar blik de zijne raakte. Wat een ogen, en die lange donkere wimpers. De receptioniste bracht haar terug in de werkelijkheid en blozend had ze zich verontschuldigd. Later bleek dat ze een kamer naast elkaar hadden gekregen. Was dit toeval of had de receptioniste een vooruitziende blik gehad?
Na een hernieuwde kennismaking op het balkon vroeg Ferred of ze zin had met hem te dineren.
“Samen eten is gezelliger dan alleen,” had hij nonchalant gezegd. Even later zaten ze tot diep in de nacht aan hun tafeltje met uitzicht over de zee.
Ze vertelde over haar leven, zonder in details te treden. Al vermeldde ze wel direct dat ze een volwassen dochter had en weduwe was. Hij vertelde dat hij gescheiden was, geen kinderen. Hij was van Turkse afkomst maar zijn moeder was Nederlandse. Omdat hij zo van het leven onder water hield had hij een duikvakantie geboekt in Egypte. Als eigen baas kon hij zo lang vrij nemen als hij wenste. Vanaf die avond waren ze onafscheidelijk. Ferred had haar overgehaald om duiklessen te nemen. Snorkelen is leuk had hij gezegd, maar duiken was het einde, het mooiste op aarde.
De eerste keer vond Hanna het maar eng. Ademen door dat masker en afhankelijk zijn van die zuurstoffles was benauwend maar als snel vergat ze haar angst door de prachtig weelde onder de waterspiegel. Een hele wereld op zichzelf. En zo rustgevend. Haar instructeur en tevens eigenaar van de duikschool, was een aardige en kalme man. Peter was een Nederlander en daardoor was er geen taalbarrière waardoor ze hem volkomen vertrouwde. Na de theorielessen mocht ze oefenen in het zwembad en enkele dagen geleden had ze de eerste duik in zee gemaakt. Het was werkelijk adembenemend. Ferred was trots op haar en kon niet wachten om samen met haar te gaan duiken. Maar eerst moest ze het duikbrevet halen. Daarvoor waren nog drie duiklessen in zee nodig.

Een paar koele handen bedekken haar ogen. Hanne schrikt even maar weet direct dat ze van Ferred zijn. Zijn kruidige, muskaatachtige aftershave heeft hem verraden.
Lachend staat ze op en hand in hand lopen ze naar het restaurant. Het ontbijtbuffet is, zoals gebruikelijk in een vijfsterrenhotel, overweldigend. Het is iedere keer weer een feestje om een keuze te maken en toch niet ongemerkt te veel te eten. Dat was de eerste dagen van hun verblijf wel anders, toen kreeg ze bijna geen hap door haar keel van verliefdheid.
Terwijl ze zitten te eten komt er een vrouw aanlopen met een grote hoed op en een zonnebril. Ze stapt welbewust recht op het tafeltje af waar Hanne en Ferred elkaar druiven voeren.
“Dus hier zit je vuile schoft.”
Ferred staat direct op en trekt de vrouw, voordat ze nog wat kon zeggen, aan haar arm mee het restaurant uit. Hanne blijft verbijsterd achter.
Na een tiental minuten komt Ferred terug. Zijn gezicht staat verbeten.
“Wie was dat?”
“Ach een oude vlam, niks om je druk over te maken. Ben je klaar met eten? Ik heb een verrassing voor je.” Ferred blijft naast haar stoel staan en er zit niks anders op dan overeind te komen en hem te volgen. Hij loopt naar de terrasuitgang en trekt Hanne gehaast achter zich aan.
“Niet zo snel Ferred, straks val ik nog.”
Ze probeerde hem bij te houden op haar sandaaltjes maar dat lukte niet zo best. Hanne kan niet helemaal volgen.
“Wat gaan we doen? Ik wil eerst nog even naar de kamer terug.”
“Sorry schat, maar daar is geen tijd voor.”
Met stevige passen beent Ferred door de tropische tuin. Dit keer is er geen tijd om de bijzondere palmen te bewonderen of stil te staan en de bedwelmende geur op te snuiven van de exotische bloemen.
Ze lopen voorbij de zwembaden en het kinderbad met de vele glijbanen waar het op dit moment van de vroege ochtend toch al behoorlijk druk is. Het fluitje van de badmeester klinkt schel en krachtig en met grote gebaren maakt hij de kinderen duidelijk dat ze moeten blijven zitten en niet gehurkt van de glijbaan af mogen.
Hanne kijkt verbaast als Ferred haar mee trekt naar het beauty- en relax centrum. Achter de balie staat een slanke vrouw van middelbare leeftijd, ze is zorgvuldig opgemaakt en heeft een witte broek aan met een roze polo met het logo van de salon erop geborduurd. Het ruikt er naar menthol en een andere kruidige geur die Hanne niet een twee drie thuis kan brengen.
“Hello, can I help you?” vraagt ze glimlachend.
“Ik heb een afspraak voor mijn verloofde om 10.30 uur, kamer nummer 230.”
De vrouw kijkt in de computer en knikt bevestigend.
Hanne kijkt Ferred vragend aan.
“Surprise schat, een complete behandeling. Je geen zorgen maken, je bent op tijd klaar voor je duikles.”
Ferred drukt een kus op haar lippen.
Er komt een jong meisje aangelopen, ze is geheel gesluierd en heeft een t-shirt met lange mouwen aan met daarover heen de roze bedrijfspolo. Eronder draagt ze een lange witte katoenen broek en witte Nike sportschoenen. Haar irissen zijn bijna net zo donker al haar pupillen en de zwarte kohllijn benadrukt de amandelvorm die zo typerend is voor de ogen van Egyptische vrouwen.
Ze stelt zich voor als Neneth en haar ogen lijken even op te lichten als ze Ferred aankijkt. Hierdoor lijkt het alsof ze hem al eerder heeft gezien. Maar dat zal wel verbeelding zijn denkt Hanne. Ze moet eens niet zo jaloers zijn. Het is logisch dat vrouwen naar haar knappe verloofde kijken. Heel even komt de twijfel de hoek om kijken. Ferred is 10 jaar jonger dan zij, wat ziet hij in haar?
“Geniet maar lekker schat,” zegt Ferred en hij verdwijnt.
Neneth staart hem na en draait dan bruusk haar hoofd om.
“Follow me,”en ze gebaart Hanne mee te komen en laat haar een kleedhokje in gaan.
“Cloth out and put that on,” zegt ze in gebroken Engels.
Aan het haakje hangt een badjas.
Hanne trekt haar zomerjurkje uit en besluit haar slipje aan te houden. Ze trekt de badjas aan en wacht op Neneth. Wat zal ze voor haar in petto hebben?
De deur aan de andere kant van het kleedhokje gaat open en Neneth loopt voor Hanne uit naar een houten sauna.
“Ten minutes” en ze helpt Hanne uit de badjas.
De sauna is leeg en Hanne gaat op het onderste bankje zitten. Pff, wat een warmte. Ze houdt niet zo van de droge warmte. Liever gaat ze in een stoomcabine. Ze sluit haar ogen en probeert langzaam in en uit te ademen. Ze voelt even een koele windvlaag en gluurt tussen haar wimpers door. Er is een andere vrouw binnengekomen die gelijk helemaal bovenin gaat zitten. Een ervaren saunaster, denkt Hanne. Net wanneer ze denkt het niet meer vol te houden gaat de deur opnieuw open en vraagt Neneth haar eruit te komen. Ze wordt naar een douche gebracht en schrikt als de koude stralen haar oververhitte lichaam met een schokeffect afkoelen.
Vervolgens gaan ze naar een kleine betegelde ruimte waar het stinkt naar rottende bladeren. Er staan twee behandelbanken, op één ervan wordt een vrouw ingesmeerd met een groenig soort modder. Hanne gaat liggen en ondergaat dezelfde behandeling. De warme modder voelt zwaar op haar lichaam maar ook verrassend goed. Als ze helemaal is ingesmeerd vertrekken beide gesluierde assistentes en klinkt er een rustgevende muziekje. Hanne dommelt in slaap en wordt wakker geschud door Neneth.
“Follow me please.”
Na het modderbad volgen nogmaal een saunasessie, een bezoekje aan een Turks stoombad en een ontspannen watermassage in een jacuzzi. Herboren kleedt Hanne zich zo’n twee uur later aan. Dan valt haar oog op een briefje: Don’t trust Ferred. Bad man. Alsof ze haar vingers brandt, laat Hanne het papiertje vallen. Totaal van de kaart snelt ze het beautycentrum uit en vlucht naar de hotelkamer.
Van Ferred is geen spoor te bekennen. Wat moet ze nu? Ze wil uitleg. Het rare gedrag van Ferred nadat de vrouw in het restaurant aan hun tafeltje was verschenen, komt opeens weer terug boven. Zijn dwingende en gehaaste gang naar het beautycentrum… De vreemde blik van Neneth. Ze wordt helemaal gek van het gissen. Na een uur ongeduldig geijsbeer door de hotelkamer, wachtend op Ferred die ook zijn telefoon niet beantwoordt, besluit ze toch maar naar de geplande duikles te gaan. Zonde van het geld om deze les te laten schieten, zo dicht bij het duikbrevet.
Op van de zenuwen verwisselt haar zomerjurkje voor een badpak. Ze schiet in haar slippers en grist de plunjezak mee. Snel loopt ze door de tuin naar de steiger waar de duikschool zich bevindt.

“Hoi Hanne, pak maar snel je uitrusting want we hebben niet veel tijd meer,” begroet Peter haar.
Het is lastig om zo’n rubberen duikpak snel aan te trekken. Gelukkig heeft dit pak korte mouwen en pijpen anders zou het nog langer duren, denkt Hanne. De instructeur helpt haar de zware gasfles om te hangen en ze controleert haar duikklok en de meters van de zuurstoffles. In haar gedachten gaat ze alle verplichte handelingen na. Duiken is een sport waarbij je je hoofd koel moet houden, ook boven water. Even kan ze de vragen over het briefje naar de achtergrond verdringen.
Ze flappert met de flippers de andere cursisten achterna en neemt plaats in de boot. De duikpakken maken het moeilijk om elkaar goed te herkennen.
Het lijkt alsof er een nieuw gezicht tussen zit maar Hanne schenkt er geen aandacht aan totdat ze aan de beurt is om over boord te gaan. Het blijkt dat haar vast duikmaatje Violet ziek is en dat deze vrouw haar buddy is.
“Hanne, dit is Neneth van het beautycentrum,” zegt Peter. “Ze valt in als we een buddy tekort komen.”
Neneth glimlacht en kijkt Hanne niet recht aan.
“Hello again,” zegt ze.
“Maak je geen zorgen, je bent in veilige handen,” zegt Peter.
“Neneth heeft al een duikbrevet.”
Hanne plaatst de duikbril over haar ogen en neus en neemt de snorkel in haar mond. Dan gaat ze op de rand van de boot zitten en laat zich achterover het water in vallen. Neneth plonst na haar in de zee. Opnieuw wordt Hanne verrast door de pracht onder water. Ze volgt Neneth steeds dieper en dieper naar beneden. Opeens duiken ze over de rand van het rif en even heeft ze hoogtevrees. Zo diep is het “ravijn” onder water. Een enorme zeeschildpad zwemt vlakbij en Hanne vergeet bijna te ademen van ontzag. Neneth maak het bekende oké-gebaar door een O te vormen met haar duim en wijsvinger. Hanne gebaart terug: alles in orde.
Ze zakken nog verder en de mooiste vissen passeren als in een film de revue. Opeens is Hanne Neneth kwijt. Ze kijkt verschrikt om zich heen.
Hoe kan dat nu? Hanne voelt lichte paniek opkomen maar maant zichzelf kalm te blijven. Ze kijkt op haar duikhorloge om te zien hoe diep ze is. Oei, behoorlijk diep. En haar zuurstof is al voor meer dan de helft op. Opeens voelt ze iets aan haar rug en voordat ze er erg in heeft is de koppeling met de zuurstoffles losgesneden. Een duiker schiet weg en Hanne raakt totaal in paniek. Uit alle macht trappelt ze naar boven. Ze voelt zich licht in haar hoofd en misselijk, de druk in haar longen neemt enorm toe. Vaag herinnert ze zich dat ze niet te snel naar boven mag gaan maar ze heeft geen tijd om te klimatiseren. Vechtend voor haar leven probeert ze naar het oppervlak te gaan. Ze verliest het bewustzijn.
De omstanders op de steiger zijn geschokt. Het levenloze lichaam van de duikster ligt op de houten steiger. Er wordt een laken over heen gelegd. Peter moet mee met de Egyptische autoriteiten. Hij begrijpt niet hoe dit heeft kunnen gebeuren en voelt zich enorm verantwoordelijk. De duikschool wordt verzegeld en hangende het onderzoek gesloten.

“Uw moeder ligt in een caisson, een dekompressor. Ze moet hier zeker 48 uur in blijven. Ga maar naar uw hotel. Ik bel als er iets wijzigt in de situatie.”
De arts geeft Suzanne een hand “Sterkte.”
Suzanne zakt terug op de stoel. Een politieagent komt aanlopen met een bekertje thee.
“Hier mevrouw, dit zal u goed doen.”
De agent neemt naast haar plaats en legt uit dat van de verloofde van haar moeder geen spoor te bekennen is maar dat Neneth een ervaren duikster is en haar dood verdachte omstandigheden heeft.
“Hoe goed kent u de verloofde van uw moeder?”
“Helemaal niet, ik wist niet eens dat ze verloofd was.”
Suzanne begint te huilen. Wat een toestand. Haar moeder vechtend voor haar leven, in een Egyptisch ziekenhuis. Verloofd zonder dat zij, haar enige dochter, hier iets van wist.
“De overleden vrouw is de stiefdochter van uw moeders verloofde,” vervolgt de agent.
“We hebben in haar kastje in het beautycentrum waar ze werkte een notitieboekje gevonden met namen van welgestelde alleenstaande vrouwen en data en namen van hotels in Egypte van het afgelopen jaar. Nader onderzoek wijst uit dat de verloofde van uw moeder het afgelopen jaar meer dan 6 keer met verschillende dames enkele weken in een hotel verbleef, steeds op kosten van de dame. Uw moeder is zijn zevende affaire.”
Suzanne drinkt met kleine slokjes de bittere thee op. Ze probeert te bevatten wat de agent vertelt heeft. Maar de zorgen om haar moeder en hoe ze hier uit komt zijn op dit moment het belangrijkste. Ze vraagt of de agent haar bij het hotel kan afzetten. Ze kan in de suite van haar moeder verblijven maar de agent vindt dat niet zo verstandig omdat Ferred hoofdverdachte is en ook een kamer in het hotel heeft waar al zijn spullen nog zijn. Suzanne zegt dat ze toch op de kamer van haar moeder wil verblijven omdat ze dan het gevoel heeft dichter bij haar te zijn. De agent stemt in maar regelt tegelijkertijd bewaking.
De volgende dag wordt er luid op de deur gebonkt. Suzanne schrikt op en trekt de peignoir van haar moeder aan voordat ze de deur slaperig opent. Het is dezelfde politieagent.
“Slecht nieuws mevrouw, we hebben het lichaam van Ferred gevonden. Hij had eveneens een duikpak aan en tijdstip van overlijden lijkt eerder te zijn dan dat van Neneth. Hij heeft geen water in zijn longen dus hij was al dood voordat hij in het water is geraakt”.
“En nu?” vraagt Suzanne.
“Nu is uw moeder verdachte,” zegt de agent.
Ontzet kijkt Suzanne de man aan?
“U bent gek geworden? Mijn moeder is slachtoffer”.
“Uw moeder heeft een motief, tenslotte is ze bedrogen,” voert de agent aan.
“Onmogelijk” antwoordt Suzanne. “Mijn moeder kan nog geen vlieg doodslaan.”
“En nu wil ik dat u vertrekt. Ik wil naar het ziekenhuis.”
Suzanne loopt naar de badkamer en laat de harde waterstralen over zich heen stromen. In wat voor nachtmerrie bevinden ze zich? Na het douchen voelt ze zich iets beter en ze bestelt via roomservice een ontbijt op de kamer. Daarna belt ze de receptie en laat een taxi komen die haar naar het ziekenhuis brengt.
De toestand van haar moeder is onveranderd. Ze is nog niet bij bewustzijn geweest. Ze kijkt door het ruitje van de cabine naar haar moeder door het glazen ruitje liggen. Het lijkt of ze slaapt. Haar gezicht is onnatuurlijk rood en haar lippen lijken wel gestift, zo knalrood.
Tegen de middag komt de agent vergezeld van een man gekleed in een duur uitziend Armanipak op haar afgelopen.
De man in pak stelt zichzelf voor. Hij is van de Turkse politie. Het schijnt dat Ferred in Turkije gezocht werd voor oplichtingspraktijken. Zijn ex-vrouw heeft een aanklacht ingediend nadat haar ex-man na diverse affaires zich van haar liet scheiden en ervandoor ging met haar vermogen.
De vrouw is al enkele maanden zoek. De Turkse politie heeft een opsporingsbevel voor geheel Europa uitgevaardigd en is samen met Interpoll een uitgebreid onderzoek gestart. Ferred had meerdere paspoorten en identiteiten, daardoor is hij het afgelopen jaar steeds iedereen te snel af geweest.
“Gelukkig heb ik ook goed nieuws”, zegt de Egyptische agent. “Uw moeder blijkt een alibi te hebben voor het tijdstip waarop Ferred is gestorven. Zij verbleef op dat moment in het Wellness centrum. De ware toedracht van de moorden zal een langdurig onderzoek vergen maar ze zouden niet zomaar opgeven”, verzekerden beide wetsdienaren haar.
Opgelucht haalt Suzanne adem. Dat probleem is van de baan. Dan komt de arts aangelopen. Als Suzanne zijn gezicht ziet weet ze al wat hij komt zeggen. Alleen is het geen wondere wereld waarin ze zich bevindt maar een ware nachtmerrie.

Een week later staat ze op de steiger. Peter helpt haar aan boord van zijn boot. Ze heeft de urn stevig in haar arm geklemd.
Peter had haar het duikdagboek laten lezen van haar moeder. Ze was bevangen door de enorme passie en fascinatie die haar moeder beschreef voor de onderwaterwereld. Uit alles straalde het geluk dat deze nieuwe wereld haar moeder, die zoveel doorstaan had in haar leven, deze laatste weken van haar leven had geschonken. Daarom kon ze niet anders dan de as van haar moeder uit te strooien in deze prachtige heldere azuurblauwe zee. Ook al had die zee haar moeder ontnomen, haar liefde voor haar was zo sterk dat ze haar moeder kon teruggeven. Haar eigen koraal vormend op de bodem van de middellandse zee.

©Elles Jansen

Ode aan therapeuten

Therapeut

Mijn kapper
Kneedt mijn hoofd
Streelt mijn lokken
Laat zijn schaar
Mijn haar beroeren
En masseert
Mijn ego
Mijn nieuwe ik
In spiegelbeeld

Mijn kinesist
Masseert
Bovenbeen
Knie en kuit
Pratend over het
Alledaagse
Een extra massage
Van mijn gemoed

Mijn psycholoog
Draaiende bewegingen

In mijn hoofd
Ontwart knopen
Masseert mijn
Innerlijke zelf
Spiegeltherapie

Mijn echtgenoot
Ook hij, juist hij
Zijn handen
Knedend, wrijvend
Kloppend hart
Mijn beste masseur
Therapeut van beminnen
Mijn ultieme geluk

Onderaards – deel 4

grot

 

wat vooraf ging

Het eerste deel van de kano tocht zit erop. De collega’s strijken neer bij een rustplaats voor de lunch. De krachten worden gemeten, de eerste karaktertrekjes komen boven drijven…

‘Kom dames, we hebben niet de hele dag’ zegt hij, ‘Paul heeft de groepen gewisseld.’
‘Saskia met Paul, Karin met mij, Wouter met Kelly, Brian met Moniek, Marco met Evelien, Kees met Linda’ zegt Thom en stapt naar de emmer van zijn kano om de tas van Karin erin te stoppen.
Paul geeft me een hand en helpt me in de kano, ik voel me een beetje ongemakkelijk in mijn bikini en merk ook dat het niet zo comfortabel zit maar het lijkt zo kinderachtig om opeens kleding terug aan te trekken nu ik met de directeur in een bootje moet.
Ik prop mijn handdoek achter mijn rug om de druk van het plastic stoeltje tegen mijn ruggenwervels te verminderen.
‘We zullen ze eens wat laten zien Saskia,’ zegt Paul terwijl hij de kano behendig de rivier in duwt en instapt met slechts een geringe schommeling te veroorzaken. Hij pakt de peddels en haakt in op mijn slag. Vloeiend glijdt de kajak door het water, al snel liggen we voor op de groep. We horen kreten achter ons van Linda, waarschijnlijk is Kees weer aan het klieren.
Ik kijk over mijn schouder naar de groep en zie dat Wouter en Kelly ook de slag goed te pakken hebben. Thom kijkt verbaasd naar Kelly die een triomfantelijke grijns op haar gezicht heeft. Heeft ze hem mooi voor het lapje gehouden toen hij zo denigrerend aan het roepen was vanmorgen. Ze kan wel degelijk kajakken. Vele malen beter dan die opgeblazen Thom.
‘Ik weet wat je denkt,’ hoor ik Paul achter me zeggen.
‘Je vind Thom een eikel, maar dat is hij niet hoor,’ verdedigt hij zijn vriend.
‘Hij heeft het niet zo makkelijk thuis, heeft en kenau van een vrouw, hij kan nooit iets goed doen in haar ogen en is daarom in het gezelschap van zoveel vrouwen zo onzeker dat hij verkeerde signalen uitzendt’
Wat moet ik hierop zeggen? Ik ken de man amper, zie alleen wat ik vandaag zie.
‘Jij kent hem het beste’ zeg ik daarom maar en schakel dan over naar hoe goed we het getroffen hebben met het weer.
Achter me hoor ik gegrinnik.
‘Zeer diplomatiek antwoord Saskia, past bij je functie maar vandaag heb je vrij.’
Het water wordt wilder en we hebben onze aandacht nodig bij het peddelen en recht houden van de kajak die tussen rotsen in het water moet laveren. De oevers zijn niet meer vlak, de rivier wordt omgeven door grijze steile rotswanden.
‘Kijk eens daar rechts boven’ zegt Paul en ik blik omhoog. Daar zwaaien twee mannen en een vrouw die met touwen aan de rots hangen.
‘Dat staat voor morgenmiddag op het programma’ hoor ik Paul achter me zeggen.
‘Joehoe’ roept hij en ik voel de kajak schommelen. Aan de rots roepen ze enthousiast terug zwaaiend ‘Ahoy’.
Mijn buik knijpt opnieuw samen als ik eraan denk dat ik morgen ook aan zo’n koord hang te bengelen met een tuigje tussen mijn benen, volkomen overgeleverd aan een pin in de muur en anderen van het team die de touwen moeten laten vieren. Mijn hart gaat tekeer en ik verlies bijna mijn peddel omdat het zweet in mijn handen de grip bemoeilijkt.
‘Relax Saskia, ze weten wat ze doen hoor de instructeurs, en ik ben een ervaren klimmer’, zegt Paul en hij beroerd even mijn schouder met zijn warme hand.
‘Je denkt toch niet dat ik risico’s ga nemen met mijn personeel, en zeker niet met mijn eigen knappe secretaresse’ en ik voel een tweede hand op mijn andere schouder. Hij masseert mijn gespannen nek en schouders even en als hij voelt dat mijn schouders zich ontspannen houdt hij abrupt op en peddelt krachtig verder.
‘Opletten, luisteren naar mijn instructies’, roept hij me toe als het geluid van suizend water zo sterk wordt dat we elkaar amper kunnen verstaan. De kajak vliegt vooruit, we hoeven nauwelijks te roeien. Voor me zie ik een waterval en de adrenaline schiet door mijn aderen. Het moment van betovering door zijn aanraking is in één klap weg en ik trek mijn peddels in. Thom stuurt behendig naar het midden van de naderende waterval en we tuimelen in het hevig spattende water naar beneden. De kajak schommelt gevaarlijk maar blijft in balans en we gillen uitgelaten.
Gaaf is dit zeg, er volgen nog enkele watervallen en ik voel me vrij en gelukkig. Het koele water op mijn huid is verfrissend en ik ben voor het eerst blij dat ik alleen maar een bikini aan heb

 

 

 

Onderaards – deel 3

grot

Wat vooraf ging…
Saskia is inmiddels met haar collega’s bij Adventure World waar gestart wordt met de eerst uitdaging: een kanotocht over de Ourthe. De eerste krachtmeting begint en niet alleen op vaargebied.

 

Ons groepje staat aan de waterkant en een instructeur legt uit hoe de kano’s werken. We zitten met twee personen in een kajak. Onze spullen gaan in een afsluitbare emmer en terwijl de man de kano vasthoudt, stap ik met één been in het wiebelende ding. O, niet omslaan alsjeblief, prevel ik in mijn hoofd. Dat zou een afgang zijn.

Gelukkig kan ik mijn evenwicht bewaren en zak neer in het stoeltje.
Wouter neemt achter me plaats. Onze ICT man, zou hij net zo handig zijn met roeispanen als met zijn laptop?
Thom kruipt met Moniek in een kano, Paul met Kelly, Brian met Linda, Marco vormt met Karin een team en als laatste stappen Evelien en Kees in hun bootje. Dat schommelt gevaarlijk en Evelien gilt. Kees heeft een duivelse grijns op zijn gezicht. Hij weet heel goed waar hij mee bezig is, de rotzak.

Er zijn twee parcours om te kajakken. We nemen de lange van 15 kilometer. In Petit Han is een stop voorzien voor de lunch. Dat is drie kilometer en is dus goed te doen voor de eerste stop. Wouter duwt met zijn peddel tegen de kant en we proberen een ritme te vinden. Al snel merk ik dat Wouter nog nooit eerder aan kanovaren heeft gedaan. Hij kan niet sturen en steekt zijn peddels precies op het verkeerde moment in het water. Bij zijn onhandige pogingen om de steel te draaien zodat het blad goed in het water komt, schept hij liters water in de kano. In een mum van tijd is mijn spijkerbroek zeiknat. Paul ligt dubbel van het lachen in zijn kajak als hij mijn wanhopige gezicht ziet.
‘Oefening baart kunst Wouter’ spoort hij hem aan. ‘Laat je leiden door Saskia, zo te zien heeft zij het al eerder gedaan’.
Paul en Kelly bewegen synchroon en in een mum van tijd liggen zij al aan kop. Thom en Moniek hebben het juiste ritme ook nog niet gevonden. Thom schreeuwt het ene bevel na het andere naar Moniek, die laconiek terugroept dat ze wel bij hem in dezelfde kajak zit en dus niet zo hard hoeft te roepen. Als hij niet ophoudt met het maken van de ene vernederende opmerking na de andere, legt Moniek demonstratief haar peddels stil en laat Thom alleen het zware werk opknappen.

Ondertussen is de zon al hoog aan de hemel en loopt de temperatuur aardig op.
‘Wacht even Wouter’ zeg ik over mijn schouder. ‘Even mijn trui uittrekken’.
Het bootje schommelt gevaarlijk als ik me uit mijn natte sweater wring maar Wouter is zo slim om stil te blijven zitten, peddels uit het water.
Nu er niemand in de buurt is maak ik van de gelegenheid gebruik om even de techniek uit te leggen. Ik rep geen woord over de onervarenheid, wil Wouter niet voor zijn hoofd stoten maar hang een verhaal op van hoe ik ooit geleerd heb om zo handig mogelijk te roeien om spierpijn en blaren te beperken.
Dankbaar neemt Wouter de uitleg van Saskia in ontvangst, hij wordt al zo vaak op zijn kop gezeten door die van de ontwerpafdeling omdat hij niet de vlotste van het stel is. Omdat ze afhankelijk van hem zijn door zijn enorme kennis van de computerprogramma’s blijft het bij vriendelijke pesterijen maar toch. Hij wil vandaag bij die nieuwe geen flater slaan.

Terwijl ik hardop links, rechts, links, rechts roep, komt de kajak in gang. Het sturen is nog een beetje lastig want Wouter is sterker in zijn slagen dan ik en voor we het weten, zitten we met de punt in het riet aan de zijkant van de oever.
Voorzichtig duw ik met mijn peddel in het water naar de bodem maar het is toch dieper dan ik dacht.
‘Achteruit peddelen Wouter’ zeg ik over mijn schouder. Het lukt en we komen los.
We liggen dwars op de Ourthe en de punten van de andere kajaks botsen tegen ons aan, gelukkig draaien we in de juiste richting.
Na een halfuurtje hebben we een goed ritme gevonden en halen we de rest in.
We meren aan bij een strandje van kiezels waar Paul overdreven op zijn horloge kijkt.
‘Eindelijk’ roept hij ‘we vergaan van de honger, dacht dat jullie nooit meer kwamen’.
Hij heeft zijn spijkerbroek uitgetrokken en staat in een zwemshort op zijn blote voeten in het water, vloekend omdat de steentjes scherper zijn dan hij had voorzien.
Hij helpt door de kano’s het strandje op te trekken en geeft de dames van kantoor galant een hand om uit te stappen.
Moniek komt aangelopen in haar bikini, wat een lijntje denk ik jaloers. Ze stopt haar kleding in de emmer met het deksel en loopt op me af.
‘Ging het een beetje?’
‘Het was even zoeken naar het juiste ritme, maar we zijn een prima team hé Wouter?’
‘Ja, je bent een goede stuurvrouw’ zegt Wouter met een knipoog terwijl hij ook zijn natte trui uittrekt en in het gras te drogen legt.

‘Kom’ zegt Paul, ‘de rest zit al op het terras aan een Belgische pint’
We lopen achter hem aan en mijn natte spijkerbroek schuurt onbehaaglijk langs mijn benen.
Afgunstig kijk ik naar Kees die de pijpen van zijn safaribroek afritst. De dunne stof droogt zienderogen in de zon.
Ik heb mijn bikini onder mijn kleren en besluit af te wachten wat de andere dames doen. Het idee verder te moeten varen in die natte broek is niet zo aantrekkelijk.
De ober komt eraan met schalen belegde broodjes. Voor de liefhebbers is er ook soep maar gezien de temperatuur heeft niemand daar zin in.
Voor de zekerheid neem ik nog een Immodium en bestel een colaatje. De beste remedie tegen diaree volgens mijn ex.

 

Na de lunch gaan de vrouwelijke collega’s naar het toilet. Alleen Evelien houdt haar lange broek aan, hij is van katoen en al bijna droog. Kelly komt uit het toilet in een perfecte beach-outfit, een sportief bovenstukje met een short. Karin heeft een hemdje aan met spaghettibandjes en een korte broek.
‘Ben mijn bikini vergeten jammer genoeg’ zegt ze. ‘En jij?’
‘Ik heb geen korte broek meegenomen’ antwoord ik.
‘Heb je geen bikini bij je?’ vraagt Karin.
‘Jawel, heb ik aan,’ zeg ik aarzelend.
‘Nou, waar wacht je op meid, trek die natte zooi uit.’
‘Ja, Sas, kom op,’ spoort ook Kelly me aan.
Ik stroop de natte spijkerbroek naar beneden en trek mijn natte T-shirt uit. Karin wringt het uit boven de wasbak en vraagt of ik een plastic zak in mijn rugzak heb om de natte kleren in te doen.
‘Nee, ligt thuis bij mijn korte broek’ grap ik om mezelf een houding te geven.
Kelly laat haar blik over me glijden en kijkt me dan aan.
‘Kijk eens even in de spiegel, meisje. Waar zou jij je voor moeten schamen?’
Zo, die is raak. Dat eeuwige minderwaardigheidscomplex. Vijftien kilo ben ik afgevallen het afgelopen jaar. Het begon doordat Jeroen, mijn ex, steeds vervelende opmerkingen maakte over mijn gewicht. We hadden er steeds ruzie over want ik woog al zes jaar hetzelfde. Exact hetzelfde als toen we verkering kregen om precies te zijn. Ineens was mijn Rubenslichaam niet meer goed genoeg voor meneer. Hij wilde een maatje 38 en geen 46.
Hij was ook zelf begonnen met fanatiek trainen op de sportschool. Drie, vier keer in de week. Vele avonden zat ik alleen op de bank, steeds later kwam meneer thuis. Van de spanningen kreeg ik minder eetlust en verloor ik gewicht. Toen ik uiteindelijk in maatje 38 paste, had Jeroen me verlaten voor een grietje uit de sportschool.

‘Hallo, is daar iemand?’ Kelly wapperde met haar petje voor mijn spiegelbeeld.
‘Ja, sorry.’
‘Je ziet er hartstikke goed uit hoor, lekker bruin, juiste rondingen. Niks mis mee’.
‘Maar ik ken jullie nog maar net,’ probeer ik nog.
‘We gaan kajakken Sas, niet naar het naaktstrand. Iedereen vaart vooruit dus ze zien alleen je rug.’
Ze heeft me overtuigd en ik sla mijn handdoek beschermend om mijn nek. Lachend lopen we gearmd naar buiten.
Paul fluit en zegt dat we zo in de reclamecampagne kunnen voor badkleding die Pepper probeert binnen te slepen voor het nieuwe seizoen 2013.
‘Zou je wel willen hé, baas,’ roept Kelly koket. ‘Gaat je geld kosten hoor,’ en ze loopt overdreven heupwiegend het trapje af naar het kiezelstrand.
Thom kijkt van Kelly naar Moniek en dan weer naar mij. Zijn blik glijdt van boven naar beneden en schiet heen en weer tussen ons drieën.
De rillingen lopen over mijn rug, er is iets met die man. Dan verdwijnt de rare blik in zijn ogen en even denk ik dat ik het me verbeeld heb. Te veel naar enge films gekeken zeker.